Aangezien talrijke teksten geen enkele tegenstrijdigheid bevatten, willen we het type meting dat we tot nu toe gepresenteerd hebben, uitbreiden om sommige interpretaties ervan eveneens op numerieke wijze te kunnen waarderen. Om dat te bereiken moeten we bijna alle opvattingen die we eerder naar voren hebben gebracht, generaliseren en begrippen die we eerst hebben laten varen uit angst voor irrationaliteit, opnieuw bestuderen. Het begrip hulpmiddel hadden we tijdelijk terzijde gelegd omdat het gevaar bestond de auteur iets toe te schrijven wat in werkelijkheid een idee van de interpretator was. Maar nu kunnen we stellen dat een spoor een term vormt of ook wel de beduidenis van één van die zeer bijzondere hulpmiddelen: namelijk die zichtbaar een bruikbaar idee voor de betreffende situatie aanbrengen. Een spil is zo’n beduidenis, zodat termen en spillen samen de totaliteit der sporen vormen. Soms gaan we bovendien door met het hanteren van het begrip “term”, maar op uitgebreidere wijze, voor elk idee dat, ontleend aan de onderzochte tekst, in een denkbare uitspraak plaats kan nemen, terwijl we het nou juist, op het moment dat we over dat idee spreken, in een ander verband dan dat van de uitspraak gebruiken. We mogen dan wel overeengekomen zijn dat een hulpmiddel inderdaad een spil bezit wegens het feit dat uit alles blijkt dat de schepper een beduidenis heeft willen aangeven, maar we moeten deze vaak nog wel zien te vinden. Indien het anderzijds niet zeker is dat een hulpmiddel een beduiding heeft, kan het onmogelijk voor een spil doorgaan.
Het lelijke papier waarop men één of ander slecht gedicht drukt loopt het gevaar geen hulpmiddel met een spil te zijn, want de kans bestaat dat de auteur dit papier niet zelf heeft gekozen.
De N van «Natuur» bezit een spil, maar deze blijft moeilijk aan te wijzen omdat beide gezichtspunten, namelijk van het bovennatuurlijke en van een persoon, twijfel oproepen, ofschoon nieuwe denkbeelden een bepaalde benaderingswijze van het absolute kunnen opleveren, die hier voldoening moet kunnen schenken. Het zou ons in ieder geval onjuist toeschijnen van een betekenis te spreken die als symbool N heeft en als inhoud “het absolute”: rest ons dus het een toespeling of, eenvoudiger, een “beduidenis” te noemen, zoals we zeggen dat een schilderij iets voorstelt. Dat verhindert de uitdrukking “de spil "N"” geenszins zelf een betekenis te hebben, want in dat geval geven we zichtbaar het voorwerp van een gedachte aan door middel van een regelmatig terugkerend teken.