· Tegengestelde veranderingen van onderling van elkaar verschillende waarden voor een stimulans
Theorie
Laten we met betrekking tot een blok de interne vewijdering van de tolk vergroten, maar tegelijkertijd één van de spelingswaarden verlagen. We stellen voor rb[Laissent–piliers] rb[répondent–couleurs] te bestuderen en tegelijk met dat blok, de toename in betekenis die de eerste botsing van de tweede ontvangen heeft. De stroming van rb[Laissent–piliers] (loslaten-pilaren) bedraagt ½ en de oorzaak daarvan ligt niet bij «piliers», dat beïnvloed is door «forêts» want dat zou het idee van een zekere vrijheid die de zuilen bezitten, geen schade toebrengen; de reden ligt bij de andere term «Laissent» die in figuurlijke zin de schok tempert. We kunnen voor de botsing rb[répondent–couleurs] (antwoorden-kleuren) als middel om in de bewerking m’(1) in plaats van m(2) in het voetstuk te verkrijgen, in een nabootsing een nadere omschrijving van de stem der kleuren bedenken, die de lichte twijfel van «répondent», onstaan door de figuurlijke betekenis (N.B. overeenkomen met) van die term, wegneemt. Laten we, aangezien de stroming van rb[répondent–couleurs] bijgevolg een waarde die in de bewerking verdubbeld is, krijgt, omgekeerd handelen door hem te verkleinen met behulp van beïnvloeding van de tolk die in het voetstuk al de grootste interne verwijdering rb[répondent–piliers], bezit; we stellen voor hem te vergroten door de volgende imitatie van de eerste regels: “En ce temple les piliers/////(de) (la) Nature (sont) vivants (et) laissent parfois sortir (de) confuses paroles…” (In deze tempel zijn de pilaren van de Natuur levend en laten soms verwarde woorden los…) Nu staan er nieuwe fronten tussen de termen in kwestie; laten we vervolgens de imitatie van enkel de achtste regel helemaal aan het eind, na “sens” (zintuigen) plaatsen, met bovendien fronten, “belles” (mooie), “voix” (stemmen), en “mêlées” (door elkaar klinkende), die de originele tekst niet bevatte: “…/////(Les) parfums, (les) couleurs (et) (les) sons (de) (leurs) belles voix mêlées se/////répondent.” (…geuren, kleuren en geluiden geven elkaar met hun mooie, door elkaar klinkende stemmen, antwoord.) Tussen “piliers” en “répondent” komen nu 71 in plaats van 36 fronten te staan, zodat de betreffende waarden stijgen tot respectievelijk s’(9,1) en s(5,6). De stimulans die rb[répondent–couleurs] aan rb[Laissent–piliers] geeft, bepalen we aan de hand van de stroming van de eerste van deze botsingen, 1 wat de bewerking, en 0,5 wat het voetstuk aangaat; maar ook van de grootste der interne verwijderingen van de tolken, hier 9,1 in de bewerking en 5,6 in het voetstuk. Op deze manier bereiken de stimulansen achtereenvolgens 1/9,1=0,109 en 0,5/5,6=0,089 en de waarde van het netwerk of liever gezegd, wat men er hier van ziet, kan men nu wat betreft rb[Laissent–piliers] gemakkelijk bepalen, omdat hij immers bestaat uit de stroming van de botsing plus alle waarden die ontstaan door een versterking of stimulans, wat neerkomt op ½ plus een bepaalde hoeveelheid: 0,5+0,109=0,609 wat de bewerking en 0,5+0,089=0,589 wat het voetstuk betreft, waarden die uitzonderlijk dicht bij elkaar lijken te liggen. Op het intuïtieve vlak zal de afstand tussen de tegenstellingen in betekenis de wederzijdse zeggingskracht alleen maar kunnen verminderen, maar het wegvallen van de tweeslachtigheid wat «répondent» aangaat, verhoogt het contrast tussen de begrippen. Zodat tenslotte de resultaten die zowel met betrekking tot tegengestelde ideeën, als tot een vergroting van de zeggingskracht zijn verkregen, niet veel van de aanvankelijke lijken te verschillen.
Toepassing op Baudelaire
Betreffende de antwoorden die delen tot het natuurschoon behorend elkaar geven, heeft André Ferran het thema pijn veroorzaakt of ondergaan door kleur, uitgebreid bestudeerd [181]-[395]. Baudelaire, die Delacroix en Catlin, schilder van de Indianen van Amerika, met elkaar vergelijkt, riep de klachten of de terreur op die een kleurexpert weet weer te geven en, z’n gedachten vervolgend, schreef hij [16]-[693]: «Lange tijd heb ik voor mijn raam een café gehad, voor de helft in fel groen, en voor de helft in knalrood geschilderd, wat een zoete pijn voor mijn ogen was.»
Methode
De meest betrouwbare methode om zich bewust te worden van de aspecten die onopgemerkt gebleven zijn bij het oppervlakkig doornemen van een tekst, bestaat uit het maken van dergelijke literatuurbeschouwingen, maar door de meest envoudige analyse van combinaties kan men bijna alle constructies vinden. Laten we, omdat we het n-aantal vakjes in een tekst weten, daarna dan vaststellen hoeveel combinaties van twee elementen waar deze deel van kunnen uitmaken, mogelijk zijn [977]. Vervolgens moet het eventueel belang ervan nog onderzocht worden. Laten we ons geenszins met het onderscheid tussen (AB) en (BA) bezighouden omdat de uitspraken, indien men dat wenst, omgewisseld kunnen worden. Laten we ook elk, zogezegd dubbel voorkomen van een vakje vermijden, aangezien geen enkel in beide leden van een uitspraak voorkomt. Laten we ook preciseren dat sommige constructies aan onze aandacht zullen ontsnappen, want een tekst kan een uitdrukking, samengesteld uit verschillende vakjes, bevatten, die geheel nietszeggend wordt zodra hij niet meer compleet is, en in zo’n geval zal een oogmerk in z’n formule minstens één lid dat uit meer dan één vak bestaat, kunnen bevatten. Op die genoemde uitzondering na, bestaat bij (n) vakjes, het aantal constructies uit (n(n-1))/2 oftewel ((n- 1)(n/2)). Enerzijds moet elk van de (n) vakjes in z’n reeks combinaties met elk van de andere, zichzelf vermijden, hetgeen zowel (n) en (n-1) verklaart, omdat de vakjes immers (n) bedragen en (n- zichzelf)=(n- 1). En omdat anderzijds (AB) gelijk staat aan (BA), stelt elke combinatie een relatie voor in de ene volgorde en één in de andere, zodat n(n-1) gedeeld moet worden door 2. Men moet niet tegenwerpen dat de helft niet bepaald kan worden als (n) oneven is: deze blijkt in dat geval slechts abstracter te zijn, en het vast te stellen aantal mogelijke constructies, zal nooit uit een breuk bestaan. Want als (n) oneven is, wordt het door (n-1), even, zodat we hem kunnen presenteren als (2(heel getal u)); wel, deze uit 2 bestaande waarde in (2u), waar het getal 0,5 in (n/2) mee vermenigvuldigd wordt, levert 1 op. Op die wijze vormt ((n- 1)(n/2)), waar het hier om gaat en dat zonder enige uitzondering bestaat uit 1 of meer eenheden, een heel getal wat het totaal der mogelijkheden betreft. Tweede deel: UITBREIDING VAN DE METINGEN VAN AANNEMELIJKHEID TOT ANDERE ZAKEN DAN TEGENSTRIJDIGHEDEN