Het essay — Deel VIII

Koppels beeldspraken waarvan de ene de voorbereiding is van de andere

Legenda van de blokken

Theorie — de begripsmatige uiteenzetting Methode — opmerkingen bij de toepassing Baudelaire — de toepassing op het sonnet Samenspel
§561
· Biljart en zitbank
Theorie

Het is mogelijk, nu we het gedicht van Baudelaire aandachtig hebben doorgenomen, te onderzoeken of de dichter, op z’n minst snel of mijmerend, de ene beeldspraak door middel van de andere heeft voorbereid. Om dergelijke feiten vast te stellen, onderscheiden we in de beduidenis van een verzonnen tekst twee niveaus: het biljart en de zitbank. Het eerste bestaat uit het overzicht van de inhoud die de schepper zichtbaar aan het werk heeft willen geven. We hebben met de zitbank van doen wanneer de schepper, op z’n minst gedurende een kort moment of al mijmerend, de interpretatie volgens welke, bij twee beduidenissen, de ene de andere voorbereidt, niet heeft willen dwarsbomen. Het is mogelijk dat de zitbank wat van de beduidenis van het biljart gebruikt om zich wat verderop te wagen, maar hij bevat, net als het biljart zelf, geen enkele illustratie zonder steunpunt. De moeilijk te vatten aard van de zitbank brengt ons op het idee dat de auteur, wat deze betreft, mogelijk heeft gewild dat die niet door het hele publiek, maar door slechts een deel ervan werd begrepen. We zullen proberen de graad van aannemelijkheid van enkele van deze oordelen aangaande de zitbank te meten. In dat geval moeten we de beduidenis op nauwgezettere wijze kunnen weergeven dan we dat in de voorgaande paragrafen van onze studie hebben gedaan, omdat we tot nu toe het principe, genoemd in opmerking 346M, stipulerend dat het onmogelijk is de mening van het publiek als verdeeld te beschouwen, gerespecteerd hebben.

Methode

De schepper heeft, als menselijk wezen, misschien het ene idee door middel van het andere willen voorbereiden. Mensen streven doeleinden na, terwijl omgekeerd, ongeacht de nutteloze beeldspraken waarin de hun doeleinden nastrevende denkers blijven steken, ondoordachte daden, zelfs in grote hoeveelheid, geen enkel oogmerk hebben [30]. Het tegenstrijdige vooroordeel schaadt elk juist begrip van het mechanisme van de wereld, zoals Spinoza uitlegt [102]-[171]-[172]-[481]-[925]-[926]-[927]. Le préjugé contraire nuit à toute saisie correcte de la mécanique universelle, comme Spinoza l'explique [926]: «…die doelgerichte stelregel zet de Natuur ondersteboven. Want hetgeen, in werkelijkheid, oorzaak is, wordt erdoor als gevolg beschouwd, en omgekeerd.» De Amsterdamse filosoof probeert te laten zien hoe verdwaalde denkers, met hun tevergeefse pretentie de waarheid in pacht te hebben, de beste beelden die we van de wereld hebben, vervormen [927]: «Als er bijvoorbeeld een steen van een dak op iemands hoofd is gevallen en die persoon gedood heeft, zullen ze aantonen dat de steen is gevallen om diegene te doden…» Wat de doelstellingen betreft die de mensen zich stellen, het enige wat daarover gezegd moet worden is dat deze soms subjectief lijken te zijn, zodat het verkregen resultaat in historisch opzicht veel verschilt van dat wat degene die ze voor ogen had wenste. Dat komt doordat de individuele denker zijn soortgenoten en de omgeving waar hij zijn wens ten uitvoer brengt, slecht kent [892]-[893]-[894]-[895]- [896]-[897]-[898].

Toepassing op Baudelaire

Aangaande het biljart is het zeker dat Baudelaire wou dat men aan een eredienst dacht omdat «De Natuur is een tempel…» deze betekenis immers in zich draagt. We moeten daarentegen onze toevlucht tot de zitbank nemen om te stellen dat «De Natuur is een tempel…» de voorbereiding vormt van «Er zijn geuren…Die de vervoeringen bezingen van geest en zintuigen.»

§562
· Hol, aantal fronten, profiel en grot
Theorie

We omschrijven een hol als een verzonnen tekst van maximaal honderd fronten, voorzien van de tekens die gewoonlijk het begin en het eind ervan aangeven en die iedereen in het publiek wel heeft moeten waarnemen, omdat ze de intentie van de schepper aantonen om iets mee te delen dat een zekere samenhang tussen de denkbeelden bezit, op z’n minst wat het mijmeren betreft. Een grot kan uit twee dingen bestaan. De eerste mogelijkheid is dat het een hol met een profiel van 1 is. De tweede, dat het slechts een hol met een profiel van ½ is, maar dat een dergelijke zwakte compenseert door middel van het aannemen van een algemene, bekende vorm.

Methode

We verwachten dat de dromerige gedachte van de schepper met gemak alle beelden van een grot met elkaar combineert, gezien het feit dat de geringe omvang er vergezeld wordt door een gedachte die door eenheid gekenmerkt wordt of die in een bekende vorm gegoten is, die de geest, als het ware van tevoren, houvast verschaft.

Toepassing op Baudelaire

Zo is „Samenspel“, met zijn profiel van ½, een sonnet en beantwoordt dus aan een traditie die er een beroemde vorm aan geeft. Met slechts 74 fronten, wekt het gedicht nauwelijks het wantrouwen op dat er heftig beeldspraken in zijn rondgestrooid, zodat men er zeker van is dat de dromerige gedachte van de schepper daar, zich er helemaal aan overgevend, moeiteloos vergelijkingen in heeft kunnen aanbrengen, inbegrepen tussen er zich tamelijk ver van elkaar af bevindende begrippen.

§563
· Eg
Theorie

Indien twee, elk tot een biljart behorende, beweringen onderling, wanneer ze de aanwezigheid van een grot beschrijven, door een zodanige verhouding met elkaar in verband staan dat het geheel deel uit maakt van een zitbank, is de globale bewering een eg. Bijgevolg is «De Natuur is een tempel…» een in het gedicht voorkomende mededeling die tot het biljart behoort. Op minder letterlijke wijze constitueert “…de mens gaat er wouden van symbolen door die de mens met vertrouwde blikken gadeslaan” een in grote lijnen getrouwe beschrijving, waardoor deze als een deel van het biljart wordt beschouwd. Maar de coördinatie van de woorden “"De Natuur is een tempel…" is de voorbereiding van "…de mens gaat er wouden van symbolen door die de mens met vertrouwde blikken gadeslaan…"” maakt nu deel uit van een zitbank.

Methode

De eerste gedeeltes van de tekst blijken, voor elke bewering afzonderlijk bekeken, aannemelijk te zijn, maar de veronderstelling dat de ene de andere voorbereidt, geeft toegang tot de zitbank, die tot een heel ander gebied behoort.

Toepassing op Baudelaire

De voorstellingen van de gedachte, die naar diepliggende zaken en bedoelingen verwijzen, zijn niet altijd in harmonie met elkaar, schreef Colonna [203]: «…er woedt een binnenlandse oorlog en de vijanden zijn mensen die ons vertrouwd en het naast zijn…»

§564
· Spijker en bespijkeren
Theorie

Zodra een bewering die deel uitmaakt van een biljart, in een eg uit drie met elkaar gecombineerde beelden (T, J, Z) bestaat, wordt hij een schot genoemd. Als twee beelden een bewering vormen, zoals bij "adeldom verplicht", beschikken we, om een schot te verkrijgen, over genoeg materiaal om de kunstgreep ((), Z, J) of (J, Z, ()) toe te passen: ((), verplicht, adeldom) of (adeldom, verplicht, ()). Om, in de formule van een schot, de vermelding aan te geven van de stellingname die de eenheid van deze bewering vormt, gebruiken we tweemaal het symbool ((.)…(.)), de spijker geheten: (T(.)J(.)Z). Het koppel tekens ((.)…(.)) bestaat uit het bespijkeren. We adopteren eveneens de formule ((.)bestaat(.)God), of (God(.)bestaat(.)), voor “God bestaat” [924].

Methode

Het combineren in een schot van drie mentale beelden van een tekst, vereist vaak een reorganisatie van de aanvankelijk gebruikte woorden, of van de volgorde waarin ze staan.

Toepassing op Baudelaire

Uitgaande van het gedeelte «…mens…symbolen…gadeslaan…» noteren we (symbolen(.) gadeslaan(.) mens).

§565
· De gamba
Theorie

Als een eg twee schotten bevat, worden deze aangeduid met (E(.)H(.)F) en vervolgens met (R(.)L(.)S). De dusdanig samengestelde eg noemen we een gamba, die als volgt wordt geïnterpreteerd: “(E(.)H(.)F) en de schepper heeft, op z’n minst in een vluchtige opwelling of op dromerige wijze, de interpretatie volgens welke dat de voorbereiding is van (R(.)L(.)S), niet willen dwarsbomen.” Om de gamba schematisch weer te kunnen geven, gebruiken we de col, met als algemeen symbool ([[][]]), dat we “kaartje” noemen. Het is een logische verbinding die een samenvatting is van het linkerschot, (E(.)H(.)F), en het rechter, (R(.)L(.)S), zodat we bij het noteren van de gamba, het teken ([[][]]) tussen (E(.)H(.)F) en (R(.)L(.)S) plaatsen. Als deze vorm eenmaal is geproduceerd, wordt hij benadrukt door middel van twee tekens, (\) en (/), die het begin en het einde van de formule aangeven: \(E(.)H(.)F)[[][]](R(.)L(.)S)/. De inhoud van de gamba die erin beschreven wordt is “(F(.)H(.)E) en de schepper heeft, op z’n minst in een vluchtige opwelling, of op dromerige wijze, de interpretatie volgens welke dat de voorbereiding is van (R(.)L(.)S), niet willen dwarsbomen.” Om het teken van de col af te bakenen, worden markeringen, ('''), de paaltjes, ervoor en erachter geplaatst: \(E(.)H(.)F)'''[[][]]'''(R(.)L(.)S)/. Indien geschreven in een eenvoudige stijl, is het ook mogelijk om ze aan beide zijden van de col te zetten.

Methode

Er moet nogmaals op gewezen worden dat de schotten (E(.)H(.)F) en (R(.)L(.)S) enkel van het biljart deel uitmaken, terwijl de totaliteit van de gamba tot de zitbank behoort. Op deze manier hebben we twee beweringen waarvan de bases deel uitmaken van het biljart, de schotten, en een globale bewering, die ze, deze keer, op het vlak van de zitbank combineert, de gamba. Bovendien hangt alles wat zich in de gamba bevindt, op het eerste gezicht, niet van de steunpunten, maar van de bobbels af. Zeker, toegegeven wordt dat achter mentale beelden voorwerpen schuil gaan, maar daar gaat het niet in de eerste plaats om, omdat de schepper van verzonnen teksten niet gedwongen is om objectieve controles uit te voeren.

Toepassing op Baudelaire

Als we «geuren» opschrijven, is ons eerste idee een beschrijving van steunpunten te geven, want geuren bestaan als voorwerpen die aanleiding tot een onderzoek over het ruiken geven of over het in aanleg daarin aanwezige chemische mechanisme, met name in een plantkundig of dierlijk organisme. Maar met «Er zijn geuren…bedorven…» betreft het de voorstelling van bobbels, omdat Baudelaire een morele waarde aan de betreffende voorwerpen lijkt te verlenen. Als we een man “Odysseus” genaamd kennen, gebruiken we het begrip van de steunpunten, maar als we traditiegetrouw, in onze verbeelding bij het horen van de naam Odysseus, denken aan een groot aantal vasthoudende en slimme strijders, handelen we vanuit een heel ander gezichtspunt, namelijk dat der bobbels [400]. Ongetwijfeld zijn ze heel belangrijk bij het voorlezen van een legende, maar niet waar voorwerpen worden gesignaleerd die waargenomen kunnen worden door een ieder die de benodigde kennis erover bezit [400]-[884].

§566
· Linialen en klinken
Theorie

Nu moeten we de graad van aannemelijkheid van een gamba beschrijven: namelijk de liniaal. Omdat deze nieuwe telling veel weg blijft hebben van die van een variatie, boog, landgoed, stroming, landmaat, hek en module, waar het klinken al op van toepassing is, breiden we dit laatste begrip uit tot de linialen en dat heeft tot resultaat dat de waarden van aannemelijkheid terzijde gelegd moeten worden als ze kleiner zijn dan 1/16. Aangezien we tevens de mogelijkheid hebben om, behalve een bepaalde liniaal, ook de aannemelijkheid voor een aantal gamba’s bij elkaar te vast te stellen, breiden we het klinken tot dergelijke groepen, die voor eenzelfde grot zijn samengesteld, uit.

Methode

De numerieke maatstaven voor de aannemelijkheid, die hier als meetinstrumenten dienst doen, zijn voortgekomen uit een terugblik op de meest gewone handelingen die bij de interpretatieleer horen en die door ons in lichte mate geformaliseerd worden.

Toepassing op Baudelaire

Zo nemen de critici de afstand waar die de titel «Samenspel» scheidt van het laatste woord, «zintuigen», en spreken hun oordeel, aan de hand van deze afstand, over de beide ideeën uit, zowel om een waardering te geven van de moeiteloos te herkennen wil van de schepper, als van datgene waartoe zijn mijmering, of zijn snelle gedachte, zou kunnen leiden. We proberen, van die punten uitgaande, enkel om het begrip van de interne verwijdering, die dient om de aannemelijkheid te meten van hetgeen de auteur zichtbaar heeft gewild en dat van de grot, nauwkeurig aan te geven, teneinde te begrijpen wat een mijmering, of hoogstens een vluchtige opwelling, van de schepper bij een zeer compact werk teweeg kan brengen.

§567
· Gieter en bretel
Theorie

Een speciaal stukje kennis aangaande een gamba bestaat, zelfs indien elk steunpunt met betrekking daartoe ontbreekt, uit een gieter of een bretel. Als het brokje kennis de schepper betreft, vormt het een bretel, terwijl we het, indien het gaat over de gebruikelijke houdingen of meningen van de tijd waarin de auteur leefde, een gieter noemen.

Toepassing op Baudelaire

Het op de hoogte zijn van Baudelaire’s voorliefde voor mystificatie levert een bretel op. Als we ons ervan bewust zijn dat men, in de tijd waarin de dichter leefde, van het beeld "bomen-pilaren" houdt, verschaft dat een gieter.

Methode

De documentatie over een genie gaat vaak voornamelijk over de jaren waarin zijn werken gemaakt zijn en er zijn mensen genoeg voor wie de echte auteur deze historische periode is, maar de onderscheiding tussen het individu en de eeuw blijft nuttig, omdat diverse kunstbewegingen elk moment levendig maken, en de schepper niet tot alle heeft kunnen behoren.

§568
· Deksel
Theorie

Soms constateert de exegeet bij het bestuderen van een grot, dat deze een, in die tijd passend, thema bevat, dat we een deksel noemen. Het moet in de hele grot aanwezig zijn, zodat niemand in het publiek het over het hoofd heeft kunnen zien. Gezien het grote aantal thema’s dat mogelijk is, blijkt de keus van het deksel ontzettend ruim te zijn. We willen hier de aannemelijkheid van de gamba’s berekenen, aan de hand van het volgende deksel: “de verbeelding wordt, in elk der kunsten, ondersteund door de invloeden van al die verschillende takken”.

Methode

De kennis van geschiedenis speelt een belangrijke rol zodra het erom gaat een thema vast te stellen, omdat de situatie van de schepper immers vaak de aard van zijn werken bepaalt, zelfs als deze, dikwijls, door middel van tendentieuze fabricaties tot stand is gekomen.

Toepassing op Baudelaire

Personen met verschillende interesses laten er een weerklank van gebeurtenissen achter, die ze met behulp van hun verbeeldingskracht weer opnieuw vormen, door op hun beurt weer op andere bedenksels te reageren. Zo laten sommige volksliederen twee stemmen horen die elkaar in een artistiek debat waarin een gezichtspunt steeds weer wordt vervolgd of herzien door een ander, antwoorden [818]. Ook leraren hebben, bij de morele vorming van de jeugd, als doelstelling dat deze weldra iets van hun ideeën aan de volgende generatie doorgeeft. Baudelaire heeft met het hierna volgende opstel, met als onderwerp een edelman die de Revolutie ontvlucht, overgenomen uit „het Genie van het christendom“, van Chateaubriand, en vertaald door Jules Mouquet, in 1837, op de middelbare school Louis-le-Grand de eerste prijs voor Latijnse verzen gewonnen [191]-[652]: «Toen het sombere Schrikbewind van alle kanten
De geterroriseerde burgers bedreigde, en Frankrijk bleek werd van het ongeruste waken,
Zei men dat één van die ongelukkigen, om aan de bijl van het gepeupel te ontkomen,
Het land van zijn voorvaderen ontvluchtte
En temidden van de wateren een wankele toevlucht zocht.
Zijn laatste centen staan hem inderdaad net
De aanschaf van een bootje toe: hij vertrouwt aan de hem gunstiger genegen golven van de Rijn
Zijn enige rijkdommen toe, zijn vrouw en zijn twee kinderen,
Door hen alle drie in dat onbetrouwbare toevluchtsoord samen te brengen.
De rivier verschaft een mager rantsoen van enkele sporadische vissen,
En de genadige wateren beschermen het leven dat de aarde hun weigert.
Nogal vaak begeeft hij zich
Weggejaagd hetzij van de ene, hetzij van de andere oever, al roeiend
Naar de overkant; maar nog vaker
Stelt hij zijn boot in het midden van de rivier in veiligheid.
Hij wordt, zoals geen andere Fransman, van de oever van zijn vaderland verjaagd.
Frankrijk verbant deze verdoemde; als een ontaarde moeder,
Weigert ze haar kinderen te erkennen, en jaagt ze van haar borst weg.
Maar zodra de stille nacht de rust op haar grond terug had gebracht,
Kwam hij, daarmee een vrome overtreding begaand, gebruikmakend van de duisternis, in zijn vaderland terug:
Als hij de welbekende, -vroeger gezegende!- oevers betreedde
Overspoelde hij zijn geboortegrond met bittere tranen;
En hij rukte onkruid los en verzamelde takjes, en dan, als hij dat droge materiaal opeengehoopt had
Stak hij het met een lucifer in brand
Om z’n vissen, geschenken van de rivier, te bakken.
Er rest deze bannelingen een schrale troost bij dit grote verdriet:
En wel dat ze, als ze in de buurt komen van hun vaderland, via de welbekende rivier,
In de verte de donkere heuvels en de kastelen,
Hun voorvaderen zo dierbaar, zien en ze de lucht inademen die wellicht de bloemen in de tuinen van het geboorteland heeft gestreeld.»

§569
· Mentor en draaikolk
Theorie

Wanneer in een deksel twee denkbeelden voorkomen, die kunnen dienen voor het vaststellen van een thema dat moeiteloos toegekend kan worden aan een tweede, aan de geanalyseerde grot voorafgaande of uit dezelfde tijd ervan daterende tekst, wordt dat koppel begrippen een mentor van elk van die twee werken, evenals van het deksel waar het uit wordt genomen, genoemd. Hier is het nauwelijks van belang dat hetzelfde zich voordoet met meer boekwerken dan twee. In alle gevallen vormt het koppel teksten of het groter aantal, een draaikolk.

Methode

Teneinde een subjectieve beoordeling betreffende het thema van een tekst te voorkomen, is het vaststellen van een gelijksoortig werk nuttig. De exegeet die niet in staat is zich aangaande een artistieke performance kritisch op te stellen, omdat die te ontroerend is om objectief te blijven, slaagt er bij een tweede staaltje van schoonheid, dat veel van het eerste weg heeft, dikwijls in zich van zijn fout bewust te worden. Daarvoor is het voldoende dat er minder verwantschap tussen het tweede kunstwerk en het intellectuele of het gevoelsleven van de interpreet bestaat dan dat met het eerste kunstwerk het geval is.

Toepassing op Baudelaire

In „Samenspel“ is de mentor “"de verbeelding", "de kunsten"” voorstelbaar, gezien het reeds waargenomen deksel “de verbeelding wordt, in elk der kunsten, ondersteund door de invloeden van al die verschillende takken”. Zeker, blijkbaar zouden we deze vorm “"de verbeelding", "de kunsten"”, moeten verwerpen, gezien het feit dat elk gedicht, per definitie, deze mentor wel moet bevatten, omdat er tussen poëzie enerzijds en verbeelding en kunst anderzijds immers noodgedwongen een intense relatie bestaat. Het zouden dus woorden zijn die geen enkele beslissende aanwijzing bevatten. Maar, een tak van kunst is niet hetzelfde als alle kunsten, en Baudelaire mag zich dan onophoudelijk met zijn kunst bezighouden, hij vraagt zich niet speciaal bij elke gelegenheid, alsof het zijn hoofdonderwerp zou zijn, af welke rol de andere kunsten spelen in de verbeelding die hem tot schrijven aanzet.

§570
· Acolieten en huizen
Theorie

Wanneer een grot met een deksel een mentor oplevert die geschikt is voor een draaikolk, wordt hij een huis genoemd. Elke andere tekst van de draaikolk dan het huis is daar een acoliet van. Zodanig is „Samenspel“ een huis. Ten eerste is het zo dat het thema ““de verbeelding wordt, in elk der kunsten, ondersteund door de invloeden van al die verschillende takken” het hele gedicht door voorkomt en het dus als deksel kan fungeren. Vervolgens wordt de mentor “"de verbeelding", "de kunsten"” waargenomen als thema van een ander gedicht, „de Bakens“, dat dientengevolge een acoliet van „Samenspel“ is.

Toepassing op Baudelaire

Baudelaire citeert in dat gedicht een aantal producties van de beeldende kunst, waarin hij «een zich herhalende echo» aantreft, die een gewoonte vormt [[1099]] in Index II (Gedichten)">[[1099]]. Bovendien verwijst hij naar [[1097]] in Index II (Gedichten)">[[1097]]-[[1098]] in Index II (Gedichten)">[[1098]]- [[1100]] in Index II (Gedichten)">[[1100]]«…een onderdrukte zucht van Weber…» en naar "Te-Deums" (lofzangen), en zelfs naar «…een hulproep van in een groot bos verdwaalde jagers!» Het is ook opmerkelijk dat Baudelaire aan de twee gedichten, in de uitgave van 1857, de nummers IV en VI toegekend heeft.

Methode

Het idee dat we een serie moeten samenstellen, waarvan het in aanvang bestudeerde voorwerp deel uitmaakt, nemen we van de archeologen over. Het enige initiatief dat we nemen is dat we het minimale aantal teksten dat een draaikolk vormt tot twee beperken. Gehrard schreef [896]: «Wie één monument heeft gezien, heeft er geen gezien; wie er een duizendtal heeft gezien, heeft er één gezien.» Louis Robert formuleert het zo [896]: «Een serie vormt inderdaad een essentieel principe. Een geïsoleerde uiting levert slechts een fragment van wat hij wil meedelen; alleen in een serie komt deze volledig tot zijn recht; hoe groter en gevarieerder de serie is, hoe interessanter de uiting wordt.» Wat individueel, of in klein verband, wordt gemaakt, is pas op veel grotere schaal objectief waar te nemen. Het eerste grote vooroordeel dat een geleerde verhindert vooruitgang te boeken, is te zien dat de dingen die geen denkvermogen bezitten, een doel zoeken, en het tweede is wanneer we iets uitsluitend aan een bepaald persoon toeschrijven, terwijl de bijzonderheid in kwestie in feite door een beweging naar voren wordt gebracht [896]-[897]-[898].

§571
· De opgeheven afstand in een grot
Theorie

Betreffende het biljart hangt elk contact tussen begrippen in hoge mate af van de verwijdering tussen deze beeldspraken, of van de aanwezigheid van een connector, maar, als het gaat om de beduidenis van een zitbank, binnenin een grot, wordt altijd verondersteld dat de schepper in staat is geweest alle elementen van de inhoud krachtig met elkaar te verbinden, zonder dat het, om een dergelijke intuïtie te rechtvaardigen, nodig is de afstand of de eventuele connectoren na te gaan. Om te beginnen is er de beknopte grot, dan de scherpe afbakening ervan en tenslotte de aard van het, slechts uit een mijmering over het niet uitsluiten van het verband tussen bepaalde beduidenissen bestaande, beeld waarvan we ons zonder moeite een voorstelling kunnen maken, dat alles verklaart dat gemakkelijke contact, zelfs wanneer de ideeën in kwestie uit diverse gebieden, van de tekst, afkomstig zijn. Daaruit volgt dat om, aangaande een gamba, de berekening, front na front, van de verwijdering tussen de beeldspraken, helemaal achterwege te laten, we slechts hoeven na te gaan of deze laatste van dezelfde grot deel uitmaken.

Methode

Vaak stelt de schepper uit het verleden zich, door middel van het aantal fronten dat zich tussen de beeldspraken bevindt, niet precies op de hoogte van de afstand die de begrippen van het biljart van elkaar scheidt. Wel, voor de exegeet is het gunstiger dat de schepper zich niet om deze afstanden bekommert, want zo blijft de uitleg van een bepaalde list van de auteur onaangetast. Het is inderdaad niet zeer waarschijnlijk dat de schepper opzettelijk twee woorden, waarvan hij de beduidenis heimelijk met elkaar in verband wilde brengen, van elkaar heeft verwijderd om de exegeet daarmee te misleiden, omdat in zijn tijd deze vaststelling van het verband tussen beduidenissen door middel van de afstand, nog niet alom bekend was. De vertolker maakt zo van deze afwezigheid van bedrog gebruik, als hij op zoek is naar een bepaalde beduidenis van het biljart. Bij het vaststellen van de gamba’s treden twee nieuwe mogelijkheden voor het voetlicht. Enerzijds wil de exegeet, in plaats van de gedachte te vervolgen die de auteur zichtbaar heeft willen meedelen, enkel de mijmering van de schepper, met betrekking tot een beeldspraak die hij niet heeft willen bestrijden, bepalen. Anderzijds verliezen de afstanden die de woorden van elkaar scheiden, hun belang, omdat de grot, als hij helemaal compleet is, er immers uitziet alsof deze creatieve mijmering hem in alle richtingen, en eindeloos, doorkruist.

Toepassing op Baudelaire

De beknopte vorm vergemakkelijkt ongetwijfeld het dooreenlopen van de talloze, hier en daar in een tekst verspreide, ideeën, zodat we gemakkelijk begrijpen dat, wat Asselineau betreft, de methode die Baudelaire toepast [40]: «…zowel het kleine aantal, als de uitmuntendheid van zijn werken verklaart.»

§572
· Het overhemd
Theorie

Om een gamba goed te begrijpen, is het soms nodig dat we onze toevlucht tot heel geringe aanpassingen van de tekst nemen. Die middelen om genoemde veranderingen aan te brengen, bestaan uit het overhemd. Geen ervan hoeft verplicht gehanteerd te worden, omdat het doel hier immers slechts toegankelijk taalgebruik is. De drie gedeeltes van het overhemd worden “terras”, “koker” en “klomp” genoemd en wanneer het overhemd geen wijziging aanbrengt, geven we daaraan de naam “toonbank”, evenals aan iedere toepassing van de capaciteiten ervan. De klomp bestaat uit het geheel van de gebruiksvoorwaarden aangaande de veranderingen die door koker of terras in de tekst worden aangebracht. Ten eerste moet elke wijziging reeds in de tijd dat het werk is verschenen, in het milieu van de schepper, mogelijk zijn geweest. Vervolgens moeten de critici niet bij machte zijn de uitgevoerde verandering, als zijnde een tegenstrijdigheid, te verwerpen.

Methode

Het blijft, voor critici, vaak een eenvoudige zaak om woorden aan te geven die in de tijd van de schepper onbekend waren, teneinde aan zinnen die een twijfelachtige presentatie van de tekst geven, meer bedrieglijke scherpte te verlenen.

Toepassing op Baudelaire

Maar alvorens de interpreet ervan te beschuldigen dat hij een gebrekkige methode toepast, is het aanbevolen na te gaan of de auteur zelf, ten tijde van het werk in kwestie, niet het als verdacht beoordeelde woord heeft verzonnen. Door van «chercherie» (zoekerij) te spreken, stelt Baudelaire zijn exegeten in staat een onderzoek in te stellen naar het belang dat hij aan de verschillende vormen van nieuwsgierigheid op het vlak van de intelligentie of het gevoel hechtte, zelfs als die door foutieve maaksels gevoed wordt [677].

§573
· Buis
Theorie

In een en hetzelfde algemene schot (T(.)J(.)Z), bestaat een buis uit ongeacht welk van de drie ideeën T, J of Z, op de enige voorwaarde na dat het op z’n minst verwijst naar een front van de onderzochte tekst. De buis ontstaat zelfs wanneer, daarin, met behulp van het overhemd, een bepaalde lichte verandering, bijvoorbeeld met betrekking tot een bepaald front van de tekst, nuttig blijkt te zijn om iedere vergissing in de beschrijving van de inhoud die, noodzakelijkerwijs, buiten het becommentarieerde werk om wordt uitgevoerd, te voorkomen. Om de buizen genoemd op de diverse plaatsen van de aanduiding van het schot, zorgvuldig te identificeren, worden er verschillende namen aan gegeven: de spies wordt links aangeduid; de mand in het midden; de lok aan de rechterkant.

Methode

Elke verwijzing naar de fronten, die binnenin de gamba heeft plaatsgevonden, maakt het mogelijk ons voortdurend het voornaamste van de erin voorkomende denkbeelden in herinnering te brengen, in een omstandigheid waarin het gevaar van vergissing, gezien de diversiteit van de globale tekstuele inhoud en het formalisme van de ontleding ervan, niet gering is.

Toepassing op Baudelaire

De aanwezigheid van de door Baudelaire, in de gamba, gebruikte woorden, heeft voor de interpreet van een werk, ondanks de overvloed aan methodes om ze te noteren, hetzelfde nut als de zones op een kaart die de gebieden van een oceaan tonen, voor een zeeman, of de notenbalk voor een dirigent. Elk van hen, exegeet, kapitein of musicus, slaagt er, van het ene punt van het proces naar het andere, in de door hem gewenste kennis, “…door een woud van symbolen…” te vergaren. Hoewel voor Baudelaire het «Samenspel» kan bestaan uit overeenkomsten die de wereld der kunst inspireren, ofwel goddelijke tekens geadresseerd aan de mens, of een manier om God te antwoorden, moeten we evenmin, op overhaaste wijze, volkomen uitsluiten dat het vele verhoudingen tussen menselijke krachten kunnen zijn, ja zelfs relaties tussen de middelen die bij zo’n uitwisseling aangewend worden.

§574
· Balk
Theorie

Een front die zich in een grot bevindt, of de eventuele wijziging ervan binnenin een schot, met behulp van het overhemd, vormt een balk. Het front is echter niet langer een balk, als het eenvoudigweg verwijderd wordt. In een gamba is minimaal een balk per schot nodig, om de interpreet gerust te stellen dat hij zich geen andere tekst voorstelt dan het echte werk dat hij ontleedt. Daar komt uit voort dat er minstens twee balken in een betrouwbare gamba bestaan.

Methode

Het begrip balk houdt dus tegelijkertijd het front van de tekst, dat opnieuw in een schot is gebruikt, en het resultaat van de eventuele wijziging door middel van het overhemd in.

Toepassing op Baudelaire

Aangaande (de vifs piliers(.)Laissent(.)sortir de confuses paroles) (levendige pilaren(.)Laten(.)verwarde woorden los), verhindert de verandering van «vivants» (levende) in “vifs” (levendige) door middel van het overhemd, in geen enkel opzicht dat beide, «levende» en “levendige” dezelfde balk zijn.

§575
· Punaise
Theorie

Met behulp van de koker, waarvan het symbool (-[]) de punaise wordt genoemd, kunnen we elk onderdeel van de gamba, in grammaticaal opzicht, zo inrichten als we dat willen. Dit systeem vertoont enkele lichte schakeringen, door de rijkheid van de taal, maar meestal wordt, voor elk woord van een tekst, de mogelijkheid verschaft om het geschikter voor het commentaar te maken, terwijl deze veranderingen daar dan tegelijkertijd bij vermeld worden. Zo kunnen we, door een zin, waarvan de essentie gehandhaafd blijft, te reorganiseren, alles wat categorie, geslacht, aantal, tijd of externe accessoires betreft, opnieuw schikken.

Methode

Het gebeurt dat we sommige vormen van een overhemd moeten toelichten, in plaats van er en passant het gebruik van te signaleren, want als we verschillende middelen bij elkaar gebruiken, dreigt die opeenstapeling de helderheid te vertroebelen.

Toepassing op Baudelaire

Wanneer «homme» verandert in «Homme» vindt er maar één wijziging plaats, maar bij «symbolen» dat «symbolisatie» wordt, zijn er twee.Ten eerste hebben we uit het ene zelfstandige naamwoord een ander gehaald, vervolgens zijn we van meervoud op enkelvoud overgegaan. Dat soort kunstgrepen stellen ons in staat “tempel(.)symboliseert(.)natuur” te noteren, daarbij uitgaand van «Natuur», «tempel» en «symbolen».

§576
· Bezuiniging van tekens
Theorie

Als we ons bedienen van de punaise, noteren we het symbool (-[]) aan het eind van het schot, en wel slechts één keer voor het geheel van de aangebrachte veranderingen. Zelfs indien in elke buis een wijziging wordt waargenomen, moet het genoteerd worden als (T(.)J(.)Z-[]). In (De Natuur(.)wordt(.) gesymboliseerd door een tempel-[]), gebruiken we de koker, omdat het woord «symbolen» wordt veranderd, teneinde de vorm “gesymboliseerd” te verkrijgen.

Methode

Het overhemd benadrukt de verschillen tussen schot enerzijds, en uitspraak, noot, ribstof, duffel en vilt anderzijds, omdat tot nu toe immers nog geen wijziging van de fronten in deze verhandeling was uitgevoerd.

Toepassing op Baudelaire

Toch doen schotten vaak aan noten denken. Zo is rb(Natuur~tempel) niet in strijd met (Natuur(.)is(.)tempel), en zulke beduidenissen die dicht bij elkaar liggen, hebben voor de exegeet als voordeel dat hij relaties tussen betekenissen, waarvan hij het belang al lang van tevoren ingezien had, kan aanwenden voor nieuwe doelstellingen.

§577
· Tunnel
Theorie

Het eerste aspect van het terras is de tunnel, die eruit bestaat dat men, om een levendiger beeld dan gewoonlijk van de door een tekst ter sprake gebrachte situatie te verkrijgen, zich daarvoor het recht voorbehoudt om die situatie even te benaderen alsof het slechts om voorwerpen gaat die los van de schepper staan. Maar men handelt zo, terwijl men, integendeel, heel goed weet dat bij een verzonnen tekst, alleen de inhoud telt, niet de voorwerpen. Het gaat namelijk niet om wetenschappelijke zaken, in verband waarmee men zijn objectiviteit, door middel van steunpunten, bewijst.

Toepassing op Baudelaire

„Samenspel“ ligt veel te ver van de constatering af om, als we spreken van een objectieve ontleding van de feiten, in dit gedicht, dat iets anders dan provocatie te noemen.

Methode

Toch moeten we, zelfs aangaande de bobbels, achter de betekenis in het denkbeeld, het belang van de voorwerpen met betrekking tot de beduidenissen erkennen, want zonder zaak kunnen we ons niet ergens een idee van vormen. Dermate, dat zelfs voor een verkeerde voorstelling van iets een object nodig is [753].

§578
· Herstelling
Theorie

Een tweede middel waarover het terras beschikt is de herstelling. Die bestaat uit een bepaalde toevoeging van beduidenis of van tekens die niet tot de tekst behoren, hetgeen tot doel heeft de uitleg van de beeldspraken van het schot te vergemakkelijken.

Methode

De mogelijkheid is dus aanwezig om leestekens, lidwoorden of woorden toe te voegen, als ondersteuning van een toelichting, op een onderdeel van de ontlede tekst, die anders wat ondoorzichtig zou blijven.

Toepassing op Baudelaire

In “…via een antwoord van de kleuren aan de geluiden…” is met name “via” dat niet in „Samenspel“ voorkomt, extra toegevoegd. Het gebruik van ongeacht welke hoofdletter uit het Latijn, of zelfs van meerdere, voldoet om een herstelling te symboliseren. Aangezien die herstellingsletters dezelfde zijn als die waarvan we ons voor de buizen, fronten of vakjes bedienen, moeten we de tekst goed in het oog blijven houden, evenals hetgeen er als detail aan toegevoegd wordt, teneinde de operatie die in een gamba met behulp van een overhemd wordt uitgevoerd, goed te begrijpen.

§579
· Puntgevel
Theorie

Een derde aspect van het terras komt aan de orde wanneer we het ene denkbeeld vervangen door het andere, dat er veel gelijkenis mee vertoont, maar dat uit een woord met een heel andere stam bestaat. Zo kan bijvoorbeeld “heiligdom” het woord «tempel» vervangen, of “in de” het woord «van», om “in de verte” te vormen. Zo’n toelichting noemen we een puntgevel. Met de omschrijving “\"In de tempel, wordt de mens ingewijd door wouden van symbolen" en de schepper heeft, op z’n minst in een vluchtige opwelling of op dromerige wijze, de interpretatie volgens welke dat de voorbereiding is van "Er zijn geuren…als een kinderhuid…als hobo’s…als weiden, -En andere…Zoals amber, muskus, benzoë en wierook" niet willen dwarsbomen/”, hebben we “wordt ingewijd” in plaats van «gaat…door» geschreven, en op die manier hebben we de puntgevel gebruikt. In deze hoedanigheid bestaat «passe» (gaat) uit een balk, gezien het feit dat dat front enkel met behulp van het overhemd is veranderd, om in de vorm van “wordt ingewijd” gepresenteerd te worden. We hebben het veelvuldig over “passer avec succès l'épreuve d'une initiation” (met succes een inwijdingstest doorstaan), de vervanging van het ene denkbeeld door het andere kan dus vergezeld worden door de pretentie om de woorden van Baudelaire op expliciete wijze over te brengen. Zelfs indien we, later, een verandering in ¨de Toverfluit¨ van Mozart aan willen brengen, komt de herinnering eraan toch even in ons op.

Methode

De totale abstractie wordt in het overhemd vermeden, want als de wijziging een destructie van het denkbeeld in het front wordt, leggen we dat front in geen enkel opzicht nog langer als een balk vast.

Toepassing op Baudelaire

Wanneer we veronderstellen dat woorden evenzovele symbolen vormen en vervolgens die woorden gebruiken om een geheel van concretere symbolen te becommentariëren -met name geuren en kleuren- lopen we het gevaar dat we onszelf in zo’n opeenstapeling van, hoewel in aanvang goed zichtbare, lagen logica verliezen, en zo komen we opnieuw uit bij «…lange echo’s die zich van ver vermengen…»

§580
· Leuning
Theorie

We roepen een vierde terrasvorm in het leven, de leuning, die eveneens hulp geeft bij de toelichting, bestaande uit het veranderen van de volgorde waarin de woorden van de tekst staan, het wegnemen van een bepaald gedeelte, of tenslotte het overnemen van een idee dat we ergens uit de onderhavige tekst hebben genomen en dat zich wel of niet dichtbij de balken van de gamba in kwestie bevindt, teneinde het in veel nauwer contact te brengen met een zone die beslissend is voor de betekenis waar het hier om gaat. We moeten hierbij echter elke belangrijke vervorming van de beduidenis die vanaf het begin aanwezig is, vermijden. Enkel onze toevlucht nemen tot “…comme la nuit et la clarté…” (…als de nacht en de dag…) in plaats van «…comme la nuit et comme la clarté…» (…als de nacht en als de dag…) te schrijven, is een ongevaarlijke leuning.

Methode

Het blijkt echter te gevaarlijk te zijn van een bepaalde illustratie gebruik te maken als niet het geringste steunpunt bijval schenkt, zelfs als we daarbij de hulp genieten van een bretel of gieter, gezien het feit dat de uitleg er lastiger en niet gemakkelijker door zou worden. Illustraties treffen we in denkbeeldige, maar artistiek gezien beroemde gevallen aan, of in reële situaties, in het kader van geschiedkundig, archeologisch of geografisch onderzoek.

Toepassing op Baudelaire

Zo kan, door een beroep te doen op een bretel die een onserieuze exegeet in het leven zou willen roepen met behulp van daadwerkelijke kennis aangaande het artikel van Baudelaire over die beroemde episode uit het leven van de kunst, «tempel» onmogelijk “Wereldtentoonstelling van 1855” genoemd worden [714].

§581
· Kaap
Theorie

Een vijfde terrasvorm is die van de kaap. Opnieuw interpreteren we een balk, maar deze keer trekken we profijt van twee verschillende beduidenissen van hetzelfde woord.

Methode

Aangezien het werkwoord “zijn” enerzijds “zich presenteren als” en anderzijds “bestaan” beduidt, is het geschikt om een kaap te vormen. “Mars is een planeet” beduidt “Mars presenteert zich als een planeet”. “Er is geen planeet die zo massief is als de zon” heeft als beduidenis “er bestaat geen planeet die zo massief is als de zon”.

Toepassing op Baudelaire

Uitgaande van het gedeelte «De Natuur is», dat zich in de eerste regel bevindt, zouden we “De Natuur bestaat” kunnen schrijven, omdat we daarvoor enkel de beduidenis “bestaan” van het werkwoord “zijn”, die Baudelaire in de negende regel heeft gebruikt in «Er zijn geuren, zo fris…», op die plaats hoeven te gebruiken.

§582
· Drukknop
Theorie

Het inzetten van elk van de vijf vormen van het terras voor eenzelfde buis, wel of niet tegelijk met andere, kan aangeduid worden dankzij het symbool ([]-), de drukknop genoemd, dat we dan aan het eind van het schot vermelden, om zodoende het begrijpen van de gamba in geen enkel opzicht te belemmeren. Het gebruik van (T(.)J(.)Z[]-), zelfs als het terras enkel de spies T wijzigt, is bijvoorbeeld tamelijk overzichtelijk. Wanneer in hetzelfde schot (-[]) en ([]-) voorkomen, kan de vermelding van (-[][]-) in de plaats komen van (-[][]-), omdat we dan tijd winnen maar toch even helder blijven.

Methode

De vervorming die we, tijdens de uitwerking van de gamba’s, met betrekking tot een of meer gedeeltes van de tekst uitvoeren, moet zeer miniem blijven, om de wil van de schepper volstrekt niet aan te tasten, maar ondanks deze inachtneming, dreigt de handeling menig lezer te schokken en daarom moet men hierover ingelicht worden.

Toepassing op Baudelaire

Met het doel van «Vaste comme» (Weids als) over te gaan op “qui est vaste comme” (die weids is als) in (une ténébreuse et profonde unité qui(.)est(.)vaste comme la nuit et comme la clarté-[]-) (×(een duistere en diepe eenheid die weids(.)is(.)als de nacht en de dag)), voegen we “qui est” (die…is) toe met behulp van de leuning, terwijl we ons daarbij tegelijkertijd bedienen van de drukknop die, aan het eind van een schot, elke lezer op de hoogte brengt van het feit dat de exegeet zich bewust blijft van de vervorming die hij ons in het tweede kwatrijn doet ondergaan.

§583
· Linkerspijker en rechterspijker
Theorie

In een gamba bevinden zich twee schotten en de col. Binnenin elk der schotten, scheiden twee spijkers, (.) en (.), drie ideeën ofwel buizen van elkaar, die samen slechts één denkbeeld vormen. Daar komen verschillende mogelijkheden uit voort, omdat in elke buis soms immers één enkele, maar in andere gevallen meerdere pionnen aangetroffen worden. In alle gevallen spreken we van “linkerspijker” en “rechterspijker”. De spies van het schot (levende pilaren(.)laten(.)soms verwarde woorden los) bestaat uit twee pionnen: «levende» en «pilaren». Die buis «levende pilaren» wordt voor de linkerspijker vermeld, terwijl «laten», de mand, temidden van de spijkers en voor de lok «soms verwarde woorden los» wordt genoemd.

Methode

We zien, binnenin een gamba, een drietal syntheses in actie: één uitgevoerd door de col ([[][]]), met betrekking tot het geheel van de gamba en die dus tegelijkertijd de twee schotten betreft; plus de twee syntheses die in elk der schotten door de mand tot stand worden gebracht en de spies en de lok tot één geheel maken. Slechts één algemene vorm, (T(.)J(.)Z), is in elk der schotten van verschillende inhoud bedrijvig, en het feit dat ze elkaar overlappen is te danken aan de col ([[][]]), die meedeelt dat de schepper op z’n minst in een vluchtige opwelling of op dromerige wijze, de interpretatie volgens welke het ene schot het andere voorbereidt, niet heeft willen dwarsbomen.

Toepassing op Baudelaire

We houden ons, in elk der schotten, aan een interpretatie waarin geen enkele soort link voorkomt die twee nadrukkelijk door de tekst genoemde beweringen met elkaar verbindt. Bovendien vermijdt elk der schotten het, ondanks het feit dat het gebruik van het overhemd tot de mogelijkheden behoort, om de beduidenis van het biljart te veranderen. Zo wordt (symbolen(.)gadeslaan(.)mens), hoewel we toegeven dat er een gedeeltelijke wijziging van de aanvankelijk volgorde van de ideeën heeft plaatsgevonden, de fundamentele beduidenis intact gehouden. Maar (De Natuur(.)is(.)een amber) wijzigt zichtbaar de van het begin af opgemerkte beduidenis en kan dus slechts een illusoir commentaar opleveren. De exegeet, die zich van meet af aan heeft vergist, dwaalt van het sonnet af, probeert tevergeefs om het opnieuw in elkaar te zetten, wordt schepper en laat zijn eerste taak schieten, hoewel hij er behagen in schept om de interpreet van goede wil nog te imiteren.

§584
· Hak
Theorie

Een hak bevindt zich in een gamba die door het bestaan van moeilijk direct te vatten bijzonderheden in het binnenste ervan, ingewikkeld is gemaakt. Allereerst treffen we in de gamba een precisering aan van de enigszins vage aspiratie van de schepper om een zo groot mogelijke rigorositeit in acht te nemen, ondanks het feit dat het onderhavige boekwerk tot het domein van de denkbeeldige teksten behoort. Vervolgens laten wij u daar met twee verschillende modellen binnenin dezelfde globale interpretatie kennismaken: één versie zonder passage door de tunnel, en een andere van dezelfde aard. Die twee versies worden metamorfosen genoemd. De eerste metamorfose omschrijven we als volgt: “de schepper, die coherent wenst te zijn, heeft, op z’n minst in een vluchtige opwelling, of op dromerige wijze, het denkbeeld dat de bewering…de voorbereiding is van de bewering…niet willen dwarsbomen”. De tweede metamorfose formuleren we zo: “de schepper, die coherent wenst te zijn, heeft, op z’n minst in een vluchtige opwelling, of op dromerige wijze, het denkbeeld dat de situatie omschreven in…de oorzaak is van die omschreven in…niet willen dwarsbomen”. Beide metamorfosen adopteren respectievelijk als symbool (ᵒ…'''is de voorbereiding van'''…) en het teken (˜*˜…ꞌꞌꞌis de oorzaak van'''…) We noemen (ᵒ) hier “luik” en (˜*˜) “kristal”.

Methode

Rest ons nog een onderdeel van de gebruikte woorden toe te lichten: “de oorzaak zijn van” is een manier van “voorbereiden”, dus de tweede metamorfose handhaaft zich binnen het algemene kader dat in paragraaf 565 met betrekking tot de gamba verschaft is: “(F(.)H(.)E) en de schepper heeft, op z’n minst in een vluchtige opwelling, of op dromerige wijze, de interpretatie volgens welke dat de voorbereiding is van (R(.)L(.)S), niet willen dwarsbomen”. We kunnen genoeg echte situaties observeren waarin twee werkwoorden hoegenaamd dezelfde beduidenis hebben, hoewel we het nauwlettend moeten bekijken, lijkt “de oorzaak zijn van” zich bijzonder goed aan te passen aan de beschrijvingen van feiten die niet direct van een persoon afkomstig zijn. Uiteindelijk is het aan de exegeet, als het om een situatie gaat die hij moet behandelen, de versie te kiezen die het best is aangepast aan de beduidenis van de passage uit de tekst, die hij op dat of dat exacte moment van zijn studie aangaande de interpretatie heeft geobserveerd.

Toepassing op Baudelaire

Laten we twee links tussen ideeën uit het gedicht „Samenspel“ bekijken, die elk een andere kant uit lijken te gaan, ondanks het verband ertussen. Bij \(ᵒde natuur is een tempel-[]'''is de voorbereiding van'''antwoorden geuren, kleuren, en geluiden elkaar-[])/ is het voor de hand liggend te menen dat de betekenis afkomstig is van het feit dat de schepper de dingen die ons raken, heeft gemaakt als gelovigen die gedeeltes uit de liturgie, bestaande uit een reeks vragen en antwoorden, zingen. We stellen voor anderzijds \(˜*˜de mens(.)gaat(.)er wouden van symbolen door-[]'''is de oorzaak van'''antwoorden geuren, kleuren, en geluiden elkaar-[])/. Hierbij komt het idee in ons op dat de kunstenaar, «de mens» bij uitstek, door middel van de artistieke inwijding die we van hem ontvangen, die fijngevoeligheid die ons in staat stelt het verband in overeenkomst tussen geuren, kleuren en geluiden op te merken, veroorzaakt. Het is klaar dat het verschil tussen de versies even gering als belangrijk is.

§585
· Ontginning
Theorie

Een ontginning bestaat uit meerdere hakken, bijeengebracht door een exegeet, om een interpretatie van de tekst samen te stellen. Aan de ene kant lijkt de mijmering van de schepper veel te vaag om hem, tot in de kleinste details, dat soort samenvatting te kunnen verschaffen. Maar aan de andere kant is zo’n dromerij onvermijdelijk onderworpen aan die gebruikelijke neiging van de menselijke geest om hem aan te zetten, soms op uiterst vage wijze, een overzicht van zijn gedachten te maken. Alleen wanneer de denker een diepe haat ten aanzien van sommige ideeën koestert, weigert hij vaak ze te integreren. Wel, dat zou met betrekking tot het resultaat van een lang proces van uitwerking, vooral gekenmerkt door de eigen motivatie en het persoonlijke karakter, zeer verwonderlijk zijn. De aannemelijkheid van een ontginning opspeuren komt erop neer te bepalen of het panorama dat de interpreet op het oog heeft, bestaande uit talrijke mijmeringen die door de grot tot stand kunnen zijn gebracht, echt de eigenschappen van een synthese bezit. Teneinde bij het samenbrengen van zulke denkbeelden, tot een eerste selectie over te gaan, is het vereist dat elke ontginning de vaste basis, bestaande uit de veronderstelling van zowel eenzelfde deksel als één enkele mentor, bezit.

Methode

Aangezien we een enigszins willekeurig deksel uitkiezen, terwijl andere soms eveneens waardevol zijn, beperkt deze beeldspraak, zelfs als hij al een licht synthetische beduidenis heeft, zich ertoe een bijzondere interpretatie van de geanalyseerde grot voor te stellen, zonder dat hij het resultaat vormt van grondige kennis aangaande de inhoud van de tekst.

Toepassing op Baudelaire

Indien we voor „Samenspel” het hierboven beschreven deksel “de verbeelding wordt, in elk der kunsten, ondersteund door de invloeden van al die verschillende takken” kiezen, zullen we ons er desalniettemin voor hoeden dat als de kern van alle opvattingen van de dichter aan te duiden.

§586
· Verzoeken
Theorie

Twee vragen, verzoeken genaamd, maken het mogelijk de intensiteit van de relatie tussen de hak en de ontginning te beseffen. De eerste, de voltige geheten, betreft een balk van het eerste schot, terwijl de tweede, de eis, betrekking heeft op een balk van het schot rechts. De voltige maakt geen gebruik van de tunnel, in tegenstelling tot de eis. Het antwoord op elk van de vragen is eveneens verschillend. De voltige ontvangt een antwoord met het deksel als centraal punt, maar voor de eis wordt de mentor ingezet.

Toepassing op Baudelaire

Een bevestiging vergezeld van een tunnel is bijvoorbeeld “dat er onder voorwerpen, wouden van symbolen bestaan”. Dat is schijnbaar gemakkelijker te begrijpen dan het begrip, gepresenteerd zonder tunnel, dat ons meedeelt dat “de schepper een zekere symboliek bedenkt, uitgaande van de voorstelling die hij zich van wouden maakt.”

Methode

Door gebruik te maken van voor de hand liggende kunstmiddelen die, aangaande een verzonnen tekst, op die manier van het idee op het voorwerp doen overgaan, ontdoet de exegeet zich voor een ogenblik van heel wat complicaties die in zijn interpretatie dreigen op te treden, en handelt als iemand die zich aan de allereerste intuïtie overgeeft. Hij stelt zich een schepper die de wereld beschrijft voor, in plaats van te accepteren dat die auteur laat zien welke voorstelling hij van de wereld heeft. Op dezelfde wijze noemt de leraar tijdens een toneelles, moe van het alsmaar vertellen dat “het beeld dat Molière zich van Alceste vormt tegelijk dat van het slechte humeur is”, tenslotte de figuur alsof hij werkelijk bestaat: “Alceste is slecht gehumeurd”. Het uiteindelijk overgaan tot het gebruik van voorwerpen lijkt eenvoudig. Kant heeft Plato zelfs verweten dat hij het belang van die lange weg onderschat heeft, omdat hij zich in wankele veronderstellingen verloor [474¹]-[474²]. Toch heeft de filosoof uit Königsberg dezelfde soort fout gemaakt, toen hij naar voren bracht dat er een denkvorm bestond waarin niets van de invloed van tastbare zaken getuigde [470]-[471]. Integendeel, we moeten leren onze gedachten beter dan onze voorgangers dat hebben weten te doen, weloverwogen volgens de contouren van de natuurlijke verschijningen te vormen, en wel zonder eraan te denken dat er kennis bestaat die volstrekt niet op ervaring berust. Behalve degene die het resultaat zijn van historisch onderzoek en dus recent zijn, zijn de grondslagen van onze intelligentie die ons in staat stellen de gewone dingen te beleven, niet afkomstig van abstracte begrippen die aan dat onderzoek vooraf zouden zijn gegaan, maar van de soort, dus van de invloed van de natuurlijke milieus. Daarin leefden de wezens van wie wij afstammen, en de kracht van de stoffelijke voorwerpen uit hun omgeving is dus niet na het bestaan van onze voorouders verdwenen. In elk tijdperk doen zich, sinds er leven op aarde bestaat, talrijke moeilijkheden bij de voortplanting voor; de selectie van nakomelingen ondergaat een verandering in de wereld, als het milieu dat de selectie uitvoert, zich wijzigt; en we zien dat de bevolkingen, over een onnoemelijk grote periode genomen, zich, steeds gedeeltelijk, dus geleidelijk, vernieuwd hebben [232]- [233]-[234]-[235]-[236]-[237]-[238]-[239]-[240]. Daar komen de vermogens van de overlevenden voornamelijk uit voort. In onze tijd komt de illusie dat een idee, buiten elke biologische vorming ervan door de dingen, in de gedachtenwereld voorwerpen in het leven zou roepen, voort uit de grote onwetendheid over de tijdsduur van onze langzame vorming in de loop van de evolutie. Dat ernstige gebrek aan kennis, die tegenwoordig toch in grote mate beschikbaar is, brengt sommigen er nog toe te menen dat de hoogste abstractie het voornaamste principe van onze gedachten uitmaakt, terwijl die uit een grotendeels onwillekeurig, biologisch resultaat, vergezeld van meer opzettelijke, historische wijzigingen, is geboren [19]-[20]-[21]-[268]-[270]-[470]-[471]-[476]-[500]-[722]. 277

§587
· Voltige
Theorie

De voltige houdt in feite de volgende woorden in: “hoe maken we de verbinding met het deksel…als we uitgaan van het idee dat de balk vertegenwoordigt…?” Om die vraag moeiteloos te doen begrijpen, is het soms nodig de balk heel iets te veranderen, of aan hetgeen hij uitdrukt iets toe te voegen, dat alles met behulp van het overhemd. Het aanvankelijke begrip, of dat verkregen na een lichte verandering, wordt de trapeze genoemd. Deze kan worden aangeduid met (.\.), een symbool dat we “riet” noemen. Bijgevolg heeft de voltige als inhoud: “hoe maken we, uitgaande van de trapeze...de verbinding met het deksel…?” Ook het antwoord op een voltige wordt soms met behulp van het overhemd gegeven. We beginnen met “dankzij…” en tenslotte geven we, exact of zo goed als, wat de vorm betreft, maar precies, aangaande de inhoud, het deksel

Methode

Voor ongeacht welke tekst verschaft het deksel, op z’n minst bij de berekening van de aannemelijkheid aangaande een ontginning, een bepaalde zekerheid met betrekking tot de eenheid die het nodig heeft.

Toepassing op Baudelaire

“De verbeelding wordt, in elk der kunsten, ondersteund door de invloeden van al die verschillende takken”, het deksel dat voor „Samenspel“ gekozen is, moet zo in staat zijn zijn rol te vervullen betreffende een mogelijke voltige van de metamorfose zonder tunnel \(ᵒ de vivants piliers.\.(.)laissent(.)parfois sortir de confuses paroles-[]ꞌꞌꞌis de voorbereiding vanꞌꞌꞌl'homme y(.)passe à travers(.)des forêts de symboles-[])/ (×(ᵒlevende pilaren.\.(.)laten(.)soms verwarde woorden losꞌꞌꞌis de voorbereiding vanꞌꞌꞌde mens(.)gaat(.)er wouden van symbolen door)). We bekijken eerst de voltige “hoe maken we de verbinding met het in paragraaf 570 bepaalde thema "de verbeelding wordt, in elk der kunsten, ondersteund door de invloeden van al die verschillende takken"?” Daarna bedenken we dat de term «pilaren», gebruikt in “de pilaren van de kunst, de meest beroemde vertegenwoordigers ervan” een goede trapeze zou zijn voor het begin van de voltige. Nu beschikken we dus over de volledige vraag: “hoe maken we de connectie met het thema "de verbeelding wordt, in elk der kunsten, ondersteund door de invloeden van al die verschillende takken" als we uitgaan van de trapeze "pilaren"?” We vinden zonder moeite het antwoord: “dankzij levende pilaren van de kunst die "de mens", nieuw en groot kunstenaar op het gebied van de esthetica, voorzien van een geperfectioneerd verbeeldingsvermogen in alle takken, waarmee hij aan de slag kan alsof hij vol met beelden van een reis door wouden van symbolen zit.”

§588
· Eis
Theorie

De eis heeft betrekking op het toekennen van het ene voorwerp aan het andere. Voor de vorm van de vraag wordt de tunnel gebruikt; er komt dus de vermelding van de twee voorwerpen in voor, waarvan de inhoud door gedachtepuntjes wordt aangeduid: “hoe kunnen we, aan de hand van de context, een samenvatting geven van hetgeen…ontvangt van…?” De eerste balk, waarvan de inhoud de lokvogel is, heeft betrekking op het voorwerp dat profijt van de relatie trekt. De lokvogel hoeft niet absoluut in de hak gebruikt te worden. Bovendien vestigt hij zich, wanneer we hem daar aantreffen, of in het ene, of in het andere schot, en komt het voor dat de balk ervan met behulp van het overhemd nader wordt samengesteld. Het is ons geoorloofd elke lokvogel te signaleren door middel van het symbool (<>), het fluitje genaamd. De laatste gedachtepuntjes vertegenwoordigen de feston: de beduidenis waarvan het voorwerp is het ding dat bestaat uit het voordeel verkregen door middel van het voorwerp van de lokvogel. Een balk drukt de feston in het rechterschot uit, maar soms het komt voor dat het overhemd hem de middelen aanreikt om die te vermelden. Soms is het praktisch om ons, in het tweede schot, te bedienen van [.], het symbool van de feston, “werpschijf” geheten. Laten we de beschrijving van de eis besluiten met de volgende verklaring waarin de tunnel voorkomt: het voorwerp van de lokvogel ontvangt iets van dat van de feston. We stellen voor nu het antwoord te behandelen: dat verwijst met name naar de mentor, bevat de tunnel, en we treffen er de woorden “alles wordt ongeveer als volgt samengevat…” aan. Wat de details van de eis aangaat, we hebben dikwijls een ruime keus aan ideeën tot onze beschikking, maar het voornaamste is dat hij de rol van de mentor verheldert.

Toepassing op Baudelaire

Laten we nu de metamorfose zonder tunnel, \(ᵒde vivants piliers(.)laissent(.)parfois sortir de confuses paroles-[]ꞌꞌꞌis de voorbereiding vanꞌꞌꞌl'homme<>y (.)passe(.)à travers des(.)forêts[.]de symboles-[])/ (×(ᵒlevende pilaren(.)laten(.)soms verwarde woorden los'''is de voorbereiding van'''de mens<>(.)gaat(.)er wouden[.]van symbolen door)) nader bekijken. We gaan uit van «forêts» (wouden), vermeld in het rechterschot, daarna bekijken we de eis: “hoe kunnen we, aan de hand van de context, een samenvatting geven van hetgeen "L'homme" (de mens) ontvangt van de "forêts" (wouden)?” We antwoorden met een verwijzing naar de mentor: “alles wordt ongeveer als volgt samengevat: ‘’"de verbeelding", "de kunsten"‘’ doordat het verstand en de gevoeligheid zich tot een actief gepeins keren, dat na verloop van tijd de kunsten voortbrengt, door uit te gaan van een hecht verband met gebieden die tot de werkelijkheid behoren.”

Methode

Met behulp van de voltige en vervolgens van de eis, beseffen we het belangrijkste van de beduidenis van de hak, zodat we de inhoud zouden verwerpen, indien de test ons uiteindelijk zou doen inzien dat daarin veel zwakheden voorkomen. Het op deze wijze gelijkvormig maken van ontledingsmethodes heeft ongetwijfeld iets saais, maar we moeten, deze vereenvoudiging terzijde gesteld, de aannemelijkheid van interpretaties beoordelen, nu eens aan de hand van dit criterium, dan weer aan de hand van een ander. Eens te meer is het dus nuttig om de wiskundige te imiteren, in een ander domein dan het zijne, van het dankzij onze eigen ervaring bepaalde standpunt uit gezien, door een adaptatie van zijn perfecte handelwijze te gebruiken voor de weinig heldere voorwerpen die verzonnen teksten opleveren. Enerzijds stelt de geleerde een systeem van axioma’s samen, omdat hij de belangrijke regels van zijn bezigheden meedeelt, met het doel ze voorgoed, zonder tegenstrijdigheid te kunnen preciseren, terwijl hij tegelijkertijd redeneringen formuleert. Anderzijds is hij bezig met formaliseren, want hij brengt alles wat, in een bepaald opzicht, betreffende voorwerpen die ogenschijnlijk verschillend zijn, overeenkomst vertoont, onder één noemer samen, teneinde slechts één enkel bewijs te leveren aangaande een denkbeeld dat op het schikken van heel veel voorwerpen betrekking heeft. Die twee manieren hebben hetzelfde oogmerk: de controle vereenvoudigen van hetgeen onze, altijd uitermate rijke, verbeelding binnenkomt bij het gewaar-worden van de talloze weerspiegelingen van de werkelijkheid, die ons onder de druk van de voorwerpen toekomen.

§589
· Fender en bekleding
Theorie

We bedenken, onze intuïtie volgend, voor elke hak, twee schema’s die een belangrijk aspect ervan moeten verdiepen en dat dus gemakkelijk te herkennen is: de fender en de bekleding, die samen de zwengels vormen. Hoewel er talloze benaderingswijzen van de hak bestaan, beperken we ons tot twee ervan, één van elke soort, aangezien we het verstand niet in de war moeten brengen, maar, door middel van een intuïtieve methode, moeten helpen om de inhoud te bepalen. De fender bestaat uit een toelichting van het standpunt van waaruit de schepper, veronderstellen we, op z’n minst snel of mijmerend, in zijn tekst, zonder tunnel gestalte wil geven aan een beduidenis die de indruk wekt dat deze de voorbereiding is van een andere. Bij \(ᵒdes symboles(.)correspondent(.)se-[]-ꞌꞌꞌis de voorbereiding vanꞌꞌꞌles parfums, les couleurs et les sons(.)répondent(.)se-[]-)/ (×(ᵒsymbolen(.)komen(.)met elkaar overeenꞌꞌꞌis de voorbereiding vanꞌꞌꞌgeuren, kleuren en geluiden(.)antwoorden(.)elkaar)), beschikken we over de volgende fender: “het kan niet anders of de schepper heeft, op z’n minst in een vluchtige opwelling, of op dromerige wijze, overwogen dat de voorstelling van eenzelfde vorm in de domeinen van de vijf zintuigen, het gevoel geeft dat die de voorbereiding is van het begrip dat wezens met een gevoelige aard, of de indrukken die ze in ons teweegbrengen, ook over zo’n reeks van dezelfde morele eigenschappen beschikken”. Voor de hakken van dezelfde ontginning vormen alle fenders bij elkaar er de takkenbos van. Anderzijds bestaat de bekleding uit een zeer kort schema op het intuïtieve vlak van de met tunnel verschafte hak. Wanneer we, voor de hakken van dezelfde ontginning, de bekledingen samenbrengen, vormen we daar de afdeling van. Bijvoorbeeld, wat de zojuist behandelde metamorfose betreft, \(ᵒ des symboles(.)correspondent(.)se-[]-ꞌꞌꞌis de voorbereiding vanꞌꞌꞌles parfums, les couleurs et les sons(.)répondent(.)se-[]-)/ (×(ᵒsymbolen(.)komen(.) met elkaar overeenꞌꞌꞌis de voorbereiding vanꞌꞌꞌgeuren, kleuren en geluiden(.)antwoorden(.)elkaar)) , hebben we een bekleding “de overeenkomst van de symbolen veroorzaakt de diverse antwoorden van geuren, kleuren en geluiden”.

Methode

Ofschoon de hak geen enkele illustratie zonder steunpunt mag bevatten, staat de fender, evenals de bekleding, dat wel toe, omdat de toepassing van de hak beslist niet aan dezelfde strenge voorwaarden hoeft te voldoen als de oorspronkelijke versie. Dat kan heel nuttig blijken te zijn, want het zou ons, aan de ene kant met behulp van de fender, en aan de andere van de bekleding, moeten kunnen lukken sommige hakken te voorzien van voorbeelden die ertoe kunnen bijdragen verschillende, nu nog neutrale ideeën op te doen, die later veel met het in oorsprong ingenomen standpunt gemeen blijken te hebben.

Toepassing op Baudelaire

Er doet zich niettemin een moeilijkheid voor. Of we nu een fictieve illustratie, ontleend aan een boek, gebruiken of een voorbeeld dat we uit een bepaald tijdvak der oudheid hebben genomen, doet er niet toe: we moeten in ieder geval het belang ervan aantonen. Als we dus naar Swedenborg willen verwijzen om de metamorfose \(˜*˜des symboles(.)correspondent(.)seꞌꞌꞌis de oorzaak vanꞌꞌꞌles parfums, les couleurs et les sons(.)répondent(.)se-[]-)/ (×(˜*˜symbolen(.)komen(.)met elkaar overeen'''is de oorzaak van'''geuren, kleuren en geluiden(.)antwoorden(.)elkaar)) te begrijpen, zullen we absoluut een passage uit de werken van de theosoof moeten kennen die strookt met het detail van de beduidenis in kwestie. Overigens is het waar dat we, ondanks het feit dat we al een groot aantal boeken hebben geciteerd, die in onze tijd enige verwondering wekken, teneinde een ieder in staat te stellen zich een voorstelling te maken van het geheel van overtuigingen waaruit Baudelaire heeft geput om zich op het esthetische vlak te vormen, niet in staat zijn precies te vertellen wat Baudelaire zelf serieus nam, en wat hij als een spelletje beschouwde om het hele publiek te vermaken. Als we de zaken nog ruimer bezien, moeten we onderstrepen dat we, hoewel we veelvuldig aanwijzingen geven met betrekking tot ideeën die de dichter misschien, in de hem vertrouwde milieus, had opgevat, op de lezer vertrouwen dat hij dergelijke notities niet verwart met beschrijvingen van methodes die ook, van tijd tot tijd, in deze paragrafen, maar vanuit een heel ander perspectief, worden verstrekt.

§590
· Takel
Theorie

De takel van een concrete metamorfose van een hak bestaat uit een geheel van veertien bepalingen, van elk wordt slechts één exemplaar verschaft: tekst, aanvulling van de draaikolk, complete toonbank, ontginning, deksel, mentor, takkenbos, afdeling, voltige, eis, feston, lokvogel, trapeze, met tenslotte, het keuzevoorwerp van de col ([[][]]), '''is de voorbereiding van''' of '''is de oorzaak van'''. De zodanig bepaalde metamorfose blijkt volkomen solidair met de takel ervan te zijn, aangezien de laatste er een heel groot aantal aspecten van determineert. Zo’n concrete metamorfose, waarvan we de takel hebben omlijnd, heet een paneel. We onderscheiden het door het eindteken (¨), “dorpel” genoemd. Een kwekerij is hetgeen overblijft van eenzelfde ontginning, wanneer we er maar één paneel per hak van bewaren.

Methode

Er bestaat geen enkele mogelijkheid aan een paneel bestaande uit \(E(.)H(.)Fꞌꞌꞌ[[][]]ꞌꞌꞌR(.)L (.)S)/¨ een andere takel dan die daarmee verbonden is te verschaffen, aangezien elk paneel slechts één takel bezit. Zo’n gelijke toewijzing heeft als gevolg dat we, bij het geleidelijke zoeken naar de panelen die het best het vermogen van de scheppende verbeelding operationeel in een tekst laten zien, betreffende praktisch ieder nieuw begrip van paneel, die toewijzing van een takel zullen moeten wijzigen.

Toepassing op Baudelaire

Bij het in elkaar zetten van de panelen zal, zelfs indien we de van tevoren bepaalde draaikolk voor „Samenspel“ behouden, de geringste verandering van takel, die door de rest van de uitwerking bruikbaar wordt, het paneel dat daarbij hoort wijzigen.

§591
· Gast, rekruut en collega
Theorie

Twee panelen van dezelfde kwekerij zijn elkaars gast. Zo is elke fender eveneens een rekruut voor de andere fenders van dezelfde takkenbos; en elke bekleding is, in eenzelfde afdeling, een collega voor de andere bekledingen. Om de betrouwbaarheid van een kwekerij correct te controleren moeten we er zeker van zijn dat de gasten goed bij elkaar passen. Er mag trouwens, betreffende de panelen van dezelfde kwekerij, geen enkele tegenstrijdigheid tussen enerzijds de rekruten en anderzijds de collega’s bestaan, om dezelfde reden dat die onvolkomendheid het geheel in moeilijkheden zou brengen.

Methode

Het is aan te bevelen zich, in het begin, tevreden te stellen met een tamelijk kleine kwekerij, omdat men er dan immers beter de moeilijkheden van opmerkt. De vrijheid die de tekst verschaft, om talloze kwekerijen uit te werken, wordt door de potenties van de inhoud ondersteund. Op deze manier heeft de interpreet de keus, wat doet denken aan het spel met een beweegbaar onderdeel, in een mechanisme, dankzij bepaalde vaste bewegingen die het globale gewenste effect niet verhinderen, en wat ook volstrekt niet zo lijkt te zijn.

Toepassing op Baudelaire

We zouden in staat willen zijn het verband tussen “nacht” en “vervoeringen”, in „Samenspel“, onmiddellijk te begrijpen, en de nieuwe, zojuist geschetste benadering laat doorschemeren hoe Baudelaire door middel van zijn woorden over de nacht die een is met de dag, met name het idee dat de vervoeringen van geest en zintuigen onze gedachten in hoge mate door elkaar brengen, heeft kunnen voorbereiden.

§592
· Het elastiek noemt het front van elk van de touwen
Theorie

We nemen onze toevlucht tot een kunstgreep, met het doel er later van terug te komen, ondanks een mogelijk toepassing van het overhemd op de drie fronten die de trapeze, de feston en de lokvogel vertegenwoordigen: het elastiek. De formulering ervan levert de balken op die deze drie ideeën voorstellen, plus het symbool van elk: (…(.\.);…[.];…<>). Trapeze, feston en lokvogel vormen, voor elk paneel, de “touwen”.

Methode

Omwille van de noodzaak het drietal “feston-lokvogel-trapeze” bij de berekening van de liniaal te gebruiken, is het nuttig de herinnering eraan volkomen levendig te houden. Bovendien, als de touwen, in de gedachten van de interpreet, eenmaal weer teruggeplaatst zijn, verschaffen ze hem al gauw de begrippen van elk van de andere balken, waarvan hij de beelden, dankzij de globale beduidenis van het paneel, bijna onmiddellijk terugvindt.

Toepassing op Baudelaire

We noteren, aangaande het elastiek (paroles.\.;chantent[.];homme<>) (woorden.\.;bezingen[.];mens<>), het paneel \(ᵒde vivants piliers (.)laissent(.)parfois sortir de confuses paroles.\.-[]ꞌꞌꞌis de voorbereiding vanꞌꞌꞌdes parfums² frais…doux… verts…corrompus, riches et triomphants(.)chantent(.)[.]les transports de l'esprit et des sens)/¨ (×(ᵒlevende pilaren(.)laten(.)soms verwarde woorden.\.losꞌꞌꞌis de voorbereiding vanꞌꞌꞌgeuren²…fris…zacht…groen… bedorven, rijk en zegevierend(.)bezingen(.)[.]de vervoeringen…van geest en zintuigen)). Hier stelt «homme» (mens) de lokvogel voor, en «chantent» (bezingen) de feston. De mens kan van de zang van de geuren genieten en de materie van dat voordeel wordt aangeduid door het korte antwoord dat de eis verkrijgt: “alles wordt ongeveer als volgt samengevat: ‘’"de verbeelding", "de kunsten"‘’ doordat het verstand en de gevoeligheid zich tot een actief gepeins keren, dat na verloop van tijd de kunsten voortbrengt, door uit te gaan van een hecht verband met gebieden die tot de werkelijkheid behoren.” Volgens de dichter bevat de daad van de zang, door een soort van gelijkenis, het belangrijkste van de kunsten, die grotendeels uit de verbeelding voortkomen. De culturele wereld, aangetrokken door een nieuw, groot kunstenaar, «de mens», is geïnteresseerd in iets belangrijkers dan die figuur, die op zichzelf al verwondering wekt. Onder de principes waarop de schoonheid berust die men ziet in de dingen, door de «pilaren», ofwel grote kunstenaars, aan oplettende zielen aangeboden, zouden de overeenkomsten die tegenstrijdige zaken met elkaar in contact brengen, een belangrijke plaats bekleden. De verheerlijking van het opwekken van verliefde gevoelens zou opwegen tegen het roemen van de orgiastische impressie van lichamelijke intensiteit. Het woord «die» in de laatste regel, verre van enkel naar bedorven geuren te verwijzen, zou tevens het idee van alle aangename geuren inluiden. In grammaticaal opzicht, wordt niets uitgesloten: «Er zijn geuren, zo fris…zacht…groen…En andere, bedorven, rijk en zegevierend…Die de vervoeringen bezingen van geest en zintuigen.» We zouden een bescheiden, zachte en frisse zang laten horen als gevoelens ontstaan en vervolgens een andere, luide die er de hevigheid van roemt. In beide gevallen, zouden zich «…vervoeringen…van geest en zintuigen» voordoen. Dit standpunt lijkt, logisch gezien, minder juist, maar slechts heel iets, dan het andere.

§593
· La
Theorie

De pyloon, betreffende een kwekerij verkregen door een paneel, is het geheel van tweetallen bestaande uit schotten; gasten; rekruten; collega’s; tweetallen waarvan elk onderdeel zelf ook tweevoudig is, omdat het immers bestaat uit het tweetal “voltige-antwoord daarop”; tweetallen waarvan elk onderdeel zelf ook tweevoudig is, omdat het immers bestaat uit het tweetal “eis-antwoord daarop”. Het toelaten, in de beschrijving van een tweetal van die reeks, van een herhaling of een gebrek aan samenhang is pas een fout als zo’n situatie niet weergeeft wat in de bestudeerde tekst voorkomt. Tenslotte noemen we elke zone van een tekst waarin iets van een herhaling of een tegenstrijdigheid voorkomt, een “la”.

Methode

Een gebrek aan samenhang, dat zowel voor de hand liggend als van aanzienlijke omvang is, blijkt in een verzonnen tekst moeilijk aan te tonen, maar soms kunnen er in de buurt van een dergelijke tekortkoming moeilijkheden ontstaan. Tegelijkertijd houden we het eenvoudige idee van een evenwichtige verdeling van intellectuele taken, wat aan de wetenschappelijke methode de charme ontneemt, zoals het de fantasie in de kunst aan rigueur ontbreekt, in gedachten.

Toepassing op Baudelaire

We denken aan hetgeen in “Samenspel” met betrekking tot de tempel der Natuur waarin we bedorven wierook zouden kunnen aantreffen, naar voren wordt gebracht.

§594
· Schaduwbeeld
Theorie

Hetgeen betrekking heeft op de eventuele la’s van een tekst daargelaten, komt het, in een kwekerij van een paneel, voor dat de exegeet een onbehaaglijk gevoel heeft, dat we als een schaduwbeeld beschrijven. We moeten wel veronderstellen dat de schepper, in dezelfde situatie, met zijn tekst voor zich, in verlegenheid verkeert. Die indruk krijgen we door wat hem, bij een opwelling of dromerij, aan logica rest. Alle gevallen van schaduwbeeld zijn van elementen van de pyloon afkomstig. Bijgevolg gaat het om relaties tussen twee schotten; gasten; rekruten; collega’s; tweetallen waarvan elk onderdeel zelf ook tweevoudig is, omdat het immers bestaat uit het tweetal “voltige-antwoord daarop”; tweetallen waarvan elk onderdeel zelf ook tweevoudig is, omdat het immers bestaat uit het tweetal “eis-antwoord daarop” . Het eerste geval betreft een volledige herhaling, zowel wat de inhoud als de vorm aangaat. Het andere geval doet zich voor bij wat als een gebrek aan samenhang kan worden ervaren. Elke keer heeft slechts één van de panelen in kwestie van het schaduwbeeld te lijden en het blijft het enige, datgene waarin we het aantreffen. Daarom is het onmogelijk tweemaal dezelfde tekortkoming te rekenen, en we kennen het onbehagen enkel toe aan het paneel waarvan de trapeze als tweede in de tekst genoemd wordt. Als twee panelen die in eenzelfde kwekerij een schaduwbeeld vormen, een identieke trapeze bezitten, moet het laatste paneel door ons toegelaten deze hinder van een schaduwbeeld alleen ondergaan. Indien twee panelen die in eenzelfde kwekerij een schaduwbeeld vormen, een identieke trapeze bezitten, moet het laatste paneel door ons toegelaten deze hinder van een schaduwbeeld alleen ondergaan.

Methode

We weten niet hoe we de aanwezigheid van het schaduwbeeld bij wezens van een heel andere vorm, zoals een paneel en een bekleding, moeten vaststellen. Het is moeilijk om ons een idee van de logica van de schepper bij een bepaalde opwelling of dromerij te vormen. We moeten ons dus beperken tot relaties in tweetallen bestaande uit heel gemakkelijk te vergelijken dingen.

Toepassing op Baudelaire

De la ondervindt geen last van het schaduwbeeld, omdat het de schepper immers volstrekt niet gehinderd heeft, aangezien hij het openlijk in zijn tekst heeft geplaatst. Dat zien we aan de twee passages die meedelen dat “de wereld een tempel vormt” en dat “wierook bedorven is”. Als het mogelijk is dat de auteur om artistieke redenen de herhaling of de tegenstrijdigheid heeft willen gebruiken, wat kunnen we de exegeten die in die mogelijkheid geïnteresseerd zijn dan verwijten?

§595
· Liniaal
Theorie

De liniaal bestaat uit de aannemelijkheidsmeting van de bewering “het beeld van het paneel…is bij de schepper opgekomen”. We geven de naam “perforaties” aan de numerieke criteria a•, b•, c•, d•, e•, f•, g•, h•, j•, k•, m•, p•, w• die deze berekening mogelijk maken. Teneinde de liniaal te verkrijgen, keren we het product om: 1/a•b•c•d•e•f•g•h•j•k•m•p•w•. De dertien perforaties stellen elk een naam voor, waarbij elke afzonderlijke letter, a, b, c, d, e, f, g, h, j, k, m, p, w, gevolgd wordt door het symbool (•), “linze” geheten. Om precies te zijn, we noemen ze: (a•), hengsel; (b•), klopper; (c•), korf; (d•), angeltje; (e•), bout; (f•), groef; (g•), hanger; (h•), krukje; (j•), knuppel; (k•), schaar; (m•), viaduct; (p•), galg; en tenslotte (w•), deining.

Methode

De schepper wil eigenlijk wel enige rigueur in acht nemen, maar, afgeleid door de opwelling of dromerij, is hij niet in staat de exacte beduidenis van het paneel te vatten en is er dus een exegeet voor nodig om te beschrijven wat de gedachte in oorsprong is geweest.

Toepassing op Baudelaire

De berekening van de aannemelijkheid zal, zoals in de andere delen van de studie, worden uitgevoerd volgens het voorbeeld van de metingen die we voor „Samenspel“ gaan uitwerken, maar met het doel daarbij zo algemeen mogelijk te zijn, om de methodes die we hier bedacht hebben voor elke verzonnen tekst toe te kunnen passen.

§596
· Hengsel
Theorie

Het hengsel (a•) heeft een waarde van 1 onder twee voorwaarden. Ten eerste moet door elk van de schotten minimaal één balk gebruikt worden; en vervolgens mag in het hele paneel geen enkele balk herhaald worden. Het eerste beding garandeert dat het paneel in de tekst geworteld is; het tweede behoedt voor herhaling. Bijgevolg verkrijgen we a•=2, zodra we, enerzijds, een schot zonder balk aantreffen en anderzijds, een reeds genoemde balk opnieuw in het paneel verschijnt. Als zich toevallig twee herhalingen voordoen, houdt het hengsel een waarde van a•=2.-/

Methode

/-Het is echter, omdat de balk immers een front vormt, onmogelijk dat een identieke balk op twee verschillende plaatsen van hetzelfde werk voorkomt. Aangezien het om een vakje gaat, wordt elk front slechts op één plaats gebruikt. Anders zou er nooit enige afstand tussen het tweevoudige gebruik van hetzelfde woord bestaan. Maar, zolang het overzichtelijk genoeg blijft, komt het omgekeerde wel voor, omdat we bij een groot boekwerk, aangaande dezelfde term, het eerste gebruik van dit woord vaak al zijn vergeten als we bij het tweede aankomen. I n de studie van de grotten, uitgevoerd met het oog op de huidige berekening, blijft de afstand nihil wegens het geringe aantal woorden en omdat de gedachte enkel uit een dromerij bestaat waartegen de schepper zich niet wil verzetten en niet het resultaat van vastberaden wil is. Bij elk speciaal numeriek criterium a •, b•, c•, d•, e•, f•, g•, h•, j•, k•, m•, p•, en w•, lijkt het er echter op dat onze gedachte op het contrast tussen goede en slechte kwaliteit berust, zodat het nutteloos is een berekening van de verschillende tussenliggende graden van kwaliteit te maken. Zodoende vormt de herhaling van een balk in een paneel een absolute tekortkoming, en het doet er weinig toe of het om één of tien herhalingen gaat. Met betrekking tot de complete liniaal, liggen de zaken nog weer anders. Ons verstand onderscheidt meerdere bases waar onaannemelijkheid op gevestigd kan zijn, we moeten dus voor elk geval een verschillende perforatie rekenen. Daardoor varieert de liniaal aanzienlijk, alnaargelang de waarde 2 die van één enkele perforatie of van de dertien bij elkaar is. In de eerste situatie heeft hij recht op een waarde van ½=0,5 en in de andere op 1/(2)(2)(2)(2)(2)(2)(2)(2)(2)(2)(2)(2)(2)=1/8192, hetgeen hier te verwaarlozen is.

Toepassing op Baudelaire

In het paneel \(ᵒdes correspondances(.)laissent(.)parfois sortir de longs échos-[]-ꞌꞌꞌis de voorbereiding vanꞌꞌꞌdes parfums corrompus, riches et triomphants(.)chantent(.)les correspondances de l'esprit et des sens-[]-)/¨ (×(ᵒovereenkomsten(.)laten soms(.)lange echo’s losꞌꞌꞌis de voorbereiding vanꞌꞌꞌbedorven geuren², rijk en zegevierend(.)bezingen(.)de overeenkomsten van geest en zintuigen)), brengt de herhaling van de balk «Correspondances» (Overeenkomsten) het hengsel a•=2 met zich mee.

§597
· Klopper
Theorie

De klopper (b•) is 1 waard als alle balken van het tweede schot, in de bestudeerde tekst, na degene die in het eerste gebruikt zijn, komen. Omdat het begrip fundament, of basis, immers het wezen van de col uitmaakt, moet men hetgeen dat met zich meebrengt in acht nemen. In principe gaat datgene wat voorbereidt vooraf aan datgene wat tot stand gebracht wordt, of, datgene wat veroorzaakt, gaat vooraf aan datgene wat veroorzaakt wordt, er moet dus een soort prioriteit van de beelden E, H en F bestaan ten opzichte van R, L en S. Betreffende de onaannemelijkheid noteren we echter een waarde van b •=2 zodra een balk van het tweede schot, in de tekst, voorafgaat aan een balk van het eerste. Als dat zich meerdere keren voordoet, blijft die waarde 2. Laten we nu het paneel \(ᵒdes forêts de symboles(.)observent(.)avec des regards familiers l'homme-[]-ꞌꞌꞌis de voorbereiding vanꞌꞌꞌde vivants piliers(.)laissent(.)parfois sortir de confuses paroles)) (×(ᵒwouden van symbolen(.)slaan(.)met vertrouwde blikken de mens gadeꞌꞌꞌis de voorbereiding vanꞌꞌꞌlevende pilaren(.)laten(.)soms verwarde woorden los)) bekijken. Het feit dat de woorden «vivants» (levende), «piliers» (pilaren), «Laissent (laten), «parfois» (soms), «sortir» (los) «confuses (verwarde) en «paroles» (woorden), in het gedicht, voor «forêts» (wouden), «symboles» (symbolen), «observent» (gadeslaan), «avec» (met), «regards» (blikken), «familiers» (vertrouwde) en «homme» (mens) komen, werkt nauwelijks in het voordeel van het idee dat een beeld zoals dat in “…wouden van symbolen slaan met vertrouwde blikken de mens gade…” een introductie kan zijn van “…levende pilaren laten soms verwarde woorden los…”

Methode

De analytische methode maakt het, bij de beschrijving van verschijnselen, mogelijk de formele grondslagen van een onvruchtbaar idee voldoende te isoleren om te bewerkstelligen dat een, op gebrekkige wijze gevormde, subjectieve of algemene opinie, waarover soms, in feite, eindeloos gediscussieerd kan worden, van de beste denkbeelden uitgesloten wordt, dankzij het minutieus bestuderen van de vormen.

Toepassing op Baudelaire

Dikwijls toont het woud zijn strengheid, maar dat is nodig om de zwakke te weren, door middel van het oordeel dat diens ontoereikendheid aantoont. Op een bepaald ogenblik, is Poliphilo van Colonna in zijn droom bang dat hij het niet zal halen [204]: «…ik liep zo ver door dat ik me in een groot, donker woud bevond…de bomen stonden er zo dicht op elkaar en het gebladerte was zo dicht, dat de zonnestralen er niet konden doordringen…Ik ging… verder, en dan ineens weer terug…de ene kant op…dan weer de andere, de handen en het gezicht vol schrammen van doorntakken, distels en stekels…bij elke stap bleef ik steken doordat mijn gewaad aan de struiken en het kreupelhout bleef haken…en ik kon niemand meer om raad vragen en wist eenvoudig niet meer wat ik doen moest, behalve hardop te jammeren. Maar dat was allemaal tevergeefs, want niemand kon me horen, behalve de schone Echo, die me vanuit de diepte van het woud antwoordde…»

§598
· Korf
Theorie

De korf (c•) heeft een waarde van 1 als er geen enkel vermoeden bestaat dat er met de bestudeerde tekst, aangaande een voor het paneel in kwestie belangrijk onderdeel, een ongelukje is gebeurd of dat er een vervalsing heeft plaats gevonden. In het geval van zo’n verandering is het mogelijk dat de beduidenis van de schotten inderdaad helemaal niet door de schepper gewenst is geweest. Als zoiets zich voordoet, moeten we de onaannemelijkheid een waarde van c•=2 toekennen. Omdat het paneel immers de dromerij beschrijft van de schepper of van de gedachte die spontaan bij hem is opgekomen, bestaat het gevaar, bij de meting van de aannemelijkheid, betreffende de interpreet behalve uit de veronderstelde dromerij van de auteur, tegelijkertijd uit die van hemzelf, die hem wat de bestudeerde tekst aangaat, gedeeltelijk van zijn objectiviteit zou beroven. De korf (c•) maakt het mogelijk hier toezicht op te houden, zoals het ravijn (å) over een mogelijkheid beschikte om, tijdens de meting van aannemelijkheid van de ribstof, te voorkomen dat de interpreet, door zijn honger naar buitenissigheid waartoe hij door zijn onderzoek werd gebracht, een belangrijke intrusie zag waar het om de eenvoudige gevolgen van een ongelukje met de tekst ging.

Methode

Aangezien de grootte van een vergissing, bij de bepaling van de reeds genoemde perforaties, tot 2 beperkt is, moet dat hier, om de voor de hand liggende reden alle oneffenheden van de panelen gelijk te willen behandelen, wel hetzelfde zijn. Indien naast een ongelukje dus ook nog een vervalsing aan het licht komt, in de passage die, betreffende het paneel, de beduidenis van de balken determineert, blijft de korf een waarde houden van c •=2.

Toepassing op Baudelaire

Laten we ons eens indenken dat de titel «Samenspel», wegens een eenvoudig ongeluk, of door een ongeluk dat later door een bedrieger uitgebuit wordt, vervangen wordt door “Geloven”. Dan zou het gedicht daardoor toch onmiddellijk met illusoire ironie omgeven worden, vooral aangaande het begin: «De Natuur is een tempel…»

§599
· Haakje
Theorie

Voor het angeltje (d•) wordt niveau 2 bereikt, wanneer in de passage van de tekst die de balken van het paneel verschaft, uiterst rationele begrippen worden gehanteerd. Maar we maken een uitzondering voor lofuitingen op artistiek gebied: bijvoorbeeld, de redeneringen die men nodig heeft om over de versbouw te spreken, bij het bestuderen van een gedicht. Bij de berekening van de aannemelijkheid moeten we, enkel bij denkbeeldige teksten, met betrekking tot de onaannemelijkheid een grootte van d•=2 rekenen om de abusievelijke toepassing van deze methode op werken met een hoge mate van rationaliteit tot uiting te brengen. In elk ander geval bestaat de waarde van (d •) uit 1.

Methode

Toch is het niet hetzelfde als men, enerzijds grondig onderzochte zaken aanstipt of zelfs verwerkt en anderzijds deze als onderwerp behandelt.

Toepassing op Baudelaire

Baudelaire gebruikt ongetwijfeld de emoties die ontstaan dankzij het reukvermogen, dat door de fysiologen is bestudeerd, maar zelf verschaft hij geen enkele rechtstreekse door de neus gedane waarneming, zodat zijn bezigheid, wat de bereiding van geuren betreft, geen fysiologie genoemd kan worden.

§600
· Bout
Theorie

De bout (e•) is 1 waard zodra het paneel aan een viertal voorwaarden voldoet. Ten eerste mag de samenstelling van het paneel geen anachronisme, noch onhandigheid bevatten. Bovendien is het niet toegestaan een bepaalde balk door iets anders te vervangen, of een interpretatie te geven die het biljart een andere inhoud zou toeschrijven. Waar het in al deze gevallen om gaat is er voor in te staan dat de schepper de beduidenis van elke balk apart kende en ook de, veronderstelde, komende voorbereiding van het ene schot door het andere. Zo gauw één van de wensen niet wordt ingewilligd, noteren we e•=2.

Methode

Er moet met name op gelet worden dat de toonbank, die in het begin in het leven is geroepen om de integratie van de beduidenis van de balken in de schotten te vergemakkelijken, niet alles bederft door te beweren dat hij de beduidenis doorzichtiger maakt terwijl hij de strekking ervan volledig verandert. We worden constant door het gevaar van zo’n tekortkoming bedreigd, omdat we immers vandaag een toonbank gebruiken, terwijl de tekst al van gisteren is.

Toepassing op Baudelaire

Een fout is een aantasting van de woorden \(ᵒde vivants piliers(.)laissent(.)parfois sortir de confuses paroles-[]ꞌꞌꞌis de voorbereiding vanꞌꞌꞌles symboles mathématiques(.)observent(.)l'homme avec des regards familiers-[]-)/¨ (×(ᵒlevende pilaren(.) laten(.)soms verwarde woorden losꞌꞌꞌis de voorbereiding vanꞌꞌꞌwiskundige symbolen(.)slaan(.)de mens met vertrouwde blikken gade)). De verwijzing naar de wiskunde doet het vermoeden van een bepaalde twijfelachtige manipulatie van de tekst ontstaan, bedoeld om een, schijnbaar ongefundeerde, visie van „Samenspel“ naar voren te schuiven, zodat we een onaannemelijkheid van e•=2 noteren.

§601
· Groef
Theorie

De groef (f•) heeft geen betrekking op de col ([][]). Om f •=1 te verkrijgen, moet aan drie voorwaarden voldaan worden, die alle de beide schotten aangaan, en waarvan er geen een het hele paneel betreft. In de eerste plaats mag er, in elk der schotten, geen enkele illustratie zonder de hulp van een bepaald steunpunt voorkomen, en evenmin iets wat in strijd is met een bepaald verband in betekenis dat we in het biljart aantreffen. Vervolgens moet elke relatie tussen ideeën die balken in zich bergen, uitgaan van een soort schets, die zich in het biljart bevindt. Zo gauw één van deze voorwaarden ontbreekt, moet de waarde f•=2 zijn.-/

Methode

/-In de schotten beschikt men alleen over alles wat het biljart inhoudt. Pas daarna arriveert het idee, het volledige paneel in aanmerking genomen, in de zitbank en bedenkt dus een relatie bestaande uit de “voorbereiding”, die onbekend is in het biljart. De groef moet controleren of hetgeen over het niveau van het biljart wordt vermeld, waar is, om te voorkomen dat de interpreet een beschrijving van de zitbank maakt die op een foute basis berust, door een slecht gebruik van het bespijkeren (…(.)…(.)…).

Toepassing op Baudelaire

Bij \(ᵒcorrespondances(.)laissent(.)répondre de confus symboles-[]-[[][]]…)/¨ (×(ᵒovereenkomsten(.)laten(.) verwarde symbolen antwoorden-[]-[[][]]…)), is de aanvankelijke beduidenis in hoge mate vervormd, wat f•=2 met zich meebrengt, omdat er tussen de buis «Antwoorden», in de tekst, enerzijds en «verwarde», evenals «symbolen» anderzijds, te weinig verband bestaat.

§602
· Hanger
Theorie

De hanger (g•) heeft betrekking op de col, die als taak heeft in één keer de mededeling van de schotten omhoog te tillen naar het domein van de zitbank. Om g •=1 te verkrijgen, moet aan drie wensen voldaan worden. De eerste houdt in dat de tekst, diegene met de beduidenis van het biljart, niet direct een verdediging aandraagt voor het idee dat het eerste schot de voorbereiding is van het tweede. De col symboliseert namelijk het zich overgeven aan dromerij, wat naar het begrip “voorbereiding” leidt, buiten hetgeen glashelder door het biljart wordt aangeduid om, door de klare wil van de schepper. Maar zodra deze laatste al melding heeft gemaakt van een bepaalde “voorbereiding” in het biljart, is het voor ons onmogelijk het benodigde kader aan te brengen in de col, die daardoor zijn rechtvaardiging verliest, wat ons g•=2 voor het volledige paneel oplevert. De tweede voorwaarde die we moeten bestuderen om g •=1 te verkrijgen, is het feit dat de schepper het idee dat wat hier het eerste schot wordt genoemd, het andere introduceert, niet afkeurt. Het zou inconsequent zijn als we een paneel hadden waar de schepper niet achter stond, omdat bepaalde denkbeelden die de auteur niet afkeurt, daarin immers naar voren moeten komen, op z’n minst als het slechts om een inval of een mijmering gaat. Tenslotte bestaat, om g •=1 te verkrijgen, de derde verplichting uit de vordering dat de critici op geen enkele manier de mededeling dat het eerste schot het andere de “voorbereiding” verschaft, kunnen verwerpen. Dat heeft tot gevolg dat we, voor het volledige paneel, noteren dat de onaannemelijkheid g •=2 bedraagt, zodra niet wordt voldaan aan één van deze drie voorwaarden. Laten we daarom, als zich een nog grotere tekortkoming voordoet, op dezelfde wijze handelen.-/

Methode

/-De begrippen zitbank, biljart, schot en col zijn behandeld in de paragrafen 561, 564 en 565.-/

Toepassing op Baudelaire

/-In een, door hem zelf aangebrachte, confrontatie of vergelijking zorgt de auteur ervoor dat hij het hele publiek openlijk het uitgangspunt voor een reflectie aanreikt, en daarna een vervolg, hetgeen onmiddellijk in g •=2 resulteert; en dat is nu precies wat er in de regels 6 en 8 gebeurt, met de “voorbereiding” «Als lange echo’s die zich…vermengen…» en dan het resultaat: «… Antwoorden geuren, kleuren, en geluiden elkaar.»

§603
· Krukje
Theorie

De achtste perforatie is het krukje (h•) en dat criterium heeft betrekking op het schaduwbeeld. Om h•=1 te kunnen noteren mag er, aangaande het paneel in kwestie, geen schaduwbeeld ontstaan. Het is echter onvermijdelijk h•=2 te noteren zodra het schaduwbeeld dit paneel schade toebrengt.

Methode

Deze waarde van 2 kan niet stijgen omdat het schaduwbeeld, bij een paneel, hetzij niet aanwezig is, hetzij eenmalig is. Het is dus, om het krukje van een paneel te bepalen, als het eenmaal vaststaat dat laatstgenoemde van een schaduwbeeld te lijden heeft, niet nodig andere gevallen van herhaling of van gebrek aan samenhang waar dit paneel op een of andere manier bij betrokken zou zijn, op te zoeken.

Toepassing op Baudelaire

In de regels 8 en 9, wordt de herhaling «geuren…geuren…» verondersteld “In het algemeen bestaan er geuren, en bovendien, verschillende soorten” te bedoelen. De interpreet is van mening dat hij zich in de eerste plaats met het belang van de herhaling in stilistisch opzicht moet bezighouden, omdat de inhoud immers geen moeilijkheden oplevert.

§604
· Knuppel
Theorie

De knuppel (j•) ontvangt een waarde van 1 onder verschillende voorwaarden. Om te beginnen moeten alle balken van het paneel tot dezelfde grot behoren, die zelf een deksel heeft dat handig wordt gepresenteerd. Vervolgens moeten we er zeker van zijn dat het paneel zich geen enkele keer tegen een bepaalde deur of tegen vastberadenheid verzet. Indien de situatie het verhindert dat aan al deze voorwaarden bij elkaar wordt voldaan, ontvangt (j •) een waarde van 2.

Methode

Volgens paragraaf 6, is dezelfde schepper bekend met alle gedeeltes van eenzelfde tekst, maar de kracht van de relaties tussen de gebruikte begrippen is erg verschillend, en een grot vormt zo’n beperkte en afgebakende ruimte, dat de intensiteit van het verband daar geen twijfel toelaat.

Toepassing op Baudelaire

Het is eenvoudig ons voor te stellen wat er gebeurt als men een paneel presenteert dat op twee verschillende teksten betrekking heeft, met bijvoorbeeld beelden die enerzijds afkomstig zijn uit „Samenspel“ en anderzijds uit het gedicht [[1062]] in Index II (Gedichten)">[[1062]]„Ik houd van de herinnering aan die naakte tijden…“ Zelfs als die twee gedichten beide, en na elkaar, in de bundel "Bloemen van het kwaad" voorkomen, zijn de fronten niet uit hetzelfde werk afkomstig, en dat heeft tot gevolg dat er geen nauw contact meer ontstaat, een contact waardoor we mogen veronderstellen dat de afstand die de tekstuele ideeën van elkaar scheidt, op geen enkele manier de spontane zienswijzen of het gepeins over de beduidenis van de artistieke prestatie in de weg staat.

§605
· Schaar
Theorie

We kennen de schaar (k •) een waarde van 2 toe zodra de knuppel zelf niveau j •=2 bereikt. Bij j•=1, een waarde die een grot met een deksel veronderstelt, moet de tekst echter een huis kunnen verschaffen. We proberen op z’n minst een acoliet van de bestudeerde tekst te vinden, om het statuut van de grot als huis te rechtvaardigen. Als we daarin slagen, noteren we k •=1, maar zo gauw zich een obstakel voordoet, keuren we k•=2 goed.

Methode

Het deksel dat de mentor oplevert, hoeft niet absoluut andere belangrijke ideeën, die zowel in de acolieten als in de bestudeerde tekst voorkomen, te bevatten. Wanneer een archeoloog een serie samenstelt, komt het voor dat hij, in plaats van elke keer beslist een grote gelijkenis met de gevonden voorwerpen te willen, zich met enkele overeenkomsten tevredenstelt.

Toepassing op Baudelaire

Het is zeker dat de gedichten die geïnspireerd zijn door vrouwen, in de meerderheid zijn in een bundel waarvan de titel ze zelf vermeldt: “bloemen van het kwaad”. Daarom zouden we de historici een grote dienst bewijzen, als we een serie vrouwenportretten afkomstig uit die talloze scheppingen van Baudelaire grondig zouden bestuderen. Toch kan niets met zekerheid over de titel van het werk worden meegedeeld, omdat de beduidenis ervan algemener zou kunnen zijn: “situaties waarin het schone zich met het kwaad verenigt”. Uiteindelijk doet een woordspeling ons weer voor "bloemen-vrouwen" kiezen, omdat “mal” (kwaad) bijna op dezelfde manier uitgesproken wordt als “mâle” (man, mannetje), en de “fleurs du mâle” (bloemen van de man) of de “fleurs du mal” (bloemen van het kwaad) dus de vrouwen zijn.

§606
· Viaduct
Theorie

Aangaande de elfde perforatie, (m •), of viaduct, bestaat de waarde uit m •=2 als de knuppel 2 waard is. Bij een knuppel van 1 bereikt het viaduct echter niveau 1 als zowel de verhouding “voltige-trapeze” als “eis-feston-lokvogel” moeiteloos bepaald kunnen worden. Zodra er een belangrijke hinderpaal betreffende de trapeze, de feston of de lokvogel verschijnt, noteren we een onaannemelijkheid van m •=2; en bij een tekortkoming van de drie touwen tegelijk, blijft m •=2 noodzakelijk. Het is mogelijk dat we een vergissing begaan hebben bij het onhandig formuleren van de voltige of de eis, maar ook door het verkeerd interpreteren van de tekst.

Methode

Het voor de voltige gekozen kader “hoe maken we, uitgaande van de trapeze...de verbinding met het deksel…?” evenals de vorm van de eis “hoe kunnen we, aan de hand van de context, een samenvatting geven van hetgeen…ontvangt van…?” beschikken over een inhoud met een enorme hoeveelheid aan mogelijkheden. De controle van de beduidenis moet dus heel slecht voorbereid zijn, willen we op een moeilijkheid stuiten, temeer daar de figuurlijke betekenis het mogelijk maakt elk van deze vragen aan talrijke tekstuele situaties aan te passen.

Toepassing op Baudelaire

Het al eerder bepaalde deksel “de verbeelding wordt, in elk der kunsten, ondersteund door de invloeden van al die verschillende takken” heeft betrekking op de kunstenaar, als hij dus «de mens» bij uitstek is, wordt het gemakkelijk aangaande de beduidenis een relatie te leggen die een aanzienlijk aantal punten van „Samenspel” verbindt met het vraagstuk “hoe kunnen we, aan de hand van de context, een samenvatting geven van hetgeen de mens ontvangt?”

§607
· Galg
Theorie

De galg (p•) bereikt een waarde van 2 als de knuppel niet uit 1 bestaat. Indien de knuppel 1 waard is, kennen we de galg een waarde van 1 toe zodra de fender uit een verdieping van het paneel bestaat. Als de fender, betreffende het tekstgedeelte in kwestie, niet als een nauwkeurige interpretatie van het paneel kan worden gezien, moeten we onze toevlucht tot p •=2 nemen.

Methode

Het paneel, afgeleid van het biljart, dankzij de beide schotten, komt voor als een overmoedige toepassing van de aanvankelijke beduidenis, of als een daaruit voortgekomen versie. Vervolgens proberen we, afhankelijk van het paneel, een toelichting te formuleren die de schepper op de tekst heeft kunnen geven: de fender. Een galg van p•=1 wordt geaccepteerd als, bij nader inzien, iets van de inhoud van het biljart voor het formuleren van de fender kan dienen. We zien hoe de formele opzet van de studie de gelegenheid verschaft om de interne beduidenis van het onderhavige werk te onderzoeken. Het mes snijdt aan twee kanten. Enerzijds vraagt de abstracte constructie, teneinde goed te worden begrepen en ook om de verdenking van ingenomenheid weg te nemen, om een concrete toepassing. Anderzijds nodigt de homologie van het paneel en de fender uit om de tekst met meer aandacht dan gewoonlijk te bekijken, waardoor we er nieuwe bronnen in kunnen ontdekken.

Toepassing op Baudelaire

Laten we nu eerst \(ᵒles parfums¹, les couleurs et les sons(.)répondent(.)se-[]- ꞌꞌꞌꞌis de voorbereiding vanꞌꞌꞌil(.)est(.)des parfums² frais…doux…verts…corrompus, riches et triomphants- []-)/¨ (×(ᵒgeuren¹, kleuren en geluiden(.)antwoorden(.)elkaar'''is de voorbereiding van'''er(.)zijn(.)geuren²… fris…zacht…groen…bedorven, rijk en zegevierend)) bekijken. Hoewel dit paneel lichtelijk verschillend is, geldt de fender die we in paragraaf 589 al gekozen hebben hier opnieuw: “het kan niet anders of de schepper heeft, op z’n minst in een vluchtige opwelling, of op dromerige wijze, overwogen dat de voorstelling van eenzelfde vorm in de domeinen van de vijf zintuigen, het gevoel geeft dat die de voorbereiding is van het begrip dat wezens met een gevoelige aard, of de indrukken die ze in ons teweegbrengen, ook over zo’n reeks van dezelfde morele eigenschappen beschikken”. We gaan uit van de eigenschap van “overeenkomst” om uit te komen bij eenzelfde potentialiteit van moraliteit of immoraliteit, die, bovendien, de mogelijkheid van een interessante basis voor synesthesie laat zien. Wanneer de kern van meerdere verschillende wezens op dezelfde wijze is samengesteld, brengt dat de overeenkomst ervan met zich mee, en als een van die wezens frisheid kan bezitten, kunnen ze dat allemaal. Als één ervan zich triomfantelijk kan laten bewonderen, kunnen ze het allemaal. Daarom noteren we zonder aarzeling m •=1. We denken hierbij aan de beminnelijke gasten van het klooster Thélème, die, opgewekt van aard en geleerd hebbend dat te blijven, de kracht hebben zich moeiteloos aan te passen [825]: «Hun motto bestond slechts uit de volgende regel: "doe wat je wilt". Omdat vrije mensen, van goede afkomst, goed onderricht, gesprekken voerend met eerlijke mensen, een aangeboren instinct hebben, en een drijfveer, die hen steeds weer opnieuw tot verdienstelijke daden aanzet en ze weghoudt van het kwade…Door die vrijheid ontstond er tussen hen een edele wedijver die eruit bestond alles zoals de ander te doen als ze zagen dat diegene ervan genoot. Als een man of vrouw zei “laten we iets drinken”, dronken allen iets. Als iemand zei “laten we spelen”, speelden allen. Indien iemand zei “kom, laten we buiten gaan stoeien”, deed iedereen mee.» Maar Baudelaire compliceert die woorden op een rare manier, namelijk door de verering van het lijden, die glans geeft aan een aspect van de smaak dat minder gemakkelijk is te rechtvaardigen dan de verschillende kanten van de schittering op politiek gebied van de kastelen waar het aan de hoven aangenaam vertoeven is [[1130]] in Index II (Gedichten)">[[1130]]: «…ik heb perfectie aangebracht
In de wrede kunst, die een Duivel mij bij mijn geboorte schonk…
Om de pijn te verhevigen en te krabben in de wond.»

§608
· Deining
Theorie

De dertiende perforatie noemen we de deining (w •), en als de knuppel 2 waard is, bereikt de deining eveneens niveau w•=2. Maar wanneer de knuppel 1 is, verkrijgt de deining slechts een waarde van 1 bij een bekleding die een toepassing is van het paneel. Als de bekleding daarentegen, niet als een aanvaardbare interpretatie van het paneel kan worden gezien, leggen we ons bij een waarde van w •=2 neer.

Toepassing op Baudelaire

We stellen voor het paneel \(˜*˜les parfums, les couleurs et les sons(.)répondent(.)se-[]-ꞌꞌꞌis de oorzaak vanꞌꞌꞌil(.)est(.)des parfums frais…doux…verts…corrompus, riches et triomphants-[]-)/¨ (×(˜*˜geuren, kleuren en geluiden(.)antwoorden(.)elkaarꞌꞌꞌis de oorzaak vanꞌꞌꞌer zijn geuren…fris…zacht… groen…bedorven, rijk en zegevierend)) te bekijken. Vanuit dat standpunt nemen we kennis van de bekleding “de antwoorden, een link leggend tussen de materiële zaken toegankelijk voor de zintuigen, zijn de oorzaak van de indrukken van geuren gekenmerkt door frisheid, zachtheid, groen, bedorvenheid, rijkdom en zegeviering”. De gelijkenis die paneel en bekleding met elkaar verbindt, is voor de hand liggend, zodat we w•=1 accepteren. Indien we echter niet het gevoel hebben dat het, betreffende de wezenlijke inhoud, om twee gelijksoortige mededelingen gaat, is w •=2 juist.

Methode

Met deze twee toepassingen van het paneel, enerzijds de fender, anderzijds de bekleding, moet het mogelijk zijn aangaande sommige panelen voorbeelden aan te dragen die de benadering van het werk dat die twee mogelijkheden biedt, kunnen vergemakkelijken. De geleerde zou vervolgens dergelijke ideeën kunnen gebruiken om te onderzoeken of dat ook zo lijkt te zijn met een bepaalde, tamelijk onbekende tekst van deze tijd.

§609
· Kaliber
Theorie

De graad van aannemelijkheid van een kwekerij bestaat uit het kaliber ervan. Het is de aannemelijkheid van de zin: “de schepper heeft, op z’n minst in een vluchtige opwelling, of op dromerige wijze, de panelen van de kwekerij in één geheel willen realiseren, zonder de samenhang van de ideeën in zijn tekst te schaden. Het kaliber is het resultaat van de linialen, die elk tot het type (1/a•b•c•d•e•f•g•h•j•k• m•p•w•) behoren en het wordt verkregen door het numerieke product van al deze waarden. Dientengevolge bereikt het voor twee panelen een waarde van ((1/a•b•c•d•e•f•g•h•j•k•m•p•w•)(1/a•’b•’c•’d•’e•’f•’g•’h•’j•’k•’m•’p•’ w•’)).

Methode

Aangaande een paneel, weerspiegelt de liniaal ervan het eventuele schaduwbeeld dat we erin zouden kunnen aantreffen, zodat er, wanneer het kaliber wordt vastgesteld, er wat dat betreft voor de kwekerij geen enkele aanvulling meer gegeven hoeft te worden. De liniaal (1/a•b•c•d•e•f•g•h•j•k•m•p•w•) kan enkel een hoogte van 1 bereiken bij een paneel dat niet aan een schaduwbeeld lijdt. In het tegenovergestelde geval wordt onmiddellijk het krukje h •≠1 gebillijkt, hetgeen het product (a•b•c•d•e•f•g•h•j•k• m•p•w•) vergroot, en daardoor de liniaal (1/a•b•c•d•e•f•g•h•j•k•m•p•w•) verkleint, en dus vervolgens ook het kaliber, als product van de linialen. Het ideaal van de analyse is, aangezien elk punt al in aanmerking is genomen, om het geheel proberen te begrijpen, enkel door de synthese van die punten. Hoewel we toegeven dat knappe koppen tot de conclusie zijn gekomen, dat het onmogelijk is om diverse elementen van hoogstaande kennis van elkaar te scheiden. Inderdaad hebben velen lange tijd geprobeerd om wat er vaak gebeurt met de verschillende delen van een levend wezen, die vergaan als ze niet langer deel uitmaken van het geheel, als voorbeeld te nemen [30]. Maar dat oordeel schijnt geen stand te hebben kunnen houden, enerzijds wegens de observaties aangaande de verbazingwekkende herleving van in stukken gesneden wormen, anderzijds door het onderwijs van leraren uit de tuinbouwsector, over enten [26]-[27].

Toepassing op Baudelaire

De panelen \(ᵒdes vivants piliers(.)sortent(.)de confuses paroles-[]-ꞌꞌꞌis de voorbereiding vanꞌꞌꞌl'homme, le nouvel artiste, prêtre du beau(.)est(.)observé, surveillé, conseillé par des regards, venus de sa propre famille de pensée, occupés de symboles-[]-)/¨ (×(ᵒuit levende pilaren(.)komen(.)verwarde woorden vandaanꞌꞌꞌis de voorbereiding vanꞌꞌꞌde mens, de nieuwe kunstenaar, verkondiger van het schone, (.)wordt(.)gadegeslagen, gesurveilleerd, geadviseerd door blikken, afkomstig uit zijn eigen gedachtewereld, vol symbolen)) en \(ᵒ la nature(.)correspond(.)à un temple-[]-ꞌꞌꞌis de voorbereiding vanꞌꞌꞌles parfums, les couleurs et les sons(.)répondent(.)se-[]-)/¨ (×(ᵒde natuur(.)komt(.)overeen met een tempelꞌꞌꞌis de voorbereiding vanꞌꞌꞌgeuren, kleuren en geluiden(.)antwoorden(.)elkaar)) zijn volstrekt niet tegenstrijdig. Dat is bemoedigend voor de samenstelling van grotere gehelen die dus samenhangend zouden blijven.

§610
· Hengsel 2
Theorie

Laten we, alvorens een kwekerij te vormen, enkele zwakke kanten laten zien die zo’n geheel van interpretaties kan vertonen. Eerst werpen we een blik op het paneel \(ᵒdes images(.)combinent(.)leurs effets[]-ꞌꞌꞌis de voorbereiding vanꞌꞌꞌles parfums¹, les couleurs et les sons(.)répondent(.)se-[]-)/¨ (×(ᵒbeelden (.)combineren(.)de effecten die ze hebbenꞌꞌꞌis de voorbereiding vanꞌꞌꞌgeuren¹, kleuren en geluiden(.) antwoorden(.)elkaar)). Aangezien het eerste schot, “beelden combineren de effecten die ze hebben”, geen enkele balk bezit, maken we eruit op dat het hengsel (a •) 2 waard is, en dat de complete liniaal zodoende niet meer dan ½ kan bedragen.

Toepassing op Baudelaire

De aanwezigheid in de schotten van «Samenspel», «Natuur», «tempel», «geuren», «bedorven»…-de hoofdbegrippen van de tekst- behoedt de panelen, in de toelichting, voor het vergeten van het voornaamste.

Methode

Het is interessant te zien dat de beelden, in onze berekening, de hoedanigheid van feiten aannemen, omdat onze eerste zorg immers de beduidenis is.

§611
· Klopper 2
Theorie

We bekijken het paneel \(ᵒl'homme, l'artiste, prêtre du beau(.)est observé, surveillé, conseillé par des regards, venus de sa propre famille de pensée, occupés de symboles-[]-ꞌꞌꞌis de voorbereiding vanꞌꞌꞌla nature(.)est(.)un temple-[]”)/¨ (×(ᵒde mens, de kunstenaar, prediker van het schone(.)wordt(.) gadegeslagen, gesurveilleerd, geadviseerd door blikken, afkomstig uit zijn eigen gedachtenwereld, vol symbolenꞌꞌꞌis de voorbereiding vanꞌꞌꞌde natuur(.)is(.)een tempel)). De klopper (b•) is 2 waard, omdat de balken «Natuur», «is», en «tempel», van het tweede schot, in de tekst, voor de balk «mens» van het eerste geplaatst zijn.

Methode

We treffen in het bestudeerde paneel de stoutmoedige veronderstelling aan dat de combinatie van laat in de eerste strofe gearriveerde pioenen die van eerder gebruikte zou introduceren. Zeker, er bestaat niets wat het onmogelijk maakt dat de zaken, tijdens de conceptie van het gedicht, dus in de gedachten van Baudelaire, zo zijn gelopen. Misschien heeft de schrijver zijn aanvankelijke begin enkele regels na het huidige geplaatst. Maar we oordelen hier enkel over het eindresultaat van de artistieke uitvoering.

Toepassing op Baudelaire

«Natuur», «is» en «tempel» worden niet alleen voor «mens», hierboven genoemd, geschreven, maar ook voor «symbolen», «vertrouwde», «blikken» en «gadeslaan», zonder dat daardoor de klopper, die, zodra hij niet langer 1 waard is, slechts een waarde van 2 kan krijgen, gewijzigd kan worden.

§612
· Korf 2
Theorie

Laten we nu de veronderstelling maken dat het sonnet van Baudelaire, over een paar duizend jaar, het slachtoffer is van een vervalsing die ongemerkt voorbijgaat aan talrijke kenners van dat toekomstige tijdperk. En dat het om de volgende, door bijna allen gekende tekst zou gaan: “Analogieën//De wereld is een museum waar grote leerlingen…” gevolgd door dezelfde regels als in het aanvankelijke gedicht. Vervolgens bekijken we het paneel \(˜*˜dans le musée l'homme(.)passe(.)victorieusement son initiation à travers des forêts de symboles-[]-ꞌꞌꞌis de oorzaak vanꞌꞌꞌil(.)est(.)des parfums…comme des chairs d'enfants…les hautbois…les prairies, -et d'autres…comme l'ambre, le musc, le benjoin et l'encens-[]-)/¨ (×(˜*˜in het museum(.)beleeft(.)de mens triomfantelijk zijn inwijding door wouden van symbolenꞌꞌꞌis de oorzaak vanꞌꞌꞌer(.)zijn(.)geuren…als kinderhuidjes…hobo’s…weiden, -en andere…zoals amber, muskus, benzoë en wierook)). Met behulp van een oorspronkelijk exemplaar van de bundel "Bloemen van het kwaad", gevonden, na moeizame inspanningen, tijdens archeologische onderzoeken, is een geleerde bij machte zijn twijfel uit te spreken over de interpretaties van dat moment, en daar komt, wat het paneel betreft dat voor deze rail is bedacht, een korf van c •=2 uit voort.

Methode

Men heeft beroemde teksten vaak gecopieerd of gedrukt, wat waarschijnlijk het succes van valse imitaties heeft beperkt. Toch bestaan er, eveneens, gevallen waarin onbekenden erin geslaagd zijn een boek van hun hand onder de naam van een bekend schrijver op de markt te brengen. Maar woorden of gezegdes hebben tussen het tijdperk van de auteur en dat van de imitator kunnen veranderen, omdat een enorme bekendheid, waardoor de ambitie van bedriegers onstaat, vaak enige tijd op zich laat wachten, hetgeen geleerden in staat stelt een aantal onregelmatigheden in een vals exemplaar te ontdekken.

Toepassing op Baudelaire

Zeker, dergelijke onwaarschijnlijkheden kunnen slechts geconstateerd worden als ze vergeleken worden met een serie stipt gedateerde werken. We zijn ons ervan bewust hoe belangrijk alle elementen aangaande de teksten erkend als zijnde geschreven door Baudelaire, zijn.

§613
· Haakje 2
Theorie

Laten we eens aannemen dat een dichter de overeenkomst, die een link legt tussen het samentrekken van de pupil en de kracht van lichtstralen, beschrijft en dat terwijl hij gedeeltelijk een tekst die Descartes daarover had geschreven in verzen omzet [271]: “Le changement dans la grandeur de la prunelle/Modère à propos la force de la vision/Car l'ouverture de l'œil prend moins de rayons/Quand tous offenseraient du nerf une parcelle,/Et la mécanique apaise souvent nos sens/Par suppression du péril qui se fait sentir.” (De verandering in grootte van de appels van onze ogen/Vermindert tegelijkertijd het gezichtsvermogen/Want de opening van de pupil laat minder stralen toe/Wanneer deze alle een stukje van de zenuw zouden pijnigen,/En het mechanisme van ons organisme kalmeert vaak onze zintuigen/Door het waargenomen gevaar te verwijderen.) We stellen voor het volgende paneel te noteren: \(ᵒle changement dans la grandeur de la prunelle(.)modère(.)la force de la vision-[]-ꞌꞌꞌis de voorbereiding vanꞌꞌꞌla mécanique (.)apaise(.)souvent nos sens)/¨ (×(ᵒ de verandering in grootte van de appels van onze ogen(.) vermindert(.)het gezichtsvermogenꞌꞌꞌis de voorbereiding vanꞌꞌꞌhet mechanisme(.)kalmeert(.)vaak onze zintuigen)). Hoewel de betekenis van het paneel een combinatie van de wetenschap met de metafysica inhoudt, laat deze redenering een belangrijke grondslag van grote kennis zien, wat voldoende is om een angeltje met een waarde van d•=2 te rechtvaardigen.

Methode

Aangezien verzonnen en wetenschappelijke teksten niet strikt van elkaar gescheiden zijn, raakt de exegeet een beetje in verwarring door de gevallen waarin de berekening van de aannemelijkheid een paneel betreft waarvan de grondslag op het ontstaan van een exacte wetenschap lijkt. Als leidraad blijft het feit over dat, ondanks alle gemeenschappelijke punten tussen de verschillende menselijke bedrijvigheden die de geschiedenis hebben gekenmerkt, de kunst meer tot het domein van de dromerige subjectiviteit behoort, terwijl de wetenschap vooral de controle toont van hetgeen een ieder heeft gedaan.

Toepassing op Baudelaire

Het vooruitzicht dat eens het sonnet „Samenspel“, om het te verbeteren, veranderd wordt, blijft heel moeilijk te aanvaarden, terwijl het gebruikelijk is dat een wetenschappelijk resultaat door anderen dan de ontdekker wordt geperfectioneerd, en dikwijls lange tijd nadat hij overleden is. Zo komt het dat de homogeniteit van alle lichamen die op scheikundig gebied geïdentificeerd zijn, een soort basis van stoffelijke overeenkomsten in dat bijzondere, wetenschappelijke domein, slechts geleidelijk aan begrepen is [255]-[256]-[259]-[260].

§614
· Bout 2
Theorie

Laten we eens kijken wat er gebeurt als we in een paneel, met bijvoorbeeld \(˜*˜désirs(.)sortent(.) confus-[]-ꞌꞌꞌis de oorzaak vanꞌꞌꞌéchos(.)confondent(.)se[]-)/¨ (×(˜*˜wensen(.)komen(.)er verward uitꞌꞌꞌis de oorzaak vanꞌꞌꞌecho’s(.)vermengen(.)zich)), “wensen” in plaats van «woorden» gebruiken. De vervanging komt erop neer dat we ons van het biljart verwijderen, omdat we de aanvankelijke beduidenis van de passage waaruit de balken van het paneel, «sortir», (komen), «confuses» (verward), «échos» (echo’s), «confondent» (vermengen) en «se» (zich) zijn genomen, immers aanzienlijk moeten wijzigen. Dat heeft tot gevolg dat de waarde van de bout e •=2 bedraagt.

Methode

Deze uitkomst moet wel door iedere kenner van de echte tekst worden opgemerkt, wat de vergissing, zo frequent onder interpreten, die er, door onophoudelijk talrijke details te verzinnen die niet in het oorspronkelijke exemplaar voorkomen, uit bestaat een denkbeeldig werk in het leven te roepen, voor de exegeet nagenoeg onmogelijk maakt.

Toepassing op Baudelaire

Een bout van e•=2 is eveneens verdedigbaar als het om het volgende idee gaat: \(ᵒ la nature(.)est(.)un temple- []ꞌꞌꞌis de voorbereiding vanꞌꞌꞌdes morts(.)révèlent(.)des paroles[]-)/¨ (×(ᵒde natuur(.)is(.)een tempel ꞌꞌꞌis de voorbereiding vanꞌꞌꞌdoden(.)onthullen(.)woorden)). Zeker, een dergelijke mededeling blijft zinvol, maar alvorens erover na te denken, moeten we eerlijk toegeven dat het tweede schot niet strookt met de inhoud van het biljart. Bovendien kan Delacroix, ten tijde van Baudelaire, door veel mensen vooral als één van de «pilaren» beschouwd worden: velen hebben een genie in hem gezien terwijl hij nog volop actief was. André Ferran maakt hier nauwgezet gewag van [393]: «Op 6 april 1845, leek Arsène Houssay, in "L'Artiste", de karakteristiek van een Delacroix te hebben opgemerkt, tegelijk met Baudelaire…” Ferran maakt zelfs melding van deze vroege bewonderaar van de schilder [393]: «"Het is een groot schilder, schreef hij, op zoek naar de poëzie van de menselijke pijn…" Hij kwalificeerde hem als "een ongeruste schilder", die ver voor zijn tijd uit al de taal van het nageslacht sprak.»

§615
· Groef 2
Theorie

Laten we een blik werpen op \(ᵒla nature(.)est(.)l'opposé d'un temple-[]-ꞌꞌꞌis de voorbereiding vanꞌꞌꞌ l'encens(.)est(.)corrompu-[]-)/¨ (×(ᵒde natuur(.)is(.)het tegenovergestelde van een tempelꞌꞌꞌis de voorbereiding vanꞌꞌꞌwierook(.)is()bedorven)). Dat paneel veronderstelt dat we de beduidenis van de aanvankelijk gebruikte bewering in het gedicht omkeren, met als leidraad de verklaring die ver daarna, in de regels 11 en 13, over wierook wordt gegeven. We verbeelden ons dat we «De Natuur is een tempel…» als een antifrase moeten behandelen, waarvan de echte beduidenis “de natuur is het tegenovergestelde van een tempel…” is. Even later zal dan een lezer die dat ook verondersteld heeft, oordelen dat hij daar goed aan gedaan heeft, als hij op de bevestiging over wierook stuit. Door deze interpretatie wordt de balk «is», voortgekomen uit «De Natuur is een tempel…» aangevuld door de herstelling “het tegenovergestelde van”, die zich uiteraard niet leent om een link tussen twee beduidenissen van het biljart te leggen, wat een groef met een waarde van f•=2 rechtvaardigt.

Methode

De bout en de groef worden door een zekere verwantschap met elkaar verbonden, want in beide gevallen volgt er onmiddellijk straf op een tegenstelling. Maar de studie van de bout betreft het hele paneel, terwijl de groef belang heeft bij een schot, en vervolgens bij het andere, dus bij alle twee, maar op beperktere wijze.

Toepassing op Baudelaire

Het religieuze gevoel dat de inspiratie geeft voor de aanvankelijk gebruikte woorden «De Natuur is een tempel…» zou geïnterpreteerd kunnen worden als “de natuur is God” door een vilt die “God” suggereert in plaats van “tempel” [928]. Maar de beduidenis “de natuur is het allermooiste wat we kunnen bedenken…” valt net zo goed te verdedigen [15]. De kunstenaar zou ons in dat geval laten weten dat zijn onderwerp uit de werkelijkheid bestaat. Het begin van het sonnet zou dus opgevat kunnen worden als een geloof in hetgeen de kunstenaar uit die tijd vaak als een waarheid ziet, volgens de opmerking van Charles Rivet, die zich tot Plato wendt met een opmerking die niet helemaal bij diens tijd past, wat ons doet glimlachen, want blijkbaar is hij er zich niet bewust van [258]-[394]-[736]-[737]-[738]-[739]: «Delacroix hield er volstrekt niet van de toeschouwer door middel van dat soort steriele imitaties een rad voor ogen proberen te draaien, hetgeen betreurenswaardig zou zijn als dat zou lukken. Zijn permanente, hevige inspanning had als doel door overdenking, herinnering, gevoel, door de meest zuivere verering van de waarheid, tot in het binnenste van de natuur door te dringen. Bij dat gestalte geven aan zijn verbeelding veranderde de vorm soms; de regelmatigheid van de verhoudingen en de contouren verdwenen. Maar ofschoon hij erin geslaagd was tot de ziel te spreken, om zo’n vage siddering lijkend op een electrische draad, teweeg te brengen…ofschoon hij één van die onuitwisbare indrukken in onze herinnering had achtergelaten, de minachting van de critici deerde hem niet; hij was van mening dat hij in het domein der kunst zo hoog mogelijk gestegen was, dat hij dezelfde taal als de dichters, als de grote musici had gesproken.» 616///-We bekijken nu \(ᵒcomme de longs échos qui de loin(.)confondent(.)se-[]-ꞌꞌꞌis de voorbereiding vanꞌꞌꞌ les parfums¹, les couleurs et les sons(.)répondent(.)se-[]-)/¨ (×(ᵒals lange echo’s die(.)vermengen(.)zich van ver(.)ꞌꞌꞌis de voorbereiding vanꞌꞌꞌgeuren¹, kleuren, en geluiden(.)antwoorden(.)elkaar)). Het ligt voor de hand dat Baudelaire, in het biljart, ofwel de volledig zichtbare beduidenis, wat we hier het tweede schot noemen, heeft voorbereid met behulp van het eraan voorafgaande. Dientengevolge noteren we een hanger van g•=2, omdat het paneel, in plaats van een gedachte uit de bank te gebruiken, op die uit het biljart terugkomt, op het moment dat de synthese van de schotten wordt uitgevoerd. Aangezien Baudelaire zelf het ene idee door middel van het andere openlijk heeft voorbereid, is het uitgesloten dat we aankondigen dat het biljart verlaten wordt om de beide mededelingen met elkaar te verbinden.

Methode

We hadden “de schepper heeft, in hetgeen hier het biljart wordt genoemd, zichtbaar de voorbereiding van het ene beeld door middel van het andere willen maken” moeten noteren. Dat is heel wat anders dan “de schepper, die coherent wenst te zijn, heeft, op z’n minst in een vluchtige opwelling, of op dromerige wijze, het denkbeeld dat de bewering…de voorbereiding is van de bewering…niet willen dwarsbomen”. De fout die in het commentaar is begaan, leidt er, voor het hierboven genoemde paneel, toe een hanger van g •=2 te vermelden, omdat het idee dat het eerste schot de voorbereiding is van het andere, immers onmiddellijk door de tekst gerechtvaardigd wordt.

Toepassing op Baudelaire

Behalve de door een auteur gewenste voorbereiding van beelden, treffen we die gift van vorige zuilen aan, bestemd voor de laatste die voor de bewonderaars, op het toneel der kunsten, verschijnt. Baudelaire wist ongetwijfeld dat verscheidene van zijn gedichten een weerkaatsing waren van die van Petrus Borel [164]: «Die lange kwelling vreet aan me en is een verscheuring
Beschadigt me geheel! wat is het lot vol wreedheid!
Zelfs vandaag, lachend om mijn verbijstering,
Om mijn ziel opnieuw te dompelen in bitterheid,
Heeft hij mij een engeltje uit de hemel bereid.»

§617
· Krukje 2
Theorie

Bij eenzelfde kwekerij ontstaat het schaduwbeeld door de volledige herhaling, of door het gebrek aan samenhang, tussen twee schotten, tussen gasten, rekruten, collega’s, tweetallen waarvan elk onderdeel zelf ook tweevoudig is, omdat het immers bestaat uit het tweetal “voltige-antwoord daarop”, tweetallen waarvan elk onderdeel zelf ook tweevoudig is, omdat het immers bestaat uit het tweetal “eis- antwoord daarop”, als er geen la bestaat voor de passage waaruit de balken van de panelen worden genomen. We bekijken een eerste paneel \(ᵒla nature(.)correspond(.)au temple-[]-ꞌꞌꞌis de voorbereiding vanꞌꞌꞌL'homme, l'artiste, (.)est observé, surveillé, conseillé par(.)des regards, de sa propre famille de pensée, occupés de symboles-[]-)/¨ (×(ᵒde natuur(.)komt(.)overeen met de tempelꞌꞌꞌis de voorbereiding vanꞌꞌꞌde mens, de kunstenaar, (.)wordt(.)gadegeslagen, gesurveilleerd, geadviseerd door blikken, van zijn eigen soortgenoten, vol symbolen)). Dit is een ander van dezelfde kwekerij: \(ᵒde confuses paroles(.) sortent(.)du temple-[]-ꞌꞌꞌis de voorbereiding vanꞌꞌꞌl'encens(.)est(.)corrompu-[]-)/¨ (×(ᵒverwarde woorden(.) worden(.)losgelaten uit de tempelꞌꞌꞌis de voorbereiding vanꞌꞌꞌwierook(.)is(.)bedorven)). De schotten (de natuur(.)komt(.)overeen met de tempel) en (wierook(.)is(.)bedorven) lijken helemaal niet bij elkaar te passen, en daaruit volgt dat de schijn wordt gewekt dat één van de panelen aan een schaduwbeeld lijdt, zodat het krukje h•=2 daarvoor noodzakelijk zou zijn. Maar in feite is dat volstrekt niet het geval, en moeten we h•=1 noteren, omdat in werkelijkheid geen enkel paneel hier gehinderd wordt door een schaduwbeeld. We hebben hier namelijk met een la te maken, omdat de dichter immers zelf een soort raadsel in het gedicht heeft aangebracht, door middel van twee mededelingen over iets wat moeilijk te begrijpen is: de ene met betrekking tot het bestaan van de "Natuur-tempel" en de andere aangaande het bederf van wierook.

Methode

Een paneel “trekt geen voordeel” van het schaduwbeeld, maar het “lijdt” eraan. Die precisering van het woord is verder niet belangrijk, omdat de presentatie van de kennis niet met de kennis zelf verward wordt. Plato schreef hierover [735]: «…degene die niets kostbaarders bezit dan wat hij heeft gecomponeerd of geschreven, die urenlang bezig is geweest met het steeds weer anders in elkaar te schuiven, er gedeeltes aan toe te voegen of uit te schrappen, diegene mag toch zeker wel dichter, redenaar of wettenmaker genoemd worden?»

Toepassing op Baudelaire

Als de dichter zich niet mag voorstellen als een geleerde, bezingt hij de gebeurtenissen [719]: «Ja, de kronen die de haardossen bijeenhouden gelasten me mijn goddelijke opdracht uit te voeren…»

§618
· Een slecht gedefinieerde grot
Theorie

We doen, nog steeds betreffende de tekst „Samenspel“ het voorstel om het paneel \(ᵒmon esprit tu(.)meus(.)te-[]-ꞌꞌꞌis de voorbereiding vanꞌꞌꞌles parfums, les couleurs et les sons(.)répondent(.)se-[]-)/¨ (×(ᵒmijn ziel jij(.)beweegt(.)jeꞌꞌꞌis de voorbereiding vanꞌꞌꞌgeuren, kleuren en geluiden(.)antwoorden(.)elkaar)) te noteren. We nemen vervolgens aan dat een grote inspanning van ons voorstellingsvermogen talrijke synesthesieën oplevert. Dat lijkt mogelijk, maar het eerste schot is afkomstig van het gedicht „Elevatie“ en verwijst exact naar de vijfde regel, die tevens de eerste is die we van het tweede kwatrijn [[1032]] in Index II (Gedichten)">[[1032]]: «…Mijn ziel, jij beweegt je soepel…» lezen. In die omstandigheden kan er geen sprake van één en hetzelfde hol zijn, omdat beide gedichten, „Elevatie“ en „Samenspel“, immers elk aanduidingen hebben die de inhoud ervan afbakenen, maar, en dat is het voornaamste, die niet dezelfde zijn. Aangezien één complete grot uit één enkel en volledig hol moet bestaan, behoort de totaliteit van de onderhavige gedeeltes, tot geen enkele grot. Daaruit volgt dat de knuppel j •=2 onvermijdelijk is. De vier laatste perforaties, vertegenwoordigd door k•, m•, p• en w•, schaar, viaduct, galg en deining geheten, krijgen, volgens de definitie ervan, een waarde van 2 zodra de knuppel (j •) zelf 2 waard is. Dientengevolge hebben we, als de knuppel (j•) eenmaal bepaald is, met een product van doen dat een hoogte bereikt van (j•k•m•p•w•)=((2)(2) (2)(2)(2))=32. Het omgekeerde van deze hoeveelheid bedraagt 1/32, en deze waarde blijkt, volgens de regel van het klinken, vermeld in paragraaf 566, de grens van de te verwaarlozen hoeveelheden bereikt te hebben. Nu weten we dus dat, zo gauw de knuppel bepaald is, het onmogelijk is de grenswaarde van 1/16 te bereiken, als het om de liniaal van het paneel in kwestie gaat: \(ᵒ mon esprit tu(.)meus(.)te-[]-ꞌꞌꞌis de voorbereiding vanꞌꞌꞌles parfums, les couleurs et les sons(.) répondent(.)se-[]-)/¨ (×(ᵒmijn ziel jij(.) beweegt(.)jeꞌꞌꞌis de voorbereiding vanꞌꞌꞌgeuren, kleuren, en geluiden(.)antwoorden(.)elkaar)).

Methode

Het eerste schot bestaat enkel uit balken die niet in de onze studie betreffende tekst, uitgekozen voor ons zogenaamde paneel, voorkomen, wat er, vanzelfsprekend, hoegenaamd alle geloofwaardigheid aan ontneemt.

Toepassing op Baudelaire

De auteur noemt de fronten «Mijn», «ziel», «jij», «beweegt» en «je» in „Elevatie“ [[1032]] in Index II (Gedichten)">[[1032]] en niet in „Samenspel“. Het is zeker dat de twee gedichten in elkaar kunnen overgaan, maar dat is volstrekt niet voldoende om er de formatie van één enkele grot goed te keuren, als ze eenmaal bij elkaar zijn bestudeerd. Baudelaire heeft ze beide apart geschreven en daarna naast elkaar in dezelfde bundel geplaatst, terwijl hij er beide keren, maar uit een heel verschillend oogpunt, de indirecte beschrijving van de gevraagde voorwaarden om een groot dichter te worden in heeft aangebracht.

§619
· Een andere bundel dan wij hier lezen
Theorie

We onderzoeken \(ᵒdes paroles(.)sortent(.)confuses-[]-ꞌꞌꞌis de voorbereiding vanꞌꞌꞌéchos(.) confondent(.)se)[]-)/¨ (×(ᵒ woorden(.)komen(.)verward naar buitenꞌꞌꞌis de voorbereiding vanꞌꞌꞌecho’s(.) vermengen(.)zich)). De knuppel (j •) bereikt een hoogte van 1, en het paneel lijkt, op het intuïtieve vlak, even volmaakt te zijn, maar dat wordt opzettelijk verstoord door de volledig fictieve veronderstelling volgens welke Baudelaire „Samenspel“ enkel in de bundel "Bloemen van het kwaad" zou hebben geplaatst, als tekst over het thema van de inspiratie die men hem zou hebben gegeven, maar die van andere kunsten dan de zijne afkomstig zou zijn. Bijgevolg kan geen draaikolk worden gevormd voor de mentor “"de verbeelding", "de kunsten"”, en lijkt het sonnet dat we bestuderen dus niet langer op een huis. Daardoor zijn we gedwongen een schaar van k •=2 te noteren, voor het hierboven genoemde paneel, in de zojuist beschreven denkbeeldige situatie.

Methode

Als een tekst geen grot is, zal hij op geen enkele manier een huis kunnen worden, maar alleen het feit een grot te zijn is niet voldoende om de status van een huis te verkrijgen.

Toepassing op Baudelaire

Menige overeenkomst, die we als evenzovele echo’s kunnen zien, treffen we niet slechts in de inhoud aan, en auteurs of tradities die zeer verschillen doelen beogen, kunnen zelfs eenzelfde vorm aanmaken, hetgeen een obstakel te meer is dat door de historici uit de weg geruimd moet worden, om zicht op de artistieke continuïteit te krijgen. Petrus Borel ontwaarde iets hoorbaars en zichtbaars dat de gevoeligheid prikkelt, en wat in menige tekst van Baudelaire aangetroffen wordt [165]: «Des qui vive lointains, des cliquetis, écoute,
Entends-tu ces clameurs du fort à la redoute?
Là, des casques mouvans, des forêts de mousquets,
La herse qui gémit, le bruit des huisseries,
On dirait le donjon semé de pierreries,
À ces feux plus nombreux qu'en de royaux banquets.» (Ver werdageroep, getik, spits je oren,/Die kreten van het fort tot aan de wijkschans, hoor je?/Daarginds,bewegende helmen, wouden van musketten,/De eg die kraakt, het geluid door deurkozijnen gemaakt,/Het lijkt de vestingtoren wel met juwelen bezaaid,/al die lichten talrijker dan bij koninklijke banketten.)

§620
· Misverstand
Theorie

Laten we stilstaan bij \(ᵒla nature(.)est(.)pleine de vivants.\.-[]-ꞌꞌꞌis de voorbereiding vanꞌꞌꞌl'homme<> (.)passe(.)à travers des forêts[.]-[]-)/¨ (×(ᵒde natuur(.)is(.)vol levenden.\.ꞌꞌꞌis de voorbereiding vanꞌꞌꞌde mens<>(.)gaat door(.)wouden[.])). En vervolgens, bij deze voltige: “hoe maken we de verbinding met het thema "de verbeelding wordt, in elk der kunsten, ondersteund door de invloeden van al die verschillende takken" als we uitgaan van "levenden"?” De beduidenis van het paneel zou het overleven van de mens in de plantenwereld kunnen betreffen, terwijl de voltige de wereld der kunsten en van de verbeelding toont. Er is dus een contrast aanwezig dat een moeilijkheid voor de exegeet oplevert, en dientengevolge ontstaat er een storing, en om deze weer te geven, noteren we een viaduct van m •=2. De eis wordt: “hoe kunnen we, aan de hand van de context, een samenvatting geven van hetgeen "de mens" ontvangt van de "wouden"?” Het antwoord kan niet gevonden worden door middel van “zijn bestaansmiddelen”, maar door “alles wordt ongeveer als volgt samengevat: ‘’"de verbeelding", "de kunsten"‘’ doordat het verstand en de gevoeligheid zich tot een actief gepeins keren, dat na verloop van tijd de kunsten voortbrengt, door uit te gaan van een hecht verband met gebieden die tot de werkelijkheid behoren.” Hier heeft de interpreet opnieuw het gevoel dat de verwachtingen die hem tot zijn onderzoek aanzetten, niet goed op het paneel zijn afgestemd.

Methode

Aangezien het viaduct (m •) voor de beide verzoeken tegelijk geldt, zouden we gemakkelijk kunnen denken dat de waarde ervan ((2)(2))=4 kan bedragen, maar het is aan dezelfde regels onderworpen als de andere perforaties en is dus niet meer dan maximaal 2 waard.

Toepassing op Baudelaire

De «wouden» bereiden op de verbeelding voor van een vervlechting van goed en kwaad, volgens een gebruikelijke stroming omstreeks het eind van de middeleeuwen, iets waar de mensen in de eeuw van Baudelaire nieuwsgierig naar waren, met de vernieuwing van de samenmenging "comisch-serieus" in de literatuur [865]-[866]-[867]: «Het ligt voor de hand, koningen zijn leugenaars
En de machtigen mooipraters,
Prelaten een en al ijdelheid
En edellieden haten de kerk,
De geestelijkheid is een voorbeeld van slechtheid,
Kerkdienaren denken slechts aan plezier,
De machtigen tonen geen sympathie
Het ontbreekt de kooplui aan eerlijkheid,
De werkende mensen aan grootmoedigheid
Gasten leggen wreedheid aan de dag,
Grootwaardigheidsbekleders en rechters zijn onverbiddelijk
En ouders niet echt vriendelijk,
Buren kwaadsprekend en heel jaloers,
Kleine kinderen uitgelezen,
En slechts een egoïstisch en hypocriet gebroed,
Landheren zitten vol slimme streken,
Het geluk lacht de bedriegers toe,
Schurken spelen de baas in de gemeenschap,
We stellen ons lichaam boven onze ziel,
Vrouwen zijn de minnaressen van hun man,
De heilige Kerk wordt nauwelijks geëerd…Daarom trek ik de logische conclusie
Dat we niet ver af kunnen wezen
Van de ondergang der wereld…»

§621
· Verwarring van thema’s
Theorie

Het is interessant het paneel en de fender te vergelijken. In eerste instantie bestuderen we alleen het paneel \(˜*˜des paroles (.)sortent(.)confuses-[]-ꞌꞌꞌis de oorzaak vanꞌꞌꞌenfants(.)confondent(.)se[]-)/¨ (×(˜*˜woorden(.)komen(.)verward naar buitenꞌꞌꞌis de oorzaak vanꞌꞌꞌkinderen(.)vermengen(.) zich)). Daarna houden we ons bezig met de fender “de schepper heeft, op z’n minst in een vluchtige opwelling of op dromerige wijze, gewild dat de beeldspraak van de verwarde woorden de indruk verschaft van het begrip van door elkaar klinkende kinderstemmen”. We beseffen echter dat de interpretatie fout is, want het thema van de kinderen is, in het tweede schot, zonder ook maar enig houvast in het biljart, gecombineerd met dat van de verwarring, waardoor we gedwongen zijn een galg van p •=2 te noteren.

Methode

Het is niet volkomen ondenkbaar dat we de werkelijke beduidenis die de schepper in het geheim bewaard zou hebben voor mensen die echt over veel voorstellingsvermogen beschikken, niet kennen, maar dat is twijfelachtig.

Toepassing op Baudelaire

Baudelaire’s voorliefde voor mystificatie is het voorwerp van talrijke reacties geweest. Pierre Veber heeft zich daartoe ook laten verleiden en verbeeldde zich dat Baudelaire Balzac verafschuwde, zich daarbij verlatend op de volgende verbazingwekkende verklaring van de dichter, die zich ten nadele van een andere letterkundige wilde vermaken [617]: «U moet weten, meneer, dat de bewonderaars van Balzac zich onder elkaar besnuffelen, net zo als honden dat doen!» Als we dat soort grappen serieus nemen, is het weldra zo ver dat we aan geen enkel oordeel dat de dichter over het talent van de romanschrijver geeft, waarde toekennen. Mogelijk imiteert Baudelaire, zonder dat te bekennen, de beledigingen die hij incasseert, om de beduidenis ervan beter te begrijpen. We zien hem, zoals elke denker, vaak een verandering in de benadering van verschijningen aanbrengen om de werkelijkheid die daarin zou kunnen schuilen, beter te vatten.

§622
· Inversie van de oorzakelijkheid
Theorie

Laten we nu bezien welke deining deel zou uitmaken van het paneel \(˜*˜les parfums¹, les couleurs et les sons(.)répondent(.).\.se-[]-ꞌꞌꞌis de oorzaak vanꞌꞌꞌchoses infinies(.)ont(.)expansion[.]-[]-)/¨ (×(˜*˜geuren¹, kleuren en geluiden(.)antwoorden.\.(.)elkaarꞌꞌꞌis de oorzaak vanꞌꞌꞌoneindige dingen(.)bezitten(.) uitbreiding[.])) vergezeld door de bekleding “het oneindige, met zijn levendige, onophoudelijke ontwikkeling, is de oorzaak van het feit dat geuren, kleuren, en geluiden elkaar antwoorden”. Onmiddellijk wordt een deining van w•=2 genoteerd, omdat de loop van de bekleding de logische loop van het paneel omkeert, door de beeldspraak van het oneindige aan het begin te plaatsen. Het zou voldoende zijn om, in dezelfde bekleding, het idee van het paneel beter te volgen, om w •=1 te verkrijgen, ten voordele van dat paneel.

Methode

Zoals steeds, dient de berekening als gids voor de interpreet die een paneel van hoge aannemelijkheid wenst te verkrijgen. Die vormelijkheid lijkt aanvankelijk zinloos, maar enerzijds worden we zo, in feite, van onbelangrijke denkbeelden ontdaan, en anderzijds worden we ertoe aangezet om degene die slechts in schijn onjuist lijken, opnieuw te formuleren. Veel tegenstanders van de meting voeren aan dat deze ons het plezier van de dingen ontneemt, terwijl hij niets anders doet dan ons precies inlichten over de aspecten die aan onze intuïtie ontsnappen. Wanneer de liefhebber van bloemen, dankzij de scheikundige, verneemt hoeveel ijzer zich in de rozen bevindt, stoort die kennis hem beslist niet in zijn plezier dat een boeket hem verschaft.

Toepassing op Baudelaire

We zouden ook in verwarring worden gebracht, bij een bekleding als: “het feit dat geuren, kleuren, en geluiden elkaar antwoorden is de oorzaak van de onophoudelijke ontwikkeling van het oneindige op het wiskundige vlak”. Deze keer is het de veel te grote abstractie van de bekleding die de beduidenis van het biljart verkeerd zou toepassen.

§623
· Panelen van een kwekerij
Theorie

In de hierna volgende paragrafen, proberen we een kwekerij te vormen die als voorbeeld kan dienen. Niet met het doel er de beste panelen of die het gemakkelijkst te verdedigen zijn in te plaatsen, want menige groep panelen zou ongetwijfeld met de serie waar onze keus de nadruk op zou leggen, kunnen rivaliseren, en wel in twee opzichten. We beogen eerder om, te midden van talrijke andere keuzemogelijkheden, een beduidenis te verkrijgen die van groot belang is; die dankzij de perforaties een fors kaliber bereikt en die grote delen in „Samenspel“ beslaat. We maken hier gebruik van de trapezes «Samenspel», «Natuur», «tempel», «pilaren», «ver», «weids» en «antwoorden». De panelen in kwestie, in de gedaante van de eerste metamorfose, leveren deze lijst op: 1°) \(ᵒla nature(.)correspond(.).\.à un temple-[]-ꞌꞌꞌis de voorbereiding vanꞌꞌꞌl'homme<>, le nouvel artiste, prêtre du beau, (.)est(.)observé, surveillé, conseillé par des regards, venus de sa propre famille[.]de pensée, occupés de symboles-[]-)/¨ (×(ᵒde natuur(.)komt(.)overeen.\.met een tempelꞌꞌꞌis de voorbereiding vanꞌꞌꞌde mens<>, de nieuwe kunstenaar, verkondiger van het schone, (.)wordt(.)gadegeslagen, gesurveilleerd, geadviseerd door blikken, afkomstig uit zijn eigen gedachtewereld [.], vol symbolen)); 2°) \(ᵒ la nature.\.(.)est(.)un temple-[]ꞌꞌꞌis de voorbereiding vanꞌꞌꞌl'encens(.) chante(.)les transports[.]de l'esprit et des sens-[])/¨ \(ᵒde natuur.\.(.)is(.)een tempelꞌꞌꞌis de voorbereiding vanꞌꞌꞌwierook(.)bezingt (.)de vervoeringen[.]van geest en zintuigen)); 3°) \(ᵒdans le temple.\., l'homme<>, le nouvel artiste, prêtre du beau, (.)est(.)initié aux arts en passant à travers des forêts de symboles-[]-ꞌꞌꞌis de voorbereiding vanꞌꞌꞌil(.)est(.) maintenant, pour lui, un usage plus facile des nuances du sensible pouvant l'inspirer, car il éprouve sans mal, notamment, les gradations des parfums²[.]trouvés au long de son itinéraire, sachant reconnaître ceux comme des chairs d'enfants…comme les hautbois… comme les prairies, ainsi que d'autres comptant parmi eux l'ambre, le musc, le benjoin et l'encens-[]-)/¨ (×(ᵒin de tempel.\., (.)wordt(.)de mens<>, de nieuwe kunstenaar, verkondiger van het schone, ingewijd in de kunsten terwijl hij door wouden van symbolen gaatꞌꞌꞌis de voorbereiding vanꞌꞌꞌer(.)bestaat(.)nu, voor hem, een praktischer gebruikswijze van de nuances op het vlak van de gevoeligheid in staat hem te inspireren, want hij onderscheidt, met name, moeiteloos de gradaties van de intensiteit der geuren²[.]die hij op zijn traject aangetroffen heeft, aangezien hij degene herkent die als een kinderhuidje zijn…als hobo’s…als weiden; evenals de andere, zoals bijvoorbeeld amber, muskus en wierook)); 4°) \(ᵒ de vivants piliers.\.de l'art, esthètes reconnus, (.)laissent(.)parfois sortir de confuses paroles inspiratrices-[]-ꞌꞌꞌis de voorbereiding vanꞌꞌꞌl'homme<>, le nouvel artiste, prêtre du beau, (.)passe(.)haut la main son initiation, à travers des forêts[.]de symboles-[]-)/¨ (×(ᵒlevende pilaren.\.van de kunst, erkende estheten, (.)laten(.)soms verwarde, inspirerende woorden losꞌꞌꞌis de voorbereiding vanꞌꞌꞌde mens<>, de nieuwe kunstenaar, verkondiger van het schone, (.)volbrengt(.)moeiteloos zijn inwijding, door wouden[.]van symbolen gaand)) ; 5°) \(ᵒde longs échos entendus au loin.\.(.)confondent(.)se[]-ꞌꞌꞌis de voorbereiding vanꞌꞌꞌune ténébreuse et profonde unité[.] comme la nuit et…la clarté(.)est(.)à ce point vaste que le clair-obscur l'emporte-[]-)/¨ (×(ᵒlange echo’s gehoord in de verte.\.(.)vermengen(.)zichꞌꞌꞌis de voorbereiding vanꞌꞌꞌeen duistere en diepe eenheid[.]als de nacht en de dag(.)is(.)zo weids, dat het clair-obscur het wint)); 6°) \(ᵒde par leur essence incompréhensiblement vaste.\.…nuit et…clarté(.)unissent(.)s'-[]-ꞌꞌꞌis de voorbereiding vanꞌꞌꞌdes parfums² …corrompus[.], riches et triomphants, ayant l'expansion des choses infinies…(.)transportent(.)…l'esprit et les sens-[]-)/¨ (×(ᵒwegens hun onbegrijpelijk weidse.\.aard, (.)verenigen(.)nacht en…dag zich ꞌꞌꞌis de voorbereiding vanꞌꞌꞌbedorven[.], rijke en zegevierende geuren², de uitbreiding bezittend van oneindige dingen(.)vervoeren(.)…geest en zintuigen)); 7°) \(ᵒ les parfums¹[.], les couleurs et les sons(.) répondent(.).\.se-[]-ꞌꞌꞌis de voorbereiding vanꞌꞌꞌil(.)est(.)des parfums² frais…doux…verts…et d'autres, corrompus, riches et triomphants-[]-)/¨ (×(ᵒgeuren¹[.], kleuren en geluiden(.)antwoorden(.).\.elkaarꞌꞌꞌis de voorbereiding vanꞌꞌꞌer(.)zijn(.)geuren²…fris…zacht…groen…en andere, bedorven, rijk en zegevierend)). We constateren geen enkel schaduwbeeld, dat uit deze kwekerij zou voortkomen.

Methode

Wanneer slechts een gedeelte, in een schot, in beide panelen voorkomt, is er geen sprake van een schaduwbeeld, omdat immers enkel een volledige herhaling dat tot gevolg heeft.

Toepassing op Baudelaire

In de zojuist genoemde panelen, hebben we het over «nacht» en «dag» in twee schotten, maar dat is volstrekt niet voldoende om van een schaduwbeeld te kunnen spreken, aangezien niet het volledige schot herhaald wordt. We hebben alleen maar thema’s waarop het raadzaam is verschillende keren terug te komen, om de nogal belangrijke beduidenis te begrijpen die Baudelaire voor ons achtergelaten heeft. Hetzelfde geval doet zich voor met de gedeeltelijke overeenkomst tussen «confuses» (verwarde) en «confondent» (vermengen), en die tussen de titel zelf, «Correspondances» (Samenspel) en «répondent» (antwoorden).

§624
· Fenders van een kwekerij
Theorie

De fenders, aangaande de zeven zojuist bepaalde panelen, zien er als volgt uit: 1°) “het kan niet anders of de schepper heeft, op z’n minst in een vluchtige opwelling, of op dromerige wijze, overwogen dat het beeld van de tastbare natuur verbonden met dat van een tempel, door wederzijdse overeenkomst, het gevoel geeft de voorbereiding te zijn van het begrip dat de mens, de nieuwe kunstenaar, verkondiger van het schone, wordt gadegeslagen, gesurveilleerd en geadviseerd door de blikken, afkomstig uit zijn eigen gevoelswereld en vol symbolen”; 2°) “het kan niet anders of de schepper heeft, op z’n minst in een vluchtige opwelling, of op dromerige wijze, overwogen dat het beeld van de tastbare natuur, verbonden met dat van een tempel, het gevoel geeft de voorbereiding te zijn van de indruk dat zaken die ogenschijnlijk slechts stoffelijk zijn, zoals wierook, een basis vormen voor de intense uiting van het hele wezen, geestelijk en lichamelijk”; 3°) “het kan niet anders of de schepper heeft, op z’n minst in een vluchtige opwelling, of op dromerige wijze, overwogen dat het beeld van de mens die door wouden van symbolen gaat, het gevoel geeft de voorbereiding te zijn van dat van de estheet die erin slaagt zich te midden van stoffelijke overdaad van kinderhuidjes, hobo’s, weiden, amber, muskus, benzoë en wierook te oriënteren”; 4°) “het kan niet anders of de schepper heeft, op z’n minst in een vluchtige opwelling, of op dromerige wijze, overwogen dat het beeld van de levende pilaren der kunst, erkende estheten, die soms verwarde woorden loslaten, het gevoel oplevert de voorbereiding te zijn van het begrip dat de mens inhoudt, de nieuwe kunstenaar, verkondiger van het schone, die, in zijn eigen verbeelding, ziet dat die schenking waardevol voor hem is”; 5°) “het kan niet anders of de schepper heeft, op z’n minst in een vluchtige opwelling of op dromerige wijze, overwogen dat het beeld van de lange echo’s der schoonheid, gehoord in de verte, en die zich vermengen, de indruk verwekt dat het de voorbereiding is van de volgende gedachte, namelijk dat goed en kwaad zo weids zijn, in de duistere en diepe eenheid der wereld, dat ze elkaar bijna raken”; 6°) “het kan niet anders of de scheppper heeft, op z’n minst in een vluchtige opwelling, of op dromerige wijze, overwogen dat de voorstelling van de onbegrijpelijke onmetelijkheid van hetgeen ons omringt, met name goed en kwaad, het gevoel geeft dat het de voorbereiding is van de gedachte dat bederf een bron van dronkenschap is”; 7°) “het kan niet anders of de schepper heeft, op z’n minst in een vluchtige opwelling, of op dromerige wijze, overwogen dat het beeld van eenzelfde vorm, in de domeinen van de vijf zintuigen, het gevoel geeft de voorbereiding te zijn van het begrip dat de wezens tot het gevoelige vlak behorend, of de indrukken die ze in ons wekken, dezelfde, eveneens mogelijke, serie morele eigenschappen bezitten”. We zien dat het een waagstuk zou zijn om een schaduwbeeld in deze fenders proberen te vinden, zelfs als ze meer dan de panelen dat doen, de beduidenis van het biljart vertolken.

Toepassing op Baudelaire

Overeenkomsten zouden er, door zeer veel van elkaar weg hebbende kwaliteiten, in het verborgenste van de wezens tot het gevoelige vlak behorend, uit bestaan dat er menig equivalent is van sommige, voor ons toegankelijke aspecten ervan, ondanks het feit dat deze er heel verschillend uitzien.

Methode

Het gemiddelde van 1 paneel voor 2 regels, dus van 7 elementen in de kwekerij voor de 14 regels van de tekst waartoe ze behoren, toont een nauwgezette manier om het werk te volgen, zonder onnodig veel voorbeelden aan te dragen; dit buiten alle geloof in een zekere denkbeeldige macht van het getal 7 om.

§625
· Bekledingen van een kwekerij
Theorie

Laten we, in grote lijnen, de afdeling van de zojuist beschreven kwekerij bestuderen, om te zien of in ieder geval twee van de bekledingen een schaduwbeeld vertonen. Hier volgt het overzicht: 1°) “de twee bij elkaar, natuur en tempel, aangezien ze met elkaar overeen komen, zijn de oorzaak van de observatie van de mens, verkondiger van het schone, door mensen, van dezelfde aard als hij, en vol symbolen”; 2°) de tastbare natuur, het wezenlijke van een bouwsel toegeschreven aan de geest bezittend, is de oorzaak van het feit dat een stoffelijk product op krachtige wijze omhoogtilt naar de volledige, geestelijke en stoffelijke werkelijkheid”; 3°) “de inwijding van de nieuwe kunstenaar is de oorzaak van zijn begrip van de overvloedige diversiteit van het gevoelige en merkt op dat die, via opeenvolgende etappes, van het tedere ofwel kinderlijke genre tot aan de intensiteit van de volwassene gaat”; 4°) “de erfenis van de pilaren der kunst is, betreffende hetgeen de nieuwe kunstenaar doet, de oorzaak van het gebruik van eerder uitgewerkte symbolen”; 5°) “de talrijke echo’s die zich onderling vermengen en ons een afspiegeling van het schone laten zien, zijn, in hun verwijdering, lengte en veelheid, de oorzaak van de verwarring in een duistere en diepe eenheid, weids als het naast elkaar geplaatste goed en kwaad”; 6°) “de onmetelijkheid, in het clair-obscur, het goed en het kwaad, is de oorzaak van de vervoering der dronkenschap”; en, tenslotte, 7°) “het samenspel van geuren, kleuren en geluiden is de oorzaak van de gelijkenis tussen de morele vermogens ervan”. Een ieder ziet hoe nutteloos het is om in het geheel gevormd door deze verschillende formuleringen een schaduwbeeld te zoeken.

Methode

De keuze van zowel de trapezes als van de festons garandeert dat heel veel beeldspraken in de tekst de ene na de andere naar voren worden geschoven, tijdens het evaluatieproces aangaande de aannemelijkheid van een kwekerij. De exegeet, die elk wil helpen de grot te volgen, geeft, op het moment dat hij inzicht in de diverse panelen krijgt, door middel van de aanduidingen ([]-) en (-[]), het gebruik van het overhemd aan. Door zo te controleren wat hij over dergelijke motieven die hem worden gepresenteerd leert, kan de toeschouwer van de caleidoscoop van het onderzoek, zonder dat hij het slachtoffer van tweeslachtigheid is, honderden facetten voortgekomen uit dezelfde aanvankelijke figuur waarnemen, bestaande uit het werk dat als voorbeeld dient voor de berekening van de aannemelijkheid.

Toepassing op Baudelaire

Een van de aspecten heeft betrekking op het lot van de «geuren» en de “zang” ervan, die met name van menselijke bedrijvigheid afkomstig is. De commentator zal zich vervolgens afvragen welk deel, in zo’n zang, daarvan uit de technische samenstelling van geuren is voortgekomen. Maar het gedicht maakt geen enkele onderscheiding tussen natuurlijke geuren en ambachtelijk of industrieel vervaardigde.

§626
· Eerste paneel
Theorie

Het eerste paneel, waarvan de liniaal nog vastgesteld moet worden, wordt genoteerd als \(ᵒla nature(.)correspond(.).\.à un temple-[]-ꞌꞌꞌis de voorbereiding vanꞌꞌꞌl'homme<>, le nouvel artiste, prêtre du beau, (.)est(.)observé, surveillé, conseillé par des regards, venus de sa propre famille[.]de pensée, occupés de symboles-[]-)/¨ (×(ᵒde natuur(.)komt(.)overeen.\.met een tempelꞌꞌꞌis de voorbereiding vanꞌꞌꞌde mens<>, de nieuwe kunstenaar, verkondiger van het schone, (.)wordt(.)gadegeslagen, gesurveilleerd, geadviseerd door blikken, afkomstig uit zijn eigen gedachtewereld [.], vol symbolen)). Het elastiek ziet er als volgt uit: (Samenspel.\.; vertrouwde[.];mens<>). De voltige bestaat uit: “hoe maken we, uitgaande van de trapeze "Samenspel" (Overeenkomsten) de verbinding met het deksel "de verbeelding wordt, in elk der kunsten, ondersteund door de invloeden van al die verschillende takken"?” Het antwoord is: “gezien het feit dat de kunsten door overeenkomsten met elkaar verbonden zijn, ontvangt elk ervan een bijdrage van de andere.” Tegelijkertijd accepteren we de eis: “hoe kunnen we, aan de hand van de context, een samenvatting geven van hetgeen de mens van de vertrouwde blikken ontvangt?” Het antwoord kan onmiddellijk door “alles wordt ongeveer als volgt samengevat: ‘’"de verbeelding", "de kunsten"‘’ worden gegeven doordat het verstand en de gevoeligheid zich tot een actief gepeins keren, dat na verloop van tijd de kunsten voortbrengt, door uit te gaan van een hecht verband met gebieden die tot de werkelijkheid behoren.” De eerste zwengel, de fender, wordt door deze, laatst al waargenomen, woorden beschreven: “het kan niet anders of de schepper heeft, op z’n minst in een vluchtige opwelling, of op dromerige wijze, overwogen dat de voorstelling van de tastbare natuur verbonden met de tempel, door wederzijdse overeenkomst, het gevoel geeft dat die de voorbereiding is van het begrip dat de mens, de nieuwe kunstenaar, verkondiger van het schone, is gadegeslagen, gesurveilleerd en geadviseerd door de blikken afkomstig van zijn eigen gedachtewereld, vol symbolen”. Het betreft een interpretatie van «Samenspel

De Natuur is een tempel…» met betrekking tot «…De mens gaat er wouden van symbolen
Door die hem met vertrouwde blikken gadeslaan.» Als er een tempel bestaat, is het mogelijk aan een priester te denken. Waar kunnen we die vinden? In de mens die zich voor symboliek interesseert. De tweede zwengel, de bekleding, formuleren we zo: “beide, omdat natuur en tempel met elkaar overeenkomen, zijn de oorzaak van de observatie van de mens, verkondiger van het schone, door mensen die soortgenoten zijn en vol symbolen”. Dit kan heel goed een manier zijn om de eerste regels te begrijpen.

Methode

Het is gewoon logisch om een kwekerij met het begin van het werk te starten.

Toepassing op Baudelaire

In het onderhavige geval genieten we het voordeel, wat absoluut niet voor elke kwekerij vereist wordt, dat het steeds de mens is die we iets positiefs uit de door alle eisen vermelde relatie zien halen. Zodanig wordt het feit de mens als onbetwist middelpunt van aanzien te beschouwen, een houding die in de wereld der wetenschap wordt gezien als de grootste tekortkoming van ijdele pretenties kennis te bezitten, een heel acceptabele grondslag van bepaalde gebieden der kunst. Als we de drie eerste regels van het gedicht aandachtig bestuderen, constateren we dat “de mens” niet echt wordt geïdentificeerd als zijnde een deel van de natuurlijke wereld: hij gaat er doorheen. Daarom zou het kunnen dat het beeld, zeker weerlegbaar, hoewel op heel subjectieve wijze verschaft, van zijn hoogst uitzonderlijke karakter, al aanwezig is. Als we dat eenmaal hebben geopperd, wordt het gemakkelijk te denken dat Baudelaire zich in de eerste plaats interesseert voor hetgeen, temidden van alle dingen van deze wereld, de mens dient. Vervolgens kunnen we, zodra we ons voorstellen dat de hier uitgebeelde mens de kunstenaar is, aan de hand van de bijzondere beduidenis die we nu hebben bepaald, de zojuist verschafte interpretatie een andere vorm geven.

§627
· Liniaal van het eerste paneel
Theorie

Laten we de liniaal met een waarde van 1 van \(ᵒla nature(.)correspond(.).\.à un temple-[]-ꞌꞌꞌis de voorbereiding vanꞌꞌꞌl'homme<>, le nouvel artiste, prêtre du beau, (.)est(.)observé, surveillé, conseillé par des regards, venus de sa propre famille[.]de pensée, occupés de symboles-[]-)/¨ (×(ᵒde natuur(.)komt(.) overeen.\.met een tempelꞌꞌꞌis de voorbereiding vanꞌꞌꞌde mens<>, de nieuwe kunstenaar, verkondiger van het schone, (.)wordt(.)gadegeslagen, gesurveilleerd, geadviseerd door blikken, afkomstig uit zijn eigen gedachtewereld [.], vol symbolen)). Het hengsel heeft een niveau van a •=1, om twee redenen. Ten eerste laten de schotten ervan, “de natuur komt overeen met een tempel” en “de mens, de nieuwe kunstenaar, verkondiger van het schone, wordt gadegeslagen, gesurveilleerd en geadviseerd door blikken, afkomstig van zijn eigen gedachtewereld, vol symbolen”, elk minimaal een balk zien. Vervolgens wordt geen enkele in die schotten gebruikte balk herhaald. De klopper (b •) krijgt eveneens waarde 1, omdat «mens», «gadeslaan», «blikken», «vertrouwde» en «symbolen», in de tekst, na «Natuur», «Samenspel» en «tempel» geplaatst worden. De volgorde van de fronten, in elk der schotten, en niet wat het geheel ervan betreft, is volstrekt niet belangrijk bij het bepalen van deze waarde van 1 van de klopper. Er valt geenszins te twijfelen aan een korf van c•=1, want er wordt, in hetgeen de beduidenis van de balken determineert, geen enkele vervalsing van het werk vermeld. De verzen van Baudelaire blijven, uitgezonderd de middelen aangewend voor de versbouw, uitgesloten van het absoluut rationele vlak, zodat een angeltje van d•=1 vast lijkt te staan. Van begin tot eind blijft het paneel zeer toegankelijk, en merken we noch een onhandigheid, noch een vergissing in de tijdrekening op, waardoor het een bout van e •=1 ontvangt. Inderdaad moet de estheet wel gevormd worden, wat ook de talenten zijn waarvan hij gebruikt maakt. Bovendien blijft, met behulp van het overhemd, elke verandering van de balken nuttig om de tekst te begrijpen, omdat deze nooit de beduidenis van het biljart door een andere vervangt. Een groef van f •=1 blijkt onontkoombaar te zijn, omdat het paneel bij elke mogelijkheid de illustratie vermijdt, en de relaties tussen de beelden die het aan het werk ontleent, interpreteert zonder dat het daarvoor een denkbeeldige tekst in het leven roept. Enerzijds wordt «Samenspel

De Natuur is een tempel…» (de natuur(.)komt(.)overeen.\.met een tempel-[]-), en anderzijds «De mens gaat er wouden van symbolen
Door die hem met vertrouwde blikken gadeslaan» wordt (de mens<>, de nieuwe kunstenaar, verkondiger van het schone(.)wordt(.)gadegeslagen, gesurveilleerd en geadviseerd door blikken, afkomstig van zijn eigen gedachtewereld[.], vol symbolen-[]-). In deze situatie kan probleemloos een hanger van g •=1 genoteerd worden, omdat het werk, wat de beduidenis van het biljart ervan aangaat, zich tevredenstelt met het naast elkaar plaatsen van twee mededelingen, waarbij het niets vertelt over het ontstaan van de tweede door toedoen van de eerste. Bovendien, de critici beschikken over geen enkel paraat middel om te ontkennen dat de inhoud van het eerste schot de voorbereiding is van die van het tweede. Het krukje h •=1 wekt geen enkele verbazing, dankzij de paragrafen 623, 624 en 625, die hebben laten zien dat er zich, met betrekking tot de eerste kwekerij, geen enkel schaduwbeeld voordoet. We stellen voor nu (j •), de knuppel, nader te bekijken. Het paneel weert geen enkel gebruik van deuren of vastberadenheid: bij «Natuur», verkrijgen we “op een goddelijk gebouw lijkend”; bij de «levende pilaren», “als door goddelijke wil gedreven”. Bij de pilaren die over woorden beschikken, de blikken van symbolen, of ook bij de geuren, kleuren en geluiden die elkaar antwoorden, gebruiken we “de indruk van de gedachte gevend alsof deze door goddelijke wil is ontstaan”. Bij de “bedorven wierook”, zijn we, tenslotte, in het bezit van de deur “die zowel goed als kwaad schijnt te doen”. Daarenboven komen de balken uit dezelfde tekst vandaan. Laatstgenoemde vertoont een profiel van ½ en bestaat uit een sonnet. Hoe ziet het deksel eruit? De omschrijving ervan blijkt simpel te zijn: “de verbeelding wordt, in elk der kunsten, ondersteund door de invloeden van al die verschillende takken”. De knuppel (j•) is hier dus 1 waard. We zien dat een schaar van k•=1 billijk is, omdat de knuppel een hoogte van 1 heeft, en omdat het gedicht „les Phares“ ten opzichte van „Samenspel“ de rol van een acoliet heeft, en samen daarmee over het thema “"de verbeelding", "de kunsten"”’ beschikt, dat de mentor is van het zojuist genoemde deksel. Het viaduct m •=1 moet geaccepteerd worden, wegens de knuppel met een waarde van 1 en tevens door het bevredigende karakter van zowel de trapeze als van de feston, beide bestudeerd in de vorige paragraaf. De galg p •=1 staat vast dankzij een knuppel van 1, en doordat de fender uit een verdieping van het paneel bestaat. Tenslotte kan voor het onderzochte paneel een deining van w •=1 goedgekeurd worden, omdat de knuppel 1 waard is, en wegens het feit dat de bekleding een toepassing is van het paneel. Samengevat lijkt een liniaal van 1=(1/a•b•c•d•e•f•g•h•j•k•m•p•w•) aanvaardbaar, de reeks perforaties in aanmerking genomen: hengsel, klopper, korf, angeltje, bout, groef, hanger, krukje, knuppel, schaar, viaduct, galg en deining. De waarden bereiken, inderdaad, de niveaus a •=1, b•=1, c•=1, d•=1, e•=1, f•=1, g•=1, h•=1, j•=1, k•=1, m•=1, p•=1 en w•=1.

Methode

Het is zeker dat de schepper achter zijn zinnen staat, en dat, op die manier “E is de voorbereiding van F” in werkelijkheid “met E maakt de schepper de voorbereiding van F” betekent.

Toepassing op Baudelaire

Wat het thema van de artistieke verbeelding betreft, zou een onderzoek van werken behorend tot de romantiek en het symbolisme van groot belang zijn. Het zou eruit bestaan de serie gedichten te vinden waarin, ook als dat slechts op geringe wijze is, dat onderwerp een rol speelt. Dat zou ons eventueel kunnen helpen te bepalen of er een diep verband bestaat tussen dat thema en het idee dat de neighing tot het kwaad, niet bij een bepaalde mens, maar bij iedereen, een voorwaarde daarvoor is [683]-[[1119]] in Index II (Gedichten)">[[1119]].

§628
· Tweede paneel
Theorie

We bekijken de mededeling \(ᵒ la nature.\.(.)est(.)un temple-[]ꞌꞌꞌis de voorbereiding vanꞌꞌꞌl'encens(.) chante(.)les transports[.]de l'esprit et des sens-[])/¨ (×(ᵒde natuur.\.(.)is(.)een tempelꞌꞌꞌis de voorbereiding vanꞌꞌꞌwierook(.)bezingt (.)de vervoeringen[.]van geest en zintuigen)). Het elastiek wordt als volgt gelezen: (Natuur.\.; vervoeringen[.];mens<>). De voltige bestaat uit: “hoe maken we, uitgaande van de trapeze "Natuur" de verbinding met het deksel "de verbeelding wordt, in elk der kunsten, ondersteund door de invloeden van al die verschillende takken"?” Hier volgt het antwoord: “in de natuur, worden door de domeinen der gevoeligheid de organen van de vijf zintuigen verschaft, en, eveneens, de wezens die erdoor begeesterd worden. Daaruit ontstaat de interne verscheidenheid van de kunst, die de parallellen mogelijk maakt tussen de takken, afgeleid, door verdere uitwerking, van de aanvankelijke bron, schilderkunst of muziek, met name, wat het zien en het horen betreft. Dat heeft tot resultaat dat, wanneer een kunstenaar een tak van kunst beoefent, hij gebruik maakt van hetgeen zijn voorstellingsvermogen tot stand brengt dankzij de talrijke ervaringen die hij in aanraking met andere kunsten opgedaan heeft.” Overigens bestaat de eis uit: “hoe kunnen we, aan de hand van de context, een samenvatting geven van hetgeen de mens ontvangt van de vervoeringen van geest en zintuigen?” Het antwoord komt onmiddellijk: “alles wordt ongeveer als volgt samengevat: ‘’"de verbeelding", "de kunsten"‘’ doordat het verstand en de gevoeligheid zich tot een actief gepeins keren, dat na verloop van tijd de kunsten voortbrengt, door uit te gaan van een hecht verband met gebieden die tot de werkelijkheid behoren.” De fender wordt als volgt omschreven: “het kan niet anders of de schepper heeft, op z’n minst in een vluchtige opwelling, of op dromerige wijze, overwogen dat de voorstelling van de tastbare natuur, die toch ook een tempel is, het gevoel geeft dat die de voorbereiding is van het begrip dat dingen die enkel stoffelijk lijken te zijn, zoals wierook, de grondslag vormen voor de intense expressie, van het hele wezen, geestelijk en lichamelijk”. Het begin van het gedicht wordt dus geïnterpreteerd alsof het de voorbereiding is van het eind ervan. Dit is de bekleding: “de tastbare natuur, die de essentie van een aan de geest toegeschreven bouwsel bezit, veroorzaakt het feit dat een stoffelijk product een enorme, zowel geestelijke als lichamelijke activiteit teweegbrengt”.

Methode

Het met elkaar verbinden van het begin en het eind van eenzelfde werk is een elementaire literaire handeling, wat ons bij de talenten van de dichter terugbrengt.

Toepassing op Baudelaire

In opmerking 592B hebben we al gezien dat, als we «die» in de laatste regel niet slechts betrekking laten hebben op de vier geuren, «…amber, muskus, benzoë en wierook…», en zelfs niet op alle «…geuren…bedorven, rijk en zegevierend…» maar op alle genoemde geuren, ook de meest frisse, het idee in ons op komt dat ze allemaal de vervoeringen bezingen, en dat er enkel een verschil is tussen de hevigste en de lichtste. De natuurlijke krachten bieden ons de diverse geuren door de synthese ervan, wat de aandachtige waarnemer volstrekt niet verhindert ze, op een later tijdstip van de studie, in twee groepen te verdelen: die der zwakheid en daarna die der overdaad. De energie van de natuurlijke krachten, die de toeschouwer oneindig toelijken, vormde het onderwerp van een opstel in Latijnse verzen van de jonge Baudelaire, op het “Concours Général” van 1837, waarvan hier, in een vertaling van Jules Mouquet, het begin volgt [653]: «Op dat stukje Italiaanse grond waar de steeds wulpsere vloed
De bij dichters geliefde oevers van Baïes likt,
Verstoorde nauwelijks driehonderd jaar tevoren de plots veranderde natuur
Door angstaanjagende wonderen de blije rust aldaar.

De rustgevende nacht had z’n allesomringende vrede verspreid: een koele bries
Blies zachtjes over de landereien en, langs de kust,
Proefden de mensen, zo dicht bij de dood, een vredige slaap.
Een enorm lawaai steeg op uit zee, de golven rolden lange tijd
Hun opgezwollen dreigingen voort; een hevige storm, z’n krachten verzamelend, smolt
In deze landstreek; de aarde, alsof ze zich ervan bewust is, antwoordt
Op dat signaal, en, heen weer geschud door een geheime kracht,
Horen we de hele kust in z’n grotten loeien.
Nu kraakt de grond en opent zich in vele vuurpoelen.
Door de spleten wordt een vlam gefilterd, die in zijn snelle rit
De te voorschijn gekomen schaduwen verlicht; de rotsen openen zich gedeeltelijk; een ongeduldig vuur
Verspreidt zich, en losgeslagen, strekken brandende golven zich in de verte uit over het land dat ze doorkruisen.» Zulk soort krachten doorstromen het menselijke wezen, en, enkele jaren later, is Baudelaire trouwens van mening dat, hoewel het begrip slechte gezondheid de grondslagen verleent om sommige ervan te begrijpen, moet het antwoord op andere gezocht worden rondom de wil kwaad te doen [683]-[[1130]] in Index II (Gedichten)">[[1130]]. 629///-Laten we vaststellen hoeveel de waarde is van de liniaal \(ᵒ la nature.\.(.)est(.)un temple-[]ꞌꞌꞌis de voorbereiding vanꞌꞌꞌl'encens(.) chante(.)les transports[.]de l'esprit et des sens-[])/¨ (×(ᵒde natuur.\.(.)is(.)een tempelꞌꞌꞌis de voorbereiding vanꞌꞌꞌwierook(.)bezingt(.)de vervoeringen[.]van geest en zintuigen)). De correcte waarde van het hengsel, a •=1, is om twee redenen billijk. Elk der schotten van het paneel, “de natuur is een tempel…” en “wierook bezingt de vervoeringen van geest en zintuigen”, bevat minimaal een balk. Geen enkele van die fronten komt meerdere malen in het paneel voor. Een klopper van b •=1 lijkt noodzakelijk, gezien het feit dat «Natuur», “is” en «tempel», eerder in de tekst genoemd worden dan «wierook», «bezingen», «vervoeringen», «geest» en «zintuigen». We kennen c •=1 toe aan de korf, omdat alle angst voor vervalsing of een belangrijke wijziging van het gedicht ongegrond blijft. Het angeltje (d •) wordt niveau 1 toegekend, want, handelingen betreffende de versbouw daargelaten, lijkt het voor de hand liggend dat niets in het gedicht over wetenschap of iets heel technisch gaat. Een bout van e •=1 is onvermijdelijk, omdat de schepper de bestudeerde relatie gemakkelijk begrepen schijnt te hebben. De groef f•=1 is op drie feiten gebaseerd: het paneel bevat geen illustratie; het is in geen enkel opzicht in strijd met het biljart; en tenslotte, elk verband in beduidenis in de schotten is niet meer dan een ontwikkeling van een aanvankelijke link met het biljart. Het behoeft geen uitleg dat «De Natuur is een tempel…» en «Er zijn geuren, zo fris…En andere…Zoals amber, muskus, benzoë en wierook,
Die de vervoeringen bezingen van geest en zintuigen.» het paneel genoeg materiaal leveren om er iets van te maken. De hanger g •=1 wordt door drie gegevens in de tekst gerechtvaardigd. Ten eerste, het idee “wierook bezingt de vervoeringen van geest en zintuigen” wordt als het ware voorbereid door middel van «De Natuur is een tempel…» wordt, getuige het biljart, niet erg openlijk door het gedicht meegedeeld. Ten tweede, de schepper verwerpt dit denkbeeld evenmin. En tenslotte, de critici beschikken over geen enkel middel om de beeldspraak aangaande een dergelijke billijkheid helemaal terzijde te leggen. Het krukje h •=1 staat vast, omdat we, door de inhoud van de paragrafen 623, 624 en 625, de verzekering hebben dat de kwekerij het besproken paneel bevat zonder dat het ook maar het geringste schaduwbeeld duldt. Met name hadden we, in het eerste schot van het hiervoor bestudeerde paneel, “komt overeen met” (correspond), terwijl in het nieuwe paneel “is” (est) staat, waardoor er geen sprake van een volledige herhaling kan zijn. De knuppel j •=1 wordt door een aantal redenen gerechtvaardigd. Allereerst, het gedicht van Baudelaire wordt als een op zichzelf staand werk gepresenteerd, met een titel, voorafgegaan en gevolgd door typografische spaties; het beantwoordt aan een erkende vorm, die van het sonnet; er zijn minder dan honderd fronten; het profiel ervan is ½. Vervolgens, het deksel “de verbeelding wordt, in elk der kunsten, ondersteund door de invloeden van al die verschillende takken” vat een belangrijk aspect van de globale betekenis van de verzen op juiste wijze samen. Bovendien, de balken van het paneel komen inderdaad allemaal in die regels voor: «Natuur», “is”, «tempel», «wierook», «bezingen», «vervoeringen», «geest» en «zintuigen». In de zevende plaats, niets in de deuren of in de vastberadenheid is in strijd met het denkbeeld van het paneel. Met "Natuur-tempel", zijn we in het bezit van de deur “op een goddelijk gebouw lijkend”. Bij de «levende pilaren» verkrijgen we “als door goddelijke wil gedreven”; bij de pilaren die over woorden beschikken, de blikken van symbolen, of ook bij de geuren, kleuren en geluiden die elkaar antwoorden, gebruiken we “de indruk van de gedachte gevend alsof deze door goddelijke wil is ontstaan”. Betreffende bedorven wierook, voegen we in gedachten “die zowel goed als kwaad schijnt te doen” aan de tekst toe. Een schaar van k•=1 is juist, omdat de knuppel een waarde van 1 heeft, en omdat het gedicht „les Phares“ als acoliet dient voor „Samenspel“, waardoor het sonnet de status van huis kan verkrijgen. We accepteren een viaduct van m•=1, wegens niveau 1 van de knuppel, en dankzij de capaciteiten van zowel de voltige als de eis om een antwoord te verkrijgen, hetgeen weerlegd wordt in paragraaf 628. Een galg van p •=1 wordt gewaarborgd door de knuppel die 1 waard is en omdat paragraaf 628 toont dat de fender zich beperkt tot het ontwikkelen van een beduidenis in het paneel. De deining heeft niveau w •=1, gezien de knuppel van 1 en omdat 628 ons, in de bekleding, de afspiegeling van het paneel laat zien. Bijgevolg is de uitkomst wat de perforaties a•, b•, c•, d•, e•, f•, g•, h•, j•, k•, m•, p• en w• betreft ((1)(1)(1)(1)(1)(1)(1)(1)(1)(1)(1) (1)(1))=1, wat een liniaal van 1/a •b•c•d•e•f•g•h•j•k•m•p•w•=1 oplevert.

Methode

Aangezien in de grot weinig woorden voorkomen, en de grenzen ervan goed zijn aangegeven, veronderstellen we dat de schepper zich vluchtig een beeld van de tekst kan vormen, en wel op zodanige wijze dat hij daardoor in staat is de afstand tussen het begin en het eind teniet te doen, om de beelden die van beide uiteinden afkomstig zijn, probleemloos met elkaar in verband te brengen.

Toepassing op Baudelaire

Daar komt de beeldspraak uit voort dat «De Natuur is een tempel…» terecht geacht wordt de voorbereiding te zijn van “wierook bezingt de vervoeringen van geest en zintuigen”. De natuur ofwel werkelijkheid vormt, naar het goddelijke gekeerd, het enige model dat mogelijk is, waartoe, bovendien, de mens behoort, incluis alles wat hij tot stand heeft gebracht. En van die wereld maakt, heel in het bijzonder, hetgeen grote kunstenaars en ambachtslieden van luxe artikelen in de loop der eeuwen, uitgaande van wat er in hun tijd bestond, hebben ontworpen, deel uit.

§630
· Derde paneel
Theorie

We bekijken nu een ander paneel: \(ᵒdans le temple.\., l'homme<>, le nouvel artiste, prêtre du beau, (.)est(.)initié aux arts en passant à travers des forêts de symboles-[]-ꞌꞌꞌis de voorbereiding vanꞌꞌꞌil(.)est(.) maintenant, pour lui, un usage plus facile des nuances du sensible pouvant l'inspirer, car il éprouve sans mal, notamment, les gradations des parfums²[.]trouvés au long de son itinéraire, sachant reconnaître ceux comme des chairs d'enfants…comme les hautbois…comme les prairies, ainsi que d'autres comptant parmi eux l'ambre, le musc, le benjoin et l'encens-[]-)/¨ (×(ᵒin de tempel.\., (.)wordt(.)de mens<>, de nieuwe kunstenaar, verkondiger van het schone, ingewijd in de kunsten terwijl hij door wouden van symbolen gaatꞌꞌꞌis de voorbereiding vanꞌꞌꞌer(.)bestaat(.)nu, voor hem, een praktischer gebruikswijze van de nuances op het vlak van de gevoeligheid in staat hem te inspireren, want hij onderscheidt, met name, moeiteloos de gradaties van de intensiteit der geuren²[.]die hij op zijn traject aangetroffen heeft, aangezien hij degene herkent die als een kinderhuidje zijn…als hobo’s…als weiden; evenals de andere, zoals bijvoorbeeld amber, muskus en wierook)). Een elastiek lijkt alles in zich te bergen: (tempel.\.; geuren²[.];mens<>). De voltige ziet er zo uit: “hoe maken we de verbinding met het deksel "de verbeelding wordt, in elk der kunsten, ondersteund door de invloeden van al die verschillende takken"?” uitgaande van het denkbeeld dat door de balk «tempel» gevormd wordt? De volgende woorden geven het antwoord: “dankzij het feit dat de inwijding in de tempel van het schone de kunstenaar nu juist leert hoe hij in een bepaalde kunst de ideeën afkomstig van andere takken der kunst kan gebruiken.” Overigens bestaat de eis uit: “hoe kunnen we, aan de hand van de context, een samenvatting geven van hetgeen de mens ontvangt van geuren, als sommige als kinderhuidjes zijn, als hobo’s, als weiden, terwijl andere meer weg hebben van amber, muskus, benzoë en wierook?” Het antwoord wordt moeiteloos gevonden: “alles wordt ongeveer samengevat als ‘’"de verbeelding", "de kunsten"‘’ doordat het verstand en de gevoeligheid zich tot een actief gepeins keren, dat na verloop van tijd de kunsten voortbrengt, door uit te gaan van een hecht verband met gebieden die tot de werkelijkheid behoren.” Dit is de beschrijving van de fender: “het kan niet anders of de schepper heeft, op z’n minst in een vluchtige opwelling of op dromerige wijze, overwogen dat de voorstelling van de mens die door wouden van symbolen gaat, het gevoel geeft dat die de voorbereiding is van de estheet die erin slaagt zich opnieuw temidden van de stoffelijke overdaad aan kinderhuidjes, hobo’s, weiden, amber, muskus, benzoë en wierook te bevinden”. Het is een manier om, door middel van een interpretatie, de derde regel en het einde van het sonnet met elkaar te verbinden. De bekleding wordt op deze wijze beschreven: “de inwijding van de nieuwe kunstenaar bewerkstelligt dat hij inzicht krijgt in de overvloedige diversiteit van het domein der gevoeligheid, waarvan hij merkt dat het zich, via opeenvolgende etappes, uitstrekt van het tedere ofwel kinderlijke genre tot aan de intensiteit van de volwassene.”

Methode

Bij de zoektocht naar de beduidenis, moeten we open blijven staan voor de verschillende tendenties die zich, gedurende duizenden jaren, een weg banen, van bijgeloof naar de kunst en daarna tot aan de wetenschap.

Toepassing op Baudelaire

Het zou niet gemakkelijk zijn om een geval van een tempel te moeten vinden waarin verschillende geuren worden gebruikt, in diverse vertrekken, en gewijd aan verschillende waarden. Wat de algemene organisatie aangaat, denken we aan sommige kerken die meerdere kapellen hebben, opgedragen aan een bepaalde figuur die door de dogmatiek als belangrijk wordt erkend. Tenslotte zou de tempel van het schone, die hoge kwaliteiten roemt, eveneens de mogelijkheid hebben verontrustende dingen te vertegenwoordigen; en dat is, volgens de laatste regel, inderdaad wat wierook laat zien. Alles wat de fascinatie voor het dier inhoudt, toont hetgeen door de mens vervloekt wordt, zo dikwijls gesuggereerd bij inwijdingen, en waartoe de Egyptische beelden; Baudelaire’s liefde voor poezen; en het denkbeeld dat betrekking heeft op de continuïteit die levende wezens met elkaar verbindt, grotendeels behoren [272]-[626]. Aangezien schoonheid dezelfde samenstelling heeft als het goede, kwam het voor dat de dichter, met zijn grote bewondering voor vrouwen, ze met heel harde woorden striemde [1137].

§631
· Liniaal van het derde paneel
Theorie

Laten we nu de kwestie bezien van de liniaal verkregen door middel van het paneel \(ᵒdans le temple.\., l'homme<>, le nouvel artiste, prêtre du beau, (.)est(.)initié aux arts en passant à travers des forêts de symboles-[]-ꞌꞌꞌis de voorbereiding vanꞌꞌꞌil(.)est(.) maintenant, pour lui, un usage plus facile des nuances du sensible pouvant l'inspirer, car il éprouve sans mal, notamment, les gradations des parfums²[.] trouvés au long de son itinéraire, sachant reconnaître ceux comme des chairs d'enfants…comme les hautbois…comme les prairies, ainsi que d'autres comptant parmi eux l'ambre, le musc, le benjoin et l'encens-[]-)/¨ (×(ᵒin de tempel.\., (.)wordt(.)de mens<>, de nieuwe kunstenaar, verkondiger van het schone, ingewijd in de kunsten terwijl hij door wouden van symbolen gaatꞌꞌꞌis de voorbereiding vanꞌꞌꞌer(.)bestaat(.)nu, voor hem, een praktischer gebruikswijze van de nuances op het vlak van de gevoeligheid in staat hem te inspireren, want hij onderscheidt, met name, moeiteloos de gradaties van de intensiteit der geuren²[.]die hij op zijn traject aangetroffen heeft, aangezien hij degene herkent die als een kinderhuidje zijn…als hobo’s…als weiden; evenals de andere, zoals bijvoorbeeld amber, muskus en wierook)). Het betreft hier een hengsel met een waarde van a •=1, omdat de schotten minimaal één balk hebben, en geen van deze fronten herhaald wordt. Een klopper van b •=1 lijkt vast te staan, aangezien, «tempel», «mens», «gaat», «door», «wouden» en «symbolen», eerder in het gedicht genoemd worden dan «zijn», “geuren²”, «als», «kinderhuid», «als», «hobo’s», «als», «weiden», «andere», «amber», «muskus», «benzoë» en «wierook». We noteren een korf van c •=1, wegens het feit dat we totaal niets van een bepaald ongeluk of van een vervalsing in het gedicht vernemen. Het is eveneens terecht aan het angeltje een waarde van d •=1 te geven, omdat de verzen, behalve wat de rijmen en de metriek aangaat, noch tot het domein der wetenschap, noch tot dat van de techniek behoren. Wat de bout e •=1 betreft, deze is juist, omdat het idee dat we dankzij een inwijding in staat zijn dingen waar te nemen, die anders moeilijk te onderscheiden zijn, niets bijzonders is voor iemand die vertrouwd is met het theologische begrip van de openbaring . De groef f•=1 lijdt geen twijfel, omdat, ten eerste, het paneel geen enkele illustratie vertoont; vervolgens, ervoor wordt gezorgd dat het niet met een bepaald verband in beduidenis in het biljart botst, en, tenslotte, omdat elk verband in beduidenis, in de schotten, terecht voorafgegaan wordt door een bepaald verband in beduidenis in het biljart. Inderdaad wordt “in de tempel, wordt de mens, de nieuwe kunstenaar” vergezeld door «De Natuur is een tempel…De mens gaat…» Verder vertolkt “wordt ingewijd in de kunsten terwijl hij door wouden van symbolen gaat” «…De mens gaat er wouden van symbolen Door…» Bovendien is het gedeelte “er bestaat nu, voor hem, een toegankelijker gebruik van de nuances van gevoeligheden die hem inspiratie kunnen geven, want hij merkt, met name, moeiteloos de verschillende graderingen op van de intensiteit der geuren die hij op zijn traject is tegengekomen, in staat zijnde een onderscheid te maken tussen die als kinderhuidjes zijn als hobo’s als weiden; evenals de andere, waaronder amber, muskus, benzoë en wierook” een herhaling van «Er zijn geuren, zo…als een kinderhuid, Zo…als hobo’s, zo…als weiden,
-En andere…Zoals amber, muskus, benzoë en wierook…» De hanger g•=1 kan, om drie redenen, niet geweigerd worden. Enerzijds probeert de schepper niet openlijk een bepaalde beduidenis aan te brengen met betrekking tot «Er zijn geuren…als een kinderhuid…als hobo’s…als weiden,
-En andere…Zoals amber, muskus, benzoë en wierook…» door middel van «De Natuur is een tempel…De mens gaat er wouden van symbolen
Door…» Bovendien verwerpt dezelfde auteur deze mogelijkheid niet. Ook slagen de critici er niet in een middel te vinden om het idee dat wat hier het eerste schot wordt genoemd, de grondslag is van de inhoud van het tweede, voorgoed opzij te schuiven. Het krukje h•=1 wordt gewaarborgd door de inhoud van de paragrafen 623, 624 en 625 die bevestigen dat het besproken paneel nergens, in de hele kwekerij, een schaduwbeeld vertoont. De knuppel j•=1 wordt een feit om de volgende vijf redenen. De onmiddellijk waarneembare, overtuigende aard van het sonnet, met een profiel van ½ en de serie van 74 fronten, laat geen enkele twijfel toe. Het deksel “de verbeelding wordt, in elk der kunsten, ondersteund door de invloeden van al die verschillende takken” vat een belangrijk aspect van de betekenis van het gedicht juist samen. Laten we eraan toevoegen dat een dergelijk deksel moeiteloos geformuleerd wordt. Onder de vakjes van het gedicht, treffen we alle balken van het hier bestudeerde paneel aan: «tempel», «mens», «gaat», «door», «wouden», «symbolen», «zijn», “geuren²”, «als», «kinderhuid», «als», «hobo’s», «als», «weiden», «andere», «amber», «muskus», «benzoë» en «wierook». We stellen voor nu de deuren en de vastberadenheid te bekijken. Met het doel het begrip "Natuur-tempel" te doorgronden, gebruiken we “op een goddelijk gebouw lijkend”. Om ons het beeld van de «levende pilaren» eigen te maken, komt het gezegde “als door goddelijke wil gedreven” ons te hulp. Wanneer we de beelden van de sprekende pilaren, de blikken of het gadeslaan van symbolen, evenals de geuren, kleuren en geluiden die elkaar antwoorden, willen behandelen, blijkt de deur “de indruk van de gedachte gevend alsof deze door goddelijke wil is ontstaan”, waardevol te zijn. De deur “die zowel goed als kwaad schijnt te doen” kan ons helpen om “bedorven wierook” te vatten. Niets in het zojuist bestudeerde paneel is in strijd met deze beelden, wat de rij sluit van de vijf redenen die de knuppel j•=1 veilig stellen. De schaar k•=1 wordt gerechtvaardigd door j•=1 en ook door de aanwezigheid, naast „Samenspel“, van een acoliet, „les Phares“, die het mogelijk maakt een huis te vormen. Het viaduct m •=1 verkrijgen we door j•=1 en door middel van de verzoeken, voltige en eis, aangezien beide een antwoord verwachten, zoals we in de voorgaande paragraaf hebben opgemerkt. We komen in het bezit van de galg p •=1 dankzij j•=1 en met behulp van de fender die op correcte wijze het paneel weergeeft. De deining w •=1 blijkt noodzakelijk te zijn, wegens j •=1 en door een bekleding die op een redelijke manier de beduidenis van het paneel toepast. Alles bij elkaar leveren a•=1, b•=1, c•=1, d•=1, e•=1, f•=1, g•=1, h•=1, j•=1, k•=1, m•=1, p•=1 en w•=1, als het omgekeerde van het numerieke product, (1/a•b•c•d•e•f•g•h•j•k•m•p•w•)=(1/(1)(1)(1)(1)(1)(1)(1)(1)(1)(1)(1)(1)(1))=1 op, ofwel de liniaal die we vast wilden stellen.

Methode

Dikwijls vertoont de vijand blinde haat betreffende zowel de metingen zelf als de benodigde voorwaarden om ze uit te voeren, omdat hij zodoende de systematische werkwijze verwerpt, die ongetwijfeld vermoeiend is, maar binnen bereik ligt van een ieder die talent heeft, teneinde te prijzen wat slechts luiheid is, maar hem het alleenrecht van een zeldzame, intuïtieve geest toeschijnt, die direct het voornaamste begrijpt zonder dat hij ernaar op zoek hoeft te gaan.

Toepassing op Baudelaire

In de kunst is het gebruikelijk deze voorgewende kracht intuïtie te noemen, en de vaagheid van de aanvankelijke aanzet ervan doet denken aan de «wouden van symbolen», waar Baudelaire over spreekt. Maar een scholing die zonder ernstige moeilijkheid heeft plaatsgevonden omdat hij door iemand met een levendige geest is gevolgd, temidden van de «vertrouwde blikken», in de kindertijd, blijft de absorptie van een onderrichting.

§632
· Vierde paneel
Theorie

Laten we nu een blik werpen op het paneel \(ᵒ de vivants piliers.\.de l'art, esthètes reconnus, (.)laissent(.)parfois sortir de confuses paroles inspiratrices-[]-ꞌꞌꞌis de voorbereiding vanꞌꞌꞌl'homme<>, le nouvel artiste, prêtre du beau, (.)passe(.)haut la main son initiation, à travers des forêts[.]de symboles- []-)/¨ (×(ᵒlevende pilaren.\.van de kunst, erkende estheten, (.)laten(.)soms verwarde, inspirerende woorden losꞌꞌꞌis de voorbereiding vanꞌꞌꞌde mens<>, de nieuwe kunstenaar, verkondiger van het schone, (.)volbrengt(.)moeiteloos zijn inwijding, door wouden[.]van symbolen gaand)). Bij zo’n mededeling is het elastiek (pilaren.\.;wouden[.];mens<>) correct. De voltige ziet er zo uit: “hoe maken we, uitgaande van de trapeze "pilaren" de verbinding met het deksel "de verbeelding wordt, in elk der kunsten, ondersteund door de invloeden van al die verschillende takken"?” Het antwoord volgt onmiddellijk: “de pilaren, grote estheten, die, met z’n allen, de totaliteit der kunsten ondersteunen, beïnvloeden niet alleen kunstenaars die tot hun eigen tak behoren, maar ook sommigen, die een andere kunst beoefenen.” Anderzijds is dit de eis: “hoe kunnen we, aan de hand van de context, een samenvatting geven van hetgeen "de mens" ontvangt van de "wouden van symbolen"?” Ziehier het antwoord: “alles wordt ongeveer samengevat als ‘’"de verbeelding", "de kunsten"‘’ doordat het verstand en de gevoeligheid zich tot een actief gepeins keren, dat na verloop van tijd de kunsten voortbrengt, door uit te gaan van een hecht verband met gebieden die tot de werkelijkheid behoren.” De fender vraagt om een beschrijving zoals: “het kan niet anders of de schepper heeft, op z’n minst in een vluchtige opwelling, of op dromerige wijze, overwogen dat de voorstelling van de levende pilaren der kunst, erkende estheten, die soms verwarde woorden loslaten, het gevoel geeft dat die de voorbereiding is van het begrip van de mens, de nieuwe kunstenaar, verkondiger van het schone, die ziet dat deze nalatenschap zijn eigen verbeelding dient”. Het idee dat er een connectie ontstaat tussen «…levende pilaren
Soms verwarde woorden uit loslaten…», en de mededeling: «…De mens gaat…wouden van symbolen
Door…» overheerst. De bekleding omschrijven we als: “de erfenis van de pilaren der kunst veroorzaakt het gebruik van symbolen die van tevoren uitgewerkt zijn, in hetgeen de nieuwe kunstenaar doet”.

Methode

De inhoud blijkt gelijk te zijn aan die van de fender, maar de vorm met tunnel maakt het intuïtieve begrip gemakkelijker, omdat er geen enkele echte omweg wegens een verwijzing naar wat de schepper denkt, gemaakt hoeft te worden.

Toepassing op Baudelaire

De pilaren van het schone zouden, door middel van de grote werkstukken van hun hand, genoeg voor de nieuwe kunstenaar achterlaten om menige voorstelling te onthouden en ze met elkaar te combineren. Indien de inspiratie, op deze manier, door de verschillende kunsten wordt ondersteund, vergemakkelijken de vuurtorens langs de wereldoceaan ofwel de pilaren die tot in de hemel reiken en de schoonheid aangeven, allemaal samen, hoewel onafhankelijk van elkaar, het zich kruisen van de invloeden in elke tekening, doek, muziek, gedicht, gebouw, beeldhouwwerk, toneelstuk of opera.

§633
· Liniaal van het vierde paneel
Theorie

We bepalen de liniaal betreffende \(ᵒ de vivants piliers.\.de l'art, esthètes reconnus, (.)laissent(.) parfois sortir de confuses paroles inspiratrices-[]-ꞌꞌꞌis de voorbereiding vanꞌꞌꞌl'homme<>, le nouvel artiste, prêtre du beau, (.)passe(.)haut la main son initiation, à travers des forêts[.]de symboles-[]-)/¨ (×(ᵒlevende pilaren.\.van de kunst, erkende estheten, (.)laten(.)soms verwarde, inspirerende woorden losꞌꞌꞌis de voorbereiding vanꞌꞌꞌde mens<>, de nieuwe kunstenaar, verkondiger van het schone, (.)volbrengt(.) moeiteloos zijn inwijding, door wouden[.]van symbolen gaand)). Het hengsel ontvangt een waarde van a•=1, omdat de schotten “levende pilaren van der kunst, erkende estheten, laten soms verwarde, inspirerende woorden los” en “de mens, de nieuwe kunstenaar, verkondiger van het schone, volbrengt moeiteloos zijn inwijding, door wouden van symbolen gaand”, elk minimaal een balk bezitten die het andere niet heeft; en omdat er geen enkele herhaling van een front in het paneel voorkomt. De klopper b•=1 is noodzakelijk, aangezien in het gedicht van Baudelaire, «mens», «gaat», «wouden», «symbolen» en «door», na «levende», «pilaren, «soms», «verwarde, «woorden» en «loslaten» genoemd worden. We noteren een korf van c•=1, omdat geen enkele vrees voor vervalsing of een ingrijpende wijziging van „Samenspel“ gegrond is. Het angeltje (d •) ontvangt niveau 1, dankzij de niet erg geleerde, maar zeer fantasierijke woorden van de tekst, hierbij het technische vernuft van de versbouw niet meerekenend. De bout e•=1 staat vast, want, voor een kunstenaar uit de XIX e eeuw, vormt het thema van de inwijding van de nieuwe, grote kunstenaar door de voorgaande meesters, geen enkel probleem. Een groef van f •=1 wordt om drie redenen voor een vergissing behoed: het paneel bevat geen enkele illustratie; er is geen enkel denkbeeld in het paneel dat met een link in het biljart moeilijkheden oplevert; en tenslotte, elk verband in beduidenis dat in het ene of het andere schot, maar absoluut niet in het hele paneel, aanwezig is, wordt, in de verzen, terecht door een bepaalde link van het biljart voorafgegaan. Inderdaad komen «…levende pilaren
Soms verwarde woorden uit loslaten…» en «…De mens gaat…wouden van symbolen
Door…» wel degelijk in de tekst voor. Een hanger van g •=1 blijkt eveneens noodzakelijk, om een drietal redenen. In de eerste plaats verschaft de schepper zelf niet heel openlijk de beduidenis volgens welke «…levende pilaren
Soms verwarde woorden uit loslaten…» de voorbereiding is van «…De mens gaat…wouden van symbolen
Door…» Vervolgens wordt dat nergens door de auteur verworpen. Bovendien hebben de critici geen enkele tegenstrijdigheid ontdekt in de veronderstelling van de link tussen deze beeldspraken. Het krukje h•=1 wordt gebillijkt dankzij het feit dat het paneel, in de gekozen kwekerij, door geen enkel schaduwbeeld wordt gehinderd, zoals we gezien hebben in 623, 624 en 625. De knuppel (j •) krijgt niveau 1, om drie redenen. Ten eerste omdat alle balken van het paneel tot eenzelfde grot behoren: «levende, «pilaren, «soms», «verwarde», «woorden», «loslaten», «mens», «gaat», «wouden», «symbolen», en «door». Vervolgens omdat het deksel uitermate helder is: “de verbeelding wordt, in elk der kunsten, ondersteund door de invloeden van al die verschillende takken”. In de derde plaats is het hier bestudeerde paneel geenszins in strijd met de deuren of de vastberadenheid: “op een goddelijk gebouw lijkend” bij "Natuur-tempel"; “als door goddelijke wil gedreven” bij «levende pilaren»; “de indruk van de gedachte gevend alsof deze door goddelijke wil is ontstaan” aangaande «…pilaren soms verwarde woorden uit loslaten…», «…de mens gaat er wouden van symbolen door die hem met vertrouwde blikken gadeslaan…» en «…Antwoorden geuren, kleuren, en geluiden elkaar.» Om ons het beeld van de “bedorven wierook” eigen te maken, komt het gezegde “die zowel goed als kwaad schijnt te doen” ons te hulp. De schaar heeft een waarde van k •=1 wegens j•=1 en omdat het gedicht „les Phares“ een acoliet is van „Samenspel“. Het viaduct m •=1 wordt gegarandeerd door de knuppel j •=1 en door ingewilligde verzoeken, die bevredigende relaties opleveren, “voltige-trapeze” en vervolgens “eis-feston”. De galg p •=1 berust op de knuppel j•=1 en op een fender die een verdieping van het paneel is. De deining w •=1 heeft veel te danken aan de knuppel j•=1 en aan een bekleding die bestaat uit de ontwikkeling van het paneel. De diverse onderdelen van de liniaal, hengsel, klopper, korf, angeltje, bout, groef, hanger, krukje, knuppel, schaar, viaduct, galg, en tenslotte deining genaamd, zijn a •=1, b•=1, c•=1, d•=1, e•=1, f•=1, g•=1, h•=1, j•=1, k•=1, m•=1, p•=1 en w•=1 waard en de verkregen aannemelijkheid is zodoende 1=1/a •b•c•d•e•f•g•h•j•k•m•p•w•.

Toepassing op Baudelaire

Veronderstel dat Baudelaire heel ver ging in zijn gehechtheid aan de geloofswaarden, dan zouden we, wat zijn opvatting van de kunst betreft, de voorzorgsmaatregel moeten nemen ons af te vragen of met de «pilaren» in de eerste regel geen kruisen bedoeld worden. Alain Rey maakt ons er attent op dat een kruis in beginsel enkel een «paal» is, die op veel manieren omgevormd kan worden [837].

Methode

Maar om dat idee meer gestalte te geven, zouden we criteria voor de waarden moeten kunnen vaststellen, die toepasselijk zijn op de gedane veronderstellingen aangaande het belang van de beduidenis die in de woorden van de schepper doorschemert, waardoor we opnieuw bij de kwestie van het meten van de bedoelingen van deze schrijver aankomen.

§634
· Vijfde paneel
Theorie

Laten we nu een blik werpen op \(ᵒde longs échos entendus au loin.\.(.)confondent(.)se[]-ꞌꞌꞌis de voorbereiding vanꞌꞌꞌune ténébreuse et profonde unité[.] comme la nuit et…la clarté(.)est(.)à ce point vaste que le clair-obscur l'emporte-[]-)/¨ (×(ᵒlange echo’s gehoord in de verte.\.(.)vermengen(.)zichꞌꞌꞌis de voorbereiding vanꞌꞌꞌeen duistere en diepe eenheid[.]als de nacht en de dag(.)is(.)zo weids, dat het clair- obscur het wint)). Het elastiek ziet er als volgt uit: (ver.\.;eenheid[.];mens<>). De voltige bestaat uit: “hoe maken we, uitgaande van de trapeze "ver", de verbinding met het deksel "de verbeelding wordt, in elk der kunsten, ondersteund door de invloeden van al die verschillende takken"?” Het antwoord is: “schijnbaar winnen de karaktertrekken van een kunst het veruit van de andere, en toch is de eenheid ervan aan het aspect van gevoeligheid te danken, omdat daardoor ieders verbeelding kan toenemen en zo in elk zijn taak kan verrichten.” Anderzijds wordt de eis zo geformuleerd: “hoe kunnen we, aan de hand van de context, een samenvatting geven van hetgeen de mens ontvangt van de duistere en diepe eenheid"?” Het antwoord volgt onmiddellijk “alles wordt ongeveer als volgt samengevat: ‘’"de verbeelding", "de kunsten"‘’ doordat het verstand en de gevoeligheid zich tot een actief gepeins keren, dat na verloop van tijd de kunsten voortbrengt, door uit te gaan van een hecht verband met gebieden die tot de werkelijkheid behoren.” De fender vraagt om de volgende soort beschrijving: “het kan niet anders of de schepper heeft, op z’n minst in een vluchtige opwelling, of op dromerige wijze, overwogen dat de voorstelling van de lange echo’s samen met het schone, gehoord in de verte, en die zich vermengen, het gevoel geeft dat die de voorbereiding is van de volgende gedachte, dat goed en kwaad, in de duistere en diepe eenheid van de wereld, zo weids zijn dat ze in elkaar overgaan”. We gaan uit van de intuïtie die in de vijfde regel verstrekt wordt, en we verbinden deze met die in de beide regels die direct daarop volgen, door “nacht en dag”, volgens een gebruikelijke symboliek, te interpreteren als “kwaad en goed”. De bekleding omschrijven we als: “de talrijke echo’s samen met het schone, veroorzaken, in hun verwijdering, lengte en veelheid, verwarring in een duistere en diepe eenheid, weids als het goede en het kwade die in elkaar overgaan”.

Methode

Het middel dat verlichting van een ziekte geeft, maar dat een andere veroorzaakt, maakt voor de arts die daar inzicht in heeft, deel uit van het gebied waar het goede het kwade raakt.

Toepassing op Baudelaire

Het is mogelijk dat Baudelaire, in de hierna vermelde regels, een toespeling maakte op de parallel tussen clair- obscur en “goed-kwaad” [[1091]] in Index II (Gedichten)">[[1091]]: «Rembrandt, -droevig ziekenhuis vol gemompel,
En met als enige versiering een groot kruisbeeld,
Waar het huilend gebed opstijgt uit de rommel,
En een winterse zonnestraal plots oversteekt…»

§635
· Liniaal van het vijfde paneel
Theorie

Nu proberen we de juiste liniaal vast te stellen van datzelfde paneel: \(ᵒde longs échos entendus au loin.\.(.)confondent(.)se[]-ꞌꞌꞌis de voorbereiding vanꞌꞌꞌune ténébreuse et profonde unité[.] comme la nuit et… la clarté(.)est(.)à ce point vaste que le clair-obscur l'emporte-[]-)/¨ (×(ᵒlange echo’s gehoord in de verte.\. (.)vermengen(.)zichꞌꞌꞌis de voorbereiding vanꞌꞌꞌeen duistere en diepe eenheid[.]als de nacht en de dag(.)is(.)zo weids, dat het clair-obscur het wint)). Het hengsel wordt een waarde van a •=1 toegekend, aangezien de schotten, voornamelijk “lange echo’s gehoord in de verte vermengen zich” en “een duistere en diepe eenheid als de nacht en de dag is zo weids dat het clair-obscur de overhand krijgt” minstens één balk bezitten, en daarbij geen enkele herhaling van een balk in de schotten plaatsvindt. Een klopper van b•=1 is noodzakelijk, omdat in het gedicht, «duistere», «diepe», «eenheid», «weids», «als», «nacht», «dag» en «zijn» (is²), vermeld worden na «lange», «echo’s», «ver», «zich» en «vermengen». Een korf van c•=1 moet geaccepteerd worden, omdat geen enkele vrees voor vervalsing of ingrijpende verandering van het bestudeerde gedicht gegrond is. Het angeltje (d •) krijgt niveau 1, want de begrippen van de tekst, het technische vernuft van de versbouw buiten beschouwing gelaten, zijn niet zozeer geleerd van aard, maar wel verbeeldingsvol. De bout e•=1 staat buiten twijfel, want een zekere voorbereiding van de relatie “clair- obscur” door die van de echo’s, is zo voor de hand liggend dat het nauwelijks uitleg behoeft. De waarde van de groef f•=1 wordt door drie omstandigheden gewaarborgd: het paneel bevat geen enkele illustratie; het is met geen enkele link in het biljart in tegenstrijd; en om te besluiten, elk van de linken tussen de beduidenissen gepresenteerd in de schotten, maar geenszins in het complete paneel, wordt in de tekst op correcte wijze voorafgegaan door een link tussen ideeën in het biljart. We baseren ons namelijk op de regels 5, 6 en 7. Ook de hanger g •=1 blijkt om een drietal redenen noozakelijk te zijn.Ten eerste verschaft de schepper zelf niet heel openlijk de beduidenis volgens welke «…lange echo’s die zich van ver vermengen…» de voorbereiding zou zij van «…In een duistere en diepe eenheid,
Weids als de nacht en als de dag…» Vervolgens verwerpt de auteur een dergelijke stelling niet. Bovendien zien we niet goed hoe de critici zouden kunnen bewijzen dat deze veronderstelling terzijde geschoven moet worden. Het is zeker dat het krukje h•=1 waard is, want het paneel heeft van geen enkel schaduwbeeld last, zoals we in de paragrafen 623, 624 en 625 hebben waargenomen. Er zijn drie redenen waarom de knuppel (j •) niveau 1 krijgt. In de eerste plaats behoren alle fronten van het paneel, «lange», «écho’s», «ver», «zich», «vermengen», «duistere», «diepe», «eenheid», «weids», «als», «nacht», «dag» en «zijn», tot eenzelfde grot. Bovendien blijkt het deksel van laatstgenoemde zich niet tegen de volgende redenering te verzetten: “de verbeelding wordt, in elk der kunsten, ondersteund door de invloeden van al die verschillende takken”. In de derde plaats is niets in dit paneel in strijd met de deuren of de vormen van vastberadenheid: “op een goddelijk gebouw lijkend” bij de "Natuur-tempel"; “als door goddelijke wil gedreven” aangaande «levende pilaren»; “de indruk van de gedachte gevend alsof deze door goddelijke wil is ontstaan” betreffende de mentale beelden «…pilaren soms verwarde woorden uit loslaten…», «…de mens gaat er wouden van symbolen door die hem met vertrouwde blikken gadeslaan» en «…Antwoorden geuren, kleuren, en geluiden elkaar.» Om ons het beeld van de “bedorven wierook” eigen te maken, komt het gezegde “die zowel goed als kwaad schijnt te doen”. De schaar heeft een waarde van k•=1, dankzij de knuppel j•=1 en dankzij het feit dat het gedicht er als een huis uitziet. Het viaduct stelt zich tevreden met niveau m •=1, wegens de knuppel die 1 bedraagt en door de licht te begrijpen links, die de trapeze met de voltige, en de feston met de eis verbinden. De galg stijgt niet hoger dan p •=1, profijt trekkend van de knuppel j •=1, en de fender in de gedaante van een verdieping van het paneel. De deining wordt w •=1 toegekend, door toedoen van de knuppel j•=1 en van een bekleding die zich ertoe beperkt de ontwikkeling van het paneel.

Methode

We maken enigszins een omweg met behulp van perforaties na te denken, maar in werkelijkheid enkel om gemakkelijker een heel rationele toelichting te geven. In andere domeinen wordt zo’n proces vaak “formeel” of “kunstmatig” genoemd. Die benamingen, die ons doen glimlachen, veronderstellen dat, in het omgekeerde geval, het “natuurlijke” van meet af aan wordt gezien als iets wat men reeds beheerst, terwijl zelfs de handeling van het lopen oefening vraagt. Een soortgelijke vergissing lijkt gemaakt te worden als men spreekt van “natuurlijke talen” of “natuurlijke eenheden”, want ook een bijzonder eenvoudige logica moet door een oefening voorafgegaan worden [241]-[384]-[973].

Toepassing op Baudelaire

We hebben het woord «zijn» (is²) gekozen, uit de negende regel, want als we «is» door middel van het terras uit de eerste regel hadden genomen, hadden we b•=2 moeten noteren en niet b •=1, omdat in dat geval «is» met name eerder dan «lange» wordt genoemd, met als gevolg dat de liniaal tenslotte niveau 1 niet had kunnen bereiken. Elk van de mogelijkheden, zowel de verplaatsing van «is» als die van «zijn», respecteert de regels van de onderhavige berekening, omdat beide deel uitmaken van het gebruik van een leuning, dat in paragraaf 580 als terecht wordt omschreven, maar één ervan geeft een betere weergave dan de andere van de intuïtie dat de verwijzing naar “de echo’s die een fusie aangaan” de voorbereiding is van de voorstelling clair-obscur.

§636
· Zesde paneel
Theorie

Laten we een beschrijving geven van het paneel \(ᵒde par leur essence incompréhensiblement vaste.\.…nuit et…clarté(.)unissent(.)s'-[]-ꞌꞌꞌis de voorbereiding vanꞌꞌꞌdes parfums²…corrompus[.], riches et triomphants, ayant l'expansion des choses infinies…(.)transportent(.)…l'esprit et les sens-[]-)/¨ (×(ᵒwegens hun onbegrijpelijk weidse.\.aard, (.)verenigen(.)nacht en…dag zich'ꞌꞌis de voorbereiding vanꞌꞌꞌbedorven[.], rijke en zegevierende geuren², de uitbreiding bezittend van oneindige dingen(.)vervoeren(.)…geest en zintuigen)). Het elastiek wordt zo gedefinieerd: (weids.\.;bedorven[.];mens<>). De voltige ziet er als volgt uit: “hoe maken we, uitgaande van de trapeze "weids" de verbinding met het deksel "de verbeelding wordt, in elk der kunsten, ondersteund door de invloeden van al die verschillende takken"?” Het antwoord wordt zo geformuleerd: “het weidse artistieke domein legt door een intern samenspel de verbinding met de verschillende takken, zowel met de dichtstbijzijnde als met de ver verwijderdste, zodat in elk de verbeelding wordt ondersteund door de invloeden van alle.” De eis is overigens: “hoe kunnen we, aan de hand van de context, een samenvatting geven van hetgeen de mens ontvangt van de bedorven geuren?” Dit antwoord is ongetwijfeld bevredigend: “alles wordt ongeveer als volgt samengevat: ‘’"de verbeelding", "de kunsten"‘’ doordat het verstand en de gevoeligheid zich tot een actief gepeins keren, dat na verloop van tijd de kunsten voortbrengt, door uit te gaan van een hecht verband met gebieden die tot de werkelijkheid behoren.” De fender zal bestaan uit: “het kan niet anders of de scheppper heeft, op z’n minst in een vluchtige opwelling, of op dromerige wijze, overwogen dat de voorstelling van de onbegrijpelijke onmetelijkheid van hetgeen ons omringt, met name goed en kwaad, het gevoel geeft dat het de voorbereiding is van de gedachte dat bederf een bron van dronkenschap is”. Bij dat alles baseren we ons op «…Weids als de nacht en als de dag…» en «…geuren…andere, bedorven, rijk en zegevierend,

De uitbreiding van oneindige dingen bezittend…Die de vervoeringen bezingen van geest en zintuigen.» De bekleding wordt: “de onmetelijkheid, in het clair-obscur, het goed en het kwaad, is de oorzaak van de vervoering der dronkenschap”.

Toepassing op Baudelaire

Als we verklaren dat de dichter in staat was een dergelijk oordeel door te laten schemeren, om zijn eigen tekst volledig samen te stellen, houdt dat slechts in dat hij zich bedient van begrippen die in zijn tijd courant waren.

Methode

De individuele wil behoort tot een veel grotere beweging, afhankelijk van de krachten aanwezig in de plaatselijke cultuur, die op haar beurt weer deel uitmaakt van het algemene wordingsproces. Als we over zulke algemeenheden redeneren, gaat het om het vormen van dichterlijke voorstellingen, op een manier die weinig verschilt van die we waarnemen bij de begrippen die in het kader van een wetenschap gehanteerd worden, zoals Duhem die heeft beschreven [286]: «Het vormen van elke theorie op het stoffelijke vlak heeft altijd uit een serie verbeteringen bestaan, die beetje bij beetje, vanaf de eerste bijna vormeloze schetsen, het systeem naar een perfectere afronding hebben gebracht; en, bij elk van die verbeteringen, is het vrije initiatief van de natuurkundige geadviseerd, ondersteund, geleid en soms noodgedwongen gedicteerd door de meest verschillende omstandigheden, door de meningen van de mensen evenals door de lering van de feiten. Een theorie op het stoffelijke vlak is volstrekt niet het spontane product van een schepping; het is het langzame en geleidelijke resultaat van een ontwikkeling. Wanneer met enkele tikken van de snavel de eierschaal gebroken wordt en het kuiken uit zijn gevangenis ontsnapt, kan het kind zich voorstellen dat die stijve en onbeweeglijke massa, die lijkt op de witte steentjes die hij aan de rivieroever opraapt, plotseling tot leven is gekomen en de vogel voortbrengt die rent en sjilpt; maar waar zijn kinderlijke voorstelling een plotselinge creatie ziet, herkent de natuurkundige de laatste fase van een lange ontwikkeling; hij gaat, in gedachten, terug naar de eerste fusie van twee microscopische kernen, om vervolgens weer aan te komen bij de serie delingen, differentiaties en resorpties, die cel na cel, het lichaam van het kippetje hebben gevormd.» De uitvinding door grote kunstzinnige genieën, wier namen ons vandaag de dag wel of niet bekend zijn, van verschillende kunststukken, dankzij welke de geschiedenis, op dat gebied, is ontstaan, beantwoordt aan de zelfde principes. Het fluiten met de mond, het zingen van een canon, het maken van arceringen, het sfumato, het gebruik van luchtbogen, het schrijven van een sonnet en zijn toevlucht nemen tot een hoeksteen moesten toch eerst geleerd worden? Zoals voor het perfectioneren van de houtskooltekening, van de mengeling van gekleurde aardesoorten, van de trommel en de fluit ongetwijfeld veel vernuftigheid nodig is geweest. Aangezien, bovendien, het idee gestimuleerd wordt door de betreffende expressiemiddelen, moeten we ons er zeer voor hoeden de thema’s en het bestaan van tastbaar of geestelijk gereedschap helemaal van elkaar te scheiden, zoals het perspectief met één verdwijnpunt of de notenoefening.

§637
· Liniaal van het zesde paneel
Theorie

We wensen nu de liniaal te bepalen van hetzelfde paneel: \(ᵒde par leur essence incompréhensiblement vaste.\.…nuit et…clarté(.)unissent(.)s'-[]-ꞌꞌꞌis de voorbereiding vanꞌꞌꞌdes parfums² …corrompus[.], riches et triomphants, ayant l'expansion des choses infinies…(.)transportent(.)…l'esprit et les sens-[]-)/¨ (×(ᵒwegens hun onbegrijpelijk weidse.\.aard, (.)verenigen(.)nacht en…dag zich'ꞌꞌis de voorbereiding vanꞌꞌꞌbedorven[.], rijke en zegevierende geuren², de uitbreiding bezittend van oneindige dingen(.)vervoeren(.)…geest en zintuigen)). Het hengsel (a•) ontvangt een waarde van 1, omdat de schotten minimaal één balk bezitten, waarbij, bovendien, geen enkele herhaling valt te constateren: “wegens hun onbegrijpelijk weidse aard, verenigen nacht en dag zich”, en vervolgens “…bedorven, rijke en zegevierende geuren, de uitbreiding bezittend van oneindige dingen(.)vervoeren(.)geest en zintuigen ”. De klopper moet niveau b•=1 toegekend worden, omdat de balken van het eerste schot, «eenheid», «weids», «nacht», «en», «dag», in de dichtregels, eerder genoemd worden dan die van het andere: «geuren²», «bedorven», «rijk», «zegevierend», «uitbreiding», «oneindige», «dingen», «bezittend», «vervoeringen», «geest» en «zintuigen». We moeten de korf een waarde van c •=1 verlenen, omdat iedere vervalsing of ingrijpende wijziging in het sonnet van Baudelaire dat we hier lezen, onmogelijk lijkt. Het angeltje (d•) bereikt niveau 1, dankzij de poëtische beeldspraken die verre van rigoureus zijn. De toekenning van e•=1 aan de bout is onontkoombaar, omdat de naast elkaar geplaatste contrasten «nacht en…dag», evenals het door elkaar halen van de beelden van het kwaad en het oneindige, goed samengaan met het begrip vervoering. En tenslotte lijken, van deze poëtische opvattingen, sommige de aankondiging van de andere uit te voeren. De groef f •=1 is om drie redenen verdedigbaar: de afwezigheid van een illustratie; de afwezigheid van een tegenstelling van het paneel met ongeacht welke link in het biljart; en als laatste, in de richting gaand van de aanvankelijke beduidenis, het feit enkel de taak te hebben om elke verbinding in de schotten te reproduceren. Inderdaad behoort «…Weids als de nacht en als de dag…» tot de bestudeerde regels, zoals «eenheid» en «Er zijn geuren…bedorven, rijk en zegevierend,

De uitbreiding van oneindige dingen bezittend…Die de vervoeringen bezingen van geest en zintuigen.» Er zijn drie motieven die een hanger van g •=1 rechtvaardigen. Er is het feit dat de schepper niet echt openlijk meedeelt dat in zijn ogen, iet dergelijks als de passage «…Weids als de nacht en als de dag…» de voorbereiding is van die andere: «Er zijn geuren…bedorven, rijk en zegevierend,

De uitbreiding van oneindige dingen bezittend…Die de vervoeringen bezingen van geest en zintuigen.» Daarenboven bestaat er geen echte ontkenning van zo’n verbinding tussen de beduidenissen. En tenslotte zien we niet goed hoe de critici zouden kunnen verkondigen dat die verbinding volslagen denkbeeldig is. Het krukje h•=1 staat vast omdat de kwekerij geen enkel schaduwbeeld vertoont, zoals in de paragrafen 623, 624 en 625 is vermeld. De knuppel (j •) bereikt niveau 1 dankzij de volgende drie constateringen. In de eerste plaats behoren alle balken van het paneel, «eenheid», «weids», «nacht», «dag», «geuren», «bedorven», «rijk», «zegevierend», «uitbreiding», «oneindige», «dingen», «bezittend», «vervoeringen», «geest en «zintuigen», tot eenzelfde grot. In de tweede plaats bezit deze tekst zelf een deksel van grote eenvoud: “de verbeelding wordt, in elk der kunsten, ondersteund door de invloeden van al die verschillende takken”. In de derde plaats weigert het paneel geen enkel gebruik van deuren of vormen van vastberadenheid: “op een goddelijk gebouw lijkend”, nuttig voor het begrijpen van "Natuur-tempel"; “als door goddelijke wil gedreven”, aangaande «levende pilaren»; “de indruk van de gedachte gevend alsof deze door goddelijke wil is ontstaan” bij de mentale beelden «…pilaren soms verwarde woorden uit loslaten…», «…de mens gaat er wouden van symbolen door die hem met vertrouwde blikken gadeslaan» en «…Antwoorden geuren, kleuren, en geluiden elkaar.» Bij de “bedorven wierook”, zijn we, tenslotte, in het bezit van de deur “die zowel goed als kwaad schijnt te doen”. De schaar krijgt niveau k•=1, omdat de knuppel zelf een hoogte bereikt van j•=1 en de tekst deel uitmaakt van de werken die huizen zijn. Het viaduct m•=1 staat vast dankzij de knuppel j •=1 en gemakkelijk te begrijpen verzoeken, met relaties, “voltige-trapeze” en “eis-feston”, die moeiteloos tot ontwikkeling komen. De galg ontvangt een waarde van p•=1, wegens de knuppel j•=1, en dankzij de fender die een verdieping van het paneel vormt. De deining w•=1 lijdt geen enkele twijfel, met de knuppel die j •=1 bedraagt en een bekleding die op een getrouwe weergave van het paneel neerkomt. Het omgekeerde van het numerieke product van de perforaties in kwestie, ofwel de liniaal (1/a •b•c•d•e•f•g•h•j•k•m•p•w•), bestaat dientengevolge uit een hoeveelheid van ((1/(1) (1)(1)(1)(1)(1)(1)(1)(1)(1)(1)(1)(1))=1.

Methode

Deze hele berekening kan het ongetwijfeld mogelijk maken om nauwkeurig en probleemloos processen te observeren die de schepper zelf intuïtief gevolgd heeft.

Toepassing op Baudelaire

De levendige beweging van de beelden die we ons voor de geest halen, lijkt onze gehechtheid aan de geliefde te kunnen bewerkstelligen, zoals die van de dronkaard aan zijn drank [[1138]] in Index II (Gedichten)">[[1138]]: «Jij, die als een messteek,
Mijn klagend hart bent binnengetreden…Vervloekt, vervloekt ben je!

Ik heb het snelle zwaard gevraagd
Mijn vrijheid te heroveren,
En ik heb het verraderlijke vergif bevolen
Mijn lafheid te hulp te komen.

Helaas! vergif en zwaard
Minachtten me en zeiden:
Je bent het niet waard dat we je
Van je vervloekte slavernij bevrijden.

Imbeciel! -Je kussen zouden,
Als onze inspanningen je zouden verlossen,
Het lijk van je vampier vanuit zijn keizerrijk
Weer tot leven brengen!»

§638
· Zevende paneel
Theorie

Laten we nu een beschrijving geven van \(ᵒ les parfums¹[.], les couleurs et les sons(.) répondent(.).\.se-[]-ꞌꞌꞌis de voorbereiding vanꞌꞌꞌil(.)est(.)des parfums² frais…doux…verts…et d'autres, corrompus, riches et triomphants-[]-)/¨ (×(ᵒgeuren¹[.], kleuren en geluiden(.)antwoorden(.).\.elkaarꞌꞌꞌis de voorbereiding vanꞌꞌꞌer(.)zijn(.)geuren²…fris…zacht…groen…en andere, bedorven, rijk en zegevierend)). Het elastiek kan als volgt beschreven worden: (antwoorden.\.;geuren¹[.];mens<>). Dit is de voltige: “hoe maken we, uitgaande van de trapeze "antwoorden" de verbinding met het deksel "de verbeelding wordt, in elk der kunsten, ondersteund door de invloeden van al die verschillende takken"?” Het volgende antwoord lijkt afdoend te zijn: “aangezien de kunsten met elkaar overeenkomen, of elkaar antwoorden, voedt elk van de kunstenaars zijn verbeelding door middel van alle meesterwerken.” Laten we nu eens naar de eis van het paneel kijken: “hoe kunnen we, aan de hand van de context, een samenvatting geven van hetgeen de mens, de nieuwe kunstenaar, in het algemeen ontvangt van de geuren¹, terwijl we vernemen dat deze elk al naargelang de aard ervan, verschillende morele karaktereigenschappen hebben en zelfs, wat sommige betreft, tegenovergestelde?” Het antwoord komt onmiddellijk: “alles wordt ongeveer als volgt samengevat: ‘’"de verbeelding", "de kunsten"‘’ doordat het verstand en de gevoeligheid zich tot een actief gepeins keren, dat na verloop van tijd de kunsten voortbrengt, door uit te gaan van een hecht verband met gebieden die tot de werkelijkheid behoren.” De fender kunnen we zo omschrijven: “het kan niet anders of de schepper heeft, op z’n minst in een vluchtige opwelling, of op dromerige wijze, overwogen dat de voorstelling van eenzelfde vorm in de domeinen van de vijf zintuigen, het gevoel geeft dat die de voorbereiding is van het begrip dat wezens met een gevoelige aard, of de indrukken die ze in ons teweegbrengen, ook over zo’n reeks van dezelfde morele eigenschappen beschikken”. In de achtste regel, en vervolgens in de twee terzinen, treffen we passages aan waarin dat het geval is. Door middel van de tunnel, wat een snellere manier is, wordt door de bekleding iets soortgelijks weergegeven: “het samenspel tussen geuren, kleuren en geluiden veroorzaakt de gelijkenis tussen de capaciteiten ervan op het morele vlak”.

Methode

In paragraaf 589, evenals in 607B, hebben we deze fender, wat het voornaamste betreft ten minste, al gebruikt. In 630 wordt de feston door de betekenis van hetzelfde woord gevormd als hier, maar niet door die van hetzelfde vakje.

Toepassing op Baudelaire

Onze gedachte bemerkt, door de dingen die met de reuk hebben te maken, karaktereigenschappen die we eveneens bij een ander bepaald zintuig aantreffen, zoals het zien, het voelen, het gehoor en de smaak, zodat er een overeenkomst lijkt te bestaan die al deze wezens behorend tot het domein der gevoeligheid met elkaar verbindt. Deze gebieden verschaffen de beelden van frisheid, zachtheid, groen, bederf, rijkdom, triomf, oneindige duur of uitbreiding en vervoering. Als iets ons een bepaald gevoel geeft, komt dat ongetwijfeld door ons vermogen om de voorwerpen te voelen, in fysiologisch, sociaal, cultureel en historisch opzicht, maar dat verschijnsel moeten we eveneens betrekken op het wezen dat ons dierbaar is. Zoals een melodietje, dat we vluchtig gehoord hebben, ons tot onze verbazing enkele dagen later spontaan weer door het hoofd speelt bij het bekijken van een landschap, komt de smaak van een piepklein glaasje alcohol van dertig jaar geleden, waaraan we even genipt hebben, ons onverwacht steeds weer in de mond. De identieke organisatie, in voorwerpen, of eenzelfde schema, natuurlijk of aangeleerd, van onze gevoeligheid, geeft ons toegang tot verschillende, tastbare wezens en veroorzaakt het horizontale samenspel. Van gelijksoortige hoedanigheden worden diverse indrukken opgedaan, door eenzelfde algemene wijze van functioneren van de waargenomen wezens, of van ons lichaam, en de gelijkenis lijkt uit dezelfde bronnen te komen, waardoor het lichamelijke gevoel met morele standpunten verbonden wordt. Een kleur, in een onderdeel van een schilderij, heeft dezelfde uitwerking als het muziekakkoord dat ons een hele week lang niet met rust schijnt te willen laten. Het lijkt beide in het bloed te zitten om “…de uitbreiding van oneindige dingen te bezitten…”

§639
· Liniaal van het zevende paneel
Theorie

Nu moeten we kijken hoeveel de liniaal bedraagt van \(ᵒ les parfums¹[.], les couleurs et les sons(.) répondent(.).\.se-[]-ꞌꞌꞌis de voorbereiding vanꞌꞌꞌil(.)est(.)des parfums² frais…doux…verts…et d'autres, corrompus, riches et triomphants-[]-)/¨ (×(ᵒgeuren¹[.], kleuren en geluiden(.)antwoorden(.).\.elkaarꞌꞌꞌis de voorbereiding vanꞌꞌꞌer(.)zijn(.)geuren²…fris…zacht…groen…en andere, bedorven, rijk en zegevierend)). Voor het hengsel is de hoeveelheid a •=1 terecht, omdat de schotten, voornamelijk “geuren, kleuren, en geluiden antwoorden elkaar” en “er zijn geuren…fris…zacht…groen…en andere, bedorven, rijk en zegevierend”, minstens één balk bezitten, en niet dezelfde. De klopper moet b •=1 bedragen, gezien het feit dat de woorden «zijn», “geuren²”, «fris», «zacht», «groen», «andere», «bedorven», «rijk» en «zegevierend» voorafgegaan worden door «antwoorden», “geuren¹”, «kleuren», «geluiden» en «elkaar». Een waarde van c•=1 moet voor de korf genoteerd worden, omdat er niets van een vervalsing of een belangrijke wijziging in het bestudeerde sonnet bespeurd is. Het angeltje (d •) bereikt niveau 1, dankzij de poëtische beeldspraken van de tekst. De bout e •=1 kan niet in twijfel worden getrokken, want aan talrijke auteurs van de XIXe eeuw worden gezichtspunten toegeschreven die betrekking hebben op een verband tussen de morele en gevoelige facetten van onze indrukken, hetgeen hier de stellingname «Er zijn geuren…fris…zacht…groen…En andere, bedorven, rijk en zegevierend…» mogelijk maakt door middel van «Aantwoorden geuren, kleuren, en geluiden elkaar.» Een groef van f •=1 lijkt, om een drietal redenen, aannemelijk. In de eerste plaats bevat het paneel geen enkele illustratie. Vervolgens contrastreert geen enkele passage met een link in het biljart. Tenslotte is ieder verband in beduidenis, in beide schotten, ieder afzonderlijk genomen, slechts een weergave van een reeds aanwezige relatie in het biljart. Inderdaad worden “…geuren, kleuren, en geluiden antwoorden elkaar” en “er zijn geuren…fris…zacht…groen…en andere bedorven, rijk en zegevierend” voornamelijk uit het gedicht genomen. De hanger g •=1 staat volkomen vast, om drie redenen. Ten eerste is er geen enkele openlijke precisering in het gedicht van zoiets als een oordeel stipulerend dat één van de basissen van «Er zijn geuren…fris…zacht…groen…en andere bedorven, rijk en zegevierend…» afkomstig zou zijn van «…Antwoorden geuren, kleuren, en geluiden elkaar.» Vervolgens wordt dit idee ook volstrekt niet ontkend. En tenslotte staat geen enkele van alle opmerkingen van de critici het toe dat verband in beduidenis te verwerpen. We treffen een krukje van h•=1 aan omdat de paragrafen 623, 624 en 625 hebben laten zien dat de kwekerij geen enkel schaduwbeeld vertoont. De knuppel (j •) ontvangt niveau 1 dankzij de volgende beschouwingen. In de eerste plaats is het deksel gemakkelijk te beschrijven. Bovendien zijn de balken van het paneel, “geuren¹”, «kleuren», «geluiden», «Antwoorden», «elkaar», «zijn», “geuren²”, «fris», «zacht», «groen», «andere», «bedorven», «rijk», «zegevierend» in volle getale in dezelfde grot aanwezig. Als laatste, het paneel kan geen tegenstrijdigheid vertonen met deze deuren of vormen van vastberadenheid: “op een goddelijk gebouw lijkend” bij de "Natuur-tempel"; “als door goddelijke wil gedreven” aangaande «levende pilaren»; “de indruk van de gedachte gevend alsof deze door goddelijke wil is ontstaan” bij «…pilaren soms verwarde woorden uit loslaten…», «…de mens gaat er wouden van symbolen door die hem met vertrouwde blikken gadeslaan…» en «…Antwoorden geuren, kleuren, en geluiden elkaar.» En om te besluiten “die zowel goed als kwaad schijnt te doen” aangaande “bedorven wierook”. De schaar is k•=1 waard, omdat de knuppel zelf j •=1 bedraagt en de tekst een huis blijkt te zijn. Een viaduct van m •=1 is juist, aangezien de knuppel (j•) niveau 1 heeft en de verzoeken, elk, probleemloos de relaties “voltige- trapeze” en “eis-feston” tot stand brengen. De galg krijgt een grootte van p •=1, dankzij knuppel j•=1 en een fender die een verdieping van het paneel vormt. De deining houdt niveau w •=1, wegens het feit dat de knuppel een hoogte van j•=1 heeft bereikt, en omdat de bekleding bestaat uit een toepassing die de beduidenis van het paneel niet radicaal wijzigt. Het omgekeerde van het numerieke product van de perforaties die we hier bestudeerd hebben, ofwel de liniaal ((1/a •b•c•d•e•f•g•h•j•k•m•p•w•), verdient zodoende niveau (1/(1)(1)(1)(1)(1)(1)(1)(1)(1)(1)(1)(1)(1))=1.

Methode

Zeker, het feit van de herhaling vergemakkelijkt het vormen van de link bestaande uit de voorbereiding van een deel van de tekst door een ander, maar het is niet de enige reden.

Toepassing op Baudelaire

In \(ᵒ“geuren¹[.], kleuren, en geluiden (.)antwoorden.\.(.) elkaar[]-”ꞌꞌꞌis de voorbereiding vanꞌꞌꞌ“er(.)zijn(.)geuren²…fris…zacht…groen…en andere, bedorven, rijk en zegevierend[]-”)/¨ wordt het opnieuw voorkomende «geuren» vergezeld, in het bijzonder door «groen», op deze manier het hele publiek ertoe aanzettend zijn gedachten over gevoelige dingen ook over andere zaken dan de reuk te laten gaan, door dat zintuig als uitgangspunt te nemen. Daarenboven breidt het woordgebruik van zegevier en rijkdom, maar ook van bederf, de verwijzing naar gevoeligheid nog verder uit met die op zedelijkheid betrekking heeft, hetgeen beschouwd kan worden als een verdieping van de beeldspraak «antwoorden» omdat het begrip “verantwoordelijkheid” immers indirect door het woord «antwoorden» wordt opgeroepen.

§640
· Kaliber van de kwekerij
Theorie

Het kaliber van de kwekerij die ons als voorbeeld dient is afkomstig van het numerieke product van de linialen die we zojuist hebben berekend. Doordat alle metingen als resultaat niveau 1 hebben, ontvangt het kaliber eveneens een waarde van ((1)(1)(1)(1)(1)(1)(1))=1.

Methode

De interpreet die een kwekerij presenteert, moet er, en dat geldt vanzelfsprekend in nog hogere mate als de aannemelijkheid ervan 1 bedraagt, een intuïtieve visie van kunnen geven. Inderdaad lijkt de twijfel wat de logica betreft begrijpelijk, zodra de poging om de kwekerij toe te passen mislukt.

Toepassing op Baudelaire

Laten we, uitgaande van het denkbeeld dat Baudelaire heeft beschreven, in „Samenspel“, namelijk de middelen om een vervaardiging op artistiek gebied tot stand te brengen, de beelden die hij, ternauwernood intuïtief, bijzonder snel of peinzend tot stand heeft gebracht, voegen bij diegene waaraan hij een bepaalde onafhankelijkheid heeft nagelaten [5000]: “die mooie natuurlijke orde, die zijn innerlijke moeilijkheden tot de grootste hoogte verheffen, en waaraan menige menselijke bijdragen zijn geleverd, helpt de nieuwe, grote kunstenaar bij de inwijding die hem uitleg moet geven, over de blijkbaar verwarde symbolen. Zijn overdenking doorloopt op deze wijze verschillende etappes, en zijn inspiratie is in de eerste plaats gevoelig voor de plechtigheid die de wereld verschaft en die boven de mensen staat. Die inspiratie bedient zich van frisse en zachte onderwerpen, om het leven uit te beelden, maar de sleutel ervan bevindt zich in het overdadige gevoel van de volwassene. Erfgenaam van de grote estheten, pilaren aller kunsten, die één geheel van door elkaar klinkende echo’s vormen, talrijk en lang aanhoudend, wordt de grote kunstenaar gevormd door het onmetelijke clair-obscur van de kunsten, dingen en gevoelens. Aangezien deze door de overeenkomsten ervan met dezelfde morele facetten zijn begenadigd, die de wederzijdse uitwisseling goed doen uitkomen, leert de nieuwe, grote kunstenaar zich er een weg te banen, waarbij, met behulp van dooreenlopende voorbeelden, de esthetische vervaardiging wordt uitgevoerd en die van frisse naïviteit leidt tot aan het verste punt van bedorven gevoeligheid die beide dronkenschap en verval veroorzaakt, succes en vernedering. Zo worden het goede en het slechte in zijn tuin dooreengemengd, om de schoonheid uit de banaliteit naar voren te halen. Op deze wijze wordt hijzelf, voor de komende tijden, een inspirerende pilaar, waarnaast wierook, wijnstok, papaver, bereklauw, brandnetel, distels en doornstruiken samen groeien.” De analyse, die we in de voorgaande alinea’s uitgevoerd hebben, dient er niet slechts toe ons in staat te stellen een bescheiden reflectie over reeds bestaande werken uit te voeren, maar ook om bepaalde interpretaties waarnaar we op zoek zijn of die we liever vermijden in teksten waaraan we nog bezig zijn, beter te beheersen. Rest ons nog de liefhebbers van poëzie evenals de kenners van rekenkunde te vragen ons wat we hun hebben aangedaan niet kwalijk te nemen. We willen dit nawoord graag besluiten met een huldebetuiging aan de schrijvers, of we er nu wel of niet in geslaagd zijn ze met naam en toenaam te vermelden, wier ideeën het ons mogelijk hebben gemaakt „Samenspel“ alsmede verschillende aspecten van het verbale voorstellingsvermogen, te bestuderen. De inhoud van de indexen zelf is niet geïndexeerd. Evenals in het voorafgaande gedeelte, hebben we de regels die voor het gebruik van de leestekens gehanteerd worden, enigszins gewijzigd teneinde wat beknopter te zijn.