Aangezien de spil van de N die gebruikt is in «Natuur», in de eerste regel van het gedicht, geen belemmering voor de boring vormt, zijn we het erover eens dat het onmogelijk is enkel het begrip spil te gebruiken, als een stijlfiguur bestaande uit een materiële inmenging in een geheel van betekenissen gekarakteriseerd moet worden. Daarom moeten we verschillende relaties die de gedachte met haar tekens verbinden opnieuw bestuderen. Ten eerste mogen we ervan uitgaan dat er tussen beduidenis en teken een gedeeltelijke solidariteit bestaat. We zijn eveneens van mening dat de elementaire betekenis een beduidenis, voorgesteld door een bepaald woord of symbool, heeft die voor een aanzienlijke periode, in een menselijke samenleving geldt [905]-[906]. Een tekst, en de diverse realiteiten die daar onveranderlijk mee samen gaan, op het stoffelijke of mentale vlak, heet een bult, en door het begrip rail te generaliseren, wordt het domein ervan uitgebreid met de echte of verzonnen bulten. Ieder teken of elke beduidenis, permanent in de bult aanwezig, of het nu een idee, een symbool, een woord, een hulpmiddel of een bloksteen is, wordt een vierkantje genoemd. Het bestaan ervan hangt in geen enkel opzicht van tijdelijke omstandigheden af, terwijl de onwillekeurige grijns van een acteur verdwijnt als deze aan iets anders denkt. Het vierkantje maakt de boring niet of wel mogelijk. We passen de symboliek van de Latijnse hoofdletters A, E, en H… nu ook toe op de vierkantjes. Een kroes ziet eruit als een bult waarvan we, in ieder geval in grote lijnen, de voornaamste betekenis kunnen vaststellen, die we het spinsel noemen. We zouden ons er niet zo’n globaal denkbeeld van kunnen vormen, als we bij het doornemen van hetgeen meegedeeld wordt onophoudelijk bepaalde doorslaggevende, maar onberedeneerde gezegdes zouden aantreffen, die te vergelijken zijn met een lange rij spontaan geuite luide schreeuwen, als gevolg van een hevige pijn waarbij men zich onmogelijk kan bezinnen. Een vulling kan twee dingen, die soms in een kroes aangetroffen worden, zijn: een vierkantje dat de boring schade toebrengt, of een spil. Iedere kroes die een spinsel bezit dat we enkel door middel van blokstenen, termen of spillen aan de weet komen, wordt een wieg genoemd. Het sonnet „Samenspel“ toont ons het voorbeeld van zo’n mededeling waarvan de inhoud enkel door een paar korte zinnen in grote lijnen begrijpelijk is. Indien daarentegen een aantal klanken een reeks zeer intense muzieknoten bevatten die zich bij de vakjes voegen, zou dat niet als hetzelfde type mededeling beschouwd kunnen worden. In een wieg is een ribstof een vulling die de schepper van een boek gewild heeft en die niet voortkomt uit een gewone dichterlijke kunstgreep: klankrijm, versbouw, accent of rijm. De bult zoals hij was voordat de indringing plaatsvond, noemen we zijn grafheuvel, en de conceptie zelf van de ribstof wordt voorgesteld door het symbool (- ¦¦¦¦-).
Zo kan “we hoorden een boem” weergegeven worden door middel van (boem-¦¦¦¦-explosie) en “ze woonde in een kleine ⌂” door (⌂-¦¦¦¦-hut), maar het segment “hij ¤∆ staat ⌂ toe in minder ☼±√” maakt geen goede ribstof mogelijk.
De zinnebeelden van de blokstenen vormen pas een dergelijk voorwerp als ze belachelijk vaak herhaald worden. Baudelaire, die zijn uitgever menig briefje met een boodschap deed toekomen, beval hem zijn eisen met betrekking tot de typografie uiterst serieus te nemen, en toch beperkte hij zich tot een normaal gebruik ervan [646]: «Wat de leestekens betreft, denk eraan dat die niet alleen belangrijk zijn voor de beduidenis, maar ook voor "de declamatie".»