Het essay — Deel V

Korte stijlfiguren

Legenda van de blokken

Theorie — de begripsmatige uiteenzetting Methode — opmerkingen bij de toepassing Baudelaire — de toepassing op het sonnet Samenspel
§321
· Voorplein
Theorie

Het voorplein is een zeer ruime manier van het naast elkaar stellen van bepaalde zaken om de overeenkomst daartussen vast te stellen, (I-.-II-.-III-.-IV), ongeveer zoals veel stijlfiguren, in het bijzonder de duffels. Het lijkt op (E-/F-/H-/R), het schema van de inning, en kan niettemin bestaan uit elementen die zich herhalen of die meervoudig zijn, zoals in (A-.-E-.-E-.-FH). De beduidenis blijft “I staat tot II zoals III tot IV” maar dan in een heel ruim kader, en met soms enkel stoffelijke of niet nadrukkelijk genoemde bestanddelen. Evenmin kan voor het voorplein de mengeling van niet bij elkaar horende begrippen, die hoort bij de meest aannemelijke duffels, vereist worden. Daardoor wordt (Archimedes-.-genie-.-u-.-talent) mogelijk, dat voortgekomen is uit “u bent een Archimedes”, om op treffende wijze “zo ingenieus als Archimedes was, zo talentvol bent u” te zeggen [333].

Methode

Het voorplein laat de continuïteit zien die de duffels en talrijke verschillende zinswendingen met elkaar verbindt, zodat Leibniz eens te meer gesterkt wordt in zijn woorden [499]: «Niets gebeurt opeens…» De geest schijnt te functioneren door uitbreiding van hetgeen hij al weet, en zo een soort metafoor te scheppen om iets nieuws te maken op basis van wat al bekend was [523]. In sommige gevallen beschikken we niet over vervangende woorden, zoals bij “het plankendons” dat we dan bijvoorbeeld verzinnen om de minuscule sprietjes van een net gezaagde plank te omschrijven [308]-[803]. We spreken van een metafoor als we het woord in kwestie door een ander kunnen vervangen, zoals “de top van het flatgebouw” waarmee “het dak van het flatgebouw” bedoeld wordt, hetgeen vereist dat we het verband tussen verschillende voorwerpen zien [36]-[345]-[804].

Toepassing op Baudelaire

De onzekerheid waarnaar men in de kunst op zoek is, met name door middel van het dooreenlopen van diverse gevoelens, wordt op andere gebieden beschouwd als de vijand van het verstand, wat Descartes aanzet om met betrekking tot bovennatuurlijke zaken het volgende neer te schrijven [267]: «…degenen die proberen ze te begrijpen door middel van hun verbeelding doen toch eigenlijk alsof ze, om geluiden te horen of geuren te ruiken, hun ogen willen gebruiken…»

§322
· Vilt
Theorie

We kennen stijlfiguren die verschil in begrippen, tweeslachtigheid en tegenstelling uitsluiten, en die desondanks vaag lijken op duffels. Het betreft vilten, waarin een koppel volkomen verschillende termen voorkomen, de eerste, E, die uitgesproken belangrijk is en de andere, F, die soms heel nietig lijkt, maar in feite een even grote inbreng heeft. Elke zinswending die tot dit genre behoort kan beschreven worden op de wijze van een voorplein (E-.-F-.-H-.-R) ofwel (I-.-II-.-III-.-IV), zoals (koningen-.-scepters-.-macht-.-teken) in “hij heeft alle scepters van Europa bezocht” [346]. De vilt krijgt het symbool (E/-F), met de betekenis “de schepper heeft gewild dat men, op de plaats van de tekst waar E komt, en afhankelijk van F, gemakkelijk een andere beduidenis van E kan raden zonder dat die openlijk genoemd wordt”. Diverse gevallen, (EH/- R), (AE/-FR), die menige term vereisen, veranderen niets wezenlijks. Als we “hij ziet een zeil” horen, vatten we dat zonder moeite op als “hij ziet een boot” [370]. Met behulp van zinnen die we verzonnen of uit „Samenspel“ genomen hebben, gaan we deze vilten analyseren.

Methode

Het gebeurt dat de term die soms als de minst belangrijke wordt beoordeeld, in ’t geheel niet in het voorplein voorkomt, zoals (zeil/-ziet) en (boot-.-geheel-.-zeil-.-deel) laten zien. Maar het tegenovergestelde kan zich ook voordoen, bij voorbeeld (Archimedes/-u), wat een vilt is met termen die we in (Archimedes-.-genie-.-u-.-talent) kunnen terugvinden. Als beide ideeën even belangrijk blijken te zijn, moeten we ervoor oppassen dat de stijlfiguur wel degelijk verschilt van een voor de hand liggende duffel. Bij “een bierton later” met het voorplein (bierton-.-leeg-.- wijzer-.-loopt door), levert de relatie “bierton-wijzer” begrippen op die niets met elkaar te maken hebben, en doet dus denken aan analogieën [311].

Toepassing op Baudelaire

We stellen voor naar de dichter te luisteren [[1065]] in Index II (Gedichten)">[[1065]]: «Ik ben, dichtbij de stad,
Ons witte huis, klein maar rustig, niet vergeten;
Met zijn Pomona van gips en zijn oude Venus
In een armzalig bosje dat hun naakte ledematen verborg…» Het betreft hier ongetwijfeld een vilt (Pomona/-gips) waaraan een beduidenis is gegeven die we moeiteloos uit (Pomona-.-standbeeld-.- voorgesteld-.-voorstellend) kunnen halen. De samenvatting betreft “…Zijn gipsen standbeeld, van Pomona…” Het milieu dat geschikt is om in cultureel opzicht het verstand verder te ontwikkelen wordt de bron van denkbeelden die elke zwakheid onderstrepen. 142

§323
· Terrein
Theorie

De term van de vilt die in intuïtief opzicht als de meest belangrijke naar voren komt, vormt het terrein ervan, en elke keer bevindt het zich in een voorplein. Aangezien dit uit meerdere vakjes kan bestaan, stemmen we in met het citaat «…haat…geenszins.» uit [211]-[343]«Ga weg, ik haat je geenszins.» In “hij heeft alle scepters van Europa gezien” ofwel (scepters/-gezien), vestigt het terrein “scepters” eveneens alle aandacht op zich [346]. Bij de troop “u bent een Archimedes”, ofwel (Archimedes/-u), is ’t het terrein “Archimedes” dat de aandacht van het publiek trekt [296]-[333]. Wanneer “de” de plaats inneemt van “een”, wordt het “u bent de Archimedes”, dat eveneens een zinswending van hetzelfde type is. Als we “de” weghalen, verkrijgen we “u bent Archimedes” dat een vilt blijft. Het is dus gemakkelijk om zo de belangrijkheid van het terrein te tonen.

Methode

Wegnemen, terugzetten, van plaats veranderen, met het doel om nu juist de betreffende studieonderwerpen te karakteriseren, om ze op hiërarchische wijze te schikken, dat komt overeen met de werkwijze die Bacon aanbeveelt in de taken die dienen om kennis op te doen [55]-[56].

Toepassing op Baudelaire

Die voorbereiding op de inspanning die we ons getroosten om de metingen uit te voeren, leidt er dikwijls toe dat we de situatie van de vilten beter begrijpen, met name de relatie die ze met de duffels onderhouden. We stellen voor «Er zijn geuren, zo fris…En andere, bedorven, rijk en zegevierend…Zoals amber, muskus, benzoë en wierook…» eens nader te bekijken. We merken dat de mogelijkheid aanwezig is om indirect een aantal vilten aan te wijzen die vermeld zijn teneinde een samenvatting te geven van “Er zijn geuren, zo fris…en andere -die bestemd zijn voor bedorven mensen die hun vreugde bezingen dat ze rijk en zegevierend zijn- zoals amber, muskus, benzoë en wierook…” De naam van het voorwerp vervangt de aanduiding van de persoon die het gebruikt [321]- [347].

§324
· Corridor
Theorie

Naast het terrein komt in de vilt een tweede element voor, de corridor, die niet noodgedwongen deel van het voorplein hoeft uit te maken. In “hij heeft alle scepters van Europa gezien”, treffen we de corridor “gezien” aan in (scepters/-gezien) maar niet in (koningen-.-scepters-.-macht-.-teken). De aanduiding (E/-F) van de vilt vermeldt het terrein en de corridor om ons, als we bij dit onderwerp zijn aangekomen, te herinneren aan het verschil tussen deze twee.

Methode

Door de termen van een zinswending te benoemen, slagen we er beter in deze te doorgronden. Sommige denkers komen tot de slotsom dat feiten niet objectief zijn, omdat we merken dat er veel kennis bij komt kijken om ze te tonen. Straks zeggen we nog dat ijzer niet bestaat, omdat een arbeider het bewerken ervan uitvoert. Spinoza merkte op dat er verband bestaat tussen de techniek en de beste abstracte werken, omdat er dezelfde aanpak bij gebruikt wordt [922]: «Het gaat hier precies zo als met tastbaar gereedschap waarvoor deze redenering geldt. Want, om te smeden, heeft men een hamer nodig, en om een hamer te verkrijgen, moet men hem vervaardigen…Op dezelfde wijze smeedt de cognitie, met behulp van zijn eigen aangeboren kracht, stukken gereedschap van intellectuele aard…» Alain Billecoq preciseert [163]: «Volgens mij betreft het hier meer dan een parallel, we hebben met twee aspecten van eenzelfde realiteit van doen.» Wanneer we de kern van een figuur hebben geïdentificeerd, verwachten we het voorwerp waar te nemen, zoals de jager van tevoren, alnaargelang het geluid dat hij hoort, weet dat hij wild in de strik zal aantreffen. “Onze stoutmoedige dakbedekker bereikt de top van het kasteel” maakt een aannemelijke duffel mogelijk, met als voorplein (kasteel-.-dak-.-berg-.-top). Maar “hij heeft alle scepters van Europa gezien” staat de definitie van de overeenkomst niet toe, want de koning draagt een scepter. De werkelijkheid is echter ingewikkeld, en "een scepter zien" in “als groot deskundige, heeft hij alle scepters van Europa gezien”, kan bijvoorbeeld een liefhebber van geschiedenis betreffen, die attributen van koningen tentoongesteld in paleizen of musea bezichtigt, wat de voornaamste onduidelijkheid in dat geval dan wegneemt. Een ieder neemt het ontstaan van de vilt waar, om hem vervolgens direct daarna te zien verdwijnen, omdat één van zijn voornaamste kenmerken blijkt te ontbreken. Hij wordt voornamelijk gevormd op basis van de inhoud, zijn samenstelling is die van een slechte duffel en hij moet lijken op een gemakkelijk raadsel. Garanderen dat de illusie overal aanwezig is, terwijl de omstandigheden een heldere uitleg toestaan, wordt absurd.

Toepassing op Baudelaire

Dat zou hetzelfde zijn als wanneer we zeggen dat vrouwen hun bestaan enkel aan een uitvinding te danken hebben [[987]] in Index II (Gedichten)">[[987]]: «Voor mij, zwakke dichter,
Heeft jouw tere jonge lichaam
Vol sproeten
Zijn bekoring;

Jij draagt je zware klompen
Eleganter dan die bedriegster
Van een minnares
Haar laarsjes van fluweel.

Als in plaats van een te kort vod,
Een prachtig lang prinsessenkleed
Eens ritselend
Je enkels streelde;

Als in plaats van die kapotte kous,
Voor de ogen van schaamteloze schelmen
Op je been bovendien
Eens schitterde een dolk van goud;

Als door veters slordig vastgeknoopt
Voor onze zondige blik
Je zo jeugdige borst, witter dan melk
Eens werd ontbloot…»

§325
· Plankje
Theorie

Het plankje is het deel van de tekst waar we de vilt aantreffen, de aanwezigheid ervan is opvallend genoeg om laatstgenoemde als een bijzondere zinswending te doen overkomen. Het moet opnieuw gedefinieerd worden als we merken dat een passage waar we tot nog toe geen acht op hebben geslagen, de inhoud beïnvloedt. Terrein en corridor worden door het plankje uitgedrukt, waardoor in «Ga weg, ik haat je geenszins.» de beide elementen «haat…geenszins» en «je» die (haat…geenszins/-je) verschaffen, teruggevonden worden [211].

Methode

Het voorplein heldert een groot aantal zinswendingen op. Met betrekking tot (haat-.-negatief-.-liefhebben-.-positief), mediteren we over de verhouding tussen de vilt en de duffel. In het geval van de metafoor “de dakbedekker legt een grote behendigheid op de baan aan de dag”, ofwel (dakbedekker./baan), verkrijgen we (dakbedekker-.-dak-.-schaatser-.-baan) wat een aanvulling is van de aanvankelijke omschrijving.

Toepassing op Baudelaire

In beide gevallen, van zowel vilt als analogie, vult de gedachte een leegte op, maar de interne parallel tussen twee situaties is veel scherper als het om een duffel gaat. Betreffende (andere./bedorven) komen we erg dicht bij de voornaamste beduidenis van (geuren andere-.- bedorven-.-mensen-.-bedorven). Doordat Baudelaire zich beschermt door middel van de gebruikelijke uitingen van zijn denkbeelden en zodoende een publiek aan zich bindt, kan hij het zich permitteren een iets diepgaandere beeldspraak aangaande verderf te presenteren. De geschiedschrijver maakt, met het vernieuwende aspect van zijn werk, deel uit van een serie, daar is niets schokkends aan [892]-[896]. Aangezien hij de talrijke kanten van de rechtszaak die tegen hem wordt aangespannen goed doorziet, hij van immoraliteit beschuldigd is, in augustus 1857, voor en na vele anderen, moet de dichter wel menen dat hij in feite de waarheid of de goedheid in persoon is [622]-[623]. De Maistre had geschreven [517]: «… de rechtvaardige, die uit vrije wil lijdt, ontvangt niet alleen genoegdoening voor zichzelf, maar ook voor de schuldige, die, zonder hulp, geen kwijtschelding zou kunnen verkrijgen.» De sombere theosoof verklaarde ook, in zijn strijd tegen zijn vijanden binnen het christendom [519]«Ze hebben gezegd: "De Mens-God heeft voor ons betaald; dus wij hebben geen andere verdiensten nodig"; ze hadden moeten zeggen: "Dus de verdiensten van de onschuldige kunnen de schuldige van dienst zijn."» Welke vergissingen de achtenswaardige Savooiaard ook beging, de dichter deed inspiratie door hem op, maar kon die vermoedelijk moeilijk combineren met zijn liefde voor bijna alles wat Engels was.

§326
· Raadsel
Theorie

Omdat de vilt op een raadsel lijkt, moeten we bedenken waardoor we een bepaalde term kunnen vervangen, teneinde de tekst te begrijpen. We passen nu de rail, die veel toegankelijker is, ook op de vilt toe, waardoor deze voor ons doorzichtiger wordt. Eveneens moeten we ons van een paraaf bedienen, als een lichte onhandigheid, tengevolge van deze verandering, ongedaan gemaakt moet worden.

Methode

“Ga weg, ik hou van je” wordt probleemloos afgeleid uit [211]”Ga weg, ik haat je geenszins.”

Toepassing op Baudelaire

De liefde tussen jonge mensen uit hetzelfde adellijke milieu, door Corneille in zijn gedichten geroemd, kon voor de dichter der ironie onmogelijk het enige voorbeeld zijn, Louis Ulbach getuigt daarvan [609]: «Ik zie nog zijn galante voorkomen met de fijne glimlach en de spottende blik voor me, […]. Ieder reciteerde zijn nieuwste dichtwerk. Het is waar dat we zuiver van ziel waren, en dat de engelen, de tere, bijna onaardse liefdes, de onbeschrijflijke indrukken…in onze poëzie weerklonken. Baudelaire nam, nadat hij de kristallen stroom van onze gedichten over zich heen had laten gaan, op zijn beurt het woord. Hij ving aan met een diepe stem die een licht vibrerend timbre had, een expressie als van een asceet op zijn gezicht, en hij reciteerde voor ons het gedicht “Manon la pierreuse”. In de eerste rijm, ging het over de "smerige hemdjurk" van Manon en de rest was al net eender…Het was, overigens, prachtig van stijl; maar het had zo weinig van doen met onze literaire beginselen, dat we voor deze uitmuntende, verdorven dichter een bangelijke bewondering koesterden, en Baudelaire niet meer terugkwam.»

§327
· Crypte
Theorie

De crypte lijkt op het plankje van de vilt, maar neemt door een toegankelijker taalgebruik het effect van de stijl weg, en maakt dientengevolge het raadselachtige aspect dat de basis ervan vormt, ongedaan. Hij wordt ingezet alsof hij een onderdeel van een vervangingsrail is, terwijl we daarbij de paraaf gebruiken wanneer een lichte wijziging nuttig is. Bij (zeil/-ziet) vervangt “hij ziet de boot” het gedeelte “hij ziet het zeil”, waardoor in één keer het bedachte raadsel opgelost wordt, terwijl de gebruikte paraaf slechts uit de verandering van “het” in “de” bestaat.

Methode

Omdat een vilt bij het publiek immers een sensatie teweegbrengt, bedenkt het onmiddellijk wat er had kunnen staan indien er geen stijlfiguur gebruikt zou zijn. Wanneer we een tafel vol voorwerpen zien, stellen we ons die door middel van ons verbeeldingsvermogen leeg voor, en de crypte komt uit datzelfde vermogen om iets in gedachten weg te nemen voort, wat overigens het begrip “niets”, evenals dat van “nul” oplevert, eerstgenoemde bij dagelijkse bezigheden, het tweede in de wetenschap. Poincaré benadrukte het belang van de simpele, steeds opnieuw gevormde basis van zijn imposante vak [799]: «…inzicht is in de Wiskunde het eenvoudigste instrument dat uitgevonden is.»

Toepassing op Baudelaire

In heel veel gevallen is zo’n onbelangrijk lijkende schrapping voldoende om de algemene beduidenis van een fenomeen te veranderen. Plotinus schreef met betrekking tot de meest elementaire relaties [783]: «Maar wat geeft de ziel der aarde toch aan haar eigen lichaam? -Een losgetrokken kluit aarde is niet meer hetzelfde als toen hij nog één geheel met de grond vormde; zo zien we ook dat stenen groter worden zolang ze zich in de grond bevinden en daarmee ophouden zodra we ze eruit halen.»

§328
· Grendel
Theorie

Het vervangen van het terrein in de crypte wordt uitgevoerd door de grendel. Aangaande “u bent een Archimedes”, verschaft de “verkennende” grendel opheldering over “Archimedes”, het terrein in (Archimedes/-u).

Methode

Sommige personen die een buitengewoon groot raffinement tentoonspreiden, zijn van mening dat het onaanvaardbaar is te veronderstellen, dat we stijlfiguren zouden verkrijgen door zo’n banale situatie als het verder uitwerken van de woorden. Omdat, brengen ze naar voren, de auteur immers een tekst heeft gepresenteerd, moet men geen andere die eraan vooraf zou zijn gegaan bedenken, en met name Michael Riffaterre laat zich hierover op scherpe wijze uit [863]: «Daardoor komt het dat men soms aan het gegeven van een gedicht een betekenis geeft die er niets mee te maken heeft en die de structuur ervan bijna onzichtbaar maakt.» Het zou niettemin overdreven zijn te zeggen dat “Ga weg, ik hou van je” er niet toe bijdraagt om [211]«Ga weg, ik haat je geenszins.» te begrijpen. Wat Bacon betreft, vraagt de uitleg van elk fenomeen erom dat we het moeilijk te ontwaren interne proces ervan opsporen [55]. Zo gebruiken we eveneens “ik ga naar de markt” om “ik ga naar de bazaar” uit te leggen. Het is één van de juist gebleken aspecten van deze stelregel van Saussure [908]: «…in de taal is elk element weer verschillend.»

Toepassing op Baudelaire

Gautier laat zien dat de zedenschilderingen eveneens situaties uitbeelden die van de werkelijkheid verschillen of die deze aanvullen [402]: «Maar het is tegenwoordig in de mode om braaf en christelijk te zijn, het is een pose die men aanneemt; men gedraagt zich als de heilige Hiëronymus, zoals men dat vroeger als Don Juan deed; men zier er bleek en afgetrokken uit; men heeft net zo’n kapsel als de apostelen, men loopt met gevouwen handen en de ogen strak naar beneden gericht; men trekt een vroom gezicht; er ligt een opengeslagen bijbel op de schoorsteen, een kruisbeeld en palmtakjes hangen boven het bed; men vloekt niet meer, rookt weinig, en pruimt zelden. -Men is dus christen, men spreekt over het heilige karakter van de kunst, over de verheven opdracht van de kunstenaar, over de poëzie van het catholicisme, over Mijnheer de Lamennais, de schilders van religieuze onderwerpen, het concilie van Trente, de zich steeds verder ontwikkelende mensheid en honderden andere schone zaken.- Sommigen voegen aan hun godsdienst een vleugje van de leer der republikeinen toe; dat zijn niet de minst vreemde figuren. Zij kruisen op de meest joviale manier Robespierre en Jezus Christus met elkaar, en hutselen met prijzenswaardige ernst de Handelingen der Apostelen en de bepalingen van de "heilige" conventie, dat is de gewijde benaming ervan, door elkaar: anderen doen er, als laatste ingrediënt, nog enkele ideeën van Saint-Simon bij.»

§329
· Dop
Theorie

De grendel en het terrein bevinden zich beide in de dop, wat nuttig is om de interne werking van de troop te begrijpen. Het blijkt leerzaam te zijn om de uitwerking in eerste instantie zonder de paraaf te bestuderen, teneinde de doeltreffendheid van de algehele strekking aandachtig te observeren, wat niet verhindert om later minder veeleisend te zijn. Zo kunnen we bijvoorbeeld stellen dat “de officier zal naar de generaal luisteren” de dop “zal luisteren naar zal gehoorzamen” bezit, waarin het eerste begrip opgehelderd wordt door het tweede, betreffende de vilt (zal luisteren naar/-officier) [335]. Als de interpreet eenmaal zekerheid heeft aangaande de basis, concludeert hij iets minder snel “de officier zal naar de generaal luisteren: zal hem gehoorzamen” waarvan de betekenis begrijpelijker is met de paraaf.

Methode

In de dop kunnen we de grendel voor of achter het terrein plaatsen, wat maar het best uitkomt. Met sommige lastige vilten moeten we voorzichtig zijn. Het staat niet van tevoren vast dat “de officier zal de generaal assisteren” betekent “de officier zal de generaal gehoorzamen”. Een te klein verschil in beduidenis ontgaat ons of wordt door de één in aanmerking genomen, maar door de ander verworpen, waardoor twijfel ontstaat over de gewenste objectiviteit, net als op het gebied van de natuurkunde, waarover Poincaré zei [800]: «We zijn bijvoorbeeld in staat om moeiteloos een gewicht van 12 gram van een gewicht van 10 gram te onderscheiden, terwijl een gewicht van 11 gram noch van de één, noch van de ander te onderscheiden zou zijn.»

Toepassing op Baudelaire

Vaak werden de meetbare aspecten van een idee door middel van de verbeelding aangebracht, zodat men auteurs op dezelfde wijze kan zien als Germaine de Staël de natuurkrachten beschouwde [936]: «Wanneer de natuur uiterst regelmatige kristallen vormt, vloeit daar niet uit voort dat zij kennis van wiskunde heeft, of in ieder geval weet zij niet dat zij die kennis bezit, en is zij zich niet van zichzelf bewust.» Bovendien komen de beste persoonlijke doeleinden van een tekst overeen met de algemene tendensen, terwijl de schepper, in beslag genomen door de roerselen van zijn ziel, deze soms enkel vluchtig in zich opneemt. Zelfs in werken die om een bewijsvoering vragen, schijnt dat proces niet afwezig te zijn, zoals de woorden van Kepler laten zien [108]-[109]-[110]-[937]: «…ik heb de Egyptische vazen weggestolen om er een tempel voor mijn God van te bouwen.»

§330
· Worp
Theorie

De worp bestaat uit een plankje dat is aangepast om de dop te herbergen, maar ook om de eventuele afstand tussen het terrein en de corridor te verkleinen. Het geheel vergemakkelijkt het begrip van de vilt, zoals in “hij zag het zeil van een boot”, dat een worp is van de vilt (zeil/-zag) behorend tot het plankje “hij zag, vanaf de havenkade die vol stond met exotische koopwaren, waar matrozen en handelaren door elkaar krioelden en men nu eens zoveel luide kreten hoorde dat men er duizelig van werd, en dan weer luchtig geklede jonge vrouwen en officieren in mooie, schitterende uniformen waarnam, een zeil”.

Methode

Vaak heeft de schepper van een boek nauwelijks een scherpe voorstelling van de worp, want zelfs als hij uiterst behendig jongleert met zijn enorme literatuurkennis en het daaruit voortkomende gemak gewoon is geworden, belet hem dat volstrekt niet om slechts intuïtief aan de werkelijkheid te denken.

Toepassing op Baudelaire

Aangezien wij de schakels tussen de beelden van de dichter niet kennen, moet een armetierig schema die vervangen, we zijn dan ook gedwongen te accepteren dat onze studie zwakke plekken vertoont. Toen Sainte-Beuve de methode van de la Rochefoucauld bestudeerde zei hij [485]-[890]: «Waarom moet hetgeen vaak de levende, en nog niet geplukte, vrucht is van het menselijk handelen, oneindig gevarieerd en wijd vertakt, overal worden vertaald in dorre cijfers en pas na beroving en ontleding worden gepresenteerd?»

§331
· Boring
Theorie

De boring omschrijven we als de situatie die zich voordoet wanneer er geen enkel verband bestaat tussen een verbale vorm en de uiterlijke gedaante ervan. Bijgevolg ontstaat de boring wanneer de beduidenis de vorm overtreft, en deze bij het spreken dus heel snel doet vergeten. Het eerste aspect betreft de taalmaterie, mondeling of schriftelijk. De boring staat namelijk geen enkele verwantschap met de concrete woordspeling toe, zodat bijvoorbeeld “het gaat om een phare d'eau” geen enkele kans van slagen heeft (spelletje met "phare d'eau": vuurtoren, en "fardeau": zware last) [306]. De zinsgedeeltes waarin de plaats van de woorden een rol speelt vormen het tweede obstakel dat de boring uit de weg moet ruimen, en daardoor valt “een leraar met hondsdolheid die een verstrooide hond had” ook weg. Zolang de vorm een beslissende rol speelt, blijft de boring onmogelijk, terwijl hij ontstaat wanneer de inhoud verreweg de belangrijkste oorzaak van de stijlfiguur is. Zo heeft de vilt (désir/-prive) (wens-berooft) recht op een boring in [[1141]] in Index II (Gedichten)">[[1141]]: «…de droeve schoonheid die mijn hartstocht moet ontberen.» (…la triste beauté dont mon désir se prive.) Hier vragen terrein en corridor de klanken en de letters enkel om de normale steun zoals het symbool die verleent aan verbaal gevormde beeldspraken.

Methode

Een tweeslachtigheid zoals (begaf/-ze) in “Emma ontmoette Lotte toen ze zich naar de stad begaf” kan onmogelijk een boring krijgen, aangezien de plaats van de woorden het voornaamste bestanddeel van deze zinswending vormt. Door de zin anders in te delen voorkomen we die onduidelijkheid: “Toen ze zich naar de stad begaf ontmoette Emma Lotte”.

Toepassing op Baudelaire

De verdubbeling van de klank “L” waar zin 2 overgaat in zin 3, «roles- L’homme» verrast ons. Het kan zijn, maar het is niet erg aannemelijk, dat het is bedoeld om de beweging van de mensheid of van de dichter temidden van de werkelijkheid voor te stellen, vooral samen met de klank van de "R", en dan zou het moeilijk zijn om snel voor een boring te kiezen wat (L'homme/-paroles) betreft [743]-[744]-[745]. In “hun kleren verspreidden allerlei zachte geuren, mmm” zien we echter onmiddellijk dat zich in (geuren/-mmm) geen boring bevindt, want “mmm” imiteert het geluid dat ontstaat wanneer we aandachtig de lucht opsnuiven om een geur te bepalen.

§332
· Ventilatie
Theorie

De ventilatie van een vilt vertegenwoordigt het doorzichtige karakter ervan. Om er recht op te hebben moet aan een aantal voorwaarden voldaan worden. Het is een vereiste dat de schrijver de passage heeft begrepen. Hij heeft totaal geen technische of ingewikkelde woorden gebruikt die men daarna, ten onrechte, voor een vilt zou aanzien. Aan de andere kant moet het publiek inzien dat er een bijzondere vorm van betekenis bestaat, en de aanvankelijke beduidenis ervan kan niet teniet gedaan worden door de context. Geen enkele heel moeilijke of verborgen gedachtegang, die het privilege is van de schepper van een boek en enkele sporadische uitverkorenen, kan een grendel vormen.

Methode

Zo kan een steunpunt waarvan het publiek niet op de hoogte is en dat de aanwezigheid van een verborgen beduidenis betreft, de troop geenszins recht op een ventilatie geven. Zo’n open karakter heeft tot gevolg dat talrijke woordspelingen of moeilijke allusies onmogelijk worden.

Toepassing op Baudelaire

«De Natuur is een tempel…» zou de beduidenis “De Natuur is God…” kunnen hebben, maar die uitleg van (Natuur/-tempel) zou niet erg aannemelijk zijn, omdat dat hoegenaamd niet in de gedachtelijn van die tijd lag. Met een rail die begint als volgt “De Natuur weerklinkt met een gebouw…” en waarbij een eventuele toespeling op God opnieuw zeer duister zou blijven, omdat het lezerspubliek niet aan zo’n interpretatie gewend is, zou (weerklinkt/-Natuur) evenmin recht op een ventilatie hebben. De twee stangetjes waaruit een stemvork bestaat zijn nauwelijks hoorbaar, maar zodra het instrument recht neergezet wordt op het handvat, zo gemaakt dat hij altijd dezelfde noot laat horen, brengt deze klankbodem een helder geluid voort [388]. De dichter, zeer geïnteresseerd in wetenschap, weet dat sommige personen doordat zij de wetten der natuurkunde kennen, gemakkelijker het verband tussen de dingen zien. Euler geeft de volgende uitleg [388]: «…zodra een ondoorschijnend lichaam wordt verlicht, vertonen zelfs de allerkleinste deeltjes ervan, die zich aan de oppervlakte bevinden, een zekere glans, waardoor stralen ontstaan…» Het is namelijk zo dat [389]: «Glanzende lichamen moeten vergeleken worden met muziekinstrumenten, die men gaat bespelen of die al bespeeld worden. Het doet er hier niet toe of het geluid door het hanteren van de instrumenten zelf of door een beweging van buitenaf ontstaat: voor hetgeen ik wil uitleggen is het voldoende dat ze klanken voortbrengen en geluid maken. Wel, ondoorschijnende lichamen moet men, wanneer ze niet verlicht worden, vergelijken met muziekinstrumenten die men op een gegeven moment niet bespeelt of met snaren die men niet aanraakt, die geen enkel geluid voortbrengen. Nu we voor onze uitleg van het licht zijn overgestapt op het geluid, is de vraag nog slechts: Als een snaar die we niet aanraken, temidden van het geluid van muziekinstrumenten nu eens een trilling ontvangt en dan geluid geeft, zonder dat hij op dat moment aangeraakt wordt? Nu, de ervaring leert ons dat dat soms inderdaad gebeurt.» Dus [390]: «…wat kleuren zijn voor het gezichtsvermogen, zijn de verschillende hoge of lage tonen voor het gehoor.» De wiskundige vervolgt [391]: «…hetzelfde geluid, dat de snaar die de trilling heeft ontvangen, weergeeft, is ook het geschiktst om deze snaar in beweging te brengen…Wanneer we spiritus in een vertrek doen ontvlammen…zijn de blauwe stralen niet in staat om de rode kleur in het gezicht intenser of anders te doen lijken, we zien slechts een blauwachtige, vale kleur; maar als iemand blauwe kleding draagt, zal die wel een diepe glans aannemen.»

§333
· Bijectie
Theorie

De beste vilten bezitten een bijectie, en deze bestaat uit verschillende eigenschappen die het publiek heeft waargenomen met betrekking tot de betekenis in kwestie. Ten eerste laat het hele plankje een verandering zien ten opzichte van een tekst die eraan vooraf schijnt te zijn gegaan. Vervolgens bevat het terrein, behalve de verwijzing naar de grendel, slechts één helder idee, dus er bestaat hoegenaamd geen twijfel over. Datzelfde terrein moet gekenmerkt worden door zeer weinig vakjes. In de vierde plaats is het nodig dat de zinswending over een grendel beschikt die eveneens doorzichtig is, zonder ook maar enige tweeslachtigheid, en uitgedrukt in zeer weinig woorden. Bovendien mag de grendel geen herhaling zijn van het terrein of de corridor. Tenslotte stelt het verband tussen de grendel en het terrein ons in staat het antwoord te vinden op het raadsel van de waargenomen verandering van stijl.

Methode

Een grote vlotheid is niet het enige dat belangrijk is in de vilten. Het gezegde (poeder/-verschaft) afkomstig van “Zij verschaft hun de poeder” beschikt volstrekt niet over een bijectie ondanks het feit dat het slechts een korte zin is, want met “poeder” kunnen de totaal verschillende begrippen “kruitpoeder” en “make-up” bedoeld worden. Maar in «Laten we in ieder geval ons haar even kammen, en er netjes uit zien. Vlug, houd hier de schoonheidsadviseur voor ons vast.» is de relatie (schoonheidsadviseur/-houd, vast) aanwezig, en de beduidenis van het terrein, dat lang maar nog wel acceptabel is, wordt onthuld door de grendel “spiegel” [534]. Aangaande «Ga weg, ik haat je geenszins.» ofwel (haat…geenszins/-je) schijnt het terrein eveneens de goedkeuring weg te kunnen dragen, ondanks het feit dat het drie woorden opeist [211].

Toepassing op Baudelaire

De liefde blijft, tot aan de seksuele relatie toe, het voorbeeld bij uitstek van alle samenspel. De gelijkenis tussen de dochter en haar moeder is een andere versie van de analogie. Als er op dat gebied grote contrasten bestaan, gaat dat ons begrip te boven, zodat we onze toevlucht tot de wiskunde moeten nemen om een definitie te kunnen maken [401]. Tussen de bomen van een bosje en de jagers die in de schaduw ervan uitrusten, bestaat een bijectieve relatie, wanneer er voor een element van elk der categorieën, er één en niet meer, bij de andere wordt gevonden, zoals bij tien berken en evenveel mannen [401].

§334
· Sinds lange tijd bestudeerde onderwerpen
Theorie

Het was lange tijd geleden al een gewoonte op eenvoudige wijze van vilten een verklarende ontleding te maken. De abstractie wordt vaak tot die categorie gerekend, in die hoedanigheid dus “ontdaan van z’n dualiteit” [290]. Veel antonomasia horen er ook bij, zoals “er vocht een Goliath tegen hem” [296]. Verder de opzettelijk gebruikte contaminatie: “gedurende heel zijn leven” [304]. Vervolgens het chleuasme: “ik ben gek” [310]. Bovendien telt het citaat ook mee: “Die mensen willen een brioche” [312]-[873]. Op het concrete vlak, nemen we als voorbeeld: “hij proefde zijn vrijheid” [313]. De enallage vereist twee gelijkwaardige fronten, zoals in “u bent, je bent een rover” [322]. Een voorbeeld van een eufemisme of een litotes is “ze laten hem verdwijnen”, en [211]-[328]-[343]«Ga weg, ik haat je geenszins.» De hyperbool levert “uw geleerde is een Archimedes” op [296]-[333]. De injunctie is dikwijls juist: “de meester moet naar de inspecteur luisteren” [335]. Een lexicalisatie blijkt soms handig te zijn: “het waarom is een moeilijk onderwerp” [341]. Dankzij de metalepsis “wat ben ik toch dol op zijn paard” kan “wat houd ik toch van die persoon” vermeden worden [344]. Alleen korte omschrijvingen komen in aanmerking [352]. Metonymia en synecdoches bezitten alle voordelen die de pedagogie ook heeft: “hij heeft alle scepters van Europa bezocht”; “ik zie een zeil” [346]-[370].

Methode

Het onder één noemer samenvatten van deze verschillende stijlfiguren maakt het gemakkelijker om een overzicht van onze kennis te verkrijgen. Deze groep wordt door middel van één en dezelfde methode gevormd, zoals die ook gebruikt wordt voor de categorieën betreffende steeds terugkerende verschijnselen.

Toepassing op Baudelaire

Zeker, culturele voorwerpen hebben bijzonderheden, maar ze blijven een verlengstuk van het fundamentele wezen, zoals datgene waar de dichter over mediteerde, de schoonheid van het lichaam, laat zien. Hoewel die een rol bij de voortplanting speelt, zal hij enkele jaren later gezien worden als iets dat een ander aspect van zijn bestaan te danken heeft aan een willekeurige keus, die gemaakt wordt over een enorm tijdsbestek. Darwin zegt later [242]: «…het zou onverklaarbaar zijn, als de selectie van vrouwen die het meest aantrekkelijk zijn voor de machtigste mannen van elke stam, die gemiddeld dus een uitgebreider aantal kinderen zouden moeten grootbrengen, over talrijke generaties gerekend niet enigszins het karakter van de stam zou veranderen.»

§335
· Slechts zelden interessante vergissingen
Theorie

Aan veel tropen kan maar zelden de status van vilt verleend worden. De stijlfiguur ontpopt zich als een duffel, of heeft geen boring, of het gebeurt dat zich een tegenstrijdigheid voordoet. We stellen voor van die verschillende zinswendingen voorbeelden te geven, en vervolgens te zeggen hoe we die noemen. “Dr. Martin zag dat hij van zijn concert beroofd was”: abbreviatie [289]. “Meneer…nam om vijf uur de trein”: weglating [320]. “Ik ging een wandeling op de grote abenue maken”: imitatie van een lapsus [297]-[340]. “Wij zullen er voor zorgen ‘le car naval’ (de scheepswagen/het carnaval) niet te missen”: woordspeling die met behulp van taalmaterie tot stand komt [339]. “Laat ik je niet meer zien, dat je abracadabra”: exorcisme [329]. “De entelechie van het obstakel in die naïeve woordenvloed bracht de toehoorders van hun stuk”: jargon [338]. “Een schotel lirotinorini met ansjovis”: onecht taalgebruik [360]. “De grote internationale wetenschappologen zijn het allemaal met elkaar eens”: opzettelijk fout woord [348]. “De groeiende gevaarlijkaardigheid van het vak verontrustte ons”: neologisme [350]. “U bent een hapax van een vrouw”: pointe [357]. “Het zijn geen voeten die u hebt, maar laarzen”: zelfcorrectie [299]. “De pastoor knielde neer voor het kruis van Jahweh”: opzettelijk gebruikt onjuist woord [334]. “Tien veroordeelden later, vertoonde de beul enige tekenen van vermoeidheid”: chronografie [311]. “De muren hadden nu ook iets in te brengen”: personificatie [354]. “Er waren daar brave jongens, vijf architecten, drie notarissen, twee apothekers en vier industriëlen”: ironie [336]. “Bij die ijskoude temperatuur, pakte men zich warmineengedoken in”: samenstelling [349].

Methode

De ontlening heeft zoveel mogelijkheden, door de vele momenten waarop men aan een andere taal ontleende woorden kan inlassen, dat het oordeel daarover zeer veranderlijk is [351].

Toepassing op Baudelaire

“We hebben het spleen”, om maar eens een geliefd gezegde van Baudelaire te gebruiken, veroorzaakt dat soort problemen. Het hier genoemde gevoel is dat van iemand die het leven van meet af aan als zinloos ervaart, en waarvan men alleen bevrijd kan worden door het soort plotselinge verliefdheid dat Balzac beschreef [72]: «Ik keek naar mijn buurvrouw, en ik was meer van haar in de ban dan van het feest; zij werd het hele feest.» Of men wordt gek als men die verstrengeling van de dingen waarneemt die de leergierigheid de nek omdraait, zoals het geval was bij een figuur van dezelfde romanschrijver [90]: «De enige plaats waar die Lefèbvre me ontving was zijn huis, waar hij me de slaapkamer van zijn neef liet zien…"Die jongeman wist alles, m’n beste meneer! zei hij terwijl hij het boekdeel met het oeuvre van Spinoza op een tafel legde. Hoe heeft zo’n knappe kop nu zo in de war kunnen raken…"»

§336
· Hek, terp
Theorie

Het hek 1/áæßœíóúý, bestaat als hoeveelheid aannemelijkheid, uit het omgekeerde van het product (áæßœíóúý) van acht kwantiteiten van onaannemelijkheid, de knobbels á, æ, ß, œ, í, ó, ú, en ý. Het geheel vormt twee groepen van vier, de eerste, á, æ, ß, en œ, die een grotere uitwerking tot gevolg hebben dan de andere die bestaan uit í, ó, ú, en ý. We passen opnieuw het klinken toe waarvan het resultaat te verwaarlozen is zodra dat kleiner is dan 1/16. Wat de knobbels betreft, noemen we ten eerste de terp (á), die 1 bedraagt wanneer de vilt een boring bezit. Diezelfde knobbel (á) bereikt een waarde van 2 in andere situaties. In “hij heeft zijn abracadabra gebruikt” kan het niet anders of á=2, aangezien klank hier voor de beduidenis, die maar door één woord wordt voorgesteld, een belangrijke rol speelt.

Methode

Het is maar zelden dat bij taaluiting geen acht geslagen wordt op de vorm van de woorden, maar een veelvuldig of nauwkeurig gebruik doet het belang ervan wat afnemen, zo krachtig is de inhoud.

Toepassing op Baudelaire

Fantasie daarentegen stimuleert het gevoel. Met «…De uitbreiding van oneindige dingen…» dat wordt opgevat als “…de oneindige uitbreiding der dingen…” zou de terp (á) een hoogte van á=2 bereiken, omdat men zich bij deze stijlfiguur een plaatswisseling zou voorstellen en dus zou de betreffende stijlfiguur gebaseerd zijn op een element dat buiten de taal ligt [332]. Er is vaak geconstateerd dat de vorm, wanneer de stiptheid eenmaal overspoeld is door gevoelens, voor een groot deel inhoud wordt [[1077]] in Index II (Gedichten)">[[1077]]: «Vochtig zijn mijn lippen, en groot is mijn bedrevenheid in het uitoefenen der wetenschap
Van het diep in een bed verliezen van het oeroude bewustzijn.» Als de aandacht afgeleid is, schrijft Gautier, houdt hij zich met dingen bezig die hij anders veronachtzaamd zou hebben [410]: «De zintuigen die door de ziel niet langer in ’t oog worden gehouden, en die dan op hun eigen houtje handelen, getuigen soms van een opmerkelijke scherpzinnigheid. Ter dood veroordeelden die zich naar de plaats van foltering begeven, nemen een bloemetje tussen de straatstenen waar, een nummer op een knoop van een uniform, een schrijffout op een uithangbord, of wat dan ook voor onbetekenend iets dat in hun ogen van enorm belang wordt.» Philostratus bedenkt een nieuwe indeling van de dingen [579]: «Onsterfelijk is de ziel; zij behoort niet jou, maar de voorzienigheid toe; als het lichaam eenmaal verdroogd is en zij zich als een snel paard van haar leidsels losmaakt, springt ze lenig op en omdat ze haar vreselijke, zware slavernij haat, voegt ze zich bij de lichte lucht; maar wat heeft dit alles voor zin voor jou? Want als je er niet meer bent, dan zul je er in geloven; waarom maak je je dan ongerust over die dingen, zolang je je onder de levenden bevindt?»

§337
· Regulator
Theorie

De regulator (æ) is 1 waard indien de stijlfiguur een ventilatie heeft, terwijl æ=2 geldt in de andere gevallen. Als het publiek niet ziet dat er een speciale vorm bestaat, blijkt het onmogelijk te zijn ronduit te zeggen dat de auteur opzettelijk voor de troop heeft gekozen. Wanneer er een vergissing in het spel is waardoor er een soort vilt ontstaat, is het ook gevaarlijk om te verzekeren dat het zo bedoeld is.

Methode

Als het gaat om een tijd waarin de mensen moeiteloos de vorm begrijpen (ziet/-zeil), is dat pluspunt geenszins voldoende om de ventilatie te verkrijgen. Het is ook vereist dat de context de schepper van het boek en het publiek het waarnemen van de vilt niet belemmert. Als een fabrikant van zeilstof in een naaiatelier voor scheepsvaartartikelen een interessante stof ontdekt, kan “hij ziet een zeil” iets anders betekenen dan “hij ziet een boot”, en moeten we er in dat geval van afzien die woorden als een bijzondere formulering te bestempelen.

Toepassing op Baudelaire

Zo kan wat men denkt een vilt te zijn een objectief bedoelde beschrijving inhouden, deel uitmakend van een opvatting die openlijk met de gebruikelijke tradities breekt. Soms worden de critici door Baudelaire overvallen, omdat hij op het intellectuele vlak een weg is ingeslagen die men moeilijk onderzoeken kan. Sainte-Beuve heeft de van heel lang geleden daterende basissen beschreven van de volgende overdenking [891]: «…de tijd waarin Louis XIV leefde is die van twee verschillende eeuwen: de ene edel en majestueus…en een andere eeuw die daar zogezegd onder stroomt, zoals een rivier onder een brede brug zou stromen, en die zich uitstrekt van het ene Regentschap naar het andere…de hertoginnen van Mazarin, van Bouillon en iedereen die daar bijhoort; Saint-Évremond en zijn wulpse aanhangers; Ninon en de personen die zij om zich heen verzamelde, de ontevredenen en allerlei soorten spotters.» We kunnen wel raden, wat de dichter in een opmerking verder over deze stroming zegt [655]: «Als ik alle mooie en goede kanten van wat men slechtheid en immoraliteit noemt, zou willen opsommen, zou ik nog niet klaar zijn…»

§338
· Podium
Theorie

Het podium bereikt een waarde van ß=2 in meerdere gevallen. Het eerste doet zich voor bij een veelvuldig voorkomende stijlfiguur die onmiddellijk begrepen wordt, omdat het terrein bijna dezelfde betekenis heeft als de corridor. Zo vereist “omhoogklimmen” bijvoorbeeld ß=2. De tweede categorie bestaat uit zinswendingen waarvan de termen zowel volkomen tegenstrijdig als helder zijn, zoals in “naar beneden klimmen”. Tenslotte is ß=2 bij duffels met een hoge aannemelijkheidsgraad die, als aardigheid, over de mogelijkheid beschikken ook de beduidenis van een vilt te bezitten. Maar in alle andere gevallen is ß=1.

Methode

“De jongen zag het gezicht van de jurk die hij opgemerkt had”, ofwel (gezicht/-jurk) krijgt voor dit plankje een waarde van ß=1, omdat we op dezelfde gedachtelijn blijven: “De jongen zag het gezicht van degene die de jurk droeg die hij opgemerkt had”. Anderzijds komen we soms weer in het gebied van tegenstellingen of botsingen met grote contrasten terecht, maar zoals we bij de probleemnoten gezien hebben, moet er dan nog veel uitgezocht worden, want veel tegenstrijdigheden blijken in werkelijkheid niet te bestaan. Metingen verrichten is alleen nuttig als we er zeker van zijn dat we daardoor de behandelde zaken begrijpen. Hoe zorgvuldig we hondespeeksel en menselijk zweet ook door elkaar mengen om een verkoudheid te bestrijden, het levert niets op en staat ver af van elke logica betreffende wiskundige grootheden of het verstandelijk beredeneren die het verband tussen genoemd middel en doel rechtvaardigt. Terwijl we onszelf de grondbeginselen van de rekenkunde in herinnering brengen, volgen we de theorie die Rousseau met betrekking daartoe verder heeft uitgewerkt [877]: «…tussen zaken van uiteenlopende aard kan geen enkel echt verband gelegd worden.» Het vergelijken van verschillende getallen heeft des te meer zin, omdat het samenvoegen ervan het mogelijk maakt een geheel uit te werken dat gemakkelijk uitgelegd kan worden. Plato schrijft [757]: «…dat twee termen samen een mooi geheel vormen, is niet mogelijk zonder een derde. Want er is een link nodig die ze samenbrengt.» Maar onmiddellijk een oplossing eisen heeft geen zin, dat zou ons daarna maar ongeduldig maken, zoals dat het geval was met dezelfde schrijver ten opzichte van deskundigen op het gebied van de meetkunde [751]: «…we zien dat hun kennis van het bestaan met een droom vergeleken kan worden, ze zijn niet in staat hem in werkelijkheid te zien…»

Toepassing op Baudelaire

Talrijk waren de denkers die, in plaats van de onderwerpen geduldig aan een analyse te onderwerpen, de verleiding om op deze manier een schitterend, snel resultaat te behalen, niet konden weerstaan. Dat gaat nog meer op voor een vaag idee, zoals dat van de analogieën, waar men een van die bedenkelijke, loze theorieën omheen kan bouwen, waartoe degenen die de verdienste van een serieuze studie niet kennen of die zich daarop niet willen verlaten, maar die hun eigen wetenschap in elkaar willen zetten en de daarbij optredende moeilijkheden onderschatten, verleid worden. Anderzijds beperkt Baudelaire zich tot het schetsen van enkele overeenkomsten, met name die tussen de huid en parfum, zonder dat hij van tevoren zelf zorgvuldig een overzichtelijke doctrine op het esthetische vlak had uitgewerkt [667]. Diderot had dat idee al vóór hem opgevat [279]: «De Engelsen zeggen "a fine flavour a fine woman", een aantrekkelijke geur, een aantrekkelijke vrouw.» De huid vormt een bijzondere moeilijkheid voor de schilder [280]: «…wat moeilijk is weer te geven, is de huid; dat roomwit, egaal zonder bleek of dof te zijn; die mengeling van rood en blauw die ongezien transpireert; het bloed, het leven, die maken de kleurders wanhopig. Wie het schilderen van de huid onder de knie heeft, is al een heel eind gevorderd; daarbij vergeleken is de rest niets. Honderden schilders zijn heengegaan zonder ooit beseft te hebben hoe belangrijk en moeilijk het is om de huid goed te schilderen; honderden anderen die ondanks hun pogingen daar evenmin in geslaagd zijn zullen hen nog volgen.»

§339
· Verdunningsmiddel
Theorie

Het verdunningsmiddel (œ) blijft beperkt tot een waarde van 1 indien de vilt over de bijectie beschikt, en anders is het 2 waard. Vooral wanneer een moeilijkheid zich voordoet op het moment dat we de grendel op andere wijze dan met behulp van een betekenis identiek aan het terrein of de corridor moeten beschrijven, rijst het vermoeden dat de zinswending niet echt bestaat. In het geval van het plankje “dat is een parfum”, dat (dat/-parfum) oplevert, lukt het ons niet iets anders dan “geur” als grendel van “dat” te vinden. Maar “geur” en “parfum” lijken veel te veel op elkaar, en dus is œ=2.

Methode

Terwijl het podium ß=2 de herhaling van het terrein door de corridor stigmatiseert, betreft het aspect waar œ=2 betrekking op heeft, een dieper verborgen herhaling: die van een term door de grendel.

Toepassing op Baudelaire

Het plankje “Er bestaan andere geuren, zoals volwassen kinderen…” levert (volwassen/-kinderen) op, die het verdunningsmiddel œ=1 bezit, want de grendel “te snel groot geworden” heeft helemaal niet de beduidenis van “kinderen”. Toch is het geen stijlfiguur met een heel hoge graad van aannemelijkheid, omdat de discrepantie tussen het terrein en de corridor ß=2 rechtvaardigt. Parfums die doen denken aan de huid van een vrouw moeten deel uitmaken van hun schoonheid, doordat ze die nog stralender maken. Plinius de Jongere merkt op [780]: «…zoals het een eer is voor zachte, kneedbare was om aan geoefende vingers te gehoorzamen en het werkstuk te produceren dat zij hem opdragen, om nu eens de uitbeelding van Mars of de maagd Minerva, dan weer Venus, of het kind van Venus voor te stellen, zoals heilige bronnen er niet mee volstaan de vlammen te doven, maar vaak ook bloemen en groene weiden verfrissing brengen, zo moet ook de menselijke geest zich aan een kunst kunnen aanpassen en er op soepele, intelligente wijze voor open staan.»

§340
· Bundel, collage
Theorie

We noemen (áæßœ) de collage, en het resultaat ervan vinden we terug in alle knobbels die niet tot deze hoeveelheid behoren, namelijk í, ó, ú en ý. De bundel (í) wordt op twee manieren verkregen. Enerzijds met behulp van (áæßœ), en anderzijds door het begrip springplank, dat we gebruikt hadden met betrekking tot de duffels, te veralgemeniseren. Voor de vilt (E/-F) wordt aan b(E~F) de status van springplank toegewezen, als terrein en corridor maar één term bezitten. Wanneer er meerdere zijn, kiezen we de twee die het verst uit elkaar liggen, en zo vormt b(A~R) dus de springplank van (AE/-FR). In b(E~F) of b(A~R) stellen we de grootte vast van (z), de interne ruimte. Die bestaat uit z=1 of z=2+(1(n/10)), waarbij (n) het aantal fronten voorstelt tussen de twee termen E en F in het ene, en A en R in het andere geval. In die omstandigheden verkrijgt de bundel een waarde van í=((áæßœ)(z)).

Methode

De boring mag dan het spelen met de afstand in de tekst vermijden, hij sluit het meten van de verwijdering teneinde de aannemelijkheid van een betekenis te vinden niet uit, want zich vermaken met de afstand heeft niets te maken met het feit dat we een discrepantie laten bestaan op het moment dat onze aandacht voornamelijk getrokken wordt door de inhoud.

Toepassing op Baudelaire

Wanneer we menen dat we een vilt hebben ontdekt in een zeer uitgebreide passage van een werk en in gedachten de zich ver van elkaar bevindende elementen die de schepper van een boek vermeldt, met elkaar vergelijken, is een hoge waarde van (z) niet onmogelijk. Laten we de volgende rail eens bekijken: “De reiziger onderscheidde, temidden van zijn gedachtebeelden die door de uitwerkingen van de genuttigde alcohol constant veranderden, als in een droom vol met de herinneringen aan zijn net daarvoor beleefde enthousiasme in die haven zo vol met boten, takelages, blokken marmer, enorme houtschorsen, dikke zakken van grof jute, zeilen…” Er bestaat voldoende twijfel over de relatie tussen “onderscheidde” en “zeilen” om aan de afstand (z) van b(onderscheidde~zeilen) een waarde van z=2+(1(n/10)) toe te kennen. Omdat Baudelaire zelf immers erg de nadruk heeft gelegd op het onderwerp reizen als inspiratiebron, moet het gedeelte over «…amber, muskus, benzoë en wierook…» in dat kader gezien worden, en zouden de bedorven geuren dus het meest geroemd worden, want omdat die erg kruidig waren, zouden ze de allerzachtste verdringen, zoals leiders zich ontdoen van de verliezers.

§341
· Bastion en pad
Theorie

De laatste drie knobbels ontlenen, behalve het feit dat de bepaling van hun waarde beïnvloed wordt door de collage, ook een element aan een eigenschap het pad genoemd, dat voorgesteld wordt door ò*, ù* en y*, alnaargelang het om het bastion (ó), de bestuurder (ú), of de pier (ý) gaat. Dat van ó*, van het bastion (ó), verdient niveau 2 wanneer we dichtbij het terrein, een bepaalde minieme indicatie van de grendel, of de hele grendel waarnemen. De aannemelijkheid van de zinswending neemt af, omdat het interne raadsel, dat zoals we weten al kwetsbaar is, een klap krijgt. Voor de overige stituaties kennen we ó*=1 toe en heeft het pad geen enkele invloed op het hek. In elke omstandigheid geldt dat ó=((áæßœ) (ó*)), wat neerkomt op ó=((áæßœ)(1)) of ó=((áæßœ)(2)).

Methode

In “drink een visioen” bestaat de grendel van het terrein “visioen” uit “drugs”. Bij “drink een middel om een visioen te krijgen” vereist het pad ó*=2 de waarde ó=((áæßœ)(2)).

Toepassing op Baudelaire

We zouden aan overeenkomsten enkel de status van denkbeeldige voorwerpen van gelovigen kunnen toekennen. De steeds weer ervaren ontroering die een atheïst innerlijk dwingt om een bepaalde plechtige handeling uit zijn kindertijd te verrichten, laat de enorme omvang zien van zo’n kracht op het verstandelijke of emotionele vlak. Een overtuiging heeft soms hetzelfde resultaat als een verdovend middel, vooral in een droom. Balzac maakt al verhalend de volgende speculaties [62]: «Hoe ontstaan die vreemde verschijnselen toch? zegt Ursula. Wat mijn peetoom ervan dacht? -Uw peetoom, mijn kind, maakte bij zijn redenering gebruik van hypotheses. Hij had de mogelijkheid van het bestaan van een geestelijke, een denkbeeldige wereld erkend. Als denkbeelden alleen een schepping van de mens zijn, als ze in een eigen zelfstandig leven voortbestaan, moeten ze vormen hebben die onze uiterlijke zintuigen niet kunnen vatten, maar onze innerlijke zintuigen wel in bepaalde omstandigheden… Welnu, als ideeën zich voortbewegen in de geestelijke wereld, is het mogelijk dat uw geest ze heeft waargenomen toen die daar binnenging. Die verschijnselen zijn niet vreemder dan die van het geheugen, en die van het geheugen zijn even verrassend en onverklaarbaar als die der plantengeuren…»

§342
· Bestuurder
Theorie

Het pad ú* van de bestuurder (ú) ontvangt een waarde van ú*=2 wanneer, de kracht van de troop eenmaal uit onze gedachten verbannen, een groep symbolen of een woord dat op een vreemde manier in het plankje is gebruikt de zinswending in twijfel trekt, ongeacht om welke ventilatie het gaat. Dan ontstaat het gevaar verkeerd te oordelen, zelfs als we grotendeels een positieve houding blijven aannemen met betrekking tot het bestaan van een vilt. Als dat gevaar van onaannemelijkheid niet aanwezig is, geldt dat ú*=1 is. Om welke situatie het ook gaat, de waarde van de bestuurder blijkt altijd ú=((áæßœ)(ú*)).

Methode

Om iets uit te beelden hebben schrijvers vaak hun eigen manieren, die de onzekerheid aangaande het vreemde karakter van een gezegde vaak wegnemen, want we kennen hun voorliefde voor bepaalde woorden maar al te goed.

Toepassing op Baudelaire

Betreffende “De mens dringt handig de orakels binnen” identificeren we (orakels/-dringt binnen) met als grendel “heiligdommen” en als worp “De mens dringt handig de heiligdommen waar de orakels plaatsvinden binnen”. Maar de vorm “handig binnendringen” bemoeilijkt het bepalen van de beduidenis, hoewel er genoeg situaties bestaan waarin men obstakels moet overwinnen om een dienst te vieren. De bergen, ofwel de pilaren der wereld, herbergen heel veel altaren, omdat ze, zo dichtbij de goden, goddelijke eerbetuigingen ontvangen [131]: «De stem van de Heer boven de wateren, de God vol majesteit doet de donder rollen, de Heer boven de wijde wateren…» Dankzij burenruzies hebben we het volgende over het bijbelse volk vernomen [122]: «De raadsheren van de koning van Aram zeiden tegen hun vorst: "De Israëlieten hebben ons verslagen omdat hun God een berggod is. Maar als we in de vlakte met hen strijden, zullen wij hen zeker verslaan…"» Het feit dat hij ver afstaat van de cultuur der Oudheid, kortwiekt de interpreet met een te algemene scholing als hij deze geschriften bekijkt, maar het blijft mogelijk dat Baudelaire, zowel door zijn buitengewone gevoeligheid als door de uitmuntendheid van zijn leraren, enige speciale kennis had opgedaan van de wijze waarop men in die tijd deze "heilige plaatsen" beschouwde.

§343
· Pier
Theorie

Het pad ý* behorend bij de pier (ý) heeft, ongeacht om welke ventilatie het gaat, een waarde van 2 indien het op een vaktechnische manier beschreven wordt, die het begrijpen van de vilt hindert. Zoniet dan is ý*=1 en heeft het pad totaal geen invloed op de berekening. Hoe dan ook, steeds geldt dat de waarde in kwestie bestaat uit ý=((áæßœ)(ý*)).

Methode

Laten we ons eens een zinswending voorstellen die eerder bij toeval dan opzettelijk is ontstaan, maar die de schepper tenslotte heeft aangehouden, om een wijziging van de tekst te voorkomen. Het blijft begrijpelijk dat de waarde van het hek gehalveerd wordt, omdat de schrijver de mogelijkheid van een misverstand immers heeft laten bestaan.

Toepassing op Baudelaire

Bij “fysiologisch stimuleren lichamen elkaar als ze in staat van vervoering zijn”, wordt voor ons idee de grendel “mensen” van (lichamen/-stimuleren) op zo’n manier in gevaar gebracht, want het zou kunnen zijn dat het terrein “lichamen” genoeg heeft aan zijn eigen interne denkbeeld. De stijlfiguur (symboliseert/-water) met het plankje “water symboliseert evenals vuur”, lijkt recht te hebben op de crypte “water komt, als tegenpool, overeen met vuur”. Maar, áæßœ=1 eenmaal vastgesteld, zou besloten moeten worden tot ý=2, omdat, aangezien het woord “symboliseert” niet in de gebruikelijke zin wordt gebruikt, afkeuring mogelijk blijft van de globale betekenis [427]-[502].

§344
· Annexatie
Theorie

Annexatie wil hier zeggen dat een vilt door een duffel geabsorbeerd wordt. Meer algemeen gezien, komt het voor dat, wanneer eenzelfde term twee tropen toebehoort en de ene door de andere zijn intensiteit verliest, de aannemelijkheid ervan als te onbelangrijk beschouwd moet worden. Een manier om aan een dergelijk overwicht weerstand te bieden, is dat de zinswending met nadruk een onderdeel toont dat voor het begrijpen van de betekenis onmisbaar is. Er bestaan zelfs teksten waarin een tweetal vilten erin slaagt zich te verweren tegen een duffel, zoals de volgende passage laat zien [[1141]] in Index II (Gedichten)">[[1141]]: «…de droeve schoonheid die mijn verlangen zich ontzegt.» Het gedeelte bevat twee aspecten: “…de droevige vrouw die mijn verlangen zich ontzegt” en “…de droeve schoonheid die ik mij ontzeg”. Dat levert (schoonheid/- droeve) plus (verlangen/-ontzegt) op. De grendel “vrouw” vervangt “schoonheid”, vervolgens is “ik” de sleutel van “verlangen”. De duffel (schoonheid-/verlangen-/ontzegt-/mijn) zou “…zoals de schoonheid zijn invloed uitoefent op het verlangen, zo oefent het ontzeggen zijn invloed uit op mij” inhouden. We zien wel in dat de relevantie van de vilten in geen enkel opzicht afneemt door de geringe voordelen van dit met moeite in elkaar gezette bouwsel.

Methode

Een nauwkeurig onderzoek zou van ons eisen dat we annexatie, krachtverlening en mengelmoes met elkaar vergelijken, omdat deze drie fenomenen zich immers voordoen, wanneer nauwe banden tussen invloedrijke beeldspraken zich in elkaars buurt bevinden.

Toepassing op Baudelaire

Laten we bijvoorbeeld de volgende rail eens bekijken: “…de stad is een kerk waarin de dichter, als priester, de gratie roemt…” Deze levert de duffel (stad-/kerk-/dichter-/priester) op die de annexatie van (gratie/-dichter) uitvoert. We moeten ons evenwel afvragen of het terrein “gratie” niet door middel van “schoonheid” uitgelegd zou moeten worden, dat dus de grendel van (gratie/-dichter) zou zijn en de zinswending billijkt. Die wordt volkomen helder in de worp “…de stad is een kerk waarin de dichter, als priester, de gratie ofwel de schoonheid roemt…” Maar het terrein “gratie” wordt door de grendel “schoonheid” herhaald, waardoor de vilt dus nauwelijks nog een rol speelt, zodat de annexatie zich uiteindelijk voltrekt. De onduidelijkheid omtrent “gratie-voorzienigheid-uitverkorenheid-mededogen- schoonheid” blijft voortbestaan, zonder dat we erin slagen een vilt met een grote aannemelijkheid te identificeren. Denk niet dat Baudelaire zichzelf als filosoof op het gebied van metafysische of religieuze relaties zag, want hij schrijft [712]: «Meer dan eens heb ik, zoals al mijn vrienden, geprobeerd binnen een bepaald systeem te blijven om op mijn gemak mijn ideeën te verkondigen. Maar een systeem is een soort verdoemenis die ons tot een constante afzwering dwingt; steeds moeten we het weer door een ander vervangen, en die vermoeienis is een wrede kwelling.»

§345
· Meting van terp
Theorie

Laten we eens metingen uitvoeren die voor de acht knobbels mogelijk zijn, en allereerst van de terp (á). De vilt (tropten::op/-klamm) met het plankje “…wij tropten de steile klamm op…” krijgt de terp á=2 toegewezen, want het is klaar dat het bij de inversie afkomstig van “klommen de trap op” puur om het hanteren van de taal gaat.

Methode

Het komieke genre vormt voor vilten geen enkel obstakel, maar bedient zich er ook niet altijd van, en voor de dramatische stijl geldt hetzelfde.

Toepassing op Baudelaire

Het imiteren van iets door middel van een geluid levert ook veel terpen met een waarde van 2 op, en bovendien is er dan een overeenkomst in het spel, die we zelfs kunnen vinden in het woord «forêts» (wouden) dat aan het geritsel van de bladeren doet denken. Bij het minste geluid dat we horen duiken er zoveel beeldspraken op, dat we de draad erdoor kwijtraken. Jacques de Voragine oppert [968]: «Of het is zo dat de naam Sylvester afkomstig is van "silvas", “wouden”, en van "trahens", “degene die aantrekt”, omdat door deze heilige, mensen uit het woud, dat wil zeggen onontwikkelde, harde mensen, tot het geloof werden aangetrokken. Of het kan ook zijn dat, zoals in de woordenboeken staat vermeld, de naam Sylvester in verband staat met wat groen, verwilderd, schaduwrijk en begroeid met bos is. De kleur groen ontwaarde hij als hij de hemelse dingen gadesloeg; landelijk werd hij doordat hij aan zichzelf gewerkt had. Doordat hij niet aan zijn lusten toegaf, werd hij iemand die teruggetrokken in de schaduw leefde. Temidden van de hemelse bomen vertoevend, maakt hij inderdaad deel uit van het bos.» 153

§346
· Meting van regulator
Theorie

Laten we eens een blik werpen op de regulator (æ) van (vervoeringen/-roemen), voorzien van het plankje “die de vervoeringen roemen” Vervolgens stellen we voor de worp “…die de vervoeringen van venale extases roemen…” te bedenken. Aangezien het publiek niet begrijpen kan wat dat inhoudt, is æ=2 juist. De grendel “venale extases” maakt de indruk te eng en restrictief te zijn, zelfs indien door de rail parfums en verderf worden genoemd. De beeldspraak kan verder ontplooid worden , maar als een aspect van een andere, tenzij we veronderstellen dat hij niet over een ventilatie beschikt.

Methode

We verwerpen tijdelijk het idee van een in verschillende categorieën verdeeld publiek, waarvan sommigen in staat zijn de vilt te identificeren, en anderen niets van zijn aanwezigheid opmerken, want onze analyse blijft hier beperkt tot een schema.

Toepassing op Baudelaire

De grendel “lichtekooi”, “luxe prostituee” dus, of “elegant meisje van plezier”, zou zinloos zijn voor (gevogelte/-parfums), met het plankje “Er zijn parfums zo fris als de huid van gevogelte…” Als we de rail op die manier zouden interpreteren zou dat erop neerkomen dat we de vilt zouden beroven van het noodzakelijke contact met het publiek, hetgeen opnieuw æ=2 tot gevolg zou hebben, omdat dat soort stijlfiguren immers berust op een raadsel waarop het antwoord volkomen voor de hand ligt. Laten we op onze hoede zijn voor overhaaste oordelen ten aanzien van Baudelaire’s vriendinnen en voor de meest twijfelachtigen onze bewondering blijven tonen [[1135]] in Index II (Gedichten)">[[1135]]: «Vanavond droomt de maan luier dan normaal;
Als een schoonheid, op vele kussens,
Die met lichte, verstrooide hand,
De omtrek van haar borsten streelt, voordat de slaap haar overmant,

Op de satijnen rug van de zachte lawines,
Geeft ze zich, stervende, over aan lange zinsvervoeringen,
En laat haar ogen gaan over de witte visioenen
Die als bloementrossen in het hemelblauw stijgen.

Wanneer ze soms op deze aarde, in haar ledig, smachtend verlangen,
Een heimelijke traan laat glijden,
Neemt een vrome dichter, die de slaap niet vatten kan,

In de palm van zijn hand deze bleke traan,
Wier kleuren schitteren als een stukje opaal,
En legt haar ver van de blik der zon in zijn hart.»

§347
· Meting van podium
Theorie

Ten opzichte van het plankje “…en andere, bedorven…zoals benzoë en tranen…” zien we in dat de vilt (tranen/-benzoë) het gevaar loopt van een annexatie door de transplantatie (bedorven-/benzoë-/ tranen) met het voorplein (bedorven door rijkdom-.-benzoë-.-bedorven door zwakheid-.-tranen). Ogenschijnlijk heeft de mengeling van de begrippen “benzoë” en “tranen” ß=2 tot gevolg, doordat de duffel zich krachtiger manifesteert dan de vilt. Maar zo pakt het helemaal niet uit, want in de huidige cultuur, waardoor het publiek is gevormd, is het gewoon “tranen” en “wierook” met elkaar in verband te brengen, en dus moet er tot ß=1 besloten worden. Wierook, dat door een inkeping in de stam van een boom naar buiten vloeit, lijkt daarom op tranen. Deze analogie, die gebruikelijk geworden is, doet ons vergeten dat de letterlijke inhoud van “benzoë” en “tranen” niet tot hetzelfde domein behoren. Wanneer we “tranen” en “benzoë” tegelijk waarnemen, komt ons onmiddellijk ook “wierook” voor de geest. Dientengevolge wordt “wierook” de grendel voor “tranen” bij (tranen/-benzoë) en ontvangt een podium van ß=1.

Methode

Gezien het feit dat vilten slechte duffels zijn, die dikwijls maar weinig verschillende begrippen bevatten en zeer beknopt zijn, verhindert het podium een eventuele verwarring van deze stijlfiguren, maar elke tekst moet zorgvuldig bestudeerd worden, willen we dit criterium niet op slordige wijze hanteren.

Toepassing op Baudelaire

In het geval van “…de stam, die gewonde, stort tranen…” zou (stam-/gewonde-/tranen) volkomen billijk zijn, wat betreffende (tranen/-stam) ß=2 zou opleveren. Zwakheid maakt triomf niet onmogelijk [147]: «Een van de Farizeeën nodigde hem uit voor de maaltijd, en toen hij het huis van de Farizeeër was binnengegaan, ging hij aan tafel aanliggen. Een vrouw die in de stad bekendstond als zondares had gehoord dat hij bij de Farizeeër thuis zou eten, en ze ging naar het huis met een albasten flesje met geurige olie. Ze ging achter Jezus staan, aan het voeteneinde van het aanligbed; ze huilde en zijn voeten werden nat door haar tranen. Ze droogde ze met haar haar, kuste ze en wreef ze in met de olie.»

§348
· Meting betreffende verdunningsmiddel
Theorie

Ons voorstel is nu om de waarde te meten van het verdunningsmiddel (œ), waarvoor enkel de bijectie vereist is om niveau 1 te bereiken. Het plankje “Als lange, krachtige echo’s…” van de vilt (krachtige/-echo’s) ziet er omslachtig uit. Maar aangezien het hier meer om onhandigheid dan om een verandering gaat, is œ=2 onvermijdelijk.

Methode

Er is een heel groot aantal gevallen voor nodig om een ingrijpende verandering in het normale gebruik te constateren. We zijn ons er ten volle van bewust dat de stijlfiguur “hij ziet een zeil” de woorden aanzienlijk verandert, omdat iedereen het gezegde “hij ziet een boot” kent. Temidden van alles wat meegedeeld wordt, vormt het geheel van de gebruikelijke zegswijzen die geen speciaal karakter of bijzondere bedoeling hebben, een taalkundige realiteit waar de vilten zich aftekenen.

Toepassing op Baudelaire

Er blijven, ondanks een uitgebreide documentatie, nog talrijke problemen over, want de taal biedt zoveel mogelijkheden dat elk het weer anders kan interpreteren. „Samenspel“ geeft ons geen heldere uitleg van «…In een duistere en diepe eenheid…» We zouden de vilt (eenheid/-In) kunnen voorzien van de grendel “gedachte”, wat de projectie “…in een duistere en diepe eenheid van gedachte…” zou verschaffen. Ofschoon Baudelaire van mening is dat ideeën bij de mens ingeschapen zijn, ofwel dat de grondslagen ervan bij God liggen, meent hij daarentegen dat alle relaties waardoor ze tot leven komen, hun weerslag vinden in het schouwspel dat het universum ons biedt. Germaine de Staël schreef [933]: «Het is een mooi idee om de overeenkomst proberen vast te stellen tussen de wetten van het menselijk functioneren en die waardoor de natuur geregeerd wordt, en ervan uit te gaan dat de wereld om ons heen dezelfde structuur heeft als de innerlijke wereld…Dat steeds weer opdoemen van die metaforen is geen zinloos spel der verbeelding, ze dienen ertoe om onze gevoelens te vergelijken met verschijnselen van buitenaf, verdriet met een bewolkte hemel, rust, met de zilverstralen van de maan, woede, met hoge golven bij een stormvlaag; het gaat om één en dezelfde gedachte van de schepper die in deze twee verschillende talen omgezet wordt, en de ene kan de ander tot tolk dienen.»

§349
· Meting van bundel
Theorie

Laten we nu de bundel (í) bestuderen van de vilt (Baudelaire/-u), voorzien van het plankje “God of de maatschappij heeft u, heeft klankbodems, waarschuwingsinstrumenten nodig: op een belangrijk tijdstip van de geleidelijke verandering van de zeden heeft hij ook zijn steentje bijgedragen, Baudelaire!” Het staat niet volkomen vast dat dat “u bent een Baudelaire” betekent, maar we moeten die mogelijkheid niet uitsluiten. Het spreekt voor zich dat we aan de interne ruimte van b(Baudelaire~u) geen waarde van 1 kunnen toekennen, omdat er geen voor de hand liggende relatie tussen bestaat, en we moeten onze toevlucht tot het tellen van het aantal fronten tussen de termen “u” en “Baudelaire” nemen, wat resulteert in 14. Veronderstel eens dat we over een collage áæßœ=1 beschikken en dan noteren dat z=2+(1(14/10)) =2+(1(1,4))=2+1,4=3,4. Dat komt voor í=((áæßœ)(z)), uit op de waarde í=((1)(3,4))=3,4.

Methode

De waarde van het hek kan nu niet hoger worden dan 1/3,4 omdat de andere risicofactoren, in de noemer, het omgekeerde van het totale product nooit zullen doen toenemen.

Toepassing op Baudelaire

De hoeveelheid aannemelijkheid 1/3,4 lijkt juist te zijn, omdat er maar weinig verband bestaat tussen het terrein en de corridor. Een voorbeeld van een worp met de grendel “profeet” is bijvoorbeeld: ”God of de maatschappij heeft u, heeft een Baudelaire, een profeet nodig!” Hoogst belangrijke opdrachten zijn slechts zelden verenigbaar met een vak dat uit veel routinehandelingen bestaat, een gegeven waarvan Germaine de Staël zich van bewust was [918]-[930]: «Als we enkel de bijzondere aspecten van een wetenschap kennen, houdt dat in dat we op vrije studies het principe van de verdeling van arbeidstaken van Smith, dat alleen waardevol is voor technische sectoren, toepassen.» Iemand die echter uitgebreid is voorbereid, is zich bewust van de bestaande overeenkomsten [128]: «Op zekere dag richtte koning Belsassar voor zijn duizend machthebbers een groot feestmaal aan…Ze dronken wijn…Terwijl ze dat deden verschenen er vingers van een mensenhand die iets op het pleisterwerk van de wand van het koninklijk paleis schreven, precies tegenover de luchter…Vervolgens werd Daniël voor de koning geleid…Daniël antwoordde de koning: "… de God die beschikt over uw levensadem en die al uw doen en laten bepaalt, hebt u niet verheerlijkt. Daarom heeft hij die hand gezonden en de tekens laten opschrijven. Dit is wat er geschreven staat: “Mene, mene, tekel ufarsin”. En dit is wat het betekent: “mene” -God heeft de dagen van uw koningschap geteld en er een einde aan gemaakt; “tekel” -u bent gewogen en te licht bevonden; “peres” -uw koninkrijk is verdeeld en aan de Meden en de Perzen gegeven."»

§350
· Meting van bastion
Theorie

Stel dat we een collage van 1 verkrijgen bij de zinswending (prisma/-dag) met het plankje “…weids als het prisma van de dag en de nacht…” We brengen het prisma met de dag in verband want de fysicus analyseert de zonnestralen door ze door bovengenoemd vast, doorschijnend lichaam te laten gaan [252]- [527]. Hier wordt de grendel “licht” al praktisch helemaal aangeduid door middel van “dag” en doordat het interne raadsel zodoende aan kracht heeft verloren, is nu ook de vilt minder overtuigend. Het pad ó*=2 verraadt deze verslechtering die de aannemelijkheid van de stijlfiguur doet afnemen, wat tot uiting komt in de waarde van het bastion ó=((áæßœ)(ó*))=((áæßœ)(2)). We zouden aan overtuigingskracht hebben gewonnen door middel van “…weids als het prisma en de nacht…”

Methode

Aangezien de knobbels í, ó, ú en ý gevormd worden door middel van ((collage)(pad)), is áæßœ=2 voldoende om tot een te verwaarlozen hek te komen. Het kan namelijk niet uitkomen boven 1/áæßœíóúý=1/((áæßœ)(í)(ó)(ú)(ý))=1/((2)(í)(ó)(ú) (ý))=1/((2)(2)(2)(2)(2))=1/32. Met áæßœ=1 daarentegen, zou enkel het gegeven ó*=2 tot gevolg hebben gehad dat de waarde van het hek uitkwam op ½.

Toepassing op Baudelaire

Joseph de Maistre observeert de nachtelijke gevaren [515]: «Jullie weten het, beste vrienden, de nacht is gevaarlijk voor de mens, en, onbewust, hebben we er allemaal wel min of meer een zwak voor, omdat hij ons op ons gemak stelt. De nacht is een natuurlijke handlanger in permanente dienst van alle ondeugden, en die aanlokkelijke welwillendheid maakt dat we allen minder de nacht dan de dag waard zijn. Het licht boezemt het kwaad angst in; de nacht verergert het zoveel als hij kan, en dan is het de deugd die bang is. Nogmaals, de nacht brengt de mens niets goeds, en toch, of misschien zelfs daardoor, zijn we niet allemaal een beetje weg van die gemakkelijke god? Wie kan er prat op gaan dat hij hem nog nooit voor iets kwaads heeft ingezet?»

§351
· Meting van bestuurder
Theorie

We werpen nu een blik op (infant/-chairs) (kind-huidjes) met het plankje “…au rappel de ces jeunes filles aux chairs d'infant si longtemps admirées, il sentit un transport…” (…bij de herinnering aan die meisjes met kinderhuidjes voor wie hij zo lang bewondering had gehad, raakte hij in vervoering…) We gaan akkoord met een pad van ú*=2, omdat “infant” (kind) op een vreemde manier is gebruikt. Als een verwijzing geen heldere uitleg geeft of een aanwijzing niet overtuigend genoeg is, komen we onvermijdelijk bij die waarde uit, met als resultaat een bestuurder bestaande uit ú=((áæßœ)(ú*))=((áæßœ)(2)).

Methode

Als we geen mogelijkheid zien om onhandig taalgebruik, vergissingen en ondoorzichtige aanwijzingen van intellectuele aard van elkaar te onderscheiden, zijn we gedwongen ze allemaal tegelijk te behandelen. Zelfs drukfouten kunnen het publiek soms voorkomen als obstakels die de aannemelijkheid van een beduidenis in de weg staan.

Toepassing op Baudelaire

Omdat, zoals we weten, er nog heel veel aanwijzingen zijn waarvan we het bestaan niet kennen, dient de minst omstreden interpretatie als basis voor de critici, die echter niet kunnen uitsluiten dat de mogelijkheid bestaat dat een bepaald, enigszins bevreemdend woord een zeer belangrijke betekenis verbergt. Het begrip tederheid, dat we met betrekking tot Baudelaire au sérieux nemen omdat hij anderzijds zo wreed kan zijn, moet ook aan een onderzoek onderworpen worden [[998]] in Index II (Gedichten)">[[998]]: «…Ik had het gevoel dat ik de fijne geur van je bloed opsnoof.
Wat zijn de zonnen op warme avonden mooi…Die bekentenissen, die geuren, die eindeloze kussen,
Komen ze weer terug…Zoals de verjongde zonnen opstijgen naar de hemel
Nadat ze zich verfrist hebben ver in de diepte van de zeeën?»

§352
· Meting van pier
Theorie

Laten we de vilt (magnetische/-huid) met het plankje “Er bestaan vrouwen die een magnetische huid hebben…” nu bestuderen. Het zeer literaire “Er bestaan” lijkt afdoende te zijn om de mogelijkheid van een omschrijving van zuiver fysiologische aard uit te sluiten. De ventilatie is dus aanwezig. Maar door de, voor die tijd, geleerde toon, twijfelen we eraan of de grendel van (magnetische/-huid) hoegenaamd hetzelfde wil zeggen als “verliefdheid opwekken”. Er blijft onzekerheid bestaan, door de mogelijke aanwezigheid van gedegen kennis, waarop eventueel een toespeling gemaakt wordt. Deze lichte twijfel resulteert in het pad ý*=2, met als gevolg de waarde ý=((áæßœ)(2)), een pier die een zwakte in de zinswending verraadt.

Methode

De bijrollen die de wetenschapper sinds de oudheid heeft vervuld, zoals die van kunstenaar, filosoof of politicus, leiden er ongetwijfeld menigmaal toe om dezelfde reden het pad ý*=2 te gebruiken.

Toepassing op Baudelaire

Omgekeerd wordt de romanschrijver met Goethe amateur bioloog, en wel om de natuurlijke, chemische lichamen van adolescenten te beschrijven, die soms waanzinnig veel van elkaar houden [254]-[418]: «Men moet die wezens, die wel levenloos lijken te zijn en toch innerlijk altijd klaar om tot aktie over te gaan, voor zijn ogen zien handelen; men moet welwillend bekijken hoe ze elkaar opzoeken, aantrekken, beetpakken, absorberen, kapot maken, verslinden, en dan, nadat ze intiem met elkaar omgegaan zijn, zich weer opnieuw onder een vernieuwde, nieuwe, onverwachte vorm manifesteren…)

§353
· Terp van hek I
Theorie

We gaan eens proberen om de volledige berekening van een hek uit te voeren, namelijk dat van (correspondentie/-denkers) met het voorplein (correspondentie-.-denkers-.-verband-.-dingen) en het plankje “…uit de correspondentie van de denkers spreekt het verband tussen de dingen…” De terp heeft een waarde van á=1, gezien het feit dat de aard van de vilt niet hoofdzakelijk gevormd wordt door het feitelijk taalmateriaal, waardoor de boring mogelijk wordt.

Methode

Het hergebruik van de eerste knobbels voor het samenstellen van de vier laatste, door middel van de collage, maakt het bestuderen, met betrekking tot eenzelfde situatie, van het totale proces van het ontstaan van het hek heel belangrijk.

Toepassing op Baudelaire

Omdat de kunst in verband staat met de ambachten, die op hun beurt betrekking hebben op de wetenschap, bestond daartussen sinds lange tijd een uitgebreide uitwisseling van gezichtspunten. Door de dichter die dol was op het nauwkeurig observeren van het Duitse romantisme, werd een scheikundige overeenkomst als volgt beschreven [254]-[416]: «Wat wij bijvoorbeeld kalksteen noemen, is een min of meer zuivere samenstelling van kalkaarde, die een krachtige verbinding heeft met een zwak zuur, dat wij hebben leren kennen als lucht. Als we een brok van deze steen in verdund zwavelzuur leggen, maakt het zuur zich van de kalk meester en veranderen beide in gips; terwijl dat zwakke zuur, in de vorm van lucht verdwijnt. Er is een scheiding ontstaan, een nieuwe combinatie, en voortaan menen we de aanduiding “selectieve verwantschap” te mogen gebruiken, omdat het inderdaad lijkt alsof de ene relatie boven de andere is verkozen, alsof er aan één de voorkeur is gegeven.»

§354
· Regulator van hek I
Theorie

De regulator van (correspondentie/-denkers) verdient een niveau van ae=1, omdat de schepper van het boek en het publiek wel moeten opmerken dat de bijzondere beduidenis die de termen van de vilt hebben, een woordspeling bevat. Het omgekeerde zou echter vreemd zijn met het plankje “…uit de correspondentie van de denkers spreekt het verband tussen de dingen…”

Methode

Daar het principe van de ventilatie juist bestaat uit het besef dat er sprake is van een bijzondere stijlfiguur, wordt die bewaarheid zelfs indien we in het plankje een andere zinswending dan een vilt zien.

Toepassing op Baudelaire

De gedachtewisseling tussen mensen met een zeer verschillende culturele bagage vereist vaak dat men minder rigoureus is, hetgeen de illusie wekt dat de onderwerpen met elkaar in overeenstemming zijn. Goethe waarschuwde zijn lezers ervoor liefde en scheikunde niet te licht op één lijn te stellen [254]-[417]: «Die apologen zijn leuk en vermakelijk, en wie houdt zich niet graag met analogieën bezig? Maar de mens is uiteindelijk toch van een veel hogere orde dan die zaken, en hoewel hij hier nogal rijkelijk strooit met zulke mooie woorden als keus en lichamelijke verwantschap, doet hij er goed aan zich te bezinnen en de gelegenheid aan te grijpen om over de waarde van die woorden na te denken.»

§355
· Podium van hek I
Theorie

De vilt (correspondentie/-denkers) vertoont nogal wat mengeling van betekenissen aangaande “correspondentie”, omdat de briefwisseling enerzijds en de metafysische relaties behorend tot de gevoelswereld anderzijds immers heel veel van elkaar lijken te verschillen. Het podium (ß) van (correspondentie/-denkers) stijgt tot 2, want de uitmuntende analogie (correspondentie-/denkers-/verband -/dingen) staat ons al voor ogen.

Methode

Nu we de waarde van (ß) kennen zijn we er zeker van dat het hek 1/áæßœíóúý onder de waarde van het klinken zal liggen, omdat de knobbels í, ó, ú, ý immers een vermenigvuldiging van vier maal de numerieke waarde van (áæßœ) ondergaan. Welnu, deze collage kan zelf niet minder bedragen dan 2, omdat het podium ß=2 er deel van uitmaakt.

Toepassing op Baudelaire

Een overeenkomst verbindt mensen of stoffen met elkaar, en de natuurlijke wereld van scheikundige lichamen werd door de geleerde dichter uit het Overrijnse beschreven als een maatschappij [254]-[415]: «Wat echter het meest op zielloze wezens lijkt, zijn de massa’s die zich in de wereld bevinden, de omstandigheden, de beroepen, de adel, de derde stand, de soldaat en de burger. -En toch, hernam Eduard, op dezelfde wijze als die met elkaar verbonden worden door zeden en wetten, bestaan er, in onze scheikundige wereld, ook middelen om datgene wat de dingen wederzijds van elkaar verwijdert, met elkaar in verband te brengen.»

§356
· Verdunningsmiddel van hek I
Theorie

Het verdunningsmiddel (œ) van (correspondentie/-denkers) heeft recht op een waarde van œ=1. In het plankje is de relatie tussen “correspondentie” en “verband”, beide in de gebruikelijke zin van het woord, gemakkelijk te leggen. Daarvoor hoeven we dat denkbeeld slechts zo weer te geven: “…uit de correspondentie van de denkers spreekt het verband tussen de dingen…” Het terrein bevat één idee, dat, hoewel het een rijke inhoud heeft, slechts door één vakje voorgesteld wordt. De grendel van die term, “relatie”, heeft maar één beduidenis waarover geen enkele twijfel bestaat. De grendel wordt in geen enkel opzicht door een herhaling van het terrein of de corridor gekenmerkt. We komen tot de slotsom dat de overgang van “correspondentie” naar “verband” een beperking van de inhoud is.

Methode

Omdat in verzonnen teksten tweeslachtigheid immers volop aanwezig is, is het beter dat criterium voor enkele in het oog springende gevallen te bewaren, en dientengevolge ook het oordeel œ=2 dat om die reden geveld wordt.

Toepassing op Baudelaire

Aangaande de ideeën “overeenkomst” en “natuur” is vaak sprake van verschillende domeinen, als deze voorkomen in werken die geschreven zijn met het doel in artistiek opzicht de samenhang tussen de dingen te tonen. Goethe gebruikt soortgelijke begrippen, om de aantrekkingskracht die door scheikundige werking ontstaat te beschrijven [254]-[418]-[915]: «Stelt u zich eens een zekere persoon A voor die een hechte relatie met persoon B heeft, en die je daar hoe dan ook, zelfs met veel moeite, niet van kunt scheiden; stelt u zich nu persoon C voor die op dezelfde manier met D omgaat; breng de beide stellen nu met elkaar in contact: A zal zich op D werpen en C op B, zonder dat we precies kunnen zeggen wie de ander het eerst heeft verlaten, wie zich het eerst met de ander heeft ingelaten.»

§357
· Bundel van hek I
Theorie

Ten aanzien van de vilt (correspondentie/-denkers) constateren we dat de afstand daarin nihil is, omdat het plankje immers een nauwe relatie tussen de termen laat zien. De springplank b(correspondentie ~denkers) vereist een interne ruimte van z=1 voor het plankje “uit de correspondentie van de denkers spreekt het verband tussen de dingen”. Die toekenning resulteert in een bundel bestaande uit í= ((áæßœ) (1))=((2)(1))=2, aangezien de slechte collage niet ongedaan gemaakt wordt door de gunstige afstand.

Methode

Benevens de afstand, kunnen een opvallende complexiteit en ondoorzichtigheid een grote overeenkomst in betekenis in de weg staan.

Toepassing op Baudelaire

Het duurt even voordat we begrijpen wat er bedoeld wordt met (woud/-sterren) in “Het woud bezielt sterren, mensen, overeenkomsten, dieren en bomen.” Indien de grendel bestaat uit “werkelijkheid”, komt die ons vreemd voor, en leidt tot de worp “Het woud der werkelijkheid bezielt sterren, mensen, overeenkomsten, dieren en bomen.” De afstand is maar 1, maar we hebben moeite de inhoud te begrijpen. De eenheid in deze warboel zou aangebracht worden door een verborgen globale strekking, net zoals in de fantasiewereld van de schrijver van de “Selectieve Verwantschap” [419]: «We hebben horen vertellen over een gewoonte die typerend is voor de Engelse marine. Alle touwen van de koninklijke marine, van het dikste tot het dunste, worden dusdanig gedraaid dat er van begin tot eind een rode draad doorheen loopt en die kan er niet uitgehaald worden zonder dat alles weer losgemaakt wordt; waardoor men, zelfs in het kleinste stukje, direct ziet dat het om de staat gaat.»

§358
· Bastion van hek I
Theorie

Om de grootte van het pad ó* van (correspondentie/-denkers) te bepalen, hoeven we slechts na te gaan of het interne raadsel van de vilt door een aanwijzing van dezelfde inhoud is verzwakt. In het plankje “…uit de correspondentie van de denkers spreekt het verband tussen de dingen…” levert de term “verband” nou precies zo’n verzwakking op, omdat deze de betekenis van de op te sporen grendel, “relatie”, verschaft, en dat leidt tot ó*=2. Aangezien anderzijds de collage zoals we weten een waarde bereikt van áæßœ=2, wordt de grootte van het bastion ó=((á æßœ)(ó*))=((2)(2))=4.

Methode

Omdat deze precisie in feite overbodig is, wordt daardoor de berekening enkel een middel om de gevolgde weg te tonen, want het hek kan hoe dan ook terzijde gelegd worden, wegens de waarde ß=2. Deze waarde (ß) die deel uitmaakt van de collage (áæßœ), vinden we terug in í, ó, ú en ý, en kan, behalve dat ze op zich meetelt, op z’n hoogst een hek van 1/32 opleveren, als resultaat van het minimale product van de knobbels ((ß)(í)(ó)(ú)(ý))=((2)(2)(2)(2)(2))=32. Wanneer we eenmaal weten dat ó=4 is, verandert dat de uitkomst, die nu ((ß)(í)(ó)(ú)(ý))=((2)(2)(4)(2)(2))=64 wordt.

Toepassing op Baudelaire

Men heeft relaties, tegenstellingen of bevestigingen beschouwd als even zovele geheimzinnige eenheden van een buitengewone kracht. Maar het bewustzijn van die vermogens maakt jammer genoeg dat men het verband ertussen vergeet. Zo niet Homerus [442]: «Wel, goden, probeer het uit, en u zult het allemaal weten. Bevestig maar eens een gouden kabel aan de hemel; en bind uzelf, goden en godinnen, daaraan vast: u kunt Zeus, de oppermeester, niet van de hemel naar de aarde brengen, welke moeite u ook doet. Maar als ik echt zou willen, dan trok ik de aarde en de zee tegelijk met u omhoog.»

§359
· Bestuurder van hek I
Theorie

Het pad ú* van (correspondentie/-denkers) blijft een waarde van 1 behouden, want de stijl heeft niets vreemds, als we het als volgt uitleggen: “…uit de correspondentie van de denkers spreekt het verband tussen de dingen…” Bij een collage van áæßœ=2, die zelf deze waarde te danken heeft aan ß=2, ontvangt de bestuurder een waarde van ú=((áæßœ) (ú*))=((2)(1))=2.

Methode

In eerste instantie verwart ons de ogenschijnlijke ingewikkeldheid van deze berekening, maar we beseffen al snel dat die slechts de voornaamste tendens van die tijd volgt, met betrekking tot het bestuderen van de mens, bestaande uit het gebruik of het anders uitleggen van het probabilisme.

Toepassing op Baudelaire

Het moet mogelijk zijn dat de gedachte, die een kracht vormt, onderwerp van studie wordt, als we bereid zijn open te staan voor de intuïties van auteurs, niet om daarmee zonder dat we daarvoor over woorden beschikken te communiceren, een weg die een impasse is gebleken, maar om hun gezichtspunten beter samen te vatten. Op dezelfde manier als we erin slagen een conceptie te begrijpen door uit te gaan van andere schema’s, zo blijven we anderzijds ook in staat iets te begrijpen waarmee we het niet eens zijn, vooral als het om onszelf gaat. Het is met name gemakkelijk een behoefte aan woorden, beelden en beeldhouwwerken te accepteren die we voelen opkomen als we een richting die onveranderlijk maar verborgen voor de wereld is, ter sprake willen brengen en die ons weer terugbrengt bij de dagelijkse ervaringen. Apuleius wist de sfeer van de toen gebruikelijke rituelen goed te beschrijven [17]: «Als we tot aan de drempel van de tempel gekomen zijn, gaan de hogepriester, degenen die de afbeeldingen van de goden voor hem uitdroegen, en zij die al in het belangrijkste vertrek toegelaten waren, de kamer van de godin binnen en leggen de levendige beeltenissen in de voorgeschreven volgorde neer.»

§360
· Pier van hek I
Theorie

Betreffende de pier (ý) van (correspondentie/-denkers), zou 2 als waarde van het pad ý* niet mogelijk zijn, aangezien niets in het plankje van de troop het oordeel over het bestaan van de vilt, door een woordgebruik dat naast de gewone intelligentie ook enige wetenschappelijke belangstelling laat zien, aan het wankelen schijnt te brengen. Omdat de collage een waarde van 2 ontvangt, wordt ý=((áæßœ)(ý*)) =((2)(1))=2 door ons goedgekeurd en het hek, dat te verwaarlozen is, bedraagt 1/áæßœíóúý=1/(1)(1)(2) (1)(2)(4)(2)(2)=1/64.

Methode

Dankzij het pad worden de grove controlemiddelen die de eerste knobbels vormen wat nauwkeuriger. Tussen een puur specialistische verhandeling en gangbare denkbeelden ligt een tussengebied, zoals het geval is met de voor het grote publiek toegankelijk gemaakte wetenschap. Dat zou een heel geringe taxatiefout kunnen teweegbrengen, en het is dus raadzaam dat risico te vermijden.

Toepassing op Baudelaire

Een dichter wordt pas een specialist betreffende een conceptie, indien hij deel uitmaakt van een beperkte beweging die hem van de gewone bevolking isoleert, wat ook met zich meebrengt dat men zijn publiek heel anders beziet dan dat van de andere kunstenaars. Minder toegespitst zijn de gevechten die in de Staat geleverd worden, en die in verband daarmee een bedwelmende overwinningsroes veroorzaken, zodat de correspondentie tussen denkers soms een heftige toon krijgt, maar daar kan iedereen wel begrip voor opbrengen. Du Bellay schrijft midden in de periode van de godsdienstoorlogen [285]: «Ik weet het, ellendelingen, ik weet het (want ik stel me voor/Dat ik me in uw situatie bevind) en ik ken de haat in mijzelf/Die ook de uwe is,/Maar ik weet ook dat u altijd mooie praatjes en excuses (vol oude listen) verkoopt,/Om degenen te misleiden die het volk er terecht toe willen aanzetten om/De misdaden die u jegens hem hebt begaan te wreken…) In het bruisende leven van de kroegen treffen we, temidden van de vreedzame samenleving, nog een kern van strijdlust aan, daarover heeft Diderot ons verteld [276]: «Als het weer te koud of te regenachtig is, neem ik m’n toevlucht tot het café de Régence; daar kijk ik met plezier naar het schaken…Bij Rey vallen Légal de diepzinnige, Philidor de vernuftige en de degelijke Mayot elkaar aan; daar zien we de meest verrassende zetten en horen we de lelijkste woorden…»

§361
· Te verwaarlozen hekken
Theorie

Het hek van (tempel/-Natuur) ligt onder de grens van het klinken die 1/16 bedraagt, net als dat van het hieraan voorafgaande voorbeeld. Omtrent de terp á=1 bestaat geen enkele twijfel, want de vilt ontstaat door het spelen met de begrippen. De N van «Natuur» vormt in geen enkel opzicht een belemmering voor de boring, zelfs als hij beschouwd moet worden als een vreemd, in zeker opzicht materieel, bestanddeel. Eenzelfde soort situatie brengt ons ertoe onze gedachten te laten gaan over de verhoudingen tussen spillen, blokstenen, en de afwezigheid van een boring. De regulator met een waarde van æ=1 lijkt gewaarborgd te zijn, omdat iedereen een speciale zinswending waarvan de bedoeling begrijpelijk is, kan waarnemen. We moeten aan het podium echter een waarde van ß=2 toekennen, omdat de zinswending, wegens het dooreenlopen van de begrippen «tempel» en «Natuur», hier meer lijkt op een duffel dan op een vilt. In het gunstigste geval heeft het podium ß=2, voor í, ó, ú en ý grootte 2 als resultaat. Bijgevolg kan het hek 1/áæßœíóúý niet uitkomen boven 1/(1)(1)(2)(1)(2)(2)(2)(2)=1/32, een waarde die onder de grens van het klinken bestaande uit 1/16 ligt.

Methode

Het wordt overbodig om de waarden van de niet precies berekende groottes, het verdunningsmiddel (œ) en de paden ó*, ú* en ý* te bepalen, omdat het uiteindelijke resultaat immers al volkomen vaststaat.

Toepassing op Baudelaire

Aangezien de hier behandelde passage «De Natuur is een tempel…» één van de voorbeelden van een duffel is, spreekt het voor zich dat de zegswijze van een andere stijlfiguur er niet in slaagt de situatie even goed te beschrijven. In deze parallel tussen de tempel en de wereld der natuur voert analogie de boventoon. Een soortgelijk idee, en de daarbij behorende gewoontes, werd door Herodotus ontdekt [433]: «De Perzen hebben, weet ik, de volgende tradities: ze richten voor de goden noch standbeelden, noch tempels, noch altaren op, en beschouwen degenen die dat wel doen als idioten; dat komt, geloof ik, doordat ze aan hun goden nooit een menselijke gedaante hebben toegekend, zoals de Grieken doen. Die hebben de gewoonte Zeus offerandes op de top der hoogste bergen te brengen -de hele ruimte van het hemelgewelf wordt door hen Zeus genoemd.»

§362
· Waardevolle boog
Theorie

Laten we dit hek van (tempel/-Natuur) nu eens vergelijken met de boog van de zowel sierlijke als vormbare transplantatie (:’Natuur-/tempel-/pilaren). Daarin kan de kanteel (ä) geen andere waarde dan 1 krijgen, omdat door de sterke invloed van de grammatica een stevige band tussen de termen in «De Natuur is een tempel waar levende pilaren…» ontstaat. De stadsmuur van (:’Natuur-/tempel-/pilaren) bereikt niveau ë=1 om de volgende redenen. De volgorde van de begrippen komt overeen met het verloop van de tekst. Er bevinden zich enkel termen in deze transplantatie. Het blijkbaar nuttige onderdeel «wouden», bevindt zich ver van de andere beeldspraken en heeft een tweeslachtig karakter. Omdat het een zwakke plek vormt in (:’Natuur-/tempel-/wouden-/pilaren), staat het de ontwikkeling van een goede duffel in de weg. Daarom is het beter dat we ons tot de figuur (:’Natuur-/tempel-/pilaren) beperken. De gebruikte fronten blijken volstrekt niet dezelfde beduidenis te hebben of gelijk te zijn. Tenslotte lijdt het geen twijfel dat de auteur deze parallel heeft willen gebruiken. Het torentje (ï) heeft recht op een waarde van 1 omdat de mengeling van betekenissen vaststaat en we in deze transplantatie (:’Natuur-/tempel-/ pilaren) zonder veel moeite de metafoor (:’Natuur./tempel) ontdekken. Over de vestingmuur ö=1 lijkt eveneens geen twijfel te bestaan, aangezien de dichter geen enkele rechtvaardiging voor zijn woorden aandraagt. De vestinggracht (ü) vereist ook niveau 1, wegens het feit dat de pilaren deel uitmaken van de tempel, en het gemakkelijk is zich in een landschap bepaalde hooggelegen punten voor te stellen, wat de link “Natuur/verheffingen: tempel/pilaren” legt. Voor (:,Natuur-/tempel-/pilaren) lijkt een sluippoort (ÿ) met een waarde van 2 aannemelijk. Een beeldspraak die namelijk uit drie begrippen zou bestaan, zou een gewaagde interpretatie met zich meebrengen, bestaande uit enerzijds “hemel-verheffingen-Natuur” en anderzijds “God-pilaren-tempel”. Om aan “hemel” een hulpmiddel te geven waarmee de afstand tot «Natuur» overbrugd kan worden, hadden we eigenlijk de hulp van «wouden» nodig, een, zoals we hebben begrepen, aanvechtbare term, door de grote verwijdering tussen hem en de andere. Dit heeft een waarde van ÿ=1 ten aanzien van (:’Natuur-/tempel-/pilaren) tot gevolg. De uiteindelijke waarden van de bakens zijn dus ä=1, ë=1, ï=1, ö=1, ü=1 en ÿ=1, waardoor we de boog 1/äëïöüÿ =1 verkrijgen.

Methode

De sluippoort van een duffel die dezelfde samenstelling heeft, hebben we al in paragraaf 294 bestudeerd en we hebben toen lang getwijfeld over het beste schema van deze, eigenlijk toch vaststaande, analogie.

Toepassing op Baudelaire

Aan de ene kant wordt er, doordat deze in de eerste regel van „Samenspel“ voorkomt, op bijzondere wijze de nadruk op gelegd, aan de andere maakt het feit dat ze ons het debat, zoals men dat in de Oudheid over de goden had, in herinnering brengt, haar buitengewoon interessant. Herodotus was van mening dat men in Griekenland, heel lang geleden, opvattingen had die veel van het denkbeeld in kwestie weg hadden [434]: «De Pelasgen boden de goden op primitieve wijze offerandes aan en baden tot hen, heb ik in Dodona vernomen, zonder er ooit een met een bijnaam of bijzondere naam aan te duiden; want ze hadden nog nooit hun namen gehoord. Die algemene term "goden" -"théoi"- kwam voort uit het idee dat zij aan de wereld de inhoud en de organisatie ervan hadden opgelegd -"thentès"- en die ook handhaafden.»

§363
· Terp van hek II
Theorie

Als we nu de waarde eens vaststelden van het hek aangaande (onthulling/-vertrouwt::toe), met als plankje “…de mens die de Natuur liefheeft, vertrouwt aan zijn woorden de onthulling…toe…” De crypte zou bestaan uit: “…de mens die de Natuur liefheeft, vertrouwt aan zijn woorden de waarheid…toe…” Het is niet moeilijk het voorplein (mens-.-waarheid-.-profeet-.-onthulling) te bedenken. De terp (á) van deze stijlfiguur ontvangt een waarde van 1 omdat het hier geen woordspeling betreft en daardoor de boring een feit wordt.

Methode

De steeds wisselende omstandigheden die de geschiedenis kenmerken, dwingen ons onophoudelijk de betekenis van de woorden te bestuderen, wat het constant veranderen van referentie zeer omslachtig zou maken. Dat rechtvaardigt onze keus ons tot de tijd waarin „Samenspel“ is geschreven te beperken, zelfs als het gaat om zinswendingen die weinig in dat gedicht voorkomen. Enige historische kennis, waarnaar we onafgebroken op zoek zijn, en die betrekking heeft op een onderwerp zo mooi dat het de opdracht minder zwaar maakt, stelt ons dus in staat een groot aantal verschillende voorbeelden te behandelen.

Toepassing op Baudelaire

In de XIXe eeuw gaat het woord “waarheid” ten opzichte van “onthulling” steeds meer een eigen leven leiden. De auteur had er een vermoeden van dat de theologische poëzie al snel minder goed begrepen zou worden, zodat hij de grondvorm ervan zou moeten vernieuwen. In die tijdsperiode kan men lezen dat Emerson, over Engeland, iets soortgelijks schrijft [380]: «Geen enkele hoop, geen enkel gunstig voorteken die de wetenschappelijk onderzoeker moed geven…Hun denkbeelden zijn even beperkt geworden als het oppervlak van hun parapluie, ze worden enkel nog door hun zintuigen gedicteerd. Een gelatenheid die zich tevredenstelt met gevestigde waarden, een persiflage die de grote namen van de filosofie en de godsdienst aanvalt, een waardeloze politiek waarbij het om groot geld gaat, een verafgoden van het praktische gebruik, alle evenzovele symptomen van de teruggang van het leven en de ziel…De kunstenaars zeggen dat "de Natuur hen van hun stuk brengt", de geleerden zijn alledaags geworden. Zij drijven de spot met uw ernst of gaan er niet dieper op in, ze brengen u lachend tot zwijgen, of veranderen van onderwerp. "Al die redevoeringen over de vrijheid en zo, zeggen ze terwijl ze van hun wijn proeven, dat heeft eigenlijk afgedaan, dat interesseert niemand meer."»

§364
· Regulator van hek II
Theorie

Het is mogelijk een regulator van æ=1 teverkrijgen bij de troop (onthulling/-vertrouwt::toe) met het plankje “…de mens die de Natuur liefheeft, vertrouwt aan zijn woorden de onthulling…toe…” Inderdaad staat, wat de spreektaal betreft, niets ons in verstandelijk opzicht in de weg om de inhoud goed te begrijpen. Niettemin wekt “onthulling” ten opzichte van “Natuur” enige verwondering en door het werkwoord “toevertrouwen” wordt de ernstige toon nog vergroot. Uiteindelijk wordt de rail een beetje plechtig.

Methode

Wanneer het publiek een in het oog springende, maar voor ieder begrijpelijke betekenis verwerpt, blijft een regulator van æ=1 nodig, want het wisselende humeur van het publiek mag hier niet van invloed zijn. Een bepaalde beduidenis die verborgen wordt gehouden, maar geen enkele polemiek veroorzaakt, leidt tot de omgekeerde situatie bestaande uit æ=2, waarbij dezelfde objectiviteit aan de dag wordt gelegd.

Toepassing op Baudelaire

Indien we in het plankje “ijdelheid” in de plaats stellen van “onthulling”, resulterend in “…de mens die de Natuur liefheeft, vertrouwt aan zijn woorden de ijdelheid…toe…” met de geheime inhoud “…de mens die de Natuur liefheeft, vertrouwt aan zijn woorden de schoonheid van de wereld toe…” verkrijgen we æ=2, door het feit dat we onmogelijk van dat idee op de hoogte kunnen zijn als we de zin gewoon lezen. Heel anders is het gesteld met het begin van het gedicht, «De Natuur is een tempel…» dat, enkel wat het letterlijk aspect ervan betreft, begrijpelijk overkomt doordat er zich geen noemenswaardige moeilijkheden voordoen, en we hebben gezien dat in het geval van (tempel/-Natuur) de waarde van de regulateur uit æ=1 bestaat. De culturele verenigingen waarin het gedicht werd gelezen, spelen een belangrijke rol, en Balzac schreef korte tijd daarvoor [92]: «"Het Woord" van God werd helemaal samengesteld uit zuivere Overeenkomsten…» Victor Hugo vindt [460]«Elk voorwerp dat uit hout is samengesteld komt overeen
Met eenzelfde soort voorwerp in het woud der ziel.» De Maistre verkondigt [155]-[487]-[518]«Alles wat we in de rationele filosofie aan kennis kunnen opdoen, staat in een passage van de Romeinen, die als volgt samengevat kan worden: "deze wereld bestaat uit een systeem van zichtbaar gemaakte onzichtbare dingen"».

§365
· Podium van hek II
Theorie

Het podium ß=1 van (onthulling/-vertrouwt toe) laat geen enkel misverstand bestaan. Enerzijds contrasteren de termen van de vilt in geen enkel opzicht met elkaar, want in zeker opzicht, kan een onthulling toevertrouwd worden, zoals men een orakel kan toevertrouwen. Vervolgens mogen terrein en corridor geen herhaling van elkaar zijn. En tenslotte het plankje “…de mens die de Natuur liefheeft, vertrouwt aan zijn woorden de onthulling…toe…” dat geen enkele werkelijke duffel oplevert.

Methode

Als we het correct willen formuleren, zouden we moeten ontkennen dat het plankje een analogie “voorstelt”, maar niet verklaren dat het er niet één “verschaft”, want het maakt deel uit van de tekst, die bestaat uit woorden of symbolen, en niet uit betekenissen. We citeren hier een opmerking van Rousseau, over andere kwesties [878]: «Maar die termen stichten vaak verwarring en worden door elkaar gehaald; het is voldoende ze van elkaar te kunnen onderscheiden wanneer ze op heel nauwkeurige wijze worden gebruikt.» We maken dezelfde vergissing wanneer we wat enkel uit hardnekkige verschijnselen bestaat, “de werkelijkheid” noemen.

Toepassing op Baudelaire

Voor de rest weten we niet welke conclusie de mens uit zijn vergelijking met de tekens in de natuur trekt, maar aangezien Baudelaire het in het begin van „Samenspel“ heeft over «woorden», kunnen we ons afvragen of God geen oproep gedaan zou hebben die door de mens onbegrepen zou blijven [114]: «Samuël lag te slapen in het heiligdom van de Heer, bij de ark van God. De godslamp was bijna uitgedoofd. Toen riep de Heer Samuël. "Ja," antwoordde Samuël. Hij liep snel naar Eli toe en zei: "Hier ben ik. U hebt me toch geroepen?" Maar Eli antwoordde: "Ik heb je niet geroepen. Ga maar slapen."»

§366
· Verdunningsmiddel van hek II
Theorie

Een verdunningsmiddel van œ=2 is een vereiste voor de vilt die we aantreffen in “…de mens die de Natuur liefheeft, vertrouwt aan zijn woorden de onthulling…toe…” Ondanks de verfijnde of plechtige stijl lijkt geen enkele zichtbare verandering in het eraan voorafgaande deel van de tekst aangebracht te zijn. Het is meer het intellectuele karakter van de inhoud dat degenen die de vilt bizar vinden op een dwaalspoor brengt. Het is nu mogelijk aangaande de troop (onthulling/-vertrouwt…toe) de uitkomst te berekenen, zonder precies de waarde van elke andere knobbel te bepalen, want door het verdunningsmiddel œ=2 ontvangt de collage (áæßœ) een grootte van 2, wat aan í, ó, ú en ý minimaal dezelfde waarde verschaft, en dientengevolge aan het hek een niveau onder de 1/16.

Methode

Het bestuderen van de aannemelijkheid van vilten moet tevens leiden tot een definitie van diezelfde stijlfiguren, en niet tot het bestempelen ervan zodra de schrijver van de geijkte wegen afwijkt. Een speciale vorm kan zich om een fundamentele reden voordoen, en dus geen bijzondere zinswending voorstellen. Daarentegen interpreteren we “hij neemt een zeil waar”, vaak terecht, als “hij neemt een boot waar”.

Toepassing op Baudelaire

Heel verschillend daarvan, lijkt het gezegde (onthulling/-vertrouwt…toe) te zijn samengesteld om het oude thema van de liefde voor de natuurlijke dingen die met God in verband staan te behandelen, zonder van “onthulling” een andere beduidenis dan de gebruikelijke te eisen. We zouden echter œ=1 verkrijgen met “…de mens die proeven betreffende de Natuur uitvoert bewijst in zijn woorden op wetenschappelijke wijze de onthulling…” Sextus, op zoek naar een rationele oorzaak van het mysterie, gedreven als hij is door het debat over de goden, en als een scepticus, merkt op [917]: «Wat Prodicus betreft, die vond dat God nuttig is voor het leven, zoals de zon, de maan, de rivieren, de meren, de weiden en de vruchten dat zijn…En Critias, één van de tyrannen van Athene, lijkt meer bij de atheïsten te horen met zijn opmerking dat de oude wetgevers God verzonnen hebben als iemand die de goede en slechte daden van de mensen in het oog moest houden…»

§367
· Terp van hek III
Theorie

We gaan nu het hek van de vilt (Soms uit loslaten/-verwarde woorden) bestuderen, die over de grendel “spreken uit” beschikt die zich bevindt in het plankje «…levende pilaren
Soms verwarde woorden uit loslaten…» De boring wordt een feit, omdat geen enkel materieel element tot de troop bijdraagt, wat een terp van á=1 tot gevolg heeft.

Methode

De alliteratie wordt alleen als een bijzondere zinswending beschouwd als deze geheel opzettelijk is aangebracht, terwijl het dagelijks taalgebruik onophoudelijk diverse herhalingen met zich meebrengt. Een soort routine leidt er ook toe om op dezelfde klanken terug te komen, die men in het begin zo goed als onbewust heeft gebruikt.

Toepassing op Baudelaire

In «Laissent parfois sortir» (Soms uit loslaten) moet de herhaling van de klank “S”, die het ruisen van de bladeren of gefluister kan voorstellen, niet als een boring beschouwd worden die mislukt is, doordat hij niet intens genoeg is om dat effect te bereiken. De zinswending blijft hier en daar wat vaag, want door het optreden van Zeus temidden van de bomen menen we dat “loslaten” meer is dan “uitspreken”, terwijl enkel door middel van parfum iets meedelen voor een wierookboom minder zou zijn dan spreken. Die vreemde voorstelling van de pilaren zou Auguste Comte nauwelijks verbaasd hebben [208]: «Aangezien alle lichamen die we kunnen waarnemen dus onmiddellijk gepersonifieerd worden, en over gewoonlijk zeer intense gevoelens beschikken, alnaargelang de energie van hun verschijnsel, biedt de wereld die de toeschouwer omringt hem op ongedwongen wijze een aanblik van perfecte harmonie, die daarna misschien nooit meer dezelfde graad heeft kunnen bereiken, en die hem een bijzonder gevoel van grote voldoening moet geven, dat we vandaag de dag nauwelijks in staat zijn correct te omschrijven, omdat we er ons onvoldoende een voorstelling van kunnen maken, zelfs als we ons daarbij, door middel van de meest intense en met de grootste nauwkeurigheid uitgevoerde meditatie, verdiepen in die eerste dagen der mensheid. Het is gemakkelijk te begrijpen hoezeer deze exacte intieme overeenkomst tussen de wereld en de mens ons moet binden aan het fetisjisme, dat er van zijn kant, noodgedwongen, eveneens toe bijdraagt met name een dergelijke morele toestand voort te laten duren.»

§368
· Regulator van hek III
Theorie

De regulator (æ) van (Soms uit loslaten/-verwarde woorden) verdient niveau 1, omdat het immers bijna onmogelijk is de inhoud van de grendel “spreken uit” en de crypte “…levende pilaren spreken soms verwarde woorden uit…” niet te begrijpen. De gebruikte toon vraagt nauwelijks technische of wetenschappelijke kennis. Geen enkel element in de context belemmert het publiek de betekenis te vatten. En als laatste, niets wijst erop dat de woorden enkel door een select gezelschap kunnen worden begrepen.

Methode

Als verschillende kunstenaars of politieke vernieuwers een idee dat hun lief is exclusief als het hunne beschouwen, sluit dat helemaal niet uit dat het in aanvang een denkbeeld was dat onder een veel bredere bevolkingslaag leefde. Dat verklaart de plotselinge belangstelling die een gebeurtenis voor een tot nog toe tamelijk onbekende stelregel kan ontketenen. De grondlegger van het positivisme schrijft [207]: «Zelfs de meest wazige utopisten, die menen dat ze zich volkomen van elk stukje werkelijkheid ontdaan hebben, ontkomen er, onbewust, niet aan, dat hun dromerijen steeds trouw de maatschappij waarin ze leven weerspiegelen.»

Toepassing op Baudelaire

Het thema van de voorwerpen waaraan men een onbegrijpelijke kracht toeschrijft, had de belangstelling van Lamartine opgewekt [491]: «Levenloze voorwerpen, bezitten jullie dan een ziel
Die zich met onze ziel verbindt en de kracht lief te hebben?» De vooruitstrevende socioloog, van wie Baudelaire ogenschijnlijk zozeer verschilde, wou de geschiedenis van die beeldspraken begrijpen [209]: «Tot nu toe, en wel precies in de tijdsperiodes die het meest van invloed hebben moeten zijn op het totstandkomen, of liever gezegd, de ontwikkeling van de menselijke taal, moest de geweldige overvloed aan stijlfiguren wel het gevolg zijn…van de toen overheersende filosofische opvattingen, waardoor, met name bij het fetisjisme, dat onmiddellijk alle verschijnselen die er maar bestaan assimileren met de menselijke daden, zeer waarheidsgetrouwe gezegdes zouden ontstaan die, sinds we totaal niet meer de mentaliteit bezitten die met de letterlijke inhoud ervan strookt, nu nog slechts als een soort vergelijkingen op ons overkomen.»

§369
· Podium van hek III
Theorie

Gezien het feit dat de termen van de vilt (soms uit loslaten/-verwarde woorden) immers noch een contrast met elkaar vormen, noch elkaar herhalen, is een waarde van ß=1 billijk. Bovendien wordt de dreiging van een annexatie door (pilaren-/loslaten-/verwarde woorden) weggenomen, omdat deze transplantatie niet in staat blijkt te zijn in de behoefte te voorzien van de beduidenis “spreken uit”, waardoor «soms…loslaten» opgehelderd wordt.

Methode

Omdat onze methode er één is die onderscheid wenst te maken tussen de bestudeerde processen, zou het frustrerend zijn geweest als we nooit eens een duffel en een vilt hadden kunnen bestuderen die zeer dicht bij elkaar liggen of met elkaar verweven zijn.

Toepassing op Baudelaire

Vooral in de situatie waarin we ons bomen voorstellen die, door het geluid van hun bladeren, een orakel uitspreken, voelen we ons voldaan over het feit dat «soms…loslaten» overeenkomt met “praten”. Victor Hugo, die Dürer een ode deed toekomen die een uitdaging van de historie vormde, schetste daarbij eveneens beelden van de natuur [221]-[459]: «Ik heb, net als jij, nooit in de bossen rondgedoold…Zonder dat ik…Aan alle takken verwarde gedachten zag hangen.» Plato’s belangstelling ging naar een ander idee uit [759]-[760]: «…wij zijn geen aardse, maar hemelse plant. En inderdaad heeft God, aan de bovenkant, op de plaats waar de primitieve wording van de ziel heeft plaatsgevonden, ons hoofd, dat in feite uit onze wortels bestaat, bevestigd, waarmee hij meteen het hele lichaam een rechte houding heeft gegeven.»

§370
· Verdunningsmiddel van hek III
Theorie

Het verdunningsmiddel, voor (soms uit loslaten/-verwarde woorden), wordt op œ=1 vastgesteld, aangezien alle daarvoor benodigde voorwaarden aanwezig zijn. De grendel “spreken uit” helpt de verbeelding een handje, want het enigszins raadselachtige karakter van «soms uit loslaten» is nu weggenomen. Bovendien worden terrein en grendel, beide, makkelijk uitgedrukt en vertonen niet meer onduidelijkheid dan die we gewoonlijk in verzonnen teksten aantreffen. Daarenboven wil «soms uit loslaten» of «verwarde woorden» niet in de eerste plaats “spreken uit” zeggen.

Methode

Het verband dat er tussen de duffel en de vilt bestaat, brengt geen enkele verandering teweeg, het laat slechts zien dat zinswendingen die het verstand vaak van elkaar scheidt, in de tekst een geheel van heterogene bestanddelen vormen. Kant droeg een voorbeeld aan, om te laten zien dat het belang van het in verstandelijk opzicht goed onderscheid tussen de dingen kunnen maken, niet inhoudt dat men daartoe in een concrete situatie dan beter in staat is [478]: «We geven het toe…zuiver water…is moeilijk te vinden…»

Toepassing op Baudelaire

Met betrekking tot de transplantatie (pilaren-/loslaten-/verwarde woorden) kunnen het voorplein (wil-.-loslaten-.-pilaren-.-verwarde woorden), en de daaruit afgeleide beduidenis “zoals wezens met een wil iets kunnen laten gebeuren, besluiten de pilaren woorden te verschaffen” goedgekeurd worden. Wat de vilt (soms uit loslaten/-verwarde woorden) betreft, deze wordt door middel van (soms loslaten-.-geluiden-.-spreken uit-.-verwarde woorden) beschreven. De één is hulpkracht van de ander, en van beide gaat de belangstelling uit naar het theologische begrip "woord", dat Johannes met zoveel plechtigheid omgaf [149]: «In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Het was in het begin bij God. Alles is erdoor ontstaan en zonder dit is niets ontstaan van wat bestaat. In het Woord was leven en het leven was het licht voor de mensen. Het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet in haar macht gekregen.»

§371
· Bundel van hek III
Theorie

We kennen aan (Soms uit loslaten/-verwarde woorden) de collage áæßœ=1 toe, aangezien de eerste knobbels de volgende waarden hebben: á=1, æ=1, ß=1 en œ=1. De bundel hangt nu alleen nog maar af van de springplank b(Soms~woorden), die eveneens niveau 1 bereikt dankzij het onmiskenbare grammaticale verband tussen de termen in het plankje «…levende pilaren
Soms verwarde woorden uit loslaten…» Met áæßœ=1 en z=1, behoeft de conclusie í=((áæßœ)(z))=((1)(1))=1 nauwelijks meer uitleg.

Methode

De afstand die zich tussen de begrippen bevindt is gedeeltelijk van invloed op de metingen van aannemelijkheid van het hele essay, de titel ervan is dus terecht.

Toepassing op Baudelaire

Omdat anderzijds het thema van de overeenkomsten onveranderd blijft, wordt hierdoor onze aandacht volstrekt niet afgeleid en kunnen we die op de hoofdzaak, het berekenen, richten. De universele sympathie heeft, doordat hij met haar obscure woorden allerlei verschillende wezens met elkaar in relatie bracht, de belangstelling van talrijke denkers getrokken. Een dokter die door Baudelaire was geraadpleegd, schreef [611]: «Geslachtsziekte kan men, als deze, in het beginstadium en op heel eenvoudige wijze, aan een homoeopatische behandeling wordt onderworpen, snel en ongelooflijk gemakkelijk genezen.» Balzac maakt ons duizelig met al zijn beschouwingen [60]: «Tegen het einde van de achttiende eeuw, was de Wetenschap net zo verdeeld door de verschijning van Messmer, als de Kunst door Gluck. Nadat hij zich weer opnieuw bezighield met het magnetisme, kwam Messmer naar Frankrijk…"Als de homeopathie Parijs bereikt, is ze gered", zei Hahnemann onlangs. "Ga naar Frankrijk", zei M. De Metternich tegen Gall, "en als men de draak steekt met uw bulten, dan wordt u beroemd."»

§372
· Bastion van hek III
Theorie

Om de waarde te bepalen van het bastion (ó) van de vilt (Soms uit loslaten/-verwarde woorden), moeten we uitgaan van de collage bestaande uit áæßœ=1. We merken dan dat «…levende pilaren
Soms verwarde woorden uit loslaten…» geen enkele openlijke aanwijzing verschaft die betrekking heeft op “spreken uit”. Daaruit vloeit een pad van ó*=1 en bijgevolg een bastion van ó=((áæßœ)(ó*))=((1)(1))=1 voort.

Methode

We hadden aan (z) de benaming pad í* kunnen geven. Inderdaad komen de vier formules í=((áæßœ)(z)), ó=((áæßœ)(ó*)), ú=((áæßœ)(ú*)) en ý=((áæßœ)(ý*)) ogenschijnlijk op dezelfde manier tot stand. Maar wanneer (z) meer dan 2 bedraagt, blijkt die gelijkheid te verdwijnen.

Toepassing op Baudelaire

Zou de grendel “spreken uit”, omdat “laten” immers het gevoel van een bepaalde vrijheid geeft, die op haar beurt dan weer een zekere intelligentie zou verlangen, die onmisbaar is om woorden mogelijk te maken, geen dubbel geheim, in het plankje, bevatten? In dat geval zouden we het pad ó* opnieuw moeten bestuderen! Hoe het ook zij, dat oordeel vereist zo’n lange rij twijfelachtige veronderstellingen, dat het daardoor zinloos wordt. Blijft het feit dat woorden de natuurlijke wereld binnendringen, zoals deze regels van Horatius ons vertellen [457]: «Ook jìj zult bij de beroemde fonteinen horen, omdat ik immers vertel van de groene eik die op de holle rotsen staat waaruit je babbelende wateren al omhoogspuitend ontsnappen.» Omgekeerd verovert de natuurlijke wereld ook nieuwe gebieden [[983]] in Index II (Gedichten)">[[983]]: «Die dwaze jurken zijn het embleem
Van je kleurrijke persoonlijkheid…»

§373
· Bestuurder van hek III
Theorie

Aangaande (soms uit loslaten/-verwarde woorden), heeft de bestuurder (ú) recht op het collage áæßœ=1. Bovendien lijkt in de tekst, met uitzondering van de betekenis die is ontstaan doordat elke term de invloed ondergaat van het geheel der woorden, geen enkel op ongewone wijze gebruikt woord regelmatig voor te komen, dus moet de mogelijkheid van een pad bestaande uit ú*=2 uitgesloten worden. Dientengevolge resulteren de waarden áæßœ=1 en ú*=1 in een even grote waarde van ú=((áæßœ)(ú*))= ((1)(1))=1.

Methode

Wanneer de verbeelding afwijkt van het dagelijks leven, ontkomen we niet aan het gevoel dat, in de werken die daardoor tot stand zijn gekomen, alles nogal onwerkelijk is. Om juist te oordelen moeten we dus heel precies handelen, en een methode ontwikkelen om snel onderscheid tussen de verschillende dingen te maken. Kant nodigde ons uit onverklaarbare of intuïtief tot stand gekomen kunstgrepen proberen te herkennen door «macht en kennis» van elkaar te onderscheiden [480].

Toepassing op Baudelaire

In het plankje «…levende pilaren
Soms verwarde woorden uit loslaten…» komen we tot onze verrassing het woord «soms» tegen. Maar dat is geen voldoende reden om een pad van ú*=2 te accepteren, omdat immers alleen door de van zeer lang geleden daterende metafysische grondslag een vraag opgeworpen wordt, terwijl de stijlsoort normaal blijft. Het verwijzen naar de tijd, die figureert tussen de genoemde hemelse dingen, doet aan de volgende regels van Plato denken [758]: «Wel, de materie van het Levend- model bleek eeuwig te zijn, dat hebben we gezien, en om die eeuwigheid geheel aan een ontworpen Wereld aan te passen, was onmogelijk. Daarom heeft de maker ervan geprobeerd om een zekere mobiele nabootsing van de eeuwigheid te fabriceren, en, terwijl hij druk bezig was met het klaarmaken van de Hemel, heeft hij, van de immobiele en één geheel vormende eeuwigheid, dat eeuwige beeld gemaakt dat voortschrijdt volgens de wet der Getallen, datgene wat wij de Tijd noemen…Maar wat altijd onbeweeglijk en onveranderd is, dat wordt noch ouder, noch jonger, met de tijd, en dat werd het nooit tevoren, noch wordt het dat nu, noch zal het dat in de toekomst worden.»

§374
· Pier van hek III
Theorie

In het plankje van (soms uit loslaten/-verwarde woorden) valt geen enkele poging om wetenschappelijke kennis aan te voeren te bespeuren, en dus is de waarde van het pad ý*=1. Bovendien is het, omdat de collage al de waarde áæßœ=1 bezit, zeker dat de uitkomst bestaat uit ý=((áæßœ)(ý*))= ((1)(1))=1. Als we alles precies uitwerken, bestaat het geheel uit á=1, æ=1, ß=1, œ=1, í=1, ó=1, ú=1 en ý=1. Wanneer we van de waarden aangaande de knobbels eenmaal het omgekeerde hebben genoteerd, 1/á, 1/æ, 1/ß, 1/œ, 1/í, 1/ó, 1/ú en 1/ý en er door vermenigvuldiging het product 1/áæßœíóúý van hebben gemaakt, vormen ze de mate van aannemelijkheid 1/(1)(1)(1)(1)(1)(1)(1)(1)=1 van de vilt afkomstig uit de context «…levende pilaren
Soms verwarde woorden uit loslaten…»

Methode

Wanneer we van doen zouden hebben met áæßœ=1 en í=2, ó=2, ú=2 en ý=2 zou dat het hek niet tenietdoen, omdat de waarde ervan dan immers zou bestaan uit 1/(1)(1)(1)(1)(2)(2)(2)(2)=1/16, een geringe maar niet te verwaarlozen uitkomst.

Toepassing op Baudelaire

De onorthodoxe theologie, ofwel de onconventionele prediking, brengt ons ertoe de schrijver ongeveer op dezelfde lijn als Richter te stellen [929]: «Op een zomeravond lag ik op een heuveltop, ik viel in slaap, en ik droomde dat ik midden in de nacht wakker werd op een kerkhof. De klok sloeg elf uur. Alle graven waren half geopend…Toen daalde er uit de hoogte een stralende, edele, verheven figuur op het altaar neer, en op zijn gelaat stond een onstilbare pijn te lezen; de doden riepen uit: -O Christus! Bestaat God niet? Hij antwoordde: -Hij bestaat niet.»

§375
· Terp van hek IV
Theorie

Het voorstel is nu om het hek van de vilt (voorbeeld/-leidt) samen te stellen met betrekking tot het plankje “…de kunstenaar vordert dankzij het voorbeeld dat hem leidt…” De grendel “traditie” van het terrein “voorbeeld” verschaft de crypte “…de kunstenaar vordert dankzij de traditie die hem leidt…” Wat de grondtaak betreft, lijkt deze figuur in niets op een woordspeling, en globaal gezien wordt de materiële kant praktisch niet aangeroerd, zodat een terp van á=1 juist is.

Methode

Omdat vilten tropen zijn waarbij het begrijpen een grote rol speelt, moet het verschil met acrobatische toeren die gebaseerd zijn op ruimte, tijd, geluid en uiterlijke vormen, vergeleken worden met dat tussen twee soorten theater, het ene waarbij spreken belangrijk is, en het andere waarvan gespeelde scènes, verlichting, muziek en uitroepen de voornaamste bestanddelen vormen.

Toepassing op Baudelaire

In moreel opzicht bestaat huichelarij ook uit acrobatiek [[1066]] in Index II (Gedichten)">[[1066]]: «Mijn minnares is geen beroemde leeuwin;
Aan mijn ziel ontleent ze al haar roem, de Geuzin.
Onzichtbaar voor de blikken van de wereld vol spotternij,
Bloeit slechts in mijn trieste hart haar schoonheid-

Voor schoenen heeft ze haar ziel verkocht;
Maar de goede God zou lachen als in de nabijheid van deze onaanzienlijke
Ik Tartuffe exact zou imiteren en arrogantie zou pretenderen,
Ik die mijn gedachte te koop aan bied, en mijzelf later als auteur wil zien.» 165

§376
· Regulator van hek IV
Theorie

In een tijd waarin het publiek zich trouw aan de tradities houdt, kan de bijzondere inhoud van de geanalyseerde stijlfiguur onmogelijk een geheim vormen. Wegens het bijbehorende plankje “…de kunstenaar vordert dankzij het voorbeeld dat hem leidt…” ontvangt de regulator van de vilt (voorbeeld/- leidt) nu dus de waarde van æ=1.

Methode

Hoewel het steeds weer opnieuw bestuderen van de knobbels een ontmoedigende uitwerking op ons heeft, is het nodig dat we iedereen, en onszelf in de eerste plaats, geruststellen wat het eventueel vergeten van een etappe, hetgeen een foute uitkomst zou opleveren, betreft. Vaak worden onverwachte hindernissen pas door ons opgemerkt als we heel nauwkeurig zijn in wat Leibniz de «…kunst van het vaststellen van de aannemelijkheid…» ofwel het «…bepalen van de graad van waarschijnlijkheid…» noemde, wel, hier zal de empirische definitie van de criteria nog vaker dan elders tot een mislukking leiden [501].

Toepassing op Baudelaire

Gelukkig wordt er in dat voortdurende aftasten wat afleiding gebracht door Eros en het opmerkingsvermogen, die in "Bloemen van het kwaad" steeds een actieve rol spelen. Plato kon, in sommige opzichten, als voorbeeld dienen, omdat hij immers ook het schone en het echte huldigde [730]: «Want dat is nu precies de weg die regelrecht naar de dingen van de liefde leidt, of om er via iemand anders te komen, kan men ook van de schoonheden van deze wereld uitgaan en, met die schoonheid als doel, voortdurend hoger stijgen, door dat, ik zou zeggen, stapsgewijs te doen, en zo van maar één mooi lichaam naar twee overgaan, en van twee naar allemaal, vervolgens van de mooie lichamen naar de mooie bezigheden, dan van de bezigheden naar de schone wetenschappen, totdat men, uitgaand van de wetenschappen, uiteindelijk aankomt bij die door mij genoemde wetenschap, de wetenschap die geen ander doel heeft dan, in haarzelf, de schoonheid waarover ik spreek, en totdat men tenslotte datgene kent wat mooi is op zich.»

§377
· Podium van hek IV
Theorie

Het podium van (voorbeeld/-leidt) kan alleen maar een waarde van 2 verkrijgen bij een herhaling, twee elkaar tegensprekende termen, of tenslotte een bepaalde aannemelijke duffel. Maar van dit alles komt niets voor in het plankje “…de kunstenaar vordert dankzij het voorbeeld dat hem leidt…” en daarom staat het niveau ß=1 vast. Het gebeurt vaak dat men er bij beginners op aandringt de routine van hun techniek onder de knie te krijgen, “voorbeeld” en “leidt” vormen dus in geen enkel opzicht een mengeling van contrastrerende beduidenissen, wat bij een goede analogie de vereiste zou zijn.

Methode

Het heeft geen zin te zeggen dat het onderzoeken van de gebruikelijke betekenis van woorden, met betrekking tot een groot schrijver, hetzelfde is als een loze voorzorgsmaatregel, menend dat de schepper van een boek, bij zijn navorsingen, regelmatig een manier van redeneren vindt die het publiek ontgaat. Zeker, soms verzuimt hij de inhoud na te gaan en gebruikt verre van eenvoudige begrippen, waarbij hij zich er totaal niet meer van bewust is dat die voor anderen onverdraaglijk zijn. Maar als hij zijn werk corrigeert, moet hij, betreffende voorstellingen die men in het algemeen van iets heeft, uiteindelijk toch wel nadenken over het geijkte gezichtspunt, om een keus te maken tussen sereniteit en provocatie.

Toepassing op Baudelaire

Het terrein “voorbeeld” en de corridor “leidt” zijn gemakkelijk te onderscheiden omdat ze elkaar aanvullen. Maar in «…Weids als de nacht en als de dag…» treffen we (nacht/-dag) aan die het podium ß=2 ontvangt, wegens tegenstrijdigheid. Als we de bekende tradities met betrekking tot dit contrast bestuderen, zien we dat er één is die zich onderscheidt door verheerlijking van de trieste kant van het leven. Marlowe beeldt het gesprek van Faust met Mefistofeles zo uit [522]: «"Hoe komt het dat jij niet in de hel bent?" "Hoe komt het dat het hier een hel is en ik me daar niet buiten bevind?"» Soms roert Baudelaire dat duistere onderwerp elders aan, om te tonen dat hij waardering heeft voor onderzoek dat de angst trotseert [[1094]] in Index II (Gedichten)">[[1094]]: «…Goya, -nachtmerrie waarin veel vreemde dingen plaatsvinden,
Zoals foetussen die men tijdens duivelse bijeenkomsten bezig is gaar te stoven,
Oude vrouwen met een spiegel en volkomen naakte kinderen
Om de Demonen die hun kousen rechttrekken te bekoren…»

§378
· Verdunningsmiddel van hek IV
Theorie

Het verdunningsmiddel van de vilt (voorbeeld/-leidt) wordt vastgesteld op œ=1 omdat het plankje “…de kunstenaar vordert dankzij het voorbeeld dat hem leidt…” immers het terrein “voorbeeld” en de grendel “traditie” bezit die beide zeer precies zijn. Het woord “voorbeeld” is enigszins ondoorzichtig, zeker, niet door het begrip zelf, maar door de verhouding ervan tot de context, waardoor we het idee hebben dat er in oorsprong een verandering in vocabulaire heeft plaatsgevonden. Het raadsel dat ontstaan is door deze wijziging wordt opgelost door middel van “…De kunstenaar vordert dankzij de traditie die hem leidt…”

Methode

Om een vilt te bedenken, moet de te volgen weg het midden houden tussen het gevaar van ondoorzichtigheid dat leidt tot een resultaat van æ=2 en een totale simpelheid die œ=2 oplevert.

Toepassing op Baudelaire

We hebben moeite om de krachten die ons tot elk van onze daden aanzetten, en vooral in de liefde, helemaal te begrijpen [[1136]] in Index II (Gedichten)">[[1136]]: «Je ogen als winkels zo helder verlicht…Maken brutaal van een geleende macht gebruik,
Zonder ooit te weten hoe hun schoonheid ontluikt.» Dat wordt ook geroemd door het Hooglied [138]: «Zusje, bruid van mij, hoe heerlijk is jouw liefde, hoeveel zoeter nog dan wijn. Hoeveel zoeter is je geur dan alle balsems die er zijn.»

§379
· Bundel van hek IV
Theorie

De bundel van (voorbeeld/-leidt) krijgt een collage van áæßœ=1 en door de geringe afstand blijft dit voordeel gehandhaafd. Het plankje “…de kunstenaar vordert dankzij het voorbeeld dat hem leidt…” brengt “voorbeeld” en “leidt” in nauw contact, wat blijkt uit de interne ruimte z=1, van de springplank b(voorbeeld~ leidt). In zo’n geval zal de uitkomst í=((áæßœ)(z))=((1)(1))=1 nauwelijks verbazing wekken.

Methode

Een fragment uit een artikel van Michel Foucault over literaire kunst, werpt de vraag op of hij had voorvoeld dat het belangrijk was te onderzoeken op welke manier een term zich van zijn buurman distantieerde [397]: «teken, in een tussenruimte, wijzend naar het voorafgaande en hetgeen daarna komt.»

Toepassing op Baudelaire

Aangezien Baudelaire iemand is die weet dat het belangrijk is zich door het spirituele te laten leiden, toont hij dat op zijn beurt aan anderen, die soms nog angstiger zijn [[1079]] in Index II (Gedichten)">[[1079]]: «Neem mij mee, wagon! Haal me hier weg, fregat!
Ver hiervandaan! -ver hiervandaan! -hier bestaat de modder uit onze tranen!
-Is het waar dat soms het droeve hart van Agathe
Zegt: Ver van de wroeging, de misdaden, de pijnen,
Neem mij mee, wagon, haal me hier weg, fregat?» In de stad vindt men de door prostitutie versleten lichamen en de beroemde constatering van Smith blijft juist [920]: «Heel veel arbeiders zouden nog geen week zonder baan kunnen, weinigen een maand, en bijna niemand zou het een jaar uithouden.»

§380
· Bastion van hek IV
Theorie

Betreffende de vilt (voorbeeld/-leidt), heeft het pad van het bastion recht op de waarde ó*=1 wat het plankje “…de kunstenaar vordert dankzij het voorbeeld dat hem leidt…” aangaat. Er wordt in de buurt, in het plankje, inderdaad geen enkele heldere aanwijzing van de grendel “traditie” aangetroffen. Daar komt uit voort dat het bastion zich, met de collage áæßœ=1, tevreden stelt met een waarde van ó= ((áæßœ) (ó*))=((1)(1))=1.

Methode

Het is niet moeilijk om via een spel met taalmateriaal een situatie te bedenken die ó*=2 oplevert. Zelfs als een dergelijke acrobatiek geen deel van de vilt op zich uitmaakt, kan de invloed ervan zich in een naburige toespeling doen voelen, wat nagenoeg hetzelfde resultaat heeft. “Hij zwom, verdween, definitief, oh, oh, oh” zal het vermoeden van een dood door verdrinking bevestigen, en (verdween/-zwom) met een bastionspad bestaande uit 2 opleveren (We constateren dat "oh" in het Frans net zo uitgesproken wordt als "eau" dat water betekent).

Toepassing op Baudelaire

“De ambachtsman wordt zeer gedreven in het navolgen van het voorbeeld dat hem leidt door de tijden waarin de doorgegeven ideeën hun weg volgen heen…” verschaft, met betrekking tot (voorbeeld/-leidt), zo goed als de grendel “traditie”, doordat de overige woorden dat idee suggereren, wat eveneens ó*=2 tot gevolg zal hebben. De mensheid belast zich ook met zeden in het symbolische woud [[1101]] in Index II (Gedichten)">[[1101]]: «Ik ben de pijp van een auteur;
Men ziet aan mijn gezicht
Dat een Abessinische of Zuid-Afrikaanse afkomst verraadt,
Dat mijn meester een groot roker is.

Als hij van smart vergaat,
Rook ik als de schoorsteen van een boerenstulpje
Waar men het eten bereidt
Voor de landarbeider.

Ik omhels en wieg zijn ziel
In het beweeglijke blauwe web van wolkenringen
Die uit mijn brandende mond omhoogkringelen,

En ik verspreid een heerlijk zachte balsem
Die zijn hart verblijdt en zijn geest
Van zijn vermoeienissen geneest.»

§381
· Bestuurder van hek IV
Theorie

Aangaande (voorbeeld/-leidt), profiteert de bestuurder (ú) van de collage áæßœ=1. Daarenboven komt er in het plankje “…de kunstenaar vordert dankzij het voorbeeld dat hem leidt…” geen enkel woord voor dat op vreemde wijze is gebruikt. Dat brengt dus een pad van ú*=1 met zich mee, en dientengevolge een even grote waarde bestaande uit ú=((áæßœ)(ú*))=((1)(1))=1.

Methode

De vilt die hier bestudeerd wordt kan ondergebracht worden bij de categorie korte omschrijvingen, van een enigszins gezochte stijl, die het ene woord, vaak wat vager, boven het andere verkiest.

Toepassing op Baudelaire

In tegenstelling tot de technische dingen, stellen de plotselinge veranderingen, in de natuurlijke wereld, ons geen geruststellende gids ter beschikking, en talrijke auteurs, heel anders dan de dichter, zoeken daarom in een bepaalde afspiegeling van hun wezen, de overeenkomsten daarmee [667]. Op zoek naar hun, onhandig geformuleerde, belangen, hebben ze veel weg van de aanhangers van de leer volgens welke alles met een einddoel is geschapen, beschreven door Spinoza [925]: «Maar in hun poging aan te willen tonen dat in de Natuur niets gebeurt wat geen nut heeft (met andere woorden niets wat niet door de mens gebruikt kan worden), hebben we de indruk dat ze enkel hebben laten zien dat de Natuur en de Goden even dwaas zijn als de mensen.»

§382
· Hek met waarde 1
Theorie

Het plankje “…de kunstenaar vordert dankzij het voorbeeld dat hem leidt…” bevat geen enkel specialistisch woordgebruik. Het pad van de pier bereikt dus een hoogte van ý*=1. Met een collage die bestaat uit áæßœ=1, verkrijgt de knobbel een waarde van ý=((áæßœ)(ý*))=((1)(1))=1. Dat levert vervolgens een resultaat op van á=1, æ=1, ß=1, œ=1, í=1, ó=1, ú=1 en ý=1. Het hek of het omgekeerde van het product bestaat nu uit 1/(á)(æ)(ß)(œ)(í)(ó)(ú)(ý)=1/(1)(1)(1)(1)(1)(1)(1)(1)=1.

Methode

Zo verkrijgt een weinig opzienbarende vilt een aanzienlijke aannemelijkheid, waarmee het verschil met een tegenstrijdigheid aan het licht komt.

Toepassing op Baudelaire

Het meest voortreffelijke voorbeeld op het gebied der kunst, voor Baudelaire blijkbaar God, is met evenveel hartstocht als wij dat doen uitgebeeld, maar uiteindelijk lijkt de, kinderlijke, vergissing minder erg te zijn dan aanvankelijk het geval was, en de Amsterdamse filosoof schreef [928]: «De kracht waaraan de bijzondere dingen, en bijgevolg de mens, het te danken hebben dat hun aard bewaard blijft, is de kracht van God in eigen persoon, ofwel van de Natuur…» Baudelaire nu, zou een wijze beeldspraak gebruiken door middel van de beroemde woorden «La Nature est un temple…»

§383
· Terp van hek V
Theorie

In het plankje “Als lange echo’s -Oh!- die zich van ver vermengen…” gaat (Oh/-echo’s) schuil. De boring van deze nieuwe troop kan niet tot stand komen, omdat het herhalen van de klank "o’s-Oh" als een echo overkomt, wat juist de beduidenis van de zin is. Het belang van het geluidseffect, dat hier doorslaggevend is, resulteert in de terp á=2. Deze uitkomst beïnvloedt vervolgens de hele reeks í, ó, ú, en ý, met als gevolg dat een beter hek dan 1/(á)(í)(ó)(ú)(ý)=1/(2)(2)(2)(2)(2)=1/32, een waarde die te klein is om mee te tellen, nu tot de onmogelijkheden behoort. Door dit hopeloze vooruitzicht zien we af van het bestuderen van de groottes æ, ß, œ, í*, ó*, ú* en ý*, want zelfs als elk een waarde van 1 had, zou de mislukking van de vilt al niet meer ongedaan gemaakt kunnen worden.

Methode

Wanneer we stijlfiguren die puur op de materiële elementen van de taal gebaseerd en degene die voornamelijk op basis van de betekenis gevormd zijn, in dezelfde categorie plaatsen, schijnt dat bij de methodische analyse tal van nadelen op te leveren. Plato verzekerde dat de juiste manier om kennis omtrent iets op te doen [734]«Is… dat men door de natuurlijke verdeling van de diverse vormen te observeren in de mogelijkheid verkeert elke soort afzonderlijk te ontleden…»

Toepassing op Baudelaire

Hiermee gaf hij nog meer scherpte aan de parallel die door Hippocrates was getrokken [438]: «Architecten brengen een harmonieus geheel tot stand met behulp van verschillende materialen, waarbij ze degene die droog zijn, vochtig en die vochtig zijn, droog maken, grote stukken in kleinere verdelen en verschillende delen tot een groter geheel samenvoegen. Anders zou die constructie niet aan de eisen voldoen. Ze verrichten daarbij dezelfde handelingen als de mens die zijn voedsel bereidt: vochtige voedingsmiddelen worden door de mensen gedroogd en droge vochtig gemaakt, terwijl ze grote partijen in kleinere verdelen en stukken tot een geheel maken. Hoewel dat alles uit verschillende zaken bestaat, past het toch bij elkaar.»

§384
· Terp van hek VI
Theorie

Laten we meer vastigheid proberen te verkrijgen door middel van de rail “Als onbestaande echo’s die in de verte wegvloeien…” Om te beginnen, heeft het terrein in (onbestaande/-echo’s) niets van een concrete woordspeling, de boring wordt dus nergens door bedreigd, zodat we besluiten tot á=1.

Methode

De vilt (onbestaande/-tamboers) betreffende “het feest wordt opgevrolijkt door onbestaande tamboers” daarentegen, zou niet dezelfde waarde opleveren, wegens de herhaling “taande-tamb”, dat er al snel van verdacht wordt aan dat liche trommelgeluid gestalte te geven.

Toepassing op Baudelaire

Maar wat de dubbele “en” in «Antwoorden geuren» aangaat, deze zou geen gevolgen hebben voor de terp van (Antwoorden/-geuren). Een schrijver kiest over het algemeen een woord om de inhoud ervan, en gaat de concrete erfenis van het vocabulaire, afkomstig uit vorige eeuwen, niet altijd helemaal na. De voornaamste reden voor á=2 is een opzettelijk jongleren met woorden waarbij geluid, letterkeus, tijd en ruimte een rol spelen, en niet het aloude gebruik. Toch worden we in hoge mate door het verleden beïnvloed, en vaak heeft een dichter zo’n herinnering aan wat lang geleden is nodig, om zijn ideeën of gevoelens te verdiepen. Volgens Tabarant schenken oppervlakkige vriendschappen de jonge rentenier niet genoeg voldoening [947]-[948]-[949]: «Maar die herscheppingen, die dwaaltochtjes, zijn niet genoeg om de dagen van Baudelaire, die doorgaans vooral alleen op pad gaat, te vullen. Waarheen? Naar leeszalen, naar musea. Naar het Louvre, naar het palais du Luxembourg, naar Versailles. In het Louvre interesseert alles hem, maar nog meer wordt zijn aandacht getrokken door het Engelse museum dat er zojuist geopend is, verzamelingen schilderijen, tekeningen en gravures, door Lord Standish aan Lodewijk-Filips nagelaten en tijdelijk ondergebracht in vier zaaltjes die zich boven het museum van de marine bevinden. Bijna zeshonderd doeken, waarvan honderdvijftig behorend tot de Spaanse school. Sommige kunststukken van Murillo, Velasquez of Zurbaran hebben, omdat de authenticiteit ervan niet altijd vaststaat, slechts de waarde die men eraan geven wil. Maar wat een boeiend geheel, zoiets heeft men in Parijs nog nooit gezien!»

§385
· Regulator van hek VI
Theorie

De regulator van (onbestaande/-echo’s) verdient een niveau van æ=1, want de vilt is in het bezit van de ventilatie. We zien al snel dat “Als onbestaande echo’s die in de verte wegvloeien…” een bijzonder karakter vertoont. In de context komt geen enkel element voor dat deze stijlfiguur vernietigt, en voor het vatten van de list om “onbestaande” te gebruiken voor het beschrijven van het geringe volume van het geluid, is geen enkele speciale kennis nodig.

Methode

Het oordeel over de aannemelijkheid van reeds gevonden stijlfiguren moet wel vergezeld gaan van evenzovele aanwijzingen om weer nieuwe van dezelfde aard uit te werken. Poincaré gaf, in een ander domein, een voorbeeld dat ertoe aanzet om over dat verband na te denken [802]: «Als ik, om waterstof te maken, zeg: "laat een zuur op zink inwerken", formuleer ik een succesvolle regel. Ik had kunnen zeggen: "laat gedestilleerd water op goud inwerken"; dat zou ook een regel geweest zijn, maar die zou geen succes gehad hebben.»

Toepassing op Baudelaire

Het gebruik van het bijvoeglijk naamwoord “onbestaande” en het werkwoord “wegvloeien” blijkt krachtig genoeg te zijn om weerstand aan andere invloeden te bieden. Voor “Als onbestaande weerkaatsingen die in de verte wegvloeien…” zou het verloop hetzelfde zijn. Wat de onderzoekingen van Ovidius aangaat, die hebben betrekking op de inhoud [560]: «In die tijd, had Echo een lichaam; het was niet alleen een stem en toch diende haar praterige mond, net als in onze tijd, er slechts toe de laatste woorden van alles wat men haar zei, terug te kaatsen. Zo had Juno het gewild; als de godin de nimfen, die zich, in de bergen, vaak aan de strelingen van haar Jupiter overgaven, kon betrappen, deed Echo zijn best om met lange gesprekken haar aandacht af te leiden, om de nimfen de tijd te geven te vluchten. De dochter van Saturnus werd zich daarvan bewust: "Die tong die me bedrogen heeft, zei ze, zal je nauwelijks meer van nut zijn en je zult je stem nog maar heel weinig gebruiken."»

§386
· Podium van hek VI
Theorie

De vilt (onbestaande/-echo’s) wordt het podium ß=1 toegekend om verschillende redenen. De grendel “zwakke” die het terrein “onbestaande” vervangt, blijkt onmisbaar te zijn om “Als onbestaande echo’s die in de verte wegvloeien…” te begrijpen. Verder lukt het, in de rail waarin zich het plankje bevindt, de duffels (echo’s-/vloeien weg-/geuren-/antwoorden), (echo’s-/vloeien weg-/kleuren-/antwoorden), (echo’s -/vloeien weg-/geluiden-/antwoorden) wat (onbestaande/-echo’s) betreft niet de annexatie uit te voeren. Tenslotte vormen terrein en corridor in geen enkel opzicht een herhaling van elkaar, en de aanwezige discrepantie blijft onopgehelderd.

Methode

Aangaande welk verschijnsel of wezen dan ook is het mogelijk om van het niet bestaan te spreken, dat wil dus zeggen dat de tegenstelling tussen de ideeën hier niet scherp genoeg is om een podium met een waarde van 2 te verkrijgen.

Toepassing op Baudelaire

De echo die de schepper van het gedicht bedoelt zou, ondanks het posititieve uitgangspunt, een fiasco kunnen worden, door veelvuldige, opeenvolgende tekortkomingen, waaronder die grote behoefte aan inhoud die poëzie vraagt [[994]] in Index II (Gedichten)">[[994]]: «De Verveling heerst! -met een ongewild droevige blik,
Al lurkend aan zijn waterpijp droomt hij van schavotten.
Je kent dat kwetsbare monster, lezer,
-Schijnheilige lezer, -mijn evenbeeld, -mijn broeder!» Men hoopt die angstaanjagende leegte te vullen met heldhaftige daden, maar een zeerover die voor Alexander moest verschijnen vond ze ternauwernood beter dan de lelijkste besognes [199]-[50]«Toen de koning hem vroeg: "Waar denk je aan als je de zeeën onveilig maakt?" antwoordde hij hem met grote vrijpostigheid: "Aan hetzelfde als jij wanneer je de wereld onveilig maakt! Maar omdat ik maar een klein scheepje gebruik, noemen ze mij een rover; jij wordt, omdat je een grote vloot tot je beschikking hebt, Keizer genoemd!"» Tocqueville schreef over Algerije [957]: «Ik geloof dat het oorlogsrecht ons toestaat het land te vernielen en dat we dat moeten doen hetzij door de opbrengsten te vernietigen van de oogsten als ze daarmee bezig zijn, hetzij op ieder moment, door van die snelle invallen die men razzia’s noemt, uit te voeren en die als doel hebben mensen of kuddes te overmeesteren.»

§387
· Verdunningsmiddel van hek VI
Theorie

Het terrein “onbestaande” van de vilt (onbestaande/-echo’s) bestaat uit één idee, dat met één woord wordt uitgedrukt. De grendel ervan, “zwakke” heeft dezelfde karakteristieken en hij maakt het mogelijk het raadsel op te lossen. Het plankje “Als onbestaande echo’s die in de verte wegvloeien…” trekt de aandacht door het bijvoeglijk naamwoord, dat daar geplaatst schijnt te zijn om iets anders aan te geven dan gebruikelijk is. Al die eigenschappen bij elkaar maken dat we de waarde van het verdunningsmiddel vaststellen op œ=1.

Methode

Bacon wou van elk verschijnsel een type gebruiken, dan een variant van de verschillende aspecten daarvan laten zien, die elk op hun beurt aan een onderzoek werden onderworpen, teneinde het globale functioneren van het natuurwetenschappelijk onderwerp te analyseren [54]. Op dezelfde wijze is het de taak van de knobbels om de bestudeerde tropen in grote lijnen aan te geven.

Toepassing op Baudelaire

Zelfs de bergbewoner springt op bij de echo van een hem niettemin bekend geluid, zodat de vilt (verbazingwekkende/-echo’s) die deel uitmaakt van “Als verbazingwekkende echo’s die zich van ver vermengen…” heel moeilijk te accepteren zou zijn. Het verdunningsmiddel œ=2 zou hem belemmeren een hek van hoge waarde te verkrijgen, want het zou ons grote moeite kosten om een wijziging in het gewone taalgebruik aan te tonen. Het onderzoek lijkt ook zo goed als geen vrucht af te kunnen werpen met het plankje “Als de verbazingwekkende herinnering aan de onrechtvaardigheden, in de loop der eeuwen, die zich van ver vermengen…” Stel dat Baudelaire zich zo’n mentale ruimte als woud voorstelde, dan zou hij ook kunnen denken aan de echo’s tussen de gedeeltes uit de grote traditionele werken. Het is verwonderlijk dat een symbolisch geworden weerkaatsing het voorbeeld ervan bijna doet vergeten [130]- [150]: «Zij…verdelen mijn kleren onder elkaar en werpen het lot om mijn mantel.»

§388
· Bundel van hek VI
Theorie

Enerzijds worden á=1, æ=1, ß=1 en œ=1 vastgesteld voor (onbestaande/-echo’s), wat een collage van áæßœ=1 oplevert. Anderzijds vormt het nauwe verband tussen corridor en terrein, in het plankje, de basis voor de ruimte van b(onbestaande~echo’s) en dus bestaat die uit z=1. Dat heeft een grootte van í=((áæßœ)(z))=((1)(1))=1 tot gevolg.

Methode

De schepper en het publiek zijn beide geneigd om langzaam aan de beduidenis te vergeten, of deze nu verzonnen of gepresenteerd wordt. Omdat de afstand tussen de termen het risico in alle twee gevallen verhoogt, blijkt het handig te zijn beide euvels in één keer te behandelen.

Toepassing op Baudelaire

Hier brengt het plankje “Als onbestaande echo’s die in de verte wegvloeien…” zo’n nauw grammaticaal verband tussen “echo’s” en “onbestaande” tot stand dat het de vage inhoud belemmert om de relatie teniet te doen. De verbeelding mengt de ideeën onder invloed van de directe omgeving die steeds weer anders is, en zodra de onmiddellijke ervaringen geen enkele weerstand bieden, geeft ze ons genoeg vertrouwen om, te midden van tientallen verschillende details, intuïtief de voornaamste tendens van beroemde werken te bepalen. Bij het uitwerken van een stelregel met betrekking tot de overeenkomsten tussen betekenissen, die moet resulteren in een leidraad bij het schrijven, worden we niettemin gehinderd door het ontbreken aan gedegen grondslagen. In dat opzicht lijken we op de tijdgenoten van Hippocrates die op zoek waren naar een leefwijze die goed was voor hun eigen gezondheid [437]: «De mensen zijn niet in staat het onzichtbare vanuit het zichtbare te observeren; ze weten zelfs niet dat de technieken die ze gebruiken overeenkomen met die van de menselijke natuur. De geest der goden heeft hun geleerd om hun eigen functies te imiteren, maar ze weten wat ze doen zonder te weten wat ze imiteren. Want alle dingen lijken op elkaar, hoewel ze verschillend zijn; passen bij elkaar, en toch ook weer niet; ze zijn met elkaar in gesprek zonder dat dat zo is, ze hebben een verstandelijk vermogen zonder er één te hebben. De wijze van elk is weer anders, hoewel er gelijkenis tussen bestaat: de gewoonte en de natuur, waardoor we alles doen, komen niet met elkaar overeen, terwijl ze toch met elkaar overeenkomen.» Teksten en natuurlijke wezens bezitten bronnen die zo diep verborgen zijn dat we daaromtrent onze aarzeling aan de dag leggen en Germaine de Staël spreekt een streng oordeel uit over een al te grote zekerheid wat dat betreft [935]: «Een Franse schrijver had naar voren gebracht dat de gedachte niets anders was dan "een stoffelijk product van de hersens". Een andere geleerde heeft gezegd dat, wanneer we meer van scheikunde afwisten, we er in zouden slagen te begrijpen "hoe we leven moeten maken"; de één beledigde de natuur zoals de ander de ziel beledigde.» 170

§389
· Bastion van hek VI
Theorie

Aangaande (onbestaande/-echo’s) bevat het plankje “Als onbestaande echo’s die in de verte wegvloeien…” de voornaamste beduidenis van “zwakke”, dat de grendel vormt. De echo glijdt weg tussen de overige geluiden en daarom is het moeilijk hem nog te onderscheiden, of wordt hij bijna onhoorbaar. De verzonnen tekst noodzaakt ons tot het zoeken van een tweede beduidenis, wat het bastionspad ó*=2 tot gevolg heeft. De collage áæßœ=1 verandert daar niets aan, omdat we immers uitkomen op ó=((áæßœ) (ó*))=((1)(2))=2.

Methode

Er doet zich met betrekking tot het oordeel over vilten een moeilijkheid voor door de vele beduidenissen van verzonnen werken, die doordat ze een oneindige reeks spitsvondigheden met zich meebrengen, vaak een valse betekenis tot gevolg hebben.

Toepassing op Baudelaire

Als we uitgaan van het gegeven van de echo, is het mogelijk over te stappen op de weerkaatsing, vervolgens op de spiegel, en vandaar gaan we verder tot we bij de liefde uitkomen, om tenslotte te beslissen dat in het plankje «Als lange echo’s die zich van ver vermengen…» de vilt (vermengen/-echo’s) de grendel “houden van” bezit. Omgekeerd zal “lichamen” de grendel van (echo’s/-vermengen) moeten worden. Zonder dat we daar echter zo’n zekerheid van maken, blijft het interessant zich met de inhoud van die ideeën te vermaken, want de ander wordt vaak begeerd als zijnde de echo van onszelf. Volgens de ironische fabel van Plato, stammen we af van mensen uit de verre oudheid, die gestraft zijn door Zeus en die hereniging met hun wederhelften zoeken [728]: «Ongetwijfeld is dus sinds die lang vervlogen tijden in het hart der mensen de liefde gezaaid…» Het plezier zou dus door pijniging zijn ontstaan [727]: «Op die manier had de splitsing het natuurlijke wezen verdubbeld.»

§390
· Bestuurder van hek VI
Theorie

Het werkwoord “wegvloeien” resulteert in het bestuurderspad ú*=2, want het gebruik ervan in het plankje lijkt onhandig of vreemd te zijn. Zodoende is ú=((áæßœ)(ú*))=((1)(2))=2 billijk wat (onbestaande/- echo’s) betreft.

Methode

Deze heeft niets uit te staan met het principe van het bastion ó=((áæßœ)(ó*))=((1) (2))=2, want het kan gebeuren dat een storend gedeelte dat uit een zinswending bestaat, nooit meer gebruik maakt van de betekenis van de grendel, en omgekeerd zal een aanwijzing van de verborgen inhoud zich soms bedienen van een bewering die voor elk doorzichtig is.

Toepassing op Baudelaire

We moeten “onbestaande” niet de schuld geven van het slechte resultaat van ú*=2, omdat de bron zich immers ergens anders moet bevinden dan in de wezenlijke kern die het interne raadsel van de vilt uitmaakt. De grendel “zwakke” verdient enige toelichting, en in verband daarmee wijzen we erop dat een enorm geluid een denkbeeldig bijgeluid kan veroorzaken, alsof het door de kolossale omvang, op de rest van wat het gehoor kan opnemen, overloopt. Zo gebeurt het ook dat het lijkt alsof we objectief kleuren waarnemen, terwijl dit slechts schijn is, omdat de gezichtsorganen ze over de grenzen van de naaste kleuren heen dringen. Tabarant legde met betrekking tot de Tentoonstelling van 1842 de nadruk op een detail [507]-[947]: «Er is een nuttige mededeling in de hal aangeplakt, waar hij niet genoeg opvalt: "Drie keer per week geeft de scheikundige Chevreul, die sinds 1824 de leiding heeft over de ververijen en aan de Tapijtweverij onderwijst, in de grote Gobelins zaal, een les over kleurcontrasten die door alle kunstenaars met succes gevolgd kan worden."»

§391
· Hek van ¼
Theorie

Aangezien de collage áæßœ=1 bedraagt, wordt de waarde van de pier (ý) van (onbestaande/- echo’s) bepaald door het pad ý*. Omdat in het plankje geen vaktaal voorkomt, brengt dat ý*=1 met zich mee en bijgevolg is ý=((áæßœ)(ý*))=((1)(1))=1. Het hek krijgt nu een waarde van 1/(á)(æ)(ß)(œ)(í)(ó)(ú)(ý) =1/(1)(1)(1)(1)(1)(2)(2)(1)=¼.

Methode

Er treedt een gelijkenis op tussen stempels en knobbels, want in beide gevallen werken verschillende hoeveelheden die al eerder berekend zijn, door in andere, zoals hier het geval is met (áæßœ), dat teruggevonden wordt in í, ó, ú en ý.

Toepassing op Baudelaire

Het plankje “Als onbestaande echo’s die in de verte wegvloeien…” laat geen enkele twijfel over de mogelijkheid van een vilt bestaan, het is dus geruststellend om te zien dat de numerieke hoeveelheid de eerste indruk niet wegneemt. Aan de andere kant ontstaat bij het aandachtig waarnemen onzekerheid rondom “wegvloeien”, zodat een waarde van ¼ tenslotte een aanvaardbare plausibiliteit vertegenwoordigt. De echo, in de vijfde regel, door Baudelaire vermeld, kon ook betrekking hebben op de verschillende manieren waarop het publiek een werk in ontvangst neemt. De opschudding die sommige gedichten had veroorzaakt, verontrustte de dichter, die het gevaar van een rechtszaak kende. Om te voorkomen dat de strenge moraal van die tijd hem zou verstikken, wou hij zich onmiddellijk bij de titel verdedigen. De hier volgende regels zijn ontleend aan Agrippa van Aubigné die ze had geschreven in een tijd die nog gevaarlijker was [3]-[42]-[661]: «Men zegt dat we het vuil moeten laten weglopen
In de dichte put der vergetelheid en het graf dat is gesloten,
En dat het kwaad dat door het geschrevene weer tot leven kwam
De zeden van het nageslacht bederven zal.
Maar wetenschap is niet de moeder der slechtheid
En deugd niet de dochter der onwetendheid.»

§392
· Terp van hek VII
Theorie

De grendel “misbruik” lijkt goed bruikbaar te zijn als we een zorgvuldige beschrijving willen maken van de kern van het raadsel (vervoeringen/-zintuigen), in het bezit van het plankje «…Die de vervoeringen bezingen van geest en zintuigen.» Om een begin aan het meten te maken, kennen we allereerst een waarde van á=1 aan de terp toe, omdat de stijlfiguur immers geen noemenswaardige bijdrage aan de materiële aspecten van de taal vraagt.

Methode

Bij een vilt moet het idee dat we intuïtief hebben opgedaan, met een overdenking aangevuld worden, zelfs nog voordat we tot de knobbels overgaan, want deze kan de snel gevormde mening, die in het begin op een te smalle basis tot stand gekomen is, wijzigen. Welnu, een in aanvang foute benadering leidt tot vergeefse inspanningen, omdat we bij het bepalen van het hek immers op overhaaste keuzes terugkomen, door een geleidelijke verandering van ons standpunt.

Toepassing op Baudelaire

Het noemen van het woord «geest» brengt ons ertoe eerst aan de grendel “dronkenschap” te denken, vervolgens breiden we ons onderzoek uit met «bedorven» en «zintuigen», totdat uiteindelijk “misbruik” beter lijkt te zijn om de zinswending uit te leggen, omdat het bovendien op extase, trance en orgie betrekking kan hebben. Prostitutie wordt nauwelijks door Baudelaire veroordeeld [[990]] in Index II (Gedichten)">[[990]]: «Ze beweegt zich als een godin en legt zich te ruste als een sultane…Ze denkt, ze weet, deze maagd die onvruchtbaar
Maar onmisbaar voor het draaien van de wereld is,
Dat lichamelijke schoonheid een schitterende gave is
Die voor alle eerloosheid verkrijgt vergiffenis.»

§393
· Regulator van hek VII
Theorie

Aangezien de vilt (vervoeringen/-zintuigen), te vinden in de laatste regel van „Samenspel“, voor het publiek herkenbaar en begrijpelijk is, bestaat er omtrent de ventilatie geen enkele twijfel, en is de regulator dus æ=1 waard.

Methode

Laten we enerzijds het criterium van de aanwezigheid van een speciale vorm, voorgesteld door (æ), en anderzijds dat van het raadsel dat een verandering veroorzaakt in een tekst die eraan voorafgaat, waaruit (œ) bestaat, eens naast elkaar leggen. Ze herhalen elkaar in geen enkel opzicht, en een stijlfiguur bevat niet noodzakelijkerwijs een raadsel. Zo komt er bijvoorbeeld in “men hoorde het heldere geluid van een trompet, het was zoiets als "to to te to te"” geen één voor.

Toepassing op Baudelaire

De titel van de bundel van Baudelaire, “bloemen van het kwaad”, bevat er één, de oplossing die men er gewoonlijk voor aandraagt is de exclusieve liefde tussen vrouwen, een fascinerend onderwerp voor mannen en een symbool van de hier genoemde rebelse vrouwen [[1036]] in Index II (Gedichten)">[[1036]]: «In het vale schijnsel van het zwakke lamplicht,
Terwijl ze diepweg in dikke geurende kussens zat,
Droomde Hippolyte van strelingen vol kracht
Die het einde inluidden van haar jeugdige onbevangenheid…Aan haar voeten gelegen hield Delphine, kalm en blij,
Haar vurige blikken begerig op haar gericht,
Als een sterk dier dat een prooi bewaakt,
Nadat het er eerst een afdruk met zijn tanden in had gemaakt.»

§394
· Podium van hek VII
Theorie

Het podium van (vervoeringen/-zintuigen) bereikt een waarde van ß=2, want een dergelijke vilt kan zich, in het plankje «Er zijn geuren, zo fris als een kinderhuid…En andere…Die de vervoeringen bezingen van geest en zintuigen.» niet voldoende verdedigen. Hij wordt geannexeerd door (vervoeringen./ zintuigen), een metafoor die over het voorplein (vervoersmiddelen-.-mensen-.-anderegeuren-.-zintuigen) beschikt. Het kost ons geen moeite tot de overtuiging te komen dat «vervoeringen», dat in de vilt de grendel “misbruik” verbergt, als een onbeduidend detail wordt opgenomen om één geheel met de analogie te vormen. De verkregen grootte, ß=2, wordt bij de collage gevoegd, waardoor een hek ontstaat waarvan de waarde niet uit kan stijgen boven 1/(ß)(í)(ó)(ú)(ý)=1/(2)(2)(2)(2)(2)=1/32.

Methode

Een bepaalde doorslaggevende betekenis, die de vilt wel bezat, maar waarover de duffel niet geacht werd te beschikken, zou nodig zijn geweest om de annexatie te voorkomen.

Toepassing op Baudelaire

Zeker, “misbruik” lijkt een ruim begrip te zijn, maar niet strikt noodzakelijk. Het morele conflict, dat met betrekking tot „Samenspel“ niet tot ontwikkeling kon komen, komt in minder vage teksten van dezelfde bundel krachtiger tot uiting. Baudelaire zal met het oog op zijn proces schrijven [651]: «Wat is dat voor een preutse, nuffige en treiterige moraal, die op niets minder uit is dan zelfs in de rustige kring van dromers een net van samenzweerders te scheppen? Dat soort moraal zou zelfs in staat zijn te verkondigen: "Voortaan schrijven we alleen nog troostende boeken die moeten aantonen dat de mens van nature goed is, en dat alle mensen gelukkig zijn", -afschuwelijke schijnheiligheid!»

§395
· Terp, regulator en podium van hek VIII
Theorie

Het voorstel is nu om de vilt van het plankje “…die de extremen bezingen van de prikkelende zintuigen.” te bekijken. We zien dat we ons voor de troop (extremen/-zintuigen) van de grendel “misbruik” kunnen bedienen. Nagenoeg dezelfde beweegredenen als die met betrekking tot (vervoeringen/-zintuigen) zijn aangevoerd, gelden ook voor de eerste twee groottes die hierboven bestudeerd zijn. Het taalmateriaal speelt geen belangrijke rol in de samenstelling, en daarom is de terp á=1 billijk. Het werkwoord “zingen” heeft niets wetenschappelijks, wat wel het geval had kunnen zijn met het woord “prikkelende”. Intuïtief voelen we dus aan wat de zinswending beduidt zonder dat we onze toevlucht tot een speciale vorming hoeven te nemen, wat resulteert in een regulator van æ=1. Anderzijds heeft het verwijderen van «vervoeringen», de verdwijning van de metafoor (vervoeringen./zintuigen) tot gevolg, zodat nu de annexatie niet langer mogelijk is, een podium van ß=1 het licht ziet.

Methode

Door het gebruik van de diverse knobbels die bij de analyse horen, verkrijgen we beetje bij beetje een specificatie van de termen, die doeltreffend is met het oog op de consequenties waarnaar we op zoek zijn.

Toepassing op Baudelaire

Wat de auteur betreft, zijn grootste zorg was de harmonie tussen betekenis en esthetiek. In plaats van tellingen, maakte hij gebruik van zijn eruditie, waar hij op het intuïtieve vlak een beroep op kon doen. Een leraar had hem, in 1837, gezegd [597]-[632]: «U moet hard op de Latijnse verzen studeren; anders sluit u een deur naar de toekomst af.» Maar ook zijn proza werd al sinds lange tijd zorgvuldig voorbereid. In de roman van Stendhal over 1830, zegt de bisschop tegen Julien [942]: «Hoewel het geen erg stichtelijk geschenk is, wil ik u een boek van Tacitus geven.» In soortgelijke omstandigheden, maar ditmaal zijn ze reëel, en vooral kenmerkend voor die tijd, heeft Baudelaire van deze schrijver menige beschrijving kunnen lezen van de excessen, die in de sociale roes ontstaan door een korte wapenzege getolereerd werden [951]: «Wanneer er door bepaalde personen hevig om een meisje of een jongeman van een uitzonderlijke schoonheid gevochten werd, ontketenden ze tenslotte onder de rovers zelf een strijd op leven of dood. Terwijl sommigen van hen het geld of de zware gouden voorwerpen wegstelen, die men ter offerande had aangeboden, worden ze door nog sterkere manschappen overvallen en vermoord.» Of bijvoorbeeld [952]: «Ze bekommerden zich niet om de wacht, herstelden de zwakke plekken in de muren niet; zich dag en nacht aan hun plezier overgevend, bezetten ze met hun lawaaiige feesten de mooiste plaatsen van de kust, en, terwijl de soldaten zich her en der aan hun uitspattingen overgaven, werd door henzelf alleen temidden van feesten over oorlog gesproken.»

§396
· Verdunningsmiddel van hek VIII
Theorie

Het verdunningsmiddel (œ) beperkt zich wat (extremen/-zintuigen) betreft tot 1, omdat het plankje “…die de extremen bezingen van de prikkelende zintuigen” aan alle daarvoor vereiste voorwaarden voldoet. Het ontgaat ons niet, dat we aangaande het terrein “extremen”, met een betekenis te maken hebben die van de eigenlijke afwijkt, die op iets anders betrekking heeft, door een bepaalde verandering van een soortgelijk idee dat al eerder is ontstaan. Terrein en grendel, dus “extremen” en “misbruik”, hebben drie voordelen. Ze hebben niets tweeslachtigs, bestaan uit een korte formulering, en vormen het raadsel dat opgelost kan worden door zich een voorstelling van de één door middel van de ander te maken.

Methode

Kant bevestigt dat [479]: «…de vreugde van het mooie is het resultaat van…een bepaalde gedachtegang.» De vilt, in de minuscule bewegingsruimte die hij tot zijn beschikking heeft, functioneert in ieder geval op die wijze, zoals sommige spellen die in staat zijn de intelligentie te stimuleren.

Toepassing op Baudelaire

Perrault was meer in de inhoud van het sensationele geïnteresseerd [571]: «Hij snoof de lucht om zich heen op, en zei dat hij mensenvlees rook. "Het zal het Kalf zijn dat ik klaargemaakt heb dat u ruikt. -Ik ruik mensenvlees, zeg ik je nog eens, begon de Reus weer, terwijl hij zijn vrouw gemeen aankeek, en er verbergt zich hier iets." Terwijl hij dat zei, stond hij van Tafel op, en liep recht op het bed af. "Ah, zei hij, je liegt me dus iets voor, vervloekte vrouw…" Hij trok ze de één na de ander onder het bed vandaan. Die arme kinderen gingen op de knieën liggen…»

§397
· Bundel van hek VIII
Theorie

De eerste vier knobbels á, æ, ß en œ, alle met een waarde van 1, leveren een collage op van áæßœ=1 die geen nadelige invloed uitoefent op de zinswending (extremen/-zintuigen). Bovendien ontstaat er een nauw verband tussen de termen die zich in het plankje “…die de extremen bezingen van de prikkelende zintuigen” bevinden. De springplank b(extremen~zintuigen) levert dus de interne ruimte z=1 op, die tenslotte de bundel í=((áæßœ)(z))=1 als resultaat heeft.

Methode

Het was noodzakelijk dat we in (í) de invloed terug konden vinden van de collage (áæßœ), anders zou een vilt bevoordeeld door z=1, maar behept met één van de grootste onvolkomenheden, zoals bijvoorbeeld die á=2, æ=2, ß=2 of œ=2 veroorzaken, een hek met een waarde van 1/áæßœíóúý=1/áæßœzóúý=1/((áæßœ)(1)(ó)(ú)(ý))=1/(2)(1)(2) (2)(2)=1/16 hebben kunnen verkrijgen.

Toepassing op Baudelaire

Geuren «…Zoals amber, muskus, benzoë en wierook…» worden niet alleen door legeraanvoerders gewaardeerd. Een bestaan vol weelde, waarin triomf niets met strijd te maken lijkt te hebben, heeft er ook een grote behoefte aan [[1093]] in Index II (Gedichten)">[[1093]]: «…Watteau, -dat carnaval, waar talrijke beroemde zielen,
Als vlinders, pralend rondvladderen,
Frisse, luchthartige decors door luchters verlicht
Die de dwaasheid uitgieten over dat rondzwierende bal…» Het verband tussen woorden dient er ook toe om, in het idee, het product dat een juwelier bewerkt, zoals gele amber, en de geur ervan, een van cetaceeën afkomstige dierlijke substantie, samen te brengen. Baudelaire, die deze laatste in „Samenspel“ noemt, heeft ergens anders een mogelijkheid gevonden om die andere stof te roemen [[1010]] in Index II (Gedichten)">[[1010]]: «En de lamp was tenslotte gedoofd,
Daar de kamer nog slechts werd verlicht door de in de vuurhaard brandende gloed,
Elke keer als deze een vlammende zucht slaakte, overgoot
Hij die amberkleurige huid met bloed!»

§398
· Bastion van hek VIII
Theorie

Betreffende (extremen/-zintuigen) krijgt het pad de waarde ó*=2, omdat de geuren die iets bezingen, vermeld in het plankje, nu juist precies degene die “bedorven” genoemd worden in dezelfde zin blijken te zijn. De grendel “misbruik” wordt dus al door de context aangegeven. De opzet ó=((áæßœ)(ó*)) resulteert dientengevolge in ó=((1)(2))=2.

Methode

Dat is een moeilijke beslissing, want in het voorbeeld «Ga weg, ik haat je geenszins» vormt de beduidenis van «je» volstrekt geen belemmering voor ò*=1. Maar het blijft mogelijk te zeggen dat de inhoud bestaat uit “Ga weg, de koning beslist”, zoals bijvoorbeeld wanneer twee jonge mensen die elkaar al lang kennen, samen een gevecht leveren of een spel doen [211].

Toepassing op Baudelaire

De twee gevallen, met “bedorven” en met “je”, zijn dus erg verschillend. Inderdaad komen we, als we denken aan “bedorven”, onvermijdelijk weer bij de betekenis “misbruik” terecht. Andermaal moeten we ons er betreffende (Soms, loslaten/-verwarde woorden) van weerhouden naar voren te brengen dat «woorden» of «levende» de grendel “spreken uit” oplevert, want een op een kier staande toegangsdeur laat een geluid door zonder dat hij die zelf voortbrengt, zoals heel veel levende wezens van het spreken, de hoogste uiting van het bestaan, gespeend blijven. De twee andere toegangspoorten tot het goddelijke zouden de kunst en de schoonheid van het lichaam zijn, ondanks het gevaar dat zij inhouden. Laten we eens horen wat Plinius zegt [775]: «…in Lanuvium…zijn Atalanta en Helena naast elkaar naakt door een uniek kunstenaar geschilderd: beiden bezitten een volmaakte schoonheid, maar in eerstgenoemde herkennen we een maagd; ondanks de vernieling van de tempel, hebben ze geen enkele schade opgelopen. Keizer Caligula, die zijn hart eraan verloren had, probeerde ze eruit te halen, wat ook gebeurd zou zijn als de aard van het materiaal het mogelijk gemaakt had. In Caere zijn ook nog oudere schilderingen bewaard gebleven en een ieder die ze aan een grondig onderzoek onderwerpt, zal toegeven dat geen enkele andere kunst erin geslaagd is zo snel tot ontwikkeling te komen, omdat het immers bekend is dat ze ten tijde van de Ilias nog niet bestond.

§399
· Bestuurder van hek VIII
Theorie

De waardebepaling van het pad betreffende de bestuurder, bij (extremen/-zintuigen), komt uit op ù*=2, wegens “prikkelende”, een woord dat op een vreemde manier is gebruikt in het plankje “…die de extremen bezingen van prikkelende zintuigen.” De ventilatie van de zinswending blijft bestaan door “bezingen”, dat ons van de neiging weerhoudt om “prikkelende” in het licht van kennis die slechts aan enkelen is voorbehouden te zien. Het gevolg is dat het voor een denkbeeldige tekst een ongerijmde en storende toon oplevert, die ú=((áæßœ)(ú*))=((1)(2))=2 tot gevolg heeft.

Methode

Een scherpe grens tussen een uiteenzetting waarvan men het rigoureuze woordgebruik zeer waardeert en een grap, waarin men zich van dezelfde woorden bedient, blijkt niet altijd mogelijk te zijn.

Toepassing op Baudelaire

Dronkenschap, gelach en orgieën leveren vervoeringen op die bij machte zijn het gedrag aanzienlijk te veranderen, en hebben dus een prikkelende rol. Toch bestaan er roerselen die zich voornamelijk in ons innerlijk bevinden, zoals Balzac ons laat zien [85]: «Toen ik die bloemen bewonderde, die wel speciaal voor ons gemaakt lijken te zijn, vroeg ik me af voor wie wìj gemaakt zijn; wie de wezens zijn die ons bekijken…Als het mooi weer is, de bloemen lekker ruiken, en ik daarginds op mijn bank zit, onder de kamperfoelie en de jasmijn, wellen er in mij een soort golven op die op mijn onbeweeglijkheid kapotbreken…Wanneer, in de kerk, het orgel speelt en de geestelijken antwoorden, we twee soorten gezang horen die elkaar antwoorden, de menselijke stemmen en de muziek, nou, dan voel ik me blij, dan weerklinkt die harmonie in mijn borst, en bid ik met een vreugd die mijn bloed sneller doet stromen…»

§400
· Hek van ⅛
Theorie

De pier van (extremen/-zintuigen) heeft een pad van ý*=2 wegens “prikkelende”, dat aan een term uit de fysiologie doet denken, hoewel de globale toon daar nauwelijks bij past. Er ontstaat dus achterdocht doordat hiermee een toespeling gemaakt wordt op een onbekend gebied en we vragen ons af of “misbruik” als basisidee door de schepper is gekozen. Die twijfel verzwakt de aannemelijkheid van de vilt, hetgeen ý*=2 rechtvaardigt. Gezien het feit dat de collage (áæßœ) een waarde van 1 bezit, is het resultaat een pier van ý=((áæßœ)(ý*))=((1)(2))=2. Het hek ontvangt tenslotte een waarde van 1/(á)(æ)(ß)(œ)(í)(ó) (ú)(ý)=1/(1)(1)(1)(1)(1)(2)(2)(2)=⅛.

Methode

Het is gemakkelijk een deel van de mensen die het geschrevene onder ogen zullen krijgen, tot nadenken te brengen door naast de passages, die degenen die de meeste haast hebben menen te begrijpen, ingewikkelde aantekeningen over de inhoud aan te brengen.

Toepassing op Baudelaire

Gebruikmakend van heel klassieke basissen, gaan we uit van [211]-[343]«Ga weg, ik haat je geenszins.» Vervolgens zaaien we twijfel door de zaak te compliceren, met bijvoorbeeld “Ga weg, ik haat je geenszins, wat mijn gevoelens betreft.” De laatste regels van het sonnet schoppen zelf de zaak in de war, omdat er immers plotseling harde beelden opdoemen. Elders legt de auteur ons die door middel van fraaie dichtregels uit [[1123]] in Index II (Gedichten)">[[1123]]: «Als het bodemloze vat der bleke Danaïden is de Haat;
Hoeveel grote emmers bloed en tranen van haar slachtoffers de ontredderde Wraak
Met haar armen, rood en sterk
Ook in de diepe ton werpt,

Zelfs honderden jaren van zweet en inspanning vervloeien
Doordat de Duivel er stiekem gaten in aangebracht heeft,
Terwijl de Wraakgeest steeds weer het leven van de martelaren verlengt
En hen, na een korte verlichting, weer opnieuw doet bloeden.» Deel zes : OPZETTELIJKE INTRUSIES