Het essay — Index V

Index V — Langste optellingen

Langste optellingen

Onderstaand schema biedt een overzicht van de fronten, aangeduid met stipjes, en de vakjes die
overblijven, vermeld tussen haakjes:

-0°).//-1°)(La)..(un)..(de)../-2°)...(de)../-3°)(L')...(à).(des).(de)./-4°)....(des)..//-5°).(de)..(qui)(de).../-6°).(une).
(et)../-7°)..(la)..(comme)(la)./-8°)(Les).(les).(et)(les)...//-9°)(Il).(des)...(des).(d')./-10°)..(les)...(les)./-11°)(Et)
(d')...(et).//-12°).(l').(des)../-13°).(l').(le).(le).(et)(l')./-14°)..(les).(de)(l').(et)(des).

Wat alinea 77 in ’t bijzonder betreft, moet men beginnen na (1); (3) en (4) ervan aftrekken, wat tot aan het
einde vijfenvijftig fronten oplevert, waarbij zich de volgende zeven woorden voegen: “/////(L')homme passe
(à) travers (des) forêts (de) symboles Qui l'/////observent avec des regards familiers” (De mens gaat er
door wouden van symbolen die hem gadeslaan met vertrouwde blikken.) De genoemde uitkomst van
tweeënzestig fronten is dus wel degelijk bereikt.

Aangaande alinea 79, met de woorden “choses (du) temple” (dingen van de tempel) , is de tekst sterk
gewijzigd, maar de telling vraagt slechts om geduld. Volgens hetgeen alinea 80 voorstelt, worden (1) en
(2) vervangen door “En ce temple les piliers/////(de) (la) Nature (sont) vivants (et) Laissent parfois sortir
(de) confuses paroles…” (In deze tempel zijn de pilaren van de Natuur levend en Laten soms verwarde
woorden los…) We beginnen hier de fronten opnieuw te tellen vanaf regel (3) op een gebruikelijker wijze.
Men moet dan (8) aftrekken, en, na (14) er “(Les) parfums, (les) couleurs (et) (les) sons (de) (leurs) belles
voix mêlées se///répondent”, aan toevoegen (De geuren, de kleuren en de geluiden geven elkaar met hun
mooie, door elkaar klinkende stemmen, antwoord.) Wat betreft (3), (4), (5), (6), (7), (9), (10), (11), (12),
(13), (14), zijn nu zevenenvijftig fronten overgebleven en zeven worden eraan toegevoegd voor het
verzonnen begin, plus nogmaals zeven door het gewijzigde einde dat we net hebben beschreven.
Bijgevolg stijgt het totaal tot éénenzeventig.

Alles bij elkaar genomen komen er 74 fronten in het sonnet voor; de berekening staat in paragraaf 106: 1
voor de titel; 23 in het eerste kwatrijn; 20 in het tweede; 16 in de eerste terzine; 14 in de tweede. In
paragraaf 115 wordt in de achtste regel de afstand van «homme» tot aan de term «parfums» op 26 fronten
berekend. Paragraaf 122 vermeldt er 37 tussen «Nature» en «parfums»; 38 tussen «Nature» en
«couleurs», vervolgens, nog steeds in de achtste regel, 35 tussen «temple» en «parfums», en tenslotte 36
tussen «temple» en «couleurs», hetgeen allemaal uitgebreid herhaald wordt in paragraaf 123.

In paragraaf 127 komen we weer het aantal van 53 fronten tegen tussen «temple» en «corrompus» en er
worden er twee aan toegevoegd voor de afstand tussen «Nature» en «corrompus». In paragraaf 130
worden van «corrompus» tot «sens» 15 fronten geteld. Een gewijzigde tekst levert in paragraaf 135 het
aantal van 59 fronten op tussen “piliers” enerzijds en “forêts” anderzijds: voor regel twee moeten er 5
gerekend worden, vervolgens 50 fronten (namelijk 20+16+14) met het tweede kwatrijn plus de terzinen, en
om te besluiten “homme”, “y”, “passe”, en “travers”: 5+(20+16+14)+4=59. Sommige aantallen uit paragraaf
122 komen opnieuw voor in paragraaf 136.

Voor het eerste dekzeil in paragraaf 140 wordt het aantal van 130 aangaande de afstand "corrompus-
sens" (bedorven-zintuigen) opnieuw gebruikt. Met de omwisseling van de terzinen en de kwatrijnen, wordt
tussen “corrompus” en “Nature” (bedorven-Natuur) ternauwernood een afstand van 16 fronten verkregen:
gezien het feit dat “Nature” de eerste term is die na “sens” komt. In het tweede dekzeil bestaat de afstand
"sens-corrompus" (zintuigen-bedorven) uit 4 fronten, te weten “est”, “savoir”, “s'” en “ils”; die van “encens”
tot “corrompus” bevat er 9: “Qui”, “chantent”, “transports”, “esprit”, “sens”, “est”, “savoir”, “s'”, “ils”; tenslotte
bestaat de afstand "sens-Nature" (zintuigen-Natuur) uit 8 fronten: “est”, “savoir”, “s'”, “ils”, “corrompus”,
“riches”, “triomphants”, “Or”.

Paragraaf 142 vereist een telling van 28 fronten van «parfums» tot «encens»; vervolgens 30 tussen
dezelfde term «parfums» in de achtste versregel en «chantent»: 28+2 wegens «encens» en «Qui» die
erbij zijn gekomen. In paragraaf 145 tellen we 15 fronten tussen «Nature» en «symboles» en daarna 10
van «piliers» tot «symboles» en treffen daarbij een uitleg aan van de overige daar voorkomende tellingen.
De hoeveelheid fronten in paragraaf 151 komt uit de paragrafen 122 en 123 vandaan.

Om paragraaf 152 te begrijpen is het raadzaam hem met paragraaf 142 te vergelijken en de 41 fronten toe
te voegen die zich tussen «Nature» en «répondent» bevinden, hetgeen acceptabel blijft met de 43 fronten
van de kwatrijnen. Bovendien moeten er 68 fronten van «Nature» tot «chantent» gerekend worden, wat
niets bijzonders is, aangezien het sonnet er 74 bevat. De tellingen van de paragrafen 153 tot 160 worden
door de reeds gegeven berekeningen vergemakkelijkt. Hetgeen in het derde, vierde en vijfde deel van de
analyse geteld moet worden levert geen enkele moeilijkheid op.

We stellen voor het door ons bedachte voorbeeld in paragraaf 349 te bekijken: “Dieu ou la société a
besoin de vous,/////de caisses de résonance, d'instruments d'alerte: dans un moment important de la
transformation graduelle des mœurs, lui aussi a joué son rôle,/////Baudelaire!” (God of de maatschappij
heeft u, heeft klankbodems, instrumenten die een waarschuwingssignaal laten horen nodig: op een
belangrijk moment van de geleidelijke verandering van de zeden heeft hìj ook zijn bijdrage geleverd,
Baudelaire!) Tussen de twee van elkaar gescheiden gedeeltes komen 14 fronten. Dat levert
z=2+(1(14/10)) op. Het betreft “caisse”, “résonance”, “instruments”, “alerte”, “dans”, “moment”, “important”,
“transformation”, “graduelle”, “mœurs”, “lui”, “aussi”, “joué”, “rôle” (“bodem”, “klank”, instrumenten”,
“waarschuwing”, “op”, “moment”, “belangrijk”, “verandering”, “geleidelijke”, “zeden”, “hij”, “ook”, “geleverd”
en “bijdrage”). We hebben 10 vakjes niet meegeteld: “de”, “de”, “d'”, “d'”, “un”, “de”, “la”, “des”, “a”, “son”
(“de”, “van”, “de”, “van”, “de”, “een”, “van”, “de”, “heeft” en “zijn”).